Broeikasgasemissies door bedrijven

Sinds 2000 is de uitstoot van broeikasgassen met 6 procent (2016) gedaald, terwijl het bruto binnenlands product groeide. Er is dus sprake van een absolute ontkoppeling van de uitstoot van broeikasgassen en economische groei.

Broeikasgasemissies (productie) en bbp (2000=100)
 Broeikasgasemissies (productie)Bbp
2000100,00100,00
200199,52102,12
200298,64102,23
200398,26102,52
200499,46104,60
200598,32106,86
200695,02110,62
200796,43114,71
200895,78116,66
200993,37112,27
201097,17113,84
201193,29115,74
201291,39114,51
201390,20114,29
201490,19115,92
201593,34118,54
201693,70121,16

Broeikasgasemissies uit productie zijn gelijk aan de som van de emissies van de zes broeikasgassen volgens het Kyoto Protocol (CO2, CH4, N20, CFK, HFK en SF6, in CO2-equivalenten). Daarin zit ook de uitstoot van broeikasgassen van ingezeten die productieactiviteiten ontplooien in het buitenland, bijvoorbeeld emissies door luchtvaartmaatschappijen, en schepen in de zeevaart en binnenvaart. Directe emissies door huishoudens zitten hier niet bij.

Kader

Verbranding van fossiele brandstoffen, ontbossing, maar ook specifieke landbouwactiviteiten en industriële processen zijn de belangrijkste oorzaken van de toegenomen uitstoot van broeikasgassen. Verhoogde concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer leiden zeer waarschijnlijk tot hogere temperaturen wereldwijd (IPCC, 2014). Klimaatverandering is een mondiale zorg vanwege het effect ervan op ecosystemen en de sociaaleconomische ontwikkeling. Een belangrijk doel van groene groei is daarom het verbeteren van de broeikasgasemissie-efficiëntie van productieprocessen. Nederland heeft ingestemd met het nieuwe VN Klimaatakkoord (Parijs, 2015). Het akkoord heeft als doel de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, met zicht op 1,5 graden Celsius.

Analyse

Sinds 2000 is de totale uitstoot van broeikasgassen door productieactiviteiten afgenomen. Energiebesparing, de toename van de opwekking van hernieuwbare energie, en de hogere invoer van elektriciteit zijn de belangrijke oorzaken voor de daling van de op de productie gebaseerde broeikasgasemissies. Ook de voortdurende verschuiving naar een meer op diensten gebaseerde economie beïnvloedt de uitstoot van broeikasgassen. Omdat de productie van diensten veel minder emissie-intensief is dan de productie van goederen heeft de stijging van de productie van diensten ertoe geleid dat de economie minder emissie-intensief is geworden. In de chemische industrie, de basismetaalindustrie en de luchtvaart verbeterde de broeikasgasintensiteit aanzienlijk, terwijl bij de raffinaderijen, afvalbeheer en het vervoer over land weinig tot geen verbetering is te zien.

In 2015 zijn de broeikasgasemissies vooral gestegen door toegenomen CO2 emissies van de energiebedrijven, veroorzaakt door hogere inzet van steenkool bij de productie van elektriciteit. En in 2016 zijn de broeikasgasemissies vooral gestegen door de chemische sector door toegenomen productie.

Internationale vergelijking

Nederland staat op de 12e plaats op de OESO-ranglijst van landen met de hoogste emissie-intensiteit van broeikasgassen in 2016. Van 2008 tot 2016 hebben deze OESO-landen hun broeikasgasintensiteit gemiddeld met bijna 20 procent verlaagd. In Nederland was de daling ongeveer 6 procent. Nederland is sinds 2008 dan ook gedaald van de 6e naar de 12e plaats op de ranglijst.

Er zijn verschillende redenen waarom de broeikasgasintensiteit in ons land relatief hoog is. Ten eerste is Nederland voor zijn energievoorziening nog grotendeels afhankelijk van conventionele energiebronnen als aardgas, steenkool en aardolieproducten. Het aandeel hernieuwbare energie uit windenergie, zonne-energie en biomassa is relatief laag. Ten tweede zijn bedrijfstakken met een hoge broeikasgasintensiteit in Nederland sterk vertegenwoordigd, zoals elektriciteitsbedrijven, raffinaderijen, basismetaalindustrie, chemische industrie, wegtransport en veehouderij. Ten slotte exporteert Nederland relatief veel goederen (en diensten) naar omringende landen. De emissies die bij de productie hiervan vrijkomen, komen voor rekening van het producerende land en worden niet geteld bij het importerende land.

Intensiteit broeikasgassen (productie excl. fluorgassen), 2016 (CO2 kg/mld euro)
 Intensiteit broeikasgassen
Zweden124,1
Frankrijk156,04
Luxemburg167,86
Verenigd Koninkrijk182,84
Oostenrijk188,1
Italië208,1
Ierland210,23
België225,48
Spanje238,61
Duitsland268,14
Finland280,87
Nederland288,84
Denemarken297,2
Portugal332,58
Slovenië367,08
Griekenland386,39
Hongarije435,19
Slowakije472,44
Tsjechië552,94
Polen785,24
Estland1024,68
Bron: Eurostat

Estland, Polen en de Tsjechische Republiek hebben relatief hoge emissie-intensiteiten van koolstofdioxide, omdat de productie in deze landen relatief energie-inefficiënt is. Ook elektriciteit wordt in deze landen voornamelijk geproduceerd door steenkool of bruinkool te verbranden, wat resulteert in een hoge CO2-uitstoot. Denemarken heeft ook een hoge emissie-intensiteit omdat de zeevaart een belangrijke economische activiteit voor dit land is. Oostenrijk, Zweden en Noorwegen produceren veel hernieuwbare energie (waterkracht) en daarom zijn hun economieën weinig emissie-intensief. Italië en Portugal hebben het voordeel dat ze minder energie nodig hebben voor de verwarming van kantoren en winkels in de wintermaanden. Dit compenseert het hogere elektriciteitsverbruik dat nodig is voor airconditioning in de zomer, waardoor de totale emissie-intensiteit er lager is.