ODiN 2024 Noordvleugel - Correctie - Eindrapportage
Over deze publicatie
Het onderzoek Onderweg in Nederland (ODiN) verschaft adequate informatie over de dagelijkse mobiliteit van de Nederlandse bevolking beschreven naar plaats van herkomst, bestemming, tijdstip waarop het vervoer plaatsvindt, gebruikte vervoermiddelen en de reismotieven voor de verplaatsingen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De eindrapportage bevat de resultaten over het onderzoeksjaar 2024 in het meerwerkgebied Noordvleugel.
Methodebreuk
In 2024 is er bij het onderzoek Onderweg in Nederland (ODiN) sprake van een methodebreuk. Deze methodebreuk is gecorrigeerd en de resultaten daarvan staan in deze uitgave van de eindrapportage.
Methodebreuk
Bij het analyseren van de eerste resultaten van het onderzoek Onderweg in Nederland 2024 is een breuk geconstateerd ten opzichte van voorgaande jaren. Onderzoek heeft aangetoond dat deze breuk veroorzaakt is door het gebruik van ingekorte aanschrijf- en rappelbrieven waarmee personen uitgenodigd worden deel te nemen aan het onderzoek. Deze brieven waren ingekort om het responspercentage te verhogen. Door het weglaten van voorbeelden uit de brieven, hebben respondenten mogelijk een ander beeld gekregen van wat hun wordt gevraagd aan verplaatsingen in te vullen in vergelijking met voorgaande jaren. Daarmee zijn in ODiN 2024 deels andere resultaten verzameld dan in ODiN 2023. Met behulp van de trendreeksmodellering van het mobiliteitsonderzoek is de methodebreuk zo goed mogelijk gecorrigeerd. De methode voor de correctie is vastgesteld door inhoudelijk betrokkenen en methodologen van Rijkswaterstaat, het KiM en het CBS. Dit document is de geüpdatete versie van de eerder gepubliceerde eindrapportage van ODiN 2024 waarin oorspronkelijke, ongecorrigeerde onderzoeksresultaten waren opgenomen. Deze voorliggende versie bevat de gecorrigeerde resultaten.
Voor de totstandkoming van het gecorrigeerde ODiN 2024 is gebruik gemaakt van een aangepaste weging. Deze weging bevat ten opzichte van voorgaande jaren extra randvoorwaarden (zogenaamde harde randen) in de vorm van schattingen van de trendreeks tot en met 2024. Door deze manier van corrigeren is het niet mogelijk om met het gecorrigeerde bestand juiste betrouwbaarheidsmarges te berekenen. De onzekerheid van de in de weging gebruikte trendschattingen wordt namelijk niet meegenomen in berekeningen met het gecorrigeerde ODiN 2024. Dit betekent ook dat niet, zoals in reguliere jaren, voor iedere schatting vastgesteld kan worden of een waargenomen ontwikkeling tussen 2023 en 2024 statistisch significant is. Dit gebeurt in deze rapportage dan ook niet. Voor het gemak van de lezer zijn in de tabellen wel de procentuele verschillen van 2024 ten opzichte van 2023 vermeld, maar hieraan kunnen geen conclusies ten aanzien van de ontwikkeling worden getrokken.
De enige situatie waarin we bij het gecorrigeerde ODiN 2024 van een naar alle waarschijnlijkheid significante ontwikkeling kunnen spreken, is wanneer de ontwikkeling op basis van het oorspronkelijke, ongecorrigeerde ODiN 2024 significant was én tegengesteld aan de ontwikkeling die op basis van de methodebreuk te verwachten was. In dat geval zal dit expliciet in de tekst worden aangegeven als een plausibele ontwikkeling zonder daarbij de oorspronkelijke, ongecorrigeerde resultaten te presenteren. In alle andere situaties kan geen onderbouwde uitspraak worden gedaan over de ontwikkeling van het gecorrigeerde resultaat ten opzichte van voorgaande jaren.
Naast het niet kunnen berekenen van juiste betrouwbaarheidsmarges is een mogelijke beperking van het gecorrigeerde bestand dat het bij meer gedetailleerde analyses mogelijk onlogische uitkomsten kan opleveren. De kans daarop is groter bij bijvoorbeeld laagregionale uitsplitsingen en bij restcategorieën (zoals de categorie ‘Overige vervoerwijzen’). Dat eerste komt voort uit het feit dat de correctie gebaseerd is op landelijke data. Het laatste wordt veroorzaakt doordat binnen deze groepen vaak veel variatie in eigenschappen kan voorkomen. Gezien bovenstaande wordt van de onderzoeker die analyses uitvoert met het gecorrigeerde ODiN-bestand dan ook gevraagd om zelf goed te beoordelen of de berekende resultaten bruikbaar zijn. Met lokale beleidsbeslissingen gebaseerd op analyses met de gecorrigeerde data dient men voorzichtig te zijn.
De wijze waarop de methodebreukcorrectie is uitgevoerd, wordt in deze rapportage waar nodig kort aangehaald. Meer gedetailleerde informatie over de correctie en mogelijke beperkingen die het werken met het gecorrigeerde bestand met zich meebrengen, staan beschreven in hoofdstuk 3 van de Onderzoeksbeschrijving van het gecorrigeerde ODiN 2024.
1. Inleiding
In deze rapportage staan de belangrijkste resultaten van het onderzoek Onderweg in Nederland 2024 met betrekking tot het meerwerk Noordvleugel.
