© Hollandse Hoogte

Ecologische toestand van oppervlaktewater

Zowel in 2009 als in 2015 voldeed slechts 0,4 procent van de Nederlandse oppervlaktewateren aan de normen voor een goede ecologische toestand volgens de Kaderrichtlijn water. De voornaamste redenen hiervoor zijn een lage score voor het onderdeel biologische toestand, en te hoge gehaltes aan nutriënten, zware metalen en andere verontreinigingen. Het percentage oppervlaktewaterlichamen met een goede biologische toestand nam toe van 3 procent in 2009 tot bijna 5 procent in 2015.

Ecologische toestand van oppervlaktewater (%)
 Ecologie goedBiologie goedMatigOntoereikendSlechtNiet bekend
20090,42,732,14420,80
20150,44,433,547,112,72

Verdeling van ruim 700 wateren over de klassen voor beoordeling van de ecologische toestand volgens de Kaderrichtlijn water. De ecologische toestand wordt bepaald op basis van de onderdelen biologische kwaliteit (4 deeltoetsen), fysisch-chemische kwaliteit, en normen voor overige relevante verontreinigende stoffen. De biologische kwaliteit is meestal bepalend voor de score op ecologische kwaliteit. Het totaal aandeel wateren met een goede biologische kwaliteit bestaat uit de som van de categorieën Ecologie goed en Biologie goed.

Kader

De ecologische kwaliteit is een maat voor de gezondheid van oppervlaktewater. De beschikbaarheid van gezonde oppervlaktewateren is een belangrijke factor voor groene groei. Gezonde waterlichamen kunnen bijdragen aan het welbevinden van de mens en aan de economie door de geschiktheid als zwemwater, viswater, het gebruik voor de recreatievaart, voor irrigatie, natuur(ontwikkeling), water voor de bereiding van drinkwater en voor gebruik in industriële processen.

Analyse

Er is een aantal redenen waarom de ecologische toestand van het Nederlandse oppervlaktewater matig tot slecht is. Te noemen zijn de te hoge gehaltes van persistente stoffen- vaak veroorzaakt door emissies in het verleden- , vermesting met stikstof en fosfor met als gevolg overmatige algengroei, en emissies van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast is ook de inrichting van het water van belang. Te denken valt aan de normalisatie van beken, vastgestelde waterpeilen en gebruik van verhardingen in oevers. Hierdoor verdwijnen natuurlijke habitats of kunnen deze niet tot ontwikkeling komen en wordt de natuurlijke dynamiek beperkt. De vele gemalen en stuwen zorgen daarbij nog voor versnippering van de watersystemen waardoor bijvoorbeeld vissen nauwelijks kunnen migreren.
De laatste jaren zijn veel maatregelen genomen om de situatie te verbeteren, zoals het verminderen van emissies, de aanleg van vispassages, het herstel van de natuurlijke loop van beken en de aanleg van natuurvriendelijke oevers. De effecten van deze maatregelen zijn echter nog niet zichtbaar in de toetsing over 2015, maar moeten op lange termijn wel tot verbetering leiden (Compendium voor de leefomgeving, 2016 en 2016). De volgende officiële beoordeling vindt plaats over het jaar 2021.