Nieuwe regels kinderopvangtoeslag

De Wet kinderopvang gaat uit van financiering van formele kinderopvang door ouders, werkgevers en de overheid. Vanaf 2007 betalen werkgevers verplicht mee aan de kosten van kinderopvang. Zowel de werkgeversbijdrage als de overheidsbijdrage wordt vanaf dan door de Belastingdienst via de kinderopvangtoeslag uitgekeerd. Voorwaarde hierbij is dat zowel de aanvrager als de eventuele toeslagpartner allebei werken, een opleiding volgen of aan een inburgerings- of re-integratie traject meedoen. Ouders die een dergelijk traject volgen ontvangen het ontbrekende werkgeversdeel van de gemeente of het UWV.

De belangrijkste wijziging in 2012 is de beperking van het aantal uren waarvoor kinderopvangtoeslag wordt uitgekeerd. Dit aantal is afhankelijk van het aantal werkzame uren van de minst werkende ouder. Bij dagopvang voor niet schoolgaande kinderen hebben ouders recht op toeslag voor 140 procent van deze uren. Voor schoolgaande kinderen kunnen ouders maximaal 70 procent van dit aantal uren declareren. Bovendien is in 2012 een maximum gesteld aan het totaal aantal te declareren opvanguren per kind, namelijk 230 uur per maand voor alle opvangsoorten samen.

Daarnaast is de ouderbijdrage in 2012 voor iedereen verhoogd. In 2013 wordt de ouderbijdrage nogmaals verhoogd, maar vooral voor de hogere inkomens. Ouders met een gezamenlijk verzamelinkomen vanaf € 118 189,-- ontvangen vanaf 2013 zelfs helemaal geen toeslag meer voor de opvang van het eerste kind. Dit is het kind met de hoogste opvangkosten. Ouders met een dergelijk inkomen en met één kind in de opvang ontvangen in 2013 geen toeslag meer.

De gegevens over de uitgekeerde toeslagen kinderopvang zijn afkomstig van de Belastingdienst en zijn bijgewerkt tot en met januari 2013. De toeslag wordt doorgaans door één ouder aangevraagd. Voor de verslagjaren tot en met 2009 waren op dat moment bijna alle toeslagen definitief vastgesteld. Voor de jaren 2010 en 2011 was dat voor 70 respectievelijk 29 procent van de toeslagen het geval. De gegevens over 2012 zijn uitsluitend gebaseerd op voorlopig toegekende toeslagen.

De hoogte van de toeslag die ouders ontvangen hangt af van de opvangkosten en hun inkomen in dat jaar. De toeslag wordt doorgaans aangevraagd door één ouder per gezin. De Belastingdienst kan de uitgekeerde toeslag in latere jaren nog bijstellen bijvoorbeeld vanwege de definitieve vaststelling van het inkomen. Hiervoor is gecorrigeerd.

Bij de opvangkosten gaat het om de kosten voor zover deze het maximaal gecompenseerde uurtarief niet te boven gaan. In 2012 was het maximum uurtarief voor opvang in een kinderdagverblijf vastgesteld op € 6,36. Voor  buitenschoolse opvang gold een maximum van € 5,93 en  voor gastouderopvang € 5,09 per uur. Eventueel hogere kosten moeten door de ouder(s) zelf gedragen worden en vallen buiten de hier gepresenteerde uitkomsten.

Terug naar artikel