1.1 Landelijk ODiN onderzoek
Het onderzoek Onderweg in Nederland (ODiN) is het nationale mobiliteitsonderzoek onder inwoners van Nederland. Verplaatsingsonderzoek kent in Nederland een lange geschiedenis. Van 1978 tot en met 2003 is er het Onderzoek Verplaatsingsgedrag (OVG) dat werd uitgevoerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de periode 2004 tot en met 2009 werd het onderzoek in opdracht van Rijkswaterstaat uitgevoerd door het bureau SocialData onder de naam Mobiliteitsonderzoek Nederland (MON). Van 2010 tot en met 2017 voerde het CBS het Onderzoek Verplaatsingen in Nederland (OViN) uit. Sinds 1 januari 2018 is het verplaatsingsonderzoek sterk gewijzigd en wordt het uitgevoerd onder de naam Onderweg in Nederland (ODiN).
In deze eindrapportage worden de gecorrigeerde resultaten van ODiN 2024 in het gebied Noordvleugel gepresenteerd en vergeleken met die van voorgaande onderzoeksjaren. De resultaten zijn niet enkel gebaseerd op de responsen uit de steekproef van het meerwerk, maar op alle responsen van inwoners uit Noordvleugel, dus ook die vanuit de landelijke steekproef. Al deze responsen zijn onderdeel van één geïntegreerd bestand en alle responsen in dat bestand worden gezamenlijk gewogen. De significante verschillen in de uitkomsten tussen de opeenvolgende jaren zijn in de tabellen aangegeven. Echter kunnen de verschillen van 2024 ten opzichte van 2023 niet op significantie worden getoetst vanwege het ontbreken van juiste statistische marges. In deze eindrapportage wordt dan ook voornamelijk gekeken naar hoe de resultaten uit het ODiN zich verhouden tot informatie uit andere bronnen. Helaas zijn er op regionaal niveau weinig bruikbare bronnen beschikbaar. Enkel in het geval dat een ongecorrigeerd ODiN resultaat een significante ontwikkeling kent die tegengesteld is aan wat door de methodebreuk te verwachten was, kan er gesproken worden van een significante ontwikkeling.
Naast voorliggende rapportage met betrekking tot Noordvleugel is er ook een onderzoeksbeschrijving en een landelijke plausibiliteitsrapportage voor het gecorrigeerde ODiN 2024. Deze bieden meer achtergrondinformatie over de methode en de (gecorrigeerde) resultaten van het onderzoek.
Belangrijke informatie specifiek over het meerwerk Noordvleugel staat in de volgende paragraaf. Verschillen in de onderzoeksmethode tussen ODiN 2023 en ODiN 2024 staan in paragraaf 1.3. In paragraaf 1.4 wordt ingegaan op de betekenis van de gebruikte indicatoren. Paragraaf 1.5 bevat informatie over de ongewogen respons. De laatste paragraaf ten slotte bevat de leeswijzer voor de andere hoofdstukken in deze rapportage.
1.2 Meerwerk Noordvleugel
De Vervoerregio Amsterdam laat sinds 2011 meerwerk uitvoeren voor het noordelijke deel van de Randstad, genaamd Noordvleugel.
Het meerwerkgebied Noordvleugel bestaat in 2024 uit 50 gemeenten. Het betreft alle gemeenten in de provincies Noord-Holland en Flevoland. Het gebied is daarmee in 2024 samengesteld uit 30 gemeenten in de metropoolregio Amsterdam (28 in Noord-Holland en 2 in Flevoland), 16 gemeenten in Noord-Holland Noord en de 4 resterende gemeenten in Flevoland. In bijlage A is de gebiedsindeling in meer detail uitgewerkt.
De steekproef voor het meerwerk Noordvleugel bestaat in 2024 uit personen woonachtig in de 50 gemeenten van het meerwerkgebied. In de deelregio Regio Alkmaar van Noord-Holland Noord worden geen extra steekproefpersonen getrokken vanwege het feit dat daar, gezien de informatiebehoefte, vanuit de landelijke steekproef al voldoende responsen worden behaald. De Regio Alkmaar wordt wel beschouwd als onderdeel van het meerwerkgebied Noordvleugel, omdat er voor deze regio binnen de meerwerkopdracht wel een informatiebehoefte bestaat.
Meerwerkgebied versus rapportagegebied
In de jaren 2018 tot en met 2020 had het meerwerkgebied Noordvleugel telkens dezelfde geografische afbakening, namelijk de metropoolregio Amsterdam plus de gemeenten Zeewolde en Dronten. Nadat in 2021 het meerwerkgebied is uitgebreid met het deelgebied Noord-Holland Noord en in 2022 met Urk en Noordoostpolder is er voor gekozen om het gebied waarover in deze rapportage jaarlijks de resultaten zijn gepresenteerd niet te wijzigen. Hierdoor blijven de gepresenteerde resultaten van 2021 en daarna vergelijkbaar met die van de jaren ervoor. Dit betekent tevens dat de resultaten in deze rapportage dus zijn berekend zonder respondenten uit de deelgebieden Noord-Holland Noord en Urk & Noordoostpolder mee te nemen. Er is dus een verschil tussen het meerwerkgebied Noordvleugel (50 gemeenten) in het databestand en het rapportagegebied Noordvleugel (32 gemeenten) waarvan in deze rapportage de resultaten gepresenteerd worden.
