Onderweg in Nederland (ODiN) 2024 - Correctie - Onderzoeksbeschrijving

3. Verschillen tussen ODiN 2024 en ODiN 2023

Ondanks dat het onderzoek in 2024 grotendeels op dezelfde wijze is uitgevoerd als in het voorgaande onderzoeksjaar is er toch sprake van een methodebreuk. Deze wordt hieronder toegelicht. Daarna volgen in de genummerde paragrafen van dit hoofdstuk de overige verschillen in ODiN 2024 ten opzichte van ODiN 2023. 

Methodebreuk en -correctie

Bij het analyseren van de eerste resultaten van het onderzoek Onderweg in Nederland 2024 is een breuk geconstateerd ten opzichte van voorgaande jaren. Het aandeel mensen dat op de invuldag was weg geweest, was kleiner dan in voorgaande jaren. De mensen die wel waren weg geweest hadden minder verplaatsingen gerapporteerd. De gemiddelde verplaatsingsafstand lag significant hoger dan in voorgaande jaren. Dit laatste werd veroorzaakt door een lager aandeel korte verplaatsingen. Na het onderzoeken van de mogelijke oorzaak van de breuk, bleven de aangepaste aanschrijf- en rappelbrieven als meest waarschijnlijke oorzaak over. Deze brieven waren ingekort om het responspercentage te verhogen. Bij veel andere onderzoeken van het CBS was dit al eerder gedaan, wat resulteerde in een hoger responspercentage. Ook het responspercentage voor ODiN was met de ingekorte brieven gestegen. 

Om te achterhalen of de aangepaste brieven daadwerkelijk voor de breuk hebben gezorgd is in de zomer van 2025 een brievenexperiment uitgevoerd. Naast de uitvoering van het reguliere onderzoek is daarbij een extra steekproef uitgezet waarbij de oude, langere brieven van ODiN 2023 werden gebruikt. De extra steekproef was zodanig groot dat ook voor de betreffende weekporties van het reguliere onderzoek de steekproef werd vergroot om zodoende voldoende en vergelijkbare aantallen responsen te verzamelen. Dit om een betrouwbare verschilanalyse te kunnen uitvoeren. Deze analyse wees inderdaad uit dat de verkorte brieven de oorzaak zijn van de breuk. Naar alle waarschijnlijkheid komt dat vooral door het weglaten van enkele voorbeelden van verplaatsingen uit de aanschrijfbrief. Hierdoor hebben respondenten mogelijk een ander beeld gekregen van wat hun wordt gevraagd aan verplaatsingen in te vullen in vergelijking met voorgaande jaren. Er is vastgesteld dat het onderzoek verder correct is uitgevoerd, maar door de wijziging van de brieven zijn er andere resultaten verzameld dan in 2023. Aangezien de breuk in de loop van 2025 werd geconstateerd en voor dat onderzoeksjaar van ODiN ook de gewijzigde brieven zijn gebruikt, zal ook ODiN 2025 een vergelijkbare methodebreuk kennen. 

Naar aanleiding van de methodebreuk is de wens geuit om deze breuk te corrigeren. De enige beschikbare empirische mogelijkheid voor het corrigeren van de methodebreuk is door gebruik te maken van de trendreeksmodellering. Deze modellering wordt sinds 2019 jaarlijks door het CBS in samenwerking met het KiM en Rijkswaterstaat uitgevoerd om de trend van het mobiliteitsonderzoek te schatten vanaf 1999. Het model houdt rekening met breuken in het verleden zoals de overgangen tussen de verschillende onderzoeksmethoden. Indien mogelijk wordt ieder jaar een onderzoeksjaar van het mobiliteitsonderzoek aan de trendreeks toegevoegd om de trendreeks te verlengen en de precisie van de schattingen te verbeteren. De schattingen op basis van de trendreeksmodellering betreffen het aantal ritten, de gemiddelde ritafstand en de gemiddelde ritreisduur. Het model werkt daarbij met de kenmerken geslacht, vervoerwijze en motief. Waarbij er voor vervoerwijze zeven categorieën worden onderscheiden en voor motief vijf categorieën. 

