Koolstofvoetafdruk

De hoeveelheid koolstofdioxide die wereldwijd uitgestoten wordt ten behoeve van de consumptie in Nederland, de zogeheten koolstofvoetafdruk, is tussen 2008 en 2016 met bijna 18 procent gedaald. In 2016 was dit 11,4 duizend kilogram CO2 per inwoner. In 2008 was dit nog 13,8 duizend kilogram CO2 per inwoner.

Koolstofvoetafdruk (ton CO2 per inwoner)
 Koolstofvoetafdruk
200813,8
201013,6
201212,4
201411,5
201611,4

De koolstofvoetafdruk omvat de totale hoeveelheid koolstofdioxide die wereldwijd wordt uitgestoten in de gehele productieketen van goederen en diensten om aan de Nederlandse finale vraag, zowel consumptie als investeringen, te voldoen. Ook de koolstofdioxide emissies die worden uitgestoten bij het gebruik van deze goederen en diensten in Nederland worden meegenomen in de voetafdruk. De in Nederland uitgestoten koolstofdioxide die vrijkomt bij de productie van goederen en diensten bestemd voor het buitenland (uitvoer) zit niet in de Nederlandse voetafdruk. Andersom, zit de in het buitenland uitgestoten koolstofdioxide die vrijkomt bij de productie van goederen en diensten ten behoeve van de Nederlandse finale vraag wel in de Nederlandse voetafdruk.

Kader

Het verschil tussen de koolstofvoetafdruk (consumptieperspectief) en de hoeveelheid koolstofdioxide die direct uitgestoten wordt door de Nederlandse economie (productieperspectief) zit in de internationale handel. Door toenemende globalisering en complexiteit van productieketens worden emissies die samenhangen met de internationale handel steeds belangrijker. Zo is er de laatste decennia veel productiecapaciteit vanuit ontwikkelde landen verplaatst naar ontwikkelingslanden die hun producten weer exporteren naar de ontwikkelde landen. Vanuit het productieperspectief daalt hierdoor de uitstoot van de ontwikkelde landen, maar vanuit het consumptieperspectief verandert de uitstoot niet zolang het consumptiepatroon van de ontwikkelde landen hetzelfde blijft.
Het consumptieperspectief is belangrijk met het oog op groene groei omdat het weergeeft in hoeverre de Nederlandse consumptiebehoefte bijdraagt aan de wereldwijde uitstoot van koolstofdioxide en daarmee aan klimaatverandering.

Analyse

De Nederlandse koolstofvoetafdruk is gedaald in de periode 2008–2014, het sterkst tussen 2010 en 2014. Tussen 2014 en 2016 is de koolstofvoetafdruk licht gestegen. Echter, door de relatief sterkere bevolkingsgroei is ook in deze periode de koolstofvoetafdruk per inwoner gedaald.
De koolstofvoetafdruk kan in twee componenten worden opgesplitst, de emissies door de Nederlandse economie en de emissiehandelsbalans. De emissies door de Nederlandse economie fluctueren van jaar tot jaar, onder andere als gevolg van een warme of koude winter. De emissies door de Nederlandse economie zijn in de periode 2008–2016 met 2,5 procent gedaald.
De emissiehandelsbalans geeft het verschil weer tussen de emissies gerelateerd aan de uitvoer en de emissies gerelateerd aan de invoer. De emissiehandelsbalans is tussen 2008-2016 continu toegenomen, er zijn relatief steeds meer emissies gerelateerd aan de uitvoer dan aan de invoer. Tussen 2012 en 2014 heeft er een omslag plaatsgevonden in de emissiehandelsbalans, de emissies gerelateerd aan de uitvoer zijn groter geworden dan de emissies gerelateerd aan de invoer. Dat wil zeggen dat Nederland meer emissies uitstoot voor buitenlandse consumptie dan andersom.
Beide componenten hebben tussen 2008 en 2016 een neerwaarts effect gehad op de Nederlandse koolstofvoetafdruk.