Impliciet belastingtarief voor energie

Het impliciete belastingtarief voor energie is bijna continu gestegen sinds het jaar 2000, van 2,20 euro per GJ in 2000 naar een niveau van 3,70 euro per GJ in 2016. Energieverbruik wordt dus steeds zwaarder belast.

Impliciet belastingtarief op energie (euro/gj)
 Impliciet belastingtarief op energie
20002,2
20012,3
20022,3
20032,3
20042,5
20052,7
20063,0
20072,8
20083,1
20093,2
20103,2
20113,4
20123,3
20133,6
20143,7
20153,7
20163,7

Het impliciete belastingtarief voor energie wordt berekend door de energie gerelateerde belastingen (accijns op benzine en andere motorbrandstoffen, energiebelasting op elektriciteit en gas) te delen door het netto binnenlands energieverbruik.

Kader

Veel landen gebruiken belastingen op energieverbruik als een economisch instrument om schadelijk milieugedrag te verminderen en de internationale doelstellingen te verwezenlijken voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Het impliciete belastingtarief voor energie meet de ontwikkeling van de gemiddelde belastingdruk van het energieverbruik. Een verschuiving van belastingen van arbeid naar energieverbruik zal bevorderlijk zijn voor energiebesparing en de verbetering van de energie-efficiëntie.

Analyse

De toename van het impliciete belastingtarief voor energie wordt veroorzaakt door hogere tarieven voor de accijns op motorbrandstoffen en de energiebelasting op het gebruik van elektriciteit en gas. Het impliciete belastingtarief is relatief hoger voor de dienstverlenende bedrijfstakken dan voor de industrie, aangezien energiebelastingtarieven voor bulkgebruikers meestal veel lager zijn dan voor kleinschalige gebruikers. Het impliciete belastingtarief voor energie steeg tot 2006. In 2013 groeide de belasting op energie aanzienlijk, met 8 procent, terwijl het energieverbruik vrij stabiel bleef. Als gevolg hiervan is het impliciete belastingtarief voor energie naar een recordhoogte gestegen. De laatste drie jaar is dit belastingtarief voor energie vrijwel gelijk gebleven.

Internationale vergelijking

Eurostat, het bureau voor de statistiek van de Europese Gemeenschap, definieert het impliciete belastingtarief als de verhouding tussen de inkomsten uit energiebelastingen en het finale energieverbruik. Ze meten de belastinginkomsten voor energie voor een kalenderjaar in euro’s en het uiteindelijke energieverbruik in tonnen olie-equivalenten.

In Nederland wordt het energieverbruik meer belast dan in de meeste andere Europese landen. Met 258 euro per ton olie-equivalent, stond Nederland in 2016 op de zesde plaats van 22 OESO-landen, net onder Frankrijk (266 euro per ton), het Verenigd Koninkrijk (279 euro per ton) en Griekenland (334 euro per ton). Denemarken (402 euro per ton) en Italië (382 euro per ton) hebben de hoogste belastingdruk op energieverbruik. Finland, Polen en België behoren tot de landen waar energie relatief het minst wordt belast.

In de afgelopen twee decennia klom Nederland op van een veertiende plaats (van 19 landen, 1995) naar een negende plaats in 2000 (van 20 landen) en een vijfde plaats in 2013. In 2016 is Nederland een plaats gezakt.

Impliciet belastingtarief op energie, 2016 (euro per ktoe)
 Impliciet belastingtarief op energie
Denemarken401,5
Italië384,0
Griekenland334,3
Verenigd Koninkrijk279,4
Frankrijk266,4
Nederland257,9
Slovenië256,7
Noorwegen252,6
Ierland242,4
Zweden227,5
Portugal206,0
Spanje205,3
Duitsland203,2
Luxemburg188,9
Estland171,5
Oostenrijk168,7
Finland159,4
Polen152,0
België151,7
Tsjechië138,4
Hongarije124,8
IJsland39,1
Bron: Eurostat