Responseisen en responswensen Noordvleugel
Voor het rapportagegebied Noordvleugel exclusief de gemeente Amsterdam is de responseis 2.000 respondenten uit enkel de meerwerksteekproef. Voor elk van de tien basisregio’s van Noordvleugel geldt tevens een responswens van minimaal 700 responsen afkomstig uit zowel de landelijke als de meerwerksteekproef. Daarnaast is er binnen de gemeente Amsterdam voor alle stadsdelen een responswens van 250 respondenten uit zowel de landelijke als de meerwerksteekproef. Voor het meerwerkgebied Noord-Holland Noord geldt geen responseis, maar wel een responswens van minimaal 700 responsen (uit zowel de landelijke als de meerwerksteekproef) voor elk van de drie deelregio’s van Noord-Holland Noord. Ook voor het gezamenlijke gebied van de gemeenten Urk en Noordoostpolder geldt een responswens van 700 respondenten.
1.3 Belangrijke verschillen tussen ODiN 2023 en ODiN 2024
Een groot verschil met de uitvoering van het onderzoek in 2024 ten opzichte van 2023 is dat bij ODiN 2024 een methodebreukcorrectie is toegepast. Deze correctie staat beschreven in hoofdstuk 3 van de Onderzoeksbeschrijving van het gecorrigeerde ODiN 2024. Ook andere wijzigingen worden daar beschreven. Hieronder worden slechts kort de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van ODiN 2023 vermeld.
Wijzigingen brieven
Met ingang van ODiN 2024 zijn de aanschrijfbrief en rappelbrieven van ODiN enigszins verkort, zodat deze beter gelezen en begrepen worden en zodoende het responspercentage verhogen (zie bijlage F van de Onderzoekbeschrijving voor de wijzigingen in de aanschrijfbrief). Zoals in de inleidende paragraaf wordt toegelicht, heeft deze aanpassing geleid tot het ontstaan van een methodebreuk. Een methodebreukcorrectie is vervolgens uitgevoerd om deze breuk te corrigeren.
Wijziging meerwerk
Voor het meerwerk Noordvleugel is in 2024 voor alle stadsdelen van de gemeente Amsterdam een responswens gehanteerd van 250 respondenten. Vorig jaar was die wens alleen voor het stadsdeel Zuidoost en voor het stadsgebied Weesp van toepassing.
Wijzigingen herkomst
In het voorgaande onderzoeksjaar is een nieuwe herkomstindeling doorgevoerd in de verwerking, de weging en het databestand. Het is een driedeling naar herkomstland: Nederland, Europa (excl. Nederland) en Buiten Europa. In ODiN 2024 is deze indeling ook doorgevoerd in de steekproeftrekking en de respondentbenadering.
Folderexperiment
In 2024 is tot en met weekportie 18 van het veldwerk een experiment uitgevoerd. Het doel van het experiment was de effecten van het wel of niet meesturen van een folder op het responspercentage te onderzoeken voor de drie verschillende groepen van Herkomstland (Nederland; Europa (excl. NL); Buiten-Europa). De resultaten van het experiment hebben geleid tot het besluit om met ingang van ODiN 2025 voor alle groepen geen folder meer mee te sturen.
Wijzigingen incentive
Tot en met ODiN 2023 kon de respondent kiezen uit een set VVV-cadeaukaarten of een iPad als kansincentive. Gedurende de looptijd van het folderexperiment bestond de incentive enkel uit verloting van de VVV-cadeaukaarten (er was dus geen keuzemogelijkheid). Met ingang van weekportie 19 heeft de respondent voor de kansincentive de keuze uit een set VVV-cadeaukaarten of een smartwatch.
Wijziging weegproces
De methodebreukcorrectie van ODiN 2024 is gerealiseerd middels een aangepaste weging. Deze weging bevat ten opzichte van voorgaande jaren extra harde randen in de vorm van schattingen van de trendreeks. Het volledige weegmodel wordt in bijlage C van de Onderzoeksbeschrijving van het gecorrigeerde ODiN 2024 gepresenteerd.
1.4 Indicatoren in deze eindrapportage
In de tabellen worden evenals in voorgaande jaren de waarden van verschillende indicatoren per jaar weergegeven. In deze rapportage betreft het de ODiN-jaren 2019 tot en met 2024. Daarbij dient opgemerkt te worden dat in 2020 en 2021 en in het begin van 2022 afwisselend diverse mobiliteits-beïnvloedende maatregelen van toepassing waren in verband met covid-19.
Het onderzoek wordt uitgevoerd onder personen van 6 jaar of ouder in particuliere huishoudens in Nederland. Dat wil zeggen dat personen in instellingen, inrichtingen en tehuizen niet tot de doelpopulatie behoren. Voor deze rapportage is de doelpopulatie verder afgebakend tot enkel de inwoners van het rapportagegebied Noordvleugel (zie paragraaf 1.2). Alle in deze rapportage opgenomen indicatoren hebben dus betrekking op deze afbakening van de doelpopulatie en daarbij wordt gerekend met de populatie per 1 juli van het betreffende onderzoeksjaar.
Veel van de indicatoren zijn gebaseerd op reguliere verplaatsingen. Daarbij gaat het om:
Dagelijkse mobiliteit van de Nederlandse bevolking van 6 jaar of ouder in particuliere huishoudens
- op Nederlands grondgebied
- inclusief vakantieverplaatsingen
- exclusief (werkgerelateerde) serieverplaatsingen
- exclusief beroepsmatige verplaatsingen met een zwaar vrachtvoertuig
- exclusief ritten met een vliegtuig.
Serieverplaatsingen bestaan uit twee of meer opeenvolgende verplaatsingen met een werkgerelateerd doel (werken, zakelijk of beroepsmatig). Een serieverplaatsing wordt vrijwel altijd voorafgegaan door 1 afzonderlijk uitgevraagde werkgerelateerde verplaatsing. Dit betekent dat wanneer er bij een respondent sprake is van een serieverplaatsing, deze respondent minimaal 3 werklocaties achter elkaar bezocht heeft. Wanneer er slechts 2 opeenvolgende werkgerelateerde verplaatsingen hebben plaatsgevonden, dan zijn beide verplaatsingen wel afzonderlijk uitgevraagd. Deze afzonderlijk uitgevraagde werkgerelateerde verplaatsingen worden in ODiN beschouwd als reguliere verplaatsingen. Ook bij de resultaten van serieverplaatsingen worden de afgelegde kilometers met een vliegtuig en met een zwaar vrachtvoertuig niet meegeteld.
