Rode Lijst Indicator

Het aantal dier- en plantenpopulaties is tot 1995 fors achteruitgegaan, maar sindsdien is sprake van een lichte vooruitgang. Sinds 2000 zijn minder soorten zoogdieren, libellen en hogere planten bedreigd, en sinds 2005 neemt tevens de bedreiging van broedvogels en reptielen wat af. Bij dagvlinders en amfibieën is nauwelijks of geen herstel te melden.

 Rode Lijst Indicator
200061,3
200561,2
201361,9
201461,8
201561,8
201661,8

Kader

Tussen 1950 en 1995 is het aantal bedreigde soorten sterk toegenomen en is het aantal niet bedreigde soorten afgenomen. Méér dan een derde van alle soorten is in die periode op de Rode Lijst terecht gekomen, omdat die soorten in meer of mindere mate bedreigd zijn. Het aantal soorten dat in Nederland op de Rode Lijst van bedreigde soorten staat is op te vatten als een maat voor de toestand van de Nederlandse biodiversiteit. Hoe meer soorten bedreigd zijn, des te slechter staat de natuur ervoor, en andersom. De zeven soortgroepen van de Rode Lijst Indicator (zoogdieren, broedvogels, reptielen, amfibieën, vlinders, libellen en hogere planten) zijn de groepen waarop natuurbeleid en terreinbeheer zich vooral richten en waarvoor het grootste draagvlak bestaat bij het publiek. Een beperking is dat deze soortgroepen vooral de land-natuur vertegenwoordigen. Mariene soorten missen zelfs geheel, op een paar zeezoogdieren na.
Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat neemt de Rode Lijst Indicator sinds een aantal jaren op in de rijksbegroting als algemene maat voor verandering van de biodiversiteit.

Analyse

Ongeveer 38 procent van alle 1 771 beschouwde dier- en plantensoorten zijn in 2016 nog bedreigd. Tussen 2000 en 2005 is het aantal bedreigde soorten nog iets toegenomen, maar na 2005 is het aantal bedreigde soorten juist iets afgenomen. De verbetering komt vooral door hogere planten, libellen en zoogdieren. Voor broedvogels en reptielen geldt: er zijn in 2016 meer soorten bedreigd dan in 2000 en even veel als in 2005. Die bedreigde soorten zijn in 2016 wel iets minder zwaar bedreigd dan in 2005. De overige groepen laten vergeleken met 2000 weinig of geen herstel zien.

Om veranderingen in de Rode Lijst Indicator te meten, vergelijken we de actuele situatie met die van rond 1995 en 2005 zoals is beschreven in de officiële Rode Lijsten uit die twee perioden.
De Rode Lijst Indicator geeft een gemiddelde. Er zijn dus ook na 2005 nog veel soorten ernstiger bedreigd geraakt, maar er zijn nog meer soorten die vooruitgingen. Van de kwetsbare en gevoelige soorten zijn er 28 die verbeterden en 22 die verslechterden. Negen soorten die ernstig bedreigd of bedreigd waren in 2005 zijn in de periode tot en met 2016 verder verslechterd, maar 36 soorten zijn juist verbeterd. Juist de meest bedreigde soorten zijn er dus wat op vooruitgegaan. Daarbij komt dat er na 2005 meer soorten zijn teruggekomen (11) dan er zijn verdwenen (5).

Internationale vergelijking

De methode waarmee de Rode Lijst status per soort is bepaald wijkt af van de methode die de International Union for Conservation of Nature (IUCN) gebruikt. Dit maakt één-op-één vergelijkingen van de Nederlandse Rode Lijst Indicator met de nationale equivalenten van andere landen lastig. De IUCN beschikt wel over gegevens per land van het aantal soorten per Rode Lijst categorie, voor de beschouwde soorten.