Sterfte hoger in minder welvarende gebieden

5-2-2002 10:00

Het sterfterisico in Nederland is niet overal gelijk. In 1999 lag dat voor bewoners van minder welvarende postcodegebieden aanmerkelijk hoger dan voor die van meer welvarende. Het gaat hierbij om mensen tussen de dertig en tachtig jaar. Voor mannen in de armste postcodegebieden was de sterftekans tachtig procent hoger dan voor die in de rijkste. Voor vrouwen lag dit verschil iets lager, op zeventig procent.

Jaarlijkse sterftekans naar welvaartsniveau postcodegebied, 1999

0913g1.gif (4905 bytes)

Grootste verschil bij mannen

Mannen hebben een aanmerkelijk hoger sterfterisico dan vrouwen. In 1999 overleden in de armste postcodegebieden dertien op de duizend mannen in de leeftijd van dertig tot tachtig jaar, terwijl dit voor vrouwen slechts zeven op de duizend was. Vergeleken met de rijkste postcodegebieden betekende dit zes extra sterfgevallen voor elke duizend mannen en drie voor elke duizend vrouwen. Hierbij is gecorrigeerd voor leeftijdsverschillen tussen de bewoners van arme en rijke postcodegebieden.

Verhouding sterftekans armste postcodegebied t.o.v. rijkste

0913g2.gif (4091 bytes)

Welvaartsvoordeel neemt af boven zestig jaar

Onder vijftigers is de samenhang tussen sterftekans en regionale welvaart het grootst. Voor deze leeftijdsgroep was de sterftekans in de armste postcodegebieden ruim tweemaal hoger dan in de rijkste. Voor de hogere leeftijden nam dit verschil af, om volledig te verdwijnen bij de tachtigplussers. Kennelijk vergroot het wonen in een rijke buurt de kans om de tachtigjarige leeftijd te bereiken, maar niet de kans om vervolgens nog ouder te worden.

Er kunnen verschillende verklaringen zijn voor het verdwijnen van het welvaartsvoordeel. Van invloed kan zijn dat in de armste postcodegebieden de zwakkeren vaker al op middelbare leeftijd overlijden, waardoor de ouderen een relatief sterk gestel hebben. Daarnaast is het mogelijk dat ziektes die vaker voorkomen onder minder welvarenden vooral slachtoffers maken onder personen jonger dan tachtig jaar. Longkanker is een voorbeeld van zo’n ziekte.

Coen van Duin en Ingeborg Keij

Bron: Maandstatistiek van de bevolking, februari 2002