Huren van woning 9 procent duurder sinds nieuwe huurbeleid

Op 4 september om 10.15 uur zijn ter verduidelijking de kop en de tweede en derde zin van het artikel aangepast. Op 11 september om 14.15 uur is het artikel nogmaals aangepast. In de tweede zin van de alinea onder de eerste figuur stond 3,2 procent, dat moet zijn 3,8 procent. Deze aanpassing is ook verwerkt in de tweede figuur. Verder is in de bronvermelding onderaan het artikel een extra tabel opgenomen.

In juli 2014 steeg de gemiddelde huurprijs van een woning met 4,4 procent. Een jaar eerder steeg de huur nog met 4,7 procent. Hiermee ligt de huur gemiddeld ruim 9 procent hoger dan voor de invoering van het inkomensafhankelijke huurbeleid. De huurstijging was het grootst voor huurders met een hoog inkomen in een sociale huurwoning. Dit blijkt uit onderzoek van het CBS.

Huurstijging afhankelijk van inflatie en inkomen

De maximale huurverhoging in 2014 was voor het tweede achtereenvolgende jaar gebaseerd op de inflatie van het voorafgaande jaar, een vast opslagpercentage en een inkomensafhankelijke verhoging. De maximale huurstijging varieerde hierdoor in 2014 van 4,0 procent voor de huurders met de laagste inkomens tot 6,5 procent voor huurders met de hoogste inkomens. Hiermee steeg de gemiddelde huurprijs in twee jaar tijd met 9,2 procent terwijl de inflatie 4,0 procent bedroeg.

Huurstijging per 1 juli en gemiddelde inflatie per jaar

Huurstijging per 1 juli en gemiddelde inflatie per jaar

Vooral sociale huurwoningen duurder

Vier van de vijf huurwoningen worden verhuurd door sociale verhuurders, zoals woningcorporaties. Bij de sociale verhuurders was de huurstijging voor de niet geliberaliseerde woningen met gemiddeld 4,7 procent beduidend hoger dan bij de particuliere verhuurders (3,8 procent).Voor bewoners van duurdere huurwoningen met geliberaliseerde huren, waarvoor het inkomensafhankelijke huurbeleid niet geldt, gingen de huren 2,9 procent omhoog.

Huurstijging woningen, juli 2014

Huurstijging woningen, juli 2014

Sociale verhuurders passen maximale huurstijging vaker toe

Sociale verhuurders hebben de maximale huurstijging vaker toegepast dan particuliere verhuurders. Zo was voor 62 procent van de huurders met een laag inkomen de huurstijging gelijk aan de maximale huurstijging van 4,0 procent en kreeg ruim de helft van de middeninkomens de maximale huurstijging van 4,5 procent. Van de huurders met de hoogste inkomens moest twee derde de maximale huurstijging van 6,5 procent betalen. Van de huurders die een woning huren bij een particuliere verhuurder kreeg bijna 55 procent de maximale huurstijging.

In een beperkt aantal gevallen stegen de huren meer dan de maximale toegestane huurverhoging. In die gevallen was er meestal sprake van een bewonerswisseling.

Huurstijging, juli 2013-juli 2014

Huurstijging, juli 2013-juli 2014

Bert van Zanten

Bron: StatLine,

Downloads