Meer werknemers aan het werk

  • In vierde kwartaal 34 duizend banen meer dan een jaar eerder
  • Ook meer banen dan in het derde kwartaal
  • Zorg en uitzendbranche dragen de banengroei
  • Feitelijke loonstijging iets hoger dan de cao-loonstijging
  • Loonkosten 1,8 procent hoger

In het vierde kwartaal van 2010 waren er 34 duizend banen van werknemers meer dan in het vierde kwartaal van 2009. Dit is een stijging van 0,4 procent. Voor het eerst in anderhalf jaar is het aantal banen op jaarbasis weer gegroeid. Vergeleken met het derde kwartaal van 2010 waren er, na correctie voor seizoensinvloeden, 27 duizend banen meer. Dit blijkt uit cijfers van het CBS.

Het aantal banen in het bedrijfsleven was nog wel 16 duizend lager dan een jaar eerder, maar deze daling is veel kleiner dan in de voorgaande kwartalen. De daling is relatief nog groot bij de financiële instellingen en in de bouw. In onder meer de handel en in de horeca zijn er juist banen bijgekomen.

De sterke groei van de werkgelegenheid in de niet-commerciële dienstverlening hield aan. In vergelijking met een jaar eerder waren er 50 duizend banen meer. Het overgrote deel van deze groei is toe te schrijven aan de zorg, met een plus van 47 duizend. Er werkten ook iets meer mensen bij het openbaar bestuur en in het onderwijs dan een jaar eerder.

In vergelijking met het derde kwartaal steeg het aantal banen, na seizoencorrectie, met 0,3 procent. Het is het derde kwartaal op rij met groei. De groei in het vierde kwartaal was iets groter dan een kwartaal eerder. De toename van het aantal banen is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan meer uitzendbanen. Werkgevers kiezen in de eerste fase van economisch herstel veelal voor de inzet van werknemers met flexibele arbeidscontracten. Daarnaast heeft ook de banengroei in de zorg zich voortgezet.

De lonen van werknemers per arbeidsjaar waren in het vierde kwartaal 1,5 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2009. Deze loonstijging is iets hoger dan de cao-loonstijging van 1,1 procent. De stijging is het hoogst in de niet-commerciële dienstverlening, o.a. door de hogere eindejaarsuitkering bij de rijksoverheid. Promoties en variabele beloningselementen zoals bonussen, provisies en overwerkvergoedingen hadden per saldo geen noemenswaardig opwaarts effect op de lonen.

De loonkosten per arbeidsjaar, waarin ook de werkgeverspremies zijn opgenomen, stegen met 1,8 procent iets sterker dan de lonen. Dit komt door gestegen werkgeverspremies voor werkloosheid en de zorgverzekering.

De PDF bevat het volledige persbericht inclusief tabellen en grafieken.

Downloads