© Bert Beelen/Hollandse Hoogte

Grondwateronttrekking van bedrijven

Tussen 2000 en 2014 werd 5 procent minder zoet (en brak) grondwater onttrokken. Het grondwaterverbruik per euro toegevoegde waarde verminderde in deze periode met 20 procent.

Grondwateronttrekking en bbp (2000=100)
 GrondwateronttrekkingBbp
2000100,00100,00
2001100,45102,12
2002101,81102,23
2003114,88102,52
2004103,42104,60
200599,39106,86
2006104,09110,62
200798,21114,71
200897,61116,66
2009100,03112,27
201098,29113,84
201197,51115,74
201292,50114,51
201397,54114,29
201494,84115,92

De waterintensiteit van een sector wordt berekend als het watergebruik, gedeeld door de toegevoegde waarde (constante prijzen met basisjaar 2010). Een lagere waterintensiteit betekent een lager watergebruik per euro toegevoegde waarde. Een lagere ratio wijst erop dat bedrijven efficiënter met water omgaan. Deze efficiëntie verbetering kan het gevolg zijn van waterbesparing door toepassing van zuiniger technologie, maar kan even goed komen door een verandering van productieprocessen, zoals een verschuiving in de verhouding van productieprocessen naar processen en/of producten die minder waterintensief zijn.

Kader

Verbetering van de waterproductiviteit trekt wereldwijd veel aandacht, bijvoorbeeld bij de invulling van de duurzame-ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, in het bijzonder in relatie met landbouw- en voedselproductie en in relatie met water gerelateerde ecosysteemdiensten. Naast onttrekking van grote hoeveelheden zoet en zout oppervlaktewater trekt de onttrekking van grondwater in Nederland steeds meer aandacht. Die onttrekking vergt maatregelen. Waterbeheerder zoals de Waterschappen moeten met passende maatregelen inspelen op situaties van waterschaarste, mede als gevolg van onttrekkingen. Als direct gevolg van wateronttrekking kan het gebeuren dat in specifieke gebieden lage grondwaterstanden ontstaan na langere perioden van droogte, mogelijk nog versterkt door de toename van extreme weersomstandigheden zoals veel wind en zon mogelijk indirect veroorzaakt door klimaatverandering. Door de groeiende wereldbevolking en toenemende welvaart (ook per hoofd van de bevolking) neemt de vraag naar voedsel, (bio-)energie, bio-grondstoffen en producten toe, en daarmee ook de vraag naar (zoet)water van goede kwaliteit. Deze ontwikkelingen kunnen nadelige effecten hebben voor het natuurlijk milieu en voor het duurzaam gebruik van natuurlijke grondstoffen. Daarom is het verantwoord putten uit hernieuwbare waterbronnen, zonder die uit te putten, van groot belang voor het duurzaam borgen van de watervoorziening. Daarbij in acht genomen de capaciteit van het natuurlijk milieu om blijvend water gerelateerde ecosysteemdiensten te leveren.

Analyse

De gemiddelde grondwaterintensiteit van de Nederlandse productie is sinds 2000 afgenomen van 2,03 liter per euro tot 1,63 liter per euro in 2014. Dit is een afname van 20 procent. Deze intensiteit wordt gemeten als de grondwaterwinning uit de Nederlandse ondergrond (in liters per euro toegevoegde waarde). Deze grondwatergebruiksefficiencyverbetering is deels te verklaren door de groei bij de grondwater-extensieve productie activiteiten, als bij de meeste dienstensectoren. Het is ook het resultaat van de maatregelen die zijn genomen ter vermindering van het watergebruik bij water-intensieve activiteiten, zoals in de landbouw, en bij de productie van basismetalen en papier. Hiermee wordt op langere termijn een bijdrage geleverd aan het duurzame-ontwikkelingsdoel water (SDG6).

Het watergebruik in de landbouw laat vanzelfsprekend seizoenpatronen zien die vooral bepaald worden door de mate waarin grondwater nodig is voor beregening. Het relatief beperkte grondwatergebruik bij de energievoorziening wordt in recente jaren flink opgestuwd door een aantal productie-installaties die uit grondwater stoom produceren. In de industrie, en ook de delfstoffenwinning, daalde de grondwaterintensiteit lange tijd gestaag, maar deze daling is in recente jaren praktisch tot stilstand gekomen. Mogelijk een signaal dat de gemakkelijkste technische of goedkoopste opties voor reductie van het watergebruik uitgeput raken.

Internationale vergelijking

In 2014 rangschikt Nederland zich aangaande de hoeveelheid grondwateronttrekking per hoofd van de bevolking, ruim onder het gemiddelde van 14 OESO-landen op basis van beschikbare data voor verslagjaar 2014. Tussen 2004 en 2014 hebben deze landen hun grondwateronttrekkingen per hoofd van de bevolking verlaagd met gemiddeld 5 percent. Een aantal midden Europese landen vertoonden een toename, mogelijk wordt dit veroorzaakt door warmere en drogere zomers met meer vraag naar water.

Voor Nederland leverde dit een reductie op van 10 procent, dit past in een gestage licht afnemende trend sinds 2004. De verhouding tussen enerzijds de grondwateronttrekkingen en anderzijds de beschikbare waterbronnen, en de mogelijkheden voor aanvulling van deze bronnen uit neerslag in een jaar, bepalen de mate van ‘water stress’, een van de indicatoren in het kader van de VN - duurzame ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals, SDG’s) op het onderwerp water. Het voorkomen van situaties van waterstress, nationaal en vooral ook lokaal zijn grotendeels het gevolg van geografische, klimaat en bodemgesteldheid en de (piek in de) onttrekkingen. Sommige landen onttrekken relatief veel per capita voor het gebruik in de landbouw, Nederland kan daarvoor grotendeels putten uit het natuurlijk beschikbare water dat over het seizoen wordt aangevuld uit neerslag, de grotendeels door slechts regen voorziene landbouw.

Onttrekking van grondwater, 2014 (m3 per inwoner)
 Onttrekking van grondwater
Verenigd Koninkrijk31,9
Tsjechië34,3
Hongarije48,2
Luxemburg48,5
België56,5
Nederland56,9
Slowakije59,3
Polen67,8
Slovenië88,2
Denemarken131
Spanje135,5
Estland151,2
Griekenland513,5
Bron: Eurostat