De voornaamste indicator in deze rapportage is de totale vervoersprestatie (reizigerskilometers) van inwoners van Noordvleugel van 6 jaar of ouder in Nederland per jaar per vervoerwijze. Deze bestaat uit de totale afgelegde afstand van reguliere verplaatsingen en de serieverplaatsingen. De totale vervoersprestatie wordt uitgesplitst naar type vervoerwijze.
De eindrapportage richt zich vooral op het belangrijkste bestandsdeel van de totale vervoersprestatie: de reguliere verplaatsingen. Deze omvatten landelijk gezien circa 96 procent van het totale aantal reizigerskilometers van personen van 6 jaar of ouder. Het totaal aantal reguliere reizigerskilometers is de gemiddelde afstand per reguliere verplaatsing maal het gemiddelde aantal reguliere verplaatsingen per persoon per dag maal het aantal personen van 6 jaar of ouder maal het aantal dagen in het jaar. De gemiddelde afstand per reguliere verplaatsing en het gemiddelde aantal reguliere verplaatsingen per persoon van 6 jaar of ouder per dag zijn dus de bepalende variabelen uit ODiN voor het totale aantal reizigerskilometers. De totale reizigerskilometers, de reguliere reizigerskilometers, de gemiddelde afstand per reguliere verplaatsing en het gemiddeld aantal reguliere verplaatsingen per persoon per dag worden in de rapportage afzonderlijk gepresenteerd. Zij worden uitgesplitst naar vervoerwijze en/of verplaatsingsmotief.
De verkeersdeelname en de deelname aan het openbaar vervoer zijn eveneens belangrijke indicatoren. Zij worden uitgesplitst naar de persoonskenmerken geslacht en maatschappelijke participatie. Een persoon neemt aan het verkeer deel als deze minimaal één reguliere verplaatsing of minimaal één serieverplaatsing op een dag maakt in Nederland. Ook personen die enkel (binnenlandse) vakantieverplaatsingen hebben gemaakt tellen dus mee bij het bepalen van de verkeersdeelnemers. Personen met uitsluitend (beroepsmatig) wegvervoer met een zwaar vrachtvoertuig tellen niet mee en uiteraard tellen personen met enkel verplaatsingen geheel in het buitenland ook niet mee. Deze laatsten worden meegeteld bij de ‘thuisblijvers’.
Betrouwbaarheid en significantie
In deze rapportage worden enkel cijfers gepresenteerd die statistisch betrouwbaar geacht worden. Mocht dat niet het geval zijn, dan wordt geen waarde gepresenteerd, maar in plaats daarvan een punt. Daarbij hanteren we de vuistregel dat de waarde betrouwbaar wordt geacht indien het aantal unieke respondenten dat bijdraagt aan de schatting minimaal 50 is en de relatieve marge niet groter is dan 50%. De significantie van jaar-op-jaar-verschillen is bepaald met behulp van betrouwbaarheidsintervallen, waarvan met 95% zekerheid verwacht wordt dat de werkelijke waarde er binnen ligt. In de tabellen worden significante verschillen ten opzichte van het voorgaande jaar met een asterisk weergegeven.
1.5 Ongewogen responsinformatie
In tabel 1.5.1 staan de responseisen en behaalde responsaantallen voor het rapportagegebied Noordvleugel per onderzoeksjaar uit de meerwerksteekproef vermeld. Het aantal te behalen responsen voor het rapportagegebied ligt bij ODiN 2024 echter nog iets hoger dan de responseis vanwege de uitbreiding van de responswens naar alle stadsdelen van Amsterdam.
| ODiN 2018 | ODiN 2019 | ODiN 2020 | ODiN 2021 | ODiN 2022 | ODiN 2023 | ODiN 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Responseis | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 |
| Behaalde respons | 2 671 | 2 166 | 2 300 | 2 568 | 2 422 | 2 361 | 2 462 |
In tabel 1.5.2 staat het aantal respondenten woonachtig in het meerwerkgebied Noordvleugel, dus van het rapportagegebied plus Noord-Holland Noord en Urk & Noordoostpolder, uit de diverse steekproeven per onderzoeksjaar vermeld.
| ODiN 2018 | ODiN 2019 | ODiN 2020 | ODiN 2021 | ODiN 2022 | ODiN 2023 | ODiN 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 9 986 | 8 131 | 9 151 | 12 331 | 12 038 | 11 944 | 12 988 |
| Landelijke steekproef | 7 318 | 5 971 | 6 845 | 9 295 | 8 571 | 8 678 | 9 547 |
| Steekproef Noordvleugel | 2 668 | 2 160 | 2 301 | 3 035 | 3 463 | 3 263 | 3 437 |
| Steekproef MRDH | - | 0 | 1 | 1 | 4 | 2 | 2 |
| Steekproef Utrecht | - | - | 4 | 0 | 0 | 1 | 2 |
Merk op dat personen uit de meerwerksteekproef woonachtig in Noordvleugel gedurende het dataverzamelingstraject kunnen verhuizen naar een locatie buiten het meerwerkgebied en vice versa. Uit tabel 1.5.2 valt op te maken dat in 2024 zowel uit de steekproef van de metropoolregio Rotterdam Den Haag als uit de steekproef van Utrecht twee personen hebben gerespondeerd. Dit komt omdat deze personen na de steekproeftrekking en voor het responsmoment verhuisd zijn vanuit die regio’s naar het meerwerkgebied Noordvleugel.
