Op zeer hoge leeftijd weinig sterfte door kanker

14-7-2003 10:00

Zeer oude mensen hebben een grote kans te overlijden aan hart- en vaatziekten. Bijna vier op de tien 90-plussers sterven hieraan. Kanker is minder vaak de doodsoorzaak.

Een op vijf vrouwen bij overlijden 90 jaar of ouder

Van de mannen die in 2001 overleden was zeven procent negentig jaar of ouder. Bij de vrouwen lag het aandeel 90-plussers met negentien procent van de overledenen veel hoger.
Hart- en vaatziekten zijn de belangrijkste doodsoorzaak. Van mensen die vóór hun negentigste verjaardag zijn overleden, stierf eenderde aan een hart- of vaatziekte. Bij oudere overledenen lag dit aandeel met bijna vier op de tien wat hoger. Ziekten van de kransvaten (inclusief hartinfarcten) komen als oorzaak van overlijden iets minder vaak voor, hersenvaatletsels (beroerten) juist iets vaker.

Doodsoorzaken in twee leeftijdsgroepen, 2001

Doodsoorzaken in twee leeftijdsgroepen, 2001

Weinig kankersterfte

Kanker is een belangrijke oorzaak van vroegtijdig overlijden. Onder personen jonger dan 90 jaar bepaalde kanker 30 procent van de sterfgevallen. Bij 90-plussers is dit aandeel met tien procent aanzienlijk kleiner.

De verdeling naar soort kanker verschilt tussen 90-plussers en 90-minners. Van de personen die nog geen 90 jaar waren toen ze aan kanker overleden, stierf bijna een kwart aan longkanker. Bij 90-plussers was het aandeel van longkanker in de totale kankersterfte nog geen zeven procent.

Sterfte aan kanker naar soort kanker, 2001

Sterfte aan kanker naar soort kanker, 2001

Vaak longontstekingen

Op zeer hoge leeftijd overlijden relatief veel mensen aan ziekten van de ademhalingsorganen. Dit komt vooral door de hoge sterfte aan longontsteking. In 2001 overleed ruim acht procent van de 90-plussers hieraan. Dit is twee keer zo veel als bij 90-minners.

Val als doodsoorzaak

Drie procent van de overleden 90-plussers bezweek aan letsel als gevolg van een val. In meer dan 80 procent van deze gevallen gaat het om een breuk, meestal van heup of dijbeen.

Anouschka van der Meulen en Ingeborg Keij-Deerenberg

Bron: StatLine