Daklozen

Dit onderzoek richt zich op de populatie feitelijk daklozen. Dit zijn mensen die slapen in de open lucht, in overdekte openbare ruimten, zoals portieken, fietsenstallingen, stations, winkelcentra of een auto, of binnen slapen in passantenverblijven van de maatschappelijke opvang en eendaagse noodopvang, of op niet-structurele basis bij vrienden, kennissen of familie, zonder vaste verblijfplaats.

Onderzoeksopzet

Het totaal aantal daklozen in Nederland is geschat op basis van een drietal registers van daklozen en een bijschatting van dit aantal aan de hand van de zogenoemde capture-recapture benadering. Voor de schatting van de omvang van de populatie daklozen is de zogenoemde capture-recapture benadering, ofwel vangst-hervangst methode, toegepast. Deze methode komt oorspronkelijk uit de biologie, waar ze wordt toegepast om door middel van herhaalde steekproeven, de populatieomvang van bepaalde diersoorten te schatten. In de wetenschappen buiten de biologie wordt doorgaans gebruik gemaakt van registers in plaats van steekproeven. De overlap tussen de registers wordt als hervangst opgevat. Om tot de totale schatting te komen zijn statistische modellen gebruikt waarbij de volgende achtergrondkenmerken meegenomen zijn: geslacht, leeftijd, herkomst en verblijfplaats. De verdeling van deze kenmerken is dus gebaseerd op verdeling in de totale (geschatte) populatie daklozen (ruim 17,5 duizend). De cijfers voor de variabele burgerlijke staat zijn gebaseerd op de geobserveerde verdeling in de registraties, dus zonder de bijschatting/ophoging (ruim 5 000). Omdat het gaat om een schatting moet rekening worden gehouden met een marge die loopt van 15,5 duizend tot 21 duizend.

Bronnen

CBS, WWB uitkeringen volgens het besluit adreslozen (31-12-2008)
CBS, gekoppeld register adressen opvangvoorzieningen en GBA (1-1-2009)
SIVZ, Landelijk Alcohol en Drugs Informatiesysteem (LADIS; 1-1-2009)

Terug naar artikel