Uit nadere analyse blijkt dat van de 12.988 respondenten woonachtig in het meerwerkgebied Noordvleugel er 9.567 woonachtig zijn in het rapportagegebied. Verder zijn 2.498 respondenten woonachtig in Noord-Holland Noord en 923 in Urk & Noordoostpolder. Van de respondenten woonachtig in Noord-Holland Noord zijn 592 afkomstig uit de meerwerksteekproef en voor Urk & Noordoostpolder zijn dat er 383.
1.6 Indeling van de rapportage
De indeling van de rapportage is als volgt. In hoofdstuk 2 worden de reizigerskilometers van de inwoners van het rapportagegebied Noordvleugel gepresenteerd. De resultaten worden weergegeven naar vervoerwijze en reismotief. In hoofdstuk 3 volgt het gemiddeld aantal reguliere verplaatsingen per persoon per dag en in hoofdstuk 4 de gemiddelde afstand per reguliere verplaatsing. In hoofdstuk 5 komt de verkeersdeelname en deelname aan het openbaar vervoer aan bod. Tot slot volgt hoofdstuk 6 met een samenvatting.
2. Reizigerskilometers
In dit hoofdstuk worden reizigerskilometers per jaar van 2019 tot en met 2024 gepresenteerd. De ODiN-bestanden bevatten de totale reizigerskilometers van inwoners van 6 jaar of ouder in particuliere huishoudens in Nederland gebaseerd op uitvraag via internet (cawi-only).
Bij het vergelijken van de cijfers in dit hoofdstuk dient rekening te worden gehouden met het feit dat het aantal kilometers per jaar afhankelijk is van het aantal dagen van het jaar (wel of geen schrikkeljaar), maar dat dit bijvoorbeeld ook afhankelijk kan zijn van het aantal doordeweekse dagen, weekenddagen en werkdagen in een jaar (zie bijlage C voor een overzicht met de verschillen per jaar).
Totale vervoersprestatie
De totale vervoersprestatie in tabel 2.1 betreft alle reizigerskilometers per jaar in Nederland van inwoners in particuliere huishoudens woonachtig in het rapportagebied van de regio Noordvleugel van 6 jaar of ouder voor alle dagen van de week. Zoals gebruikelijk voor de reizigerskilometers zijn de afstanden gebaseerd op de ritinformatie. De totale vervoersprestatie omvat zowel reizigerskilometers van reguliere verplaatsingen als van serieverplaatsingen:
Totale vervoersprestatie = reizigerskilometers reguliere verplaatsingen +
reizigerskilometers serieverplaatsingen
Daarbij zijn serieverplaatsingen clusters van 3 of meer achtereenvolgende verplaatsingen met altijd een werkgerelateerd motief (dat zijn de twee motieven: 'Van en naar het werk' en 'Zakelijk en beroepsmatig'). Zo'n cluster van verplaatsingen dat een serieverplaatsing vormt is in de vragenlijst als een geheel uitgevraagd.
Reguliere verplaatsingen bevatten zowel verplaatsingen met werkgerelateerde motieven (de twee hierboven genoemde motieven) als verplaatsingen met niet-werkgerelateerde motieven (zoals 'Onderwijs of cursus volgen' en 'Winkelen en boodschappen doen'). De verplaatsingen met werkgerelateerde motieven die behoren tot de reguliere verplaatsingen zijn enkel afzonderlijk uitgevraagde verplaatsingen en dus niet de clusters van 3 of meer opeenvolgende werkgerelateerde verplaatsingen die als een geheel zijn uitgevraagd (de serieverplaatsingen).
Het werkgerelateerde motief 'Zakelijk en beroepsmatig' is te splitsen in een deel 'Zakelijk' en een deel 'Beroepsmatig'. In dit hoofdstuk is een aantal tabellen met reguliere reizigerskilometers opgedeeld naar de motieven 'beroepsmatig' en 'niet-beroepsmatig':
Reguliere reizigerskilometers = beroepsmatige reguliere reizigerskilometers + niet-beroepsmatige reguliere reizigerskilometers
Beroepsmatige reguliere reizigerskilometers zijn afgesplitst van het motief 'Zakelijk en beroepsmatig'. Niet-beroepsmatige reguliere reizigerskilometers bevatten dus alle reguliere verplaatsingen met niet-werkgerelateerde motieven plus de kilometers van reguliere verplaatsingen met het motief 'Van en naar het werk' en het deel 'Zakelijk' van het motief 'Zakelijk en beroepsmatig'.
In ODiN worden reizigerskilometers ten behoeve van en tijdens binnenlandse vakanties bij de reguliere verplaatsingen meegeteld. Wegvervoer (beroepsmatig) met vrachtwagens behoort niet tot de scope van het onderzoek en is dus geen onderdeel van de cijfers.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 28 906* | 19 913* | 22 987* | 25 804* | 25 740 | 27 466 | +7 |
| Personenauto als bestuurder | 12 837* | 9 424* | 10 863* | 11 772 | 11 885 | 11 801 | -1 |
| Personenauto als passagier | 4 635 | 3 457* | 4 305* | 4 793 | 4 355 | 4 963 | +14 |
| Trein | 4 297 | 1 665* | 1 896 | 2 541* | 3 017 | 3 838 | +27 |
| Bus/tram/metro | 1 684 | 780* | 835 | 1 139* | 1 237 | 1 341 | +8 |
| Brom-/snorfiets | 234 | 105* | 160 | 189 | 226 | 146 | -35 |
| Fiets2) | 2 594 | 2 216* | 2 292 | 2 559* | 2 681 | 2 695 | +1 |
| Lopen | 849 | 985* | 1 258* | 1 141* | 1 059* | 1 177 | +11 |
| Overig (incl. bestelauto) | 1 777 | 1 281 | 1 379 | 1 669 | 1 281 | 1 505 | +18 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Alle dagen, dus maandag tot en met zondag inclusief feestdagen. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
In 2024 bedraagt de totale vervoersprestatie van inwoners van Noordvleugel bijna 27,5 miljard reizigerskilometers.
