5. Samenvatting en discussie
Dit rapport beschrijft verschillen in een aantal aspecten van sociale samenhang tussen jongeren die bereid zijn tot deelname aan een MDT-traject of die dat al gedaan hebben, en jongeren die aangeven niet bereid te zijn mee te doen. Hiervoor is gebruik gemaakt van data uit de SSW enquête, dat jaarlijks door het CBS wordt uitgevoerd. De data voor dit rapport is in 2025 verzameld. De vragen over MDT zijn gesteld aan jongeren van 15 tot en met 32 jaar.
De twee groepen in dit rapport verschillen naar samenstelling in onderwijsniveau en geboorteland. In de groep jongeren die bereid zijn tot MDT-deelname volgt een groter gedeelte het voortgezet onderwijs of een Hbo of Wo opleiding. In de groep die niet bereid is volgt een groter gedeelte een Mbo opleiding. Het aandeel jongeren dat geboren is in Nederland is lager in de groep bereid tot MDT.
Jongeren die bereid zijn tot deelname aan MDT hebben minder vaak dan jongeren die niet bereid zijn tot deelname wekelijks contact met anderen die een ander opleidingsniveau hebben (88 procent tegenover 94 procent).
Jongeren die bereid zijn tot deelname aan MDT zijn vaker lid van een vereniging (52 procent) dan jongeren die niet bereid zijn tot deelname (44 procent). Ze geven ook vaker aan in het afgelopen jaar vrijwilligerswerk te hebben gedaan (56 procent tegenover 39 procent). Omdat niet expliciet is gevraagd om MDT niet mee te rekenen bij de vraag naar vrijwilligerswerk, moet deze uitkomst met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Als het aantal MDT-jongeren in de SSW-enquête toeneemt, kan eventueel gevraagd worden naar het jaartal waarin mensen het MDT-traject hebben gevolgd. Het MDT-traject dat niet in de afgelopen 12 maanden heeft plaatsgevonden is dan sowieso niet onderdeel geweest van het vrijwilligerswerk. De huidige celvulling is te laag waardoor deze splitsing nog niet mogelijk is.
Jongeren die bereid zijn tot deelname aan MDT hebben vaker vertrouwen in anderen dan jongeren die niet bereid zijn tot deelname (respectievelijk 68 procent en 61 procent). Deze jongeren hechten ook meer waarde aan maatschappelijke inzet: ze vinden het belangrijker dan de andere groep om zich in te zetten voor de ander (90 procent tegenover 81 procent) en voor de samenleving (81 procent tegenover 62 procent). Er zijn in deze editie geen verschillen gevonden in sociale participatie, het geven van informele hulp en talentontwikkeling tussen de groepen die wel en die niet bereid zijn mee te doen met MDT.
Het aantal jongeren (12 tot 30 jaar) dat tot en met 2025 een MDT-traject heeft doorlopen ligt op 289.500 (Tweede Kamer der Staten-Generaal, 2026). Op 1 januari 2025 waren er in Nederland 3,9 miljoen jongeren in de leeftijd van 12 tot 30 jaar (Statline, 2026b). Dat betekent dat van het totaal aantal jongeren in Nederland, ongeveer 7,4 procent een MDT-traject heeft doorlopen. Het aantal jongeren dat dit ook in de enquête Sociale samenhang en welzijn aangeeft is lager (2,5 procent). Dit verschil is niet eenduidig te verklaren.
In de rapportage van 2022 kwam naar voren dat een deel van de jongeren die wél een MDT-traject doorlopen heeft, dit niet aangaf in de SSW-vragenlijst (CBS, 2023). Hierop is de vraagstelling aangepast, met meer uitleg over MDT. Toch blijft het percentage in de vragenlijst lager dan het landelijke percentage.
Abbi Insights B.V. heeft in opdracht van het ministerie van OCW een naamsbekendheidonderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van dit onderzoek komt naar voren dat 7,5% van de jongeren MDT kent. Vanwege een andere onderzoeksopzet (o.a. een panelopzet en een chatbot-format) kunnen de resultaten uit dit onderzoek niet één-op-één worden vergeleken met de resultaten uit de SSW-vragenlijst. Desondanks is naar aanleiding van de uitkomst wel besloten de vraagstelling in de SSW-vragenlijst aan te passen en gelijk te trekken met de vraagstelling uit het naamsbekendheidonderzoek.