© Goos van der Veen/Hollandse Hoogte

Voertuigbezit

Helft Nederlanders heeft auto

De helft van de Nederlanders van 18 jaar of ouder had begin 2016 een of meerdere personen(lease)auto’s. Oudere mannen van 65 tot 75 jaar bezitten met 77 procent het vaakst een auto, jonge vrouwen van 18 tot 25 jaar het minst vaak: 14 procent. In alle leeftijdsgroepen is het autobezit onder mannen hoger dan onder vrouwen. Bij jongeren is dit verschil echter aanmerkelijk kleiner dan bij ouderen. Anders dan voor de oudere generaties is het nu voor vrouwen net zo gewoon om een autorijbewijs te halen als voor mannen. In totaal had 63 procent van de mannen van 18 jaar en ouder begin 2016 een auto, van de vrouwen was dat 36 procent. Bij vrouwen is het autobezit het hoogst onder de 45- tot 55- jarigen: bijna de helft van hen heeft minstens één auto op haar naam staan.

Autobezit, 1 januari 2016 (%)
 MannenVrouwen
Totaal6336
18 tot 25 jaar2014
25 tot 35 jaar5441
35 tot 45 jaar6746
45 tot 55 jaar7148
55 tot 65 jaar7340
65 tot 75 jaar 7732
75 jaar e.o.6620

Motorbezitter meestal man

Van de Nederlanders van 18 jaar en ouder had 4 procent begin 2016 ten minste één motorfiets. Motorfietsen zijn evenals auto’s vaker in het bezit van mannen dan van vrouwen. Het verschil is echter nog groter: respectievelijk 7 tegen 1 procent. Het hoogst is het aandeel motorfietsen onder mannen van 45 tot 55 jaar: 11 procent.

Begin 2016 had 5 procent van de Nederlandse bevolking van 16 jaar of ouder een bromfiets (brommer, snorfiets of brommobiel). Net als bij auto’s en motoren zijn bromfietseigenaren vaker mannen dan vrouwen: 8 tegen 3 procent. Het hoogst is het bromfietsbezit onder mannen van 45 tot 55 jaar (12 procent) en het laagst bij vrouwen van 75 jaar en ouder (1 procent).

Motorbezit, 1 januari 2016 (%)
 Mannen Vrouwen
Totaal71
18 tot 25 jaar20
25 tot 35 jaar71
35 tot 45 jaar81
45 tot 55 jaar112
55 tot 65 jaar91
65 tot 75 jaar 40
75 jaar e.o.10

Kwart huishoudens zonder motorvoertuig

In 2,1 miljoen huishoudens in Nederland was in 2016 geen (lease)auto, bestelauto, motor of bromfiets aanwezig. Dat komt neer op ruim een kwart van alle huishoudens. De laagste inkomens hebben aanzienlijk vaker geen motorvoertuig dan huishoudens in de hogere inkomensklassen. Van de huishoudens in de laagste inkomensklasse had 46 procent in 2016 niet de beschikking over een motorvoertuig, van de hoogste inkomens was dat 6 procent.

Huishoudens zonder motorvoertuigen, 2016 (%)
 aandeel
Totaal 26,7
Inkomen laag 45,9
Inkomen midden 12,5
Inkomen hoog 6