Op landelijk niveau rapporteerde de grootste treinreizigersvervoerder, de Nederlandse Spoorwegen, in het jaarverslag over 2024 dat de reizigerskilometers over 2024 16,133 miljard bedragen (NS, 2025). In 2023 was dat 15,488 miljard, maar door een gewijzigde meetmethode is uit beide cijfers geen ontwikkeling af te leiden (NS, 2025).
Op basis van de oorspronkelijke, ongecorrigeerde resultaten van ODiN 2024 voor Noordvleugel hebben we vastgesteld dat de vervoersprestatie voor de trein significant is toegenomen. Dat terwijl het beeld is dat de methodebreuk hier juist voor een daling zou zorgen. Dit gegeven maakt het plausibel dat de vervoersprestatie voor de trein door inwoners van Noordvleugel is toegenomen.
Reguliere reizigerskilometers
Tabel 2.2 bevat de reguliere reizigerskilometers van 2019 tot en met 2024 onderverdeeld naar vervoerwijze. Het verschil tussen de totale vervoersprestatie in tabel 2.1 met het totaal aantal reizigerskilometers in tabel 2.2 in 2024 is 707 miljoen kilometers afgelegd tijdens (werkgerelateerde) serieverplaatsingen. Deze worden immers alleen bij de totale vervoersprestatie meegeteld in tabel 2.1. In 2023 was het aantal kilometers afgelegd tijdens serieverplaatsingen 716 miljoen.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 28 169* | 19 397* | 22 148* | 24 979* | 25 024 | 26 759 | +7 |
| Personenauto als bestuurder | 12 523* | 9 263* | 10 475* | 11 597* | 11 641 | 11 485 | -1 |
| Personenauto als passagier | 4 635 | 3 457* | 4 305* | 4 793 | 4 355 | 4 963 | +14 |
| Trein | 4 297 | 1 665* | 1 874 | 2 503* | 2 996 | 3 814 | +27 |
| Bus/tram/metro | 1 608 | 767* | 803 | 1 087* | 1 220 | 1 327 | +9 |
| Brom-/snorfiets | 224 | 105* | 154 | 166 | 195 | 145 | -26 |
| Fiets2) | 2 571 | 2 200* | 2 260 | 2 524* | 2 652 | 2 675 | +1 |
| Lopen | 844 | 985* | 1 257* | 1 140* | 1 056* | 1 175 | +11 |
| Overig (incl. bestelauto) | 1 467 | 956* | 1 019 | 1 170 | 908 | 1 174 | +29 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Alle dagen, dus maandag tot en met zondag inclusief feestdagen. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
Ten aanzien van het aantal reguliere reizigerskilometers met de trein geldt hetzelfde als wat hiervoor bij tabel 2.1 geconstateerd is ten aanzien van de vervoersprestatie met de trein. Namelijk dat voor de oorspronkelijke, ongecorrigeerde resultaten van ODiN 2024 voor de Noordvleugel is vastgesteld dat het aantal reguliere reizigerskilometers voor de trein significant is toegenomen, terwijl vanwege de methodebreuk een daling verwacht zou worden. Dit maakt het plausibel dat ook het aantal reguliere reizigerskilometers met de trein door inwoners van Noordvleugel is toegenomen.
Reguliere reizigerskilometers: niet-beroepsmatig en beroepsmatig
In tabel 2.3a en 2.3b zijn de reizigerskilometers uitgesplitst naar enerzijds niet-beroepsmatige reguliere reizigerskilometers en anderzijds beroepsmatige reguliere reizigerskilometers.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 27 278* | 18 852* | 21 557* | 24 436* | 24 431 | 26 150 | +7 |
| Personenauto als bestuurder | 12 166* | 8 948* | 10 201* | 11 326* | 11 364 | 11 215 | -1 |
| Personenauto als passagier | 4 621 | 3 455* | 4 277* | 4 748 | 4 328 | 4 940 | +14 |
| Trein | 4 211 | 1 659* | 1 852 | 2 491* | 2 963 | 3 769 | +27 |
| Bus/tram/metro | 1 593 | 760* | 793 | 1 063* | 1 208 | 1 320 | +9 |
| Brom-/snorfiets | 222 | 104* | 152 | 161 | 183 | 145 | -21 |
| Fiets2) | 2 525* | 2 170* | 2 225 | 2 500* | 2 627 | 2 652 | +1 |
| Lopen | 841 | 982* | 1 254* | 1 138* | 1 053* | 1 172 | +11 |
| Overig (incl. bestelauto) | 1 099 | 773 | 804 | 1 009 | 705 | 936 | +33 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Alle dagen, dus maandag tot en met zondag inclusief feestdagen. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 891* | 545* | 590 | 543 | 593 | 609 | +3 |
| Personenauto als bestuurder | 357 | 314 | 275 | 271 | 278 | 270 | -3 |
| Trein/bus/tram/metro | . | . | . | . | . | . | . |
| Fiets en lopen2) | 49 | . | 39 | 27 | 28 | . | . |
| Bestelauto | . | . | . | . | . | . | . |
| Overig (incl. personenauto als passagier en brom-/snorfiets) | . | . | . | . | . | . | . |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Alle dagen, dus maandag tot en met zondag inclusief feestdagen. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
Voor het aantal niet-beroepsmatige reguliere reizigerskilometers met de trein zoals vermeld in tabel 2.3a geldt via dezelfde redenering hetzelfde als wat hiervoor bij de tabellen 2.1 en 2.2 bij de trein geconstateerd is: Het is plausibel dat het aantal niet-beroepsmatige reguliere reizigerskilometers met de trein door inwoners van Noordvleugel is toegenomen.
Uit tabel 2.3b met beroepsmatig gereden kilometers in 2024, blijkt dat het aantal respondenten voor de categorieën ‘trein/bus/tram/metro', 'fiets en lopen', 'bestelauto' en 'overig' te klein is (minder dan 50) of de relatieve marge te groot is (meer dan 50%) om van een betrouwbaar cijfer te kunnen spreken. Daarom is bij deze waarden een punt gezet.
Reguliere reizigerskilometers op doordeweekse dagen: alle motieven en niet-beroepsmatig
De tabellen 2.4 bevatten reizigerskilometers gemaakt op de doordeweekse dagen maandag tot en met vrijdag, ongeacht of het een feestdag is of niet. De 'doordeweekse' reizigerskilometers zijn vervolgens uitgesplitst naar reguliere reizigerskilometers (inclusief beroepsmatige kilometers) en reguliere reizigerskilometers exclusief beroepsmatige reguliere reizigerskilometers. Ook in deze tabel zijn dus geen kilometers van (werkgerelateerde) serieverplaatsingen van ODiN opgenomen.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 20 075 | 13 827* | 15 486* | 17 293* | 17 663 | 18 533 | +5 |
| Personenauto als bestuurder | 9 346 | 6 983* | 7 570 | 8 338 | 8 541 | 8 296 | -3 |
| Personenauto als passagier | 2 241 | 1 769 | 2 371* | 2 374 | 2 046 | 2 350 | +15 |
| Trein | 3 332 | 1 302* | 1 411 | 1 934* | 2 463* | 2 973 | +21 |
| Bus/tram/metro | 1 329 | 625* | 642 | 860* | 950 | 1 054 | +11 |
| Brom-/snorfiets | 187 | 94* | 95 | 117 | 159 | 115 | -28 |
| Fiets2) | 1 955 | 1 610* | 1 698 | 1 920* | 2 029 | 2 032 | 0 |
| Lopen | 599 | 688* | 881* | 792* | 746 | 796 | +7 |
| Overig (incl. bestelauto) | 1 086 | 755 | 819 | 959 | 728 | 918 | +26 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Doordeweekse dagen, dus maandag tot en met vrijdag inclusief feestdagen. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 19 267* | 13 314* | 14 931* | 16 808* | 17 092 | 17 942 | +5 |
| Personenauto als bestuurder | 9 028 | 6 693* | 7 310 | 8 075 | 8 276 | 8 040 | -3 |
| Personenauto als passagier | 2 227 | 1 766 | 2 343* | 2 340 | 2 019 | 2 327 | +15 |
| Trein | 3 248 | 1 296* | 1 393 | 1 930* | 2 431* | 2 928 | +20 |
| Bus/tram/metro | 1 316 | 621* | 631 | 846* | 939 | 1 046 | +11 |
| Brom-/snorfiets | 185 | 93* | 93 | 112 | 152 | 115 | -25 |
| Fiets2) | 1 914 | 1 583* | 1 671 | 1 899* | 2 005 | 2 011 | 0 |
| Lopen | 596 | 685* | 879* | 790* | 744 | 794 | +7 |
| Overig (incl. bestelauto) | 753 | 577 | 610 | 816 | 526 | 680 | +29 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Doordeweekse dagen, dus maandag tot en met vrijdag inclusief feestdagen. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
Uit tabel 2.4a volgt dat in ODiN 2024 op doordeweekse dagen 18,5 miljard reguliere reizigerskilometers zijn afgelegd in Nederland door bewoners van 6 jaar of ouder wonende in Noordvleugel. Het aantal reguliere reizigerskilometers voor niet-beroepsmatige motieven (tabel 2.4b) op doordeweekse dagen is 17,9 miljard reguliere reizigerskilometers.
Voor het aantal reguliere reizigerskilometers met de trein op doordeweekse dagen zoals vermeld in tabel 2.4a geldt hetzelfde als wat hiervoor bij de tabellen 2.1, 2.2 en 2.3a bij de trein geconstateerd is: Het is plausibel dat het aantal reguliere reizigerskilometers met de trein op doordeweekse dagen door inwoners van Noordvleugel is toegenomen.
Het verschil tussen het totaal aantal kilometers in tabel 2.4a en tabel 2.4b bestaat uit reguliere reizigerskilometers gemaakt voor beroepsmatige motieven in 2024 op doordeweekse dagen. Echter dit verschil is gebaseerd op slechts 24 waarnemingen, hiermee dient bij de interpretatie rekening te worden gehouden.
Voor de vervoersprestatie van bus, tram en metro is het dashboard van De Staat van het OV (CROW, 2025) beschikbaar als externe bron. Daarbij hebben we de cijfers van de OV-autoriteiten Vervoerregio Amsterdam, Provincie Noord-Holland en Provincie-Flevoland met elkaar gecombineerd. Zo is berekend dat er 1,533 miljard reizigerskilometers zijn afgelegd met bus, tram en metro in 2024. In 2023 betrof het 1,489 miljard. Dat is een stijging van 3 procent. Deze berekening is uitgevoerd op de afgeronde getallen in het dashboard wat voor een kleine onnauwkeurigheid zorgt. Het is niet te zeggen of deze kleine stijging significant is.
Het totaal aantal reizigerskilometers bij het GVB, het openbaarvervoerbedrijf van Amsterdam dat metro’s, trams, bussen en veren exploiteert, steeg van 928,0 miljoen naar 934,3 miljoen (1 procent). De reizigerskilometers met de metro namen met 2 procent toe van 494,7 miljoen naar 505,2 miljoen. Met de tram bleef vrijwel gelijk, van 279,0 miljoen kilometer naar 279,1 miljoen kilometer. Het aantal reizigerskilometers met de bus nam af met 3 procent van 154,3 miljoen naar 150,0 miljoen kilometer (GVB Holding NV, 2025).
Op basis van de oorspronkelijke, ongecorrigeerde resultaten van ODiN 2024-Noordvleugel hebben we vastgesteld dat de vervoersprestatie voor reguliere verplaatsingen op doordeweekse dagen voor niet-beroepsmatige motieven voor bus, tram en metro significant is toegenomen. Dat terwijl het beeld is dat de methodebreuk hier juist voor een daling zou zorgen. Dit gegeven in combinatie met wat bovenstaande externe bronnen aangeven, maakt het plausibel dat de vervoersprestatie voor reguliere verplaatsingen met bus, tram en metro voor niet-beroepsmatige motieven op doordeweekse dagen toegenomen is.
Reguliere reizigerskilometers op werkdagen: alle motieven en niet-beroepsmatig
Tabellen 2.5 bevatten een indeling die vergelijkbaar is met die van de voorgaande tabellen. Het verschil is de selectie van het type dag. De tabellen 2.5a en 2.5b bevatten namelijk de resultaten op werkdagen, dat wil zeggen de doordeweekse dagen maandag tot en met vrijdag met uitzondering van feestdagen. Het verschil tussen het totaal aantal kilometers in de tabellen 2.5 en de tabellen 2.4 is het aantal kilometers afgelegd op doordeweekse feestdagen. Dit verschil (gebaseerd op 132 respondenten) bedraagt in 2024 voor alle motieven circa 582 miljoen kilometers ofwel ruim 3 procent van de kilometers op doordeweekse dagen.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 19 503 | 13 449* | 14 994* | 16 963* | 17 186 | 17 952 | +4 |
| Personenauto als bestuurder | 9 092 | 6 756* | 7 402 | 8 190 | 8 307 | 8 032 | -3 |
| Personenauto als passagier | 2 080 | 1 695 | 2 186* | 2 283 | 1 894 | 2 205 | +16 |
| Trein | 3 282 | 1 301* | 1 370 | 1 929* | 2 446* | 2 897 | +18 |
| Bus/tram/metro | 1 316 | 624* | 636 | 849* | 931 | 1 036 | +11 |
| Brom-/snorfiets | 186 | 91* | 87 | 117 | 159 | 105 | -34 |
| Fiets2) | 1 899 | 1 571* | 1 666 | 1 878* | 1 997 | 1 978 | -1 |
| Lopen | 586 | 671* | 853* | 766* | 727 | 782 | +8 |
| Overig (incl. bestelauto) | 1 062 | 740 | 794 | 951 | 726 | 916 | +26 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Werkdagen: maandag tot en met vrijdag exclusief feestdagen. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 18 710* | 12 941* | 14 443* | 16 483* | 16 617 | 17 360 | +4 |
| Personenauto als bestuurder | 8 778 | 6 470* | 7 145 | 7 931 | 8 042 | 7 776 | -3 |
| Personenauto als passagier | 2 066 | 1 693 | 2 158 | 2 250 | 1 866 | 2 183 | +17 |
| Trein | 3 198 | 1 295* | 1 352 | 1 925* | 2 414 | 2 851 | +18 |
| Bus/tram/metro | 1 304 | 620* | 626 | 835* | 920 | 1 029 | +12 |
| Brom-/snorfiets | 185 | 90* | 85 | 112 | 152 | 105 | -31 |
| Fiets 2) | 1 859* | 1 544* | 1 640 | 1 857* | 1 972 | 1 957 | -1 |
| Lopen | 583 | 668* | 851* | 765* | 724 | 780 | +8 |
| Overig (incl. bestelauto) | 736 | 562 | 585 | 808 | 526 | 678 | +29 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Werkdagen: maandag tot en met vrijdag exclusief feestdagen. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
In het rapportagegebied Noordvleugel is het verschil tussen de schattingen in tabel 2.5a en tabel 2.5b het aantal reguliere reizigerskilometers gemaakt voor beroepsmatige motieven op werkdagen. Dit verschil is gebaseerd op slechts 24 waarnemingen. Hiermee dient bij de interpretatie rekening te worden gehouden.
Ten aanzien van het aantal reguliere reizigerskilometers voor zowel alle motieven als voor niet-beroepsmatige motieven met bus, tram en metro op werkdagen geldt hetzelfde als wat hiervoor bij tabel 2.4b geconstateerd is. Het aantal reguliere reizigerskilometers voor de oorspronkelijke, ongecorrigeerde resultaten van ODiN 2024 voor Noordvleugel is significant toegenomen, terwijl vanwege de methodebreuk een daling verwacht zou worden. Dit gegeven in combinatie met de informatie uit de Staat van het OV (CROW, 2025), maakt het plausibel dat het aantal reguliere reizