Beroepsbevolking op Caribisch Nederland: vaker een (voltijd) baan

10-6-2015 15:00

De beroepsbevolking op Caribisch Nederland verschilt op een aantal punten van de Nederlandse: Caribische Nederlanders (15 tot 75 jaar) werken iets vaker en hebben vaker een voltijdbaan. Dit blijkt uit de nieuwste cijfers uit het Arbeidskrachten Onderzoek Caribisch Nederland 2014 van CBS.

Vaker een (voltijd)baan

In 2014 woonden op Bonaire bijna 14,5 duizend personen van 15 tot 75 jaar, op Sint-Eustatius 3,3 duizend en op Saba 1,5 duizend. Op Bonaire en Sint-Eustatius werkt 68,9 en 67,8 procent van de 15- tot 75-jarigen, op Saba 59,3 procent. Saba behoort tot de Nederlandse gemeenten met de laagste arbeidsparticipatie.
De arbeidsparticipatie van mannen op de eilanden ligt iets hoger dan van vrouwen. Op Bonaire en Sint-Eustatius is ruim 70 procent van de mannen werkzaam en ongeveer 65 procent van de vrouwen. Op Saba is dit verschil er niet, ongeveer 60 procent van zowel de mannen als de vrouwen is werkzaam. Op Saba werkt bijna 80 procent van de werkzame beroepsbevolking voltijd, op Bonaire en Sint-Eustatius bijna 90 procent. Dit is een groot verschil met Nederland, waar slechts de helft van de werkenden voltijd werkt. Op Caribisch Nederland werken zowel mannen als vrouwen hoofdzakelijk voltijd.

Netto arbeidsparticipatie (15 tot 75 jaar) in Caribisch Nederland, 2014

De overheid, de bouw en de zorg zijn op elk van de eilanden belangrijke werkgevers. Op Bonaire is daarnaast de horeca een belangrijke sector. Op Sint-Eustatius is ook de industrie een grote sector, dankzij het bedrijf NuStar dat er een opslagterminal heeft. Op Saba werken veel mensen in het onderwijs, onder andere in de daar gevestigde medische universiteit.

Geboren eilanders doorgaans laag opgeleid

Twee op de drie Caribische Nederlanders zijn niet op één van de eilanden geboren. Zo’n 20 procent van de Bonairianen is geboren op één van de andere eilanden van de Nederlandse Antillen (waaronder Curaçao, Sint-Maarten en Aruba) , bijna 10 procent is geboren in Nederland. Van de bevolking van Sint-Eustatius en Saba is 40 tot 50 procent elders geboren, met name in de Verengde Staten, Canada of de Dominicaanse Republiek.
De meeste buitenlandse eilandbewoners werken op specifieke terreinen van de Caribische arbeidsmarkt. De Nederlanders op Sint-Eustatius werken vooral in het onderwijs en bij de overheid. Dat geldt ook voor de Nederlanders op Bonaire, maar zij werken daarnaast ook vaak in de horeca. Ook de Nederlanders op Saba werken veelal in de horeca, maar ook bij de overheid en in het onderwijs. Ze zijn veelal hoog- en middelbaar opgeleid. Werkenden die op het eiland zelf geboren zijn, zijn veel vaker laag opgeleid.

Netto arbeidsparticipatie (15 tot 75 jaar) in Caribisch Nederland, 2014

Veel Caribische Nederlanders niet op zoek naar werk

De werkloosheid op Bonaire was in 2014 6,4 procent van de beroepsbevolking. Dit komt neer op ongeveer 700 werklozen. Op Sint-Eustatius was de werkloosheid 8,8 procent. De werkloosheid was er met name hoog onder jongeren. Op Saba was de werkloosheid het laagst, 2,5 procent.
Op de eilanden zijn relatief veel mensen die geen werk hebben en die niet direct op zoek zijn naar werk en ook niet direct beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Vooral op Saba is deze groep groot: 35 op de honderd Sabanen zijn niet op zoek naar werk of niet beschikbaar. Dit heeft te maken met de relatief grote groep medische studenten op het eiland.

Positie op de arbeidsmarkt (15 tot 75 jaar) in Caribisch Nederland, 2014

In zijn algemeenheid zijn op de drie eilanden meer mensen niet aan het werk vanwege opleiding of studie dan in Nederland. Dit zijn allemaal jongeren die, anders dan in Nederland, geen bijbaan hebben naast hun studie. Aan de andere kant zijn er wel (iets) minder gepensioneerde ouderen die niet werken. Het aandeel mensen dat niet werkt vanwege zorgtaken is evenals in Nederland relatief klein. Net als in Nederland zijn het hoofdzakelijk vrouwen voor wie dit geldt. Niet willen of kunnen werken vanwege arbeidsongeschiktheid komt op Caribisch Nederland relatief weinig voor.

Redenen om niet te kunnen of willen werken, 2014

Bron: