Binnenlands mineralenverbruik

Het verbruik van (niet-metaal) mineralen vindt in Nederland vooral plaats in de bouwsector. Het binnenlandse mineraalverbruik daalde flink tussen 2008 en 2013. Deze daling ging samen met de economische crisis waarin bouwactiviteiten fors terugliepen. Sinds 2000 is het binnenlands mineralenverbruik met bijna 40 procent gedaald.

Binnenlands mineralenverbruik per inwoner (2000=100)
 Binnenlands mineralenverbruik per inwoner
2000100,00
200194,59
200280,92
200376,99
200482,05
200582,82
200697,18
200797,12
200896,53
200990,81
201085,45
201185,05
201268,90
201358,04
201466,80
201562,89
201661,81

Onder (niet-metaal) mineralen worden zowel grondstoffen (bijvoorbeeld zand en grind) als producten die uit mineralen bestaan (bijvoorbeeld bakstenen en glas) meegenomen. Binnenlands mineraalverbruik is gelijk aan de import plus de binnenlandse winning, verminderd met de export. Afgegraven grond die bijvoorbeeld wordt gebruikt voor landaanwinningen en dijkophoging, wordt niet meegenomen omdat de cijfers dan de activiteiten van grote (eenmalige) infrastructurele projecten weerspiegelen, bijvoorbeeld de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Mineralen worden vooral ingezet in de bouwsector.

Kader

Ruwe grondstoffen zijn een belangrijke input voor onze economie. Wereldwijde bevolkingsgroei en welvaart zorgen voor een steeds grotere vraag naar producten en van de grondstoffen waar deze producten van gemaakt zijn. Als gevolg hiervan neemt de druk op het milieu, in vorm van bijvoorbeeld CO2-emissies en waterverbruik, toe. Een belangrijke uitdaging in de transitie naar groene groei is om materialen zo efficiënt mogelijk in te zetten tijdens alle fases van het productieproces.

Analyse

Het binnenlandse mineraalverbruik piekt in 2006, in 2013 wordt het laagste punt bereikt. Na 2013 lijkt de consumptie weer enigszins stabiel. De mineralen met het hoogste verbruik zijn zand en grind. Deze materialen worden vooral gebruikt voor de productie van bouwmaterialen. Door de economische crisis in 2008 namen de bouwactiviteiten af en daalde ook het gebruik van mineralen. Vooral de invoer van mineralen nam af na 2008. De toegevoegde waarde van de bouwmaterialenindustrie en de bouw hebben hetzelfde patroon als het mineralenverbruik.

Internationale vergelijking

Het mineraalverbruik in Nederland is het laagst van alle Europese landen in 2016. Een van de redenen dat Nederland zo laag scoort is de hoge bevolkingsdichtheid. Een hoge populatiedichtheid leidt tot een efficiënt gebruik van de gebouwde omgeving en infrastructuur doordat deze door veel mensen gebruikt worden.

Binnenlands mineralenverbruik, 2016 (ton per inwoner)
 Binnenlands mineralenverbruik
Nederland1,6
Italië2,3
Spanje3,5
Verenigd Koninkrijk3,6
Hongarije4,4
Griekenland4,6
België5,1
Frankrijk5,5
Slowakije5,6
Duitsland6,7
Slovenië6,9
Polen7,0
Zwitserland7,0
Tsjechië7,0
Ierland8,4
Portugal9,2
Zweden10,4
Estland11,4
Denemarken11,6
Luxemburg11,7
Oostenrijk12,7
Finland18,3
Bron: Eurostat