Voor de trendreeksmodellering van 1999 tot en met 2024 is de methodebreuk van ODiN 2024 als component in het model meegenomen. De trendreeks levert daardoor voor 2024 schattingen op die zo goed mogelijk gecorrigeerd zijn voor de methodebreuk. Deze gecorrigeerde schattingen kunnen vervolgens toegevoegd worden als extra voorwaarden (zogenaamde harde randen) aan de weging van ODiN 2024 waardoor ook schattingen van ODiN gecorrigeerd worden voor de methodebreuk. De extra harde randen vanuit de trendreeks betreffen een selectie van schattingen die gedefinieerd zijn op ritniveau. 

In een onderzoekstraject met methodologen van CBS, Rijkswaterstaat en het KiM is gezocht naar een optimale set van gegevens uit de trendmodellen waarmee de methodebreuk gecorrigeerd kan worden. Daarin is vastgesteld dat het volstaat om alleen extra harde randen te gebruiken naar vervoerwijze en motief. De kenmerken leeftijd en geslacht, die ook in de trendreeksmodellering gebruikt worden, bleken niet veel invloed te hebben op de methodebreuk.

Uiteindelijk is een variant gekozen die met een minimale set van harde randen een plausibel resultaat gaf. Deze keuze is gemaakt door inhoudelijk betrokkenen en methodologen van Rijkswaterstaat, het KiM en het CBS. De uitkomsten van de analyses met correctie gaven, in tegenstelling tot de analyses zonder correctie, een realistisch beeld van de mobiliteit in 2024 in relatie tot voorgaande jaren. De gekozen variant kenmerkt zich door op een bescheiden manier gebruik te maken van de schattingen van de trendreeks en daarmee, net zoals normaal gesproken, niet exact samenvalt met de trendreeks. De verwachting is dat deze variant ook goed bruikbaar is voor de correctie van ODiN 2025. De harde randen die aan de weging zijn toegevoegd betreffen:

  • Aantal ritten voor alle vervoerwijzen.
  • Aantal ritten voor alle motieven.
  • Aantal ritten voor vervoerwijze lopen in combinatie met motief vrije tijd.
  • Ritafstand per persoon per dag voor alle vervoerwijzen.
  • Ritafstand per persoon per dag voor alle motieven.

Aangezien in de trendreeksmodellering 7 vervoerwijzen en 5 motieven worden onderscheiden gaat het in totaal om 25 harde randen. Daarvan heeft er 1 betrekking op een interactie, namelijk lopen voor vrije tijd. Hiervoor is gekozen omdat deze interactie het meest geraakt was door de methodebreuk. Dit is overigens ook de enige interactie die expliciet als modelparameter in de trendreeksmodellering van 2024 is opgenomen. 

Door de methodebreukcorrectie zijn er met het gecorrigeerde bestand van ODiN 2024 geen goede marges te berekenen (meer hierover is te lezen in bijlage E). Daardoor kan niet zoals in reguliere jaren een beoordeling gemaakt worden of een waargenomen ontwikkeling tussen 2023 en 2024 statistisch significant is. Daarnaast is een mogelijke beperking van het gecorrigeerde bestand dat het bij meer gedetailleerde analyses en bij restcategorieën (zoals de categorie ‘Overige vervoerwijzen’) mogelijk onlogische uitkomsten kan opleveren. Met dat eerste moet men altijd al voorzichtig zijn, maar nu nog iets meer. Voor regionale uitsplitsingen geldt dat ook, omdat de correctie gebaseerd is op landelijke schattingen. Schattingen van de restcategorieën kunnen eerder onlogisch zijn, omdat er in de trendreeks net andere definities hiervoor gehanteerd worden. Gezien bovenstaande wordt van de onderzoeker die analyses uitvoert met het gecorrigeerde ODiN-bestand dan ook gevraagd om zelf goed te beoordelen of de berekende resultaten bruikbaar zijn. Met lokale beleidsbeslissingen gebaseerd op analyses met de gecorrigeerde data dient men voorzichtig te zijn.

3.1 Steekproeftrekking en respondentbenadering

In het voorgaande onderzoeksjaar (2023) is een nieuwe herkomstindeling doorgevoerd in de verwerking, de weging en het databestand. Het is een driedeling naar herkomstland: Nederland, Europa (excl. Nederland) en Buiten Europa. In ODiN 2024 is deze indeling ook doorgevoerd in de steekproeftrekking en de respondentbenadering. Daarmee is de CBS-brede transitie naar geboorteland als achtergrondkenmerk ook voor ODiN volbracht.

Wat betreft de steekproeftrekking is er daarnaast een wijziging doorgevoerd in verband met een aangepaste responswens. Met ingang van 2024 wordt namelijk voor het meerwerk Noordvleugel voor alle stadsdelen van de gemeente Amsterdam een responswens gehanteerd van 250 respondenten. Vorig jaar was die wens alleen voor het stadsdeel Zuidoost en voor het stadsgebied Weesp van toepassing. 

Ten aanzien van de respondentbenadering zijn er nog een drietal bijzonderheden voor ODiN 2024 te melden. 

In de eerste plaats zijn met ingang van ODiN 2024 de aanschrijfbrief en rappelbrieven van ODiN enigszins verkort met als doel dat deze beter gelezen en begrepen worden. Zoals eerder aangegeven heeft dat geleid tot een onbedoelde methodebreuk, terwijl het de verwachting was dat dit enkel een hoger responspercentage zou opleveren. Bijlage F bevat een beschrijving van de wijzigingen in de aanschrijfbrief. 

In de tweede plaats is in 2024 tot en met weekportie 18 van het veldwerk een experiment uitgevoerd. Het doel van het experiment was de effecten van het wel of niet meesturen van een folder op het responspercentage te onderzoeken voor de drie verschillende groepen van Herkomstland (Nederland; Europa (excl. NL); Buiten-Europa). De resultaten van het experiment hebben geleid tot het besluit om met ingang van ODiN 2025 voor alle groepen geen folder meer mee te sturen. 

Tenslotte is er een wijziging van de kansincentive doorgevoerd. Tot en met ODiN 2023 kon de respondent kiezen uit een set VVV-cadeaukaarten of een iPad als kansincentive. Gedurende de looptijd van het folder-experiment bestond de incentive enkel uit verloting van de VVV-cadeaukaarten (er was dus geen keuzemogelijkheid). Met ingang van weekportie 19 heeft de respondent voor de kansincentive de keuze uit een smartwatch of een set VVV-cadeaukaarten.

3.2 Vragenlijst 

In de vragenlijst zijn de vragen en antwoorden over de onderwerpen onkostenvergoeding en vervoersarmoede aangepast op basis van de ingevulde responsteksten van respondenten in de voorgaande jaren. Het betreft vragen die de respondent worden voorgelegd nadat alle verplaatsingen en ritten zijn uitgevraagd.

De belangrijkste wijziging bij de vragen over de onkostenvergoeding is de toevoeging van de antwoordmogelijkheid “Vergoeding via een fiscaal vriendelijke regeling”. De andere wijziging betreft het aanpassen van de tekst van het antwoord “Vergoeding per daadwerkelijk gereden kilometer” naar “Vergoeding op basis van het aantal kilometers”.

Bij de vragen gerelateerd aan vervoersarmoede zijn ook wijzigingen doorgevoerd. Voor elk van de negen typen locaties waarvan de bereikbaarheid wordt gevraagd is de vraag aangepast en is in de antwoorden de detaillering van de mate van bereikbaarheid gewijzigd. Vraag en antwoorden waren:
Hoe vaak kunt u de volgende plekken wel bereiken als u er naartoe wilt?

  1. Altijd
  2. Vaak
  3. Soms
  4. Zelden
  5. Nooit
  6. Niet van toepassing; ik wil/hoef hier nooit heen

En dat is nu geworden: 

Hoe vaak kunt u de volgende plekken goed bereiken als u er naartoe wilt?

  1. Meestal of altijd bereikbaar
  2. Soms wel, soms niet bereikbaar
  3. Meestal niet of nooit bereikbaar
  4. Niet van toepassing; ik hoef hier nooit heen

Indien sprake is van de antwoorden 2 of 3, dan wordt een vervolgvraag gesteld over de twee belangrijkste redenen dat men de locatie niet altijd kan bereiken. Daarbij zijn in enkele gevallen de antwoordteksten aangepast. Zo is de oude antwoordtekst “Ik wil of kan niet met het openbaar vervoer reizen of vind het te ingewikkeld” vervangen door de tekst “De reis met het openbaar vervoer is onhandig of moeilijk” en is de antwoordtekst “Vanwege mijn gezondheid” gewijzigd in “Vanwege gezondheidsklachten- of beperkingen”. 

3.3 Verwerkingsproces

In het verwerkingsproces zijn uiteraard wijzigingen doorgevoerd die vrijwel jaarlijks optreden zoals jaartallen, gewijzigde regionale indelingen (waaronder gemeentelijke herindelingen en wijzigingen in het meerwerk), mutaties in treinstations en spoorwegverbindingen. Ook wijzigingen in de steekproeftrekking, de vragenlijst en het databestand hebben daar waar nodig geleid tot aanpassingen van het verwerkingsproces. Vanwege de methodebreukcorrectie is het weegmodel aangepast. De aanpassing betreft toegevoegde harde randen vanuit de trendreeks. Hierover is meer te lezen in het begin van dit hoofdstuk. In bijlage C is het aangepaste weegmodel beschreven. 

3.4 Databestand

Vanwege aangescherpte regels voor de statistische beveiliging van onderzoeksbestanden van het CBS, wordt met ingang van ODiN 2024 voor onderzoekers niet meer hetzelfde microdatabestand als afgelopen jaren aan DANS beschikbaar gesteld. Dit moet voorkomen dat er inhoudelijke conclusies over herkenbare eenheden kunnen worden getrokken op basis van gepubliceerd of anderszins beschikbaar gesteld CBS-materiaal. Daarom wordt een bestand met minder variabelen en in sommige gevallen ingedikte variabelen beschikbaar gemaakt. Bij alle geraakte variabelen gaat het om variabelen die in meer of mindere mate identificerend zijn. Daarnaast worden vertrek- en aankomstpostcodes van ruis voorzien volgens PRAM (Post Randomisatie Methode). PRAM is een methode voor de statistische beveiliging van variabelen. Het doel van al deze bewerkingen is het aantal onveilige combinaties in het bestand te reduceren en daarmee de kans op onthulling te verkleinen. Bij het DANS-bestand van ODiN hoort een apart codeboek. Er komt tevens documentatie beschikbaar met een toelichting op de beveiligingsmethode en een beschrijving van de verschillen tussen het nieuwe DANS-bestand en het tot en met ODiN 2023 via DANS beschikbare microdatabestand. 

Naast het nieuwe DANS-bestand van ODiN vanwege de aanscherpte regels voor statistische beveiliging, staan hieronder enkele andere belangrijke wijzigingen beschreven. Het betreft wijzigingen in de codering en labels van het databestand ten opzichte van ODiN 2023. Niet alle wijzigingen zijn beschreven: jaarlijkse wijzigingen in verband met het nieuwe kalenderjaar, gemeentelijke herindelingen en wijzigingen in treinstations zijn hieronder bijvoorbeeld niet opgenomen. Alle wijzigingen zijn uiteraard ook doorgevoerd in het codeboek.

Variabele VergFisc

De variabele VergFisc is toevoegd aan het bestand vanwege het toevoegen van de antwoordmogelijkheid “Vergoeding via een fiscaal vriendelijke regeling” bij de vraag over de onkostenvergoeding voor het reizen van en naar het werk. Deze variabele kent dezelfde indeling als de overige antwoorden op de genoemde vraag: 

  1. Nee
  2. Ja
  3. Niet van toepassing

Variabelen over bereikbaarheid

Vanwege het aanpassen van de vraag en de antwoorden over de mate van bereikbaarheid zijn de negen Ber-variabelen hernoemd tot Brb-variabelen. Zo is de variabele BerWrk vervangen door de variabele BrbWrk. Ook de waarden behorende bij deze variabelen zijn aangepast. Iedere Brb-variabele heeft nu de volgende waarden:

  1. Meestal of altijd
  2. Soms wel, soms niet
  3. Meestal niet of nooit
  4. Onbekend
  5. Niet van toepassing; OP wil/hoeft hier nooit heen
  6. Niet van toepassing; OP jonger dan 15 jaar

Bij de variabelen waarin de reden is vastgelegd waarom men de locatie niet altijd kan bereiken (de Rd-variabelen), is een tekstuele wijziging in een waardelabel doorgevoerd. Daar is het label “Wil of kan niet met OV reizen” in alle gevallen vervangen door “Reis met OV is onhandig of moeilijk”.