Stad in trek bij vrouwen

6-2-2015 15:00

In Nederland worden jaarlijks per 100 meisjes 105 jongetjes geboren. Dit `mannenoverschot` is bij jongvolwassenen nog steeds terug te zien: in Nederland zijn meer 20- tot 25-jarige mannen dan vrouwen. In de vier grootste steden van het land daarentegen is het anders. Daar wonen anno 2014 meer jonge vrouwen dan jonge mannen. In Utrecht wonen zelfs 138 jonge vrouwen op 100 jonge mannen. Dit maakt het CBS vandaag bekend.

Het ‘jonge-vrouwenoverschot’ in de grote steden bestaat al lang en de afgelopen decennia is de oververtegenwoordiging van vrouwen er alleen maar toegenomen. Deze vrouwen zijn er geboren, maar ook in groten getale vanuit het land naartoe getrokken om er te studeren of te werken. Het aantal vrouwen van 25 tot 35 jaar met een academische opleiding is inmiddels hoger dan het aantal mannen. Vaak ontmoeten deze vrouwen in de stad hun toekomstige partner, die in veel gevallen ook een hoge opleiding heeft.

Veel hoogopgeleide vrouwen in de Randstad

Ook rond 1990 trokken jonge vrouwen vaak voor studie naar de grote stad. Deze vrouwen zijn nu in de 40. Vaak zijn zij in de stad of de omgeving van de stad blijven wonen. Vrouwen van 40 tot 45 jaar die zijn geboren in kleinere steden of dorpen en na hun veertigste in een grote stad wonen, zijn veel vaker universitair opgeleid dan vrouwen die na hun veertigste nog – of weer – in minder stedelijke gebieden wonen. Met name vrouwen die naar de Randstad zijn verhuisd zijn vaak hoogopgeleid: een op de vier 40- tot 45-jarige vrouwen heeft er een universitair diploma.

Carrièrekansen

Een van de redenen om in de stad te wonen, is dat de stad vrouwen betere carrièrekansen biedt. Hoogwaardig kenniswerk is geconcentreerd in stedelijke gebieden. De vrouwen van 40 tot 45 jaar die naar de steden zijn getrokken, hebben ongeveer even vaak werk als vrouwen die nog, of weer in kleinere steden en dorpen wonen, maar ze verdienen gemiddeld een stuk meer. Dit heeft te maken met hun hogere opleidingsniveau: hoogopgeleide vrouwen werken in hogere functies en maken gemiddeld ook meer uren (voltijdbanen of grote deeltijdbanen).

Een andere mogelijke reden dat hoogopgeleide vrouwen in de stad blijven wonen, is dat ze een (hoogopgeleide) partner hebben die in de stad werkt. Veelal ontmoeten jonge vrouwen hun toekomstige partner als twintiger in de stad. De stad fungeert daardoor als relatiemarkt voor hoogopgeleide jonge vrouwen. Vrouwen van 40 tot 45 jaar die naar een grote stad zijn verhuisd hebben veel vaker een hoogopgeleide partner dan vrouwen buiten de stad. Zo heeft 6 procent van de laag- en middelbaaropgeleide vrouwen in de Randstad een universitair opgeleide partner, tegenover maar 2 procent van vrouwen met een vergelijkbare opleiding in kleine steden en dorpen. En onder hoogopgeleide vrouwen heeft in de Randstad 36 procent een universitair opgeleide partner, tegen 29 procent in kleine steden en dorpen.

De keerzijde is er ook. De kans om alleenstaand te zijn is in de stad groter dan buiten de stad. In de steden heeft 25 procent van de vrouwen van 40 tot 45 jaar geen partner, tegenover 16 procent van de vrouwen in de minder stedelijke gebieden.