Milieubelastingen

In 2016 ontving de overheid 23,6 miljard euro aan milieubelastingen en -heffingen. Dit was 8,7 procent van de totale belastinginkomsten en ontvangen sociale premies. In 2009 was dit aandeel nog 10 procent. Huishoudens dragen bijna twee derde van de lasten. Het aandeel milieubelastingen en -heffingen daalt vanaf 2010.

Milieubelastingen (% van totale belastinginkomsten en ontvangen sociale premies)
 Aandeel milieubelastingen
20009,4
20019,5
20029,3
20039,5
20049,9
200510,1
200610,0
20079,5
20089,6
200910,0
20109,8
20119,7
20129,2
20139,1
20149,0
20159,0
20168,7

Kader

Milieubelastingen en -heffingen kunnen gebruikt worden als beleidsinstrument om productie en consumptiepatronen te veranderen. Een milieubelasting is een belasting die wordt geheven over goederen of activiteiten die een bewezen negatief effect hebben op het milieu. Milieubelastingen komen ten goede van de algemene middelen van de overheid en zijn vooral gekoppeld aan het bezit en gebruik van auto’s en het energieverbruik. De energiebelasting en de motorrijtuigenbelasting zijn voorbeelden van milieubelastingen. Milieuheffingen worden opgelegd voor de financiering van specifieke milieudiensten. Voorbeelden van milieuheffingen zijn rioolrechten en afvalwaterheffing.

Analyse

De overheid ontving 20,7 miljard euro aan milieubelastingen en 2,8 miljard euro aan milieuheffingen in 2016. Dit is ruim 3 procent meer dan in 2015. De opbrengsten van de milieubelastingen en -heffingen stegen de afgelopen jaren minder hard dan de inkomsten uit andere belastingen, waardoor het aandeel van milieubelastingen en -heffingen daalde. Er is dus geen sprake van verdere ‘vergroening’ van het belastingstelsel.

De accijns op brandstof, de motorrijtuigenbelasting en de energiebelasting brachten in 2016 respectievelijk 8,1 miljard euro, 5,6 miljard euro en 5,0 miljard euro op. De opbrengsten van de energiebelasting stegen met 10,7 procent het hardst ten opzichte van een jaar eerder, o.a. door tariefverhogingen op het verbruik van aardgas. In 2013 is de opslag duurzame energie (ODE) ingevoerd als onderdeel van het tarief van de energiebelasting om subsidieregelingen voor hernieuwbare energie te financieren.

De opbrengst van de belasting op nieuw aangeschafte personenauto's en motorrijwielen (bpm) steeg tot 1,6 miljard euro; 6,1 procent meer dan in 2015. Huishoudens brachten 28 procent meer bpm op. Tariefverhogingen zijn één van de oorzaken van deze stijging. Voor de bpm zijn in 2016 de CO₂-grenzen aangescherpt voor benzine- en dieselauto’s en zijn de tarieven van de drie hoogste categorieën van CO₂-uitstoot verhoogd.

De opbrengst van de kolenbelasting daalde van 195 miljoen euro (2015) naar 3 miljoen euro (2016). Kolen die worden gebruikt in kolencentrales voor de opwekking van elektriciteit zijn vanaf 2016 vrijgesteld van kolenbelasting.

Internationale vergelijking

De milieulastendruk in Nederland is hoog vergeleken met andere Europese landen. Van de 24 OESO-landen staat Nederland op plaats 4, met 8,7 procent (2016). In Slovenië is het aandeel het hoogst, 10,6 procent, in IJsland het laagst, 3,2 procent. In buurlanden België, Duitsland en Verenigd Koninkrijk is de milieulastendruk fors lager dan in Nederland. Het aandeel milieubelastingen en -heffingen van de 28 landen van de Europese Unie is gemiddeld 6,3 procent.

Milieubelastingen, 2016 (% van totale belastinginkomsten en ontvangen sociale premies)
 Aandeel milieubelastingen
Slovenië10,6
Griekenland9,8
Estland8,9
Nederland8,7
Denemarken8,6
Italië8,2
Polen8,1
Ierland7,9
Portugal7,5
Verenigd Koninkrijk7,2
Finland7,0
Hongarije7,0
Noorwegen6,2
Zwitserland6,2
Tsjechië6,1
Oostenrijk5,6
Slowakije5,6
Spanje5,5
Zweden5,0
België5,0
Frankrijk4,9
Duitsland4,8
Luxemburg4,6
IJsland3,2
Bron: Eurostat