Vogels van het boerenland

Sinds 2000 is de boerenlandvogelindicator met ongeveer 30 procent gedaald. De achteruitgang van de boerenlandvogels komt vooral door het intensieve gebruik en beheer van bouw- en grasland. Ook is broedgebied verloren gegaan door uitbreiding van steden en infrastructuur. De boerenlandvogelindicator is de nationale variant van de "Farmland Bird Indicator" van de Europese Unie. De ontwikkeling van boerenlandvogels in de Europese Unie laat eveneens een neerwaartse trend zien, al is de Nederlandse trend nog negatiever.

Vogels van het boerenland
 Vogels van het boerenland (Index (trend 2000=100))
2000100
200197,38
200294,73
200392,04
200489,29
200586,29
200683,33
200779,97
200877,18
200976,51
201076,12
201175,06
201274,04
201372,99
201471,89
201570,79
201669,72
Bron: NEM, CBS

Kader

In de tweede helft van de vorige eeuw vond een ingrijpende herinrichting van het agrarisch landschap plaats: schaalvergroting werd gerealiseerd via ruilverkavelingen, sloten werden korter en het waterpeil werd verlaagd. Veranderingen in gewaskeuze, bestrijdingsmiddelengebruik en mechanisering hebben geleid tot veranderingen in de voedselsituatie, nestgelegenheid, het overleven van kuikens en tot het verdwijnen van kleine landschapselementen als houtwallen en overhoekjes. Het agrarisch natuurbeheer en de maatregelen die in het kader daarvan de afgelopen jaren zijn genomen, zoals nestbescherming en akkerrandenbeheer, hebben de achteruitgang niet kunnen stoppen.
De laatste twintig jaar is ook veel landbouwgrond onttrokken voor onder andere woningbouw, bedrijventerrein en wegaanleg.

Analyse

Van de 27 soorten die zijn opgenomen in de indicator, vertonen 21 een dalende trend. Onder de soorten die sterk achteruitgegaan zijn in aantallen bevinden zich de patrijs, zomertortel, ringmus en grutto. De negatieve trend zette overigens al decennia geleden in: een historische reconstructie van populaties van boerenlandvogels laat zien dat de achteruitgang sinds 1960 zelfs meer dan de helft bedraagt.

Aantallen zijn ontleend aan de landelijke broedvogelmeetprogramma's van het Netwerk Ecologische Monitoring. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met Poisson regressie (software TRIM; van Strien et al. 2004). De indicator is berekend door de jaarlijkse indexcijfers over de populatie-aantallen meetkundig te middelen over alle soorten (index 2000=100). Over de jaren heen is een smoothing algoritme toegepast om flexibele trends te bepalen en daaruit zijn trendklassen afgeleid.

Internationale vergelijking

De Farmland Bird Indicator van de EU bestaat uit 39 soorten broedvogels. De ontwikkeling van boerenlandvogels in de Europese Unie laat net als in Nederland een neerwaartse trend zien, al is de afname met 17 procent sinds 2000 (www.ebcc.info) minder sterk dan de Nederlandse trend. Naast vogels gaan ook populaties van andere soortgroepen zoals vlinders achteruit in agrarische gebieden. In Noordwest Europa spelen ongeveer dezelfde factoren een rol als in Nederland. In Oost- en Zuid-Europa gaat leefgebied voor boerenlandvogels voornamelijk verloren omdat agrarische bedrijven op onrendabele landbouwgronden daar steeds vaker stoppen, waarna verruiging en uiteindelijk verbossing plaatsvindt.

Vogels van het boerenland, 2014
 Vogels van het boerenland (index (2000=100))
Zwitserland99,8
Ierland93
Denemarken88,3
Polen84,4
Hongarije83,2
België82,6
Italië81,9
Finland81,7
Tsjechië81,2
Verenigd Koninkrijk79,8
Estland78,1
Frankrijk78,1
Nederland72,9
Zweden71,7
Noorwegen61,4
Oostenrijk58,2
Bron: Eurostat