Zwemwaterkwaliteit

Het percentage van de Nederlandse zwemwaterlocaties in binnenwater dat voldeed aan de Europese normen voor uitstekende zwemwaterkwaliteit is in de periode 2000-2017 gestegen van 65 procent naar 72 procent. 95 Procent voldeed in 2017 aan de minimale kwaliteitseisen, vrijwel evenveel als in 2000. Bij de kustwaterlocaties daalde het aandeel met kwalificatie ‘Uitstekend’ van 96 procent in 2000 naar 81 procent in 2017. Evenwel voldeed 97% van de stranden in 2017 in ieder geval aan de minimale kwaliteitseisen. De laatste 3 jaar is de situatie zowel bij binnenwateren als bij strandlocaties redelijk stabiel.

Zwemwaterkwaliteit (% zwemwaterlocaties met kwalificatie 'uitstekend')
 KustwaterBinnenwater
200096,164,5
200171,457,2
200279,555,4
200386,463,4
200493,962,9
20058961,8
200690,758,6
200790,758,4
200888,471,2
200981,353,3
20106045,9
201167,844,4
20127865,6
201373,368,1
201468,170,7
20157574,1
201680,673,9
2017*80,672,4
Bron: Ministerie van I&W en Europese Commissie

Het aandeel van de Nederlandse zwemwaterlocaties die volgens de Europese richtlijn zwemwaterkwaliteit zijn beoordeeld als ‘uitstekend’, verdeeld naar binnenwater (circa 600 locaties) en kustwater en overgangswater (circa 90 locaties). De toetsing is voornamelijk gebaseerd op de aanwezigheid van ziekteverwekkende bacteriën. De aanwijzing van locaties gebeurt ieder jaar door de provincies, de metingen worden verricht door de waterschappen en Rijkswaterstaat. De cijfers van 2017 zijn gebaseerd op voorlopige uitkomsten.

Kader

De Europese zwemwaterrichtlijn (2006/7/EG) moet bijdragen aan de verwezenlijking van de Europese doelstellingen voor het behoud, de bescherming en de verbetering van de kwaliteit van het aquatische milieu en de bescherming van de gezondheid van de mens. De Richtlijn gaat uit van vier kwaliteitsklassen zwemwater: uitstekend, goed, aanvaardbaar en slecht. De toetsing is voornamelijk gebaseerd op normen voor microbiologische verontreinigingen met E. coli en intestinale enterokokken (darmbacteriën). Deze twee micro-organismen zijn een indicator voor de aanwezigheid van vervuild rioolwater of van uitwerpselen van vogels en vee. Voor blauwalgen moet een passende controle worden uitgevoerd.

Zwemwaterkwaliteit is van belang voor toerisme en recreatie. De kritische consument let bij de keuze van een vakantiebestemming of dagrecreatie op de kwaliteit van het zwemwater. Aangezien het toerisme in veel landen een belangrijke economische sector is, zien veel landen het belang in van maatregelen om de zwemwaterkwaliteit te verbeteren. De resultaten van de zwemwatertoetsing zijn daarnaast een afspiegeling van de resultaten van andere Europees waterbeleid bijvoorbeeld de Richtlijn stedelijk afvalwater, de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn water.

Analyse

De belangrijkste maatregelen om lozingen van ongezuiverd rioolwater en nutriënten te voorkomen zijn in Nederland al in het laatste decennium van de vorige eeuw genomen, toen onder andere de Richtlijn stedelijk afvalwater werd geïmplementeerd. Dit heeft in die periode geleid tot een sterke verbetering van het Nederlandse zwemwater. Ter illustratie: in 1990 voldeed nog maar 5 procent van de locaties aan de minimale kwaliteitseisen.

Over het algemeen scoren de zwemwaterlocaties in kustwater wat beter dan de binnenwaterlocaties. Naast de locaties met kwaliteit ‘uitstekend’ zijn er nog veel locaties die voldoen aan (lagere) criteria voor goed en aanvaardbaar zwemwater. Over de getoonde periode schommelde het percentage van locaties die voldoen aan minimaal de kwalificatie aanvaardbaar tussen 86 procent en 99 procent. In 2017 was dat 95 procent.

Vanaf 2015 moeten alle zwemwaterlocaties ten minste tot de klasse aanvaardbaar behoren (resultaatverplichting). Daarnaast moeten de lidstaten zich volgens de Richtlijn inspannen om het zwemwater in alle locaties goed tot uitstekend te maken (inspanningsverplichting), en moeten zij voor elke locatie een zwemwaterprofiel opstellen.

Internationale vergelijking

Meer dan 85 procent van de ruim 21 duizend zwemwaterlocaties die in Europa gecontroleerd zijn, voldeden in 2016 aan de meest stringente kwaliteitsnormen (‘uitstekend’). Dat betekent dat ze vrijwel geen stoffen en bacteriën bevatten die schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens en voor het milieu. Nederland zit met 75 procent dus onder dit Europese gemiddelde. In totaal voldeed 96 procent van de Europese zwemwateren in 2016 aan de minimale kwaliteitseisen (‘aanvaardbaar’), in Nederland was dat 95 procent.

Sinds het begin van de jaren negentig is de kwaliteit van de Europese zwemwateren sterk verbeterd. Dit is voornamelijk te danken aan het succes van de Richtlijn stedelijk afvalwater waardoor de lozingen van ongezuiverd afvalwater op de kwetsbare kust- en binnenwateren zeer sterk zijn afgenomen. In populaire vakantielanden als Frankrijk, Spanje, Italië en Griekenland bestaat het merendeel van de getoetste locaties uit kustwateren. In Hongarije, Oostenrijk, Luxemburg en Tsjechië worden uiteraard alleen maar binnenwateren getoetst.

Zwemwater, 2016 (% zwemwaterlocaties met classificatie 'uitstekend')
 Zwemwater met 'uitstekende'kwaliteit, 2016
Luxemburg100,0
Griekenland97,0
Oostenrijk95,1
Duitsland90,8
Italië90,8
Denemarken85,9
Portugal85,1
België85,0
Spanje84,6
Finland83,4
Tsjechië82,5
Frankrijk76,8
Nederland74,8
Slovenië74,5
Ierland72,9
Zweden71,8
Hongarije70,8
Estland66,7
Polen66,2
Verenigd Koninkrijk65,1
Slowakije63,6
Zwitserland62,8
Bron: EEA, Europese Commissie