Regulerende diensten

Dit zijn de voordelen die verkregen zijn door de regulerende werking van ecosysteemprocessen. Algemene voorbeelden zijn de regulering van luchtkwaliteit, klimaat, water, erosie, en plagen en de bestuiving van gewassen. Voor Nederland zijn de kaarten en rekeningen ontwikkeld voor de volgende regulerende diensten:

Koolstofvastlegging in biomassa en bodem

Ecosystemen leggen zowel in de bodem als in de vegetatie voor langere tijd koolstof vast. De mate waarin koolstof wordt vastgelegd (in ton C /ha /jaar) is gekarteerd door de ecosysteemtypenkaart te combineren met ecosysteem-specifieke koolstofvastleggingskengetallen die grotendeels op internationale standaarden (IPCC/LULUCF) zijn gebaseerd.

Bestuiving

Ongeveer driekwart van de belangrijkste voedselgewassen wereldwijd (welke 35% van de totale landbouwoogst vertegenwoordigen) zijn geheel of deels afhankelijk van bestuiving door insecten, met name door honing- of wilde bijen. Zonder bestuiving door insecten zou de oogst van deze gewassen 90% lager uitvallen. De ecosysteemdienst “bestuiving” kan alleen worden geleverd indien het leefgebied van bijen (bos, heggen, natuurlijk grasland) en de bestuivingsafhankelijke gewassen bij elkaar in de buurt liggen. Kaarten voor deze ecosysteemdienst, uitgedrukt als het percentage van voorkomen oogstverlies, zijn ontwikkeld door kaarten van aanbod (gebaseerd op de genoemde habitats) en vraag (gebaseerd op gewastype) te combineren, waarbij rekening gehouden is met de ruimtelijke afstand tussen vraag en aanbod.

bestuiving

Plaagbestrijding

De bestrijding van natuurlijke plagen, zoals vraat door insecten, is een complexe ecosysteemdienst die afhangt van meerdere factoren, zoals de aard en aanwezigheid van de plaag zelf, de aanwezigheid van natuurlijke vijanden, en de interactie tussen plaagdieren en hun vijanden. Als representatief voorbeeld is de betrijding van luizen door lieveheersbeestjes genomen. Een kaart hiervoor is ontwikkeld door kaarten voor het geschikte overwinteringsgebied van lieveheersbeestjes (vooral bos) te combineren met kaarten van voedselgewassen, en de ruimtelijke afstand hiertussen.

Bescherming tegen erosie

De bedekking van de bodem door vegetatie voorkomt het verlies van vruchtbare grond door bodemerosie als gevolg van neerslag en water op kale grond, met name in heuvelland. Kaarten voor de bijbehorende ecosysteemdienst zijn ontwikkeld door geschatte potentiele erosie voor de situatie met de huidige vegetatie, te vergelijken met een referentie (akkerland).

Luchtkwaliteit

Bomen en andere vegetatie dragen bij aan de luchtkwaliteit door fijnstof uit de lucht te filteren. De mate waarin dit gebeurt hangt af van de vorm en dichtheid van het bladerdak. Kaarten voor de filtering van PM10 (fijnstof kleiner dan 10 m) zijn ontwikkeld door de ecsysteemtypenkaart van Nederland te combineren met kengetallen voor de filtering door specifieke ecosysteemtypen.

Bescherming tegen wateroverlast

Wateroverlast ontstaat als bij extreme neerslag het water niet snel genoeg in de bodem kan zakken (infiltreren). De aanwezigheid van vegetatie heeft een positieve bijdrage aan de infiltratiecapaciteit van de bode, en levert dus een ecosysteemdienst. De grootte van deze ecosysteemdienst is geschat door, voor een gegeven bodem en –bedekking, de infiltratiecapaciteit van de daadwerkelijk aanwezige vegetatie (volgens de ecosysteemtypenkaart) te vergelijken met die voor het hypothetische geval zonder vegetatie.