Koopkracht in 2009 met 1,4 procent gestegen

14-7-2010 09:30

In 2009 is de koopkracht van de Nederlandse bevolking met 1,4 procent gestegen. Werknemers die hun baan behielden gingen er meer dan gemiddeld op vooruit. Dat komt vooral door een stijging van de lonen. De koopkracht van zelfstandigen daalde juist aanzienlijk. Wie werkloos of arbeidsongeschikt werd, ging er zeer fors op achteruit.

Koopkrachtontwikkeling 2009* (bij gelijkblijvende inkomensbron)

Koopkrachtontwikkeling 2009* (bij gelijkblijvende inkomensbron)

Bovengemiddelde koopkrachtstijging voor werknemers

De koopkracht van werknemers die hun baan behielden steeg met 3,1 procent. Dat is meer dan gemiddeld.

Mensen met een uitkering gingen er minder op vooruit. Bij de grootste groep, de gepensioneerden, steeg de koopkracht met 0,2 procent. De koopkracht van arbeidsongeschikten en bijstandsontvangers nam toe met respectievelijk 1,5 en 1,4 procent. Mensen die in 2008 en 2009 werkloos waren, kregen daarentegen te maken met een daling van 0,6 procent.

Werknemers die werkloos werden, leverden fors in. Hun koopkracht daalde met ruim 16 procent. Bij mensen die arbeidsongeschikt werden of met pensioen gingen, verminderde de koopkracht met ongeveer 11 procent.

Hoogste inkomens leveren in

De 10 procent mensen met de hoogste inkomens leverden in 2009 aan koopkracht in. Zij gingen er 0,4 procent op achteruit. De laagste inkomensgroepen waren juist beter af dan gemiddeld. Zo nam de koopkracht van de armste 10 procent met 1,7 procent toe.

Koopkrachtontwikkeling naar  inkomensgroep, 2009*

Koopkrachtontwikkeling naar  inkomensgroep, 2009*

Verbetering koopkracht even groot als in 2008

De koopkrachtverbetering in 2009 was ongeveer even groot als in 2008, maar kleiner dan gemiddeld in de afgelopen 25 jaar. Sinds 1985 is de koopkracht met gemiddeld 1,8 procent per jaar toegenomen.

Koopkrachtontwikkeling, 1985-2009

Koopkrachtontwikkeling, 1985-2009

Reinder Lok

Bronnen:
• StatLine, Dynamische koopkrachtontwikkeling

• StatLine, Dynamische koopkrachtontwikkeling; overgangen van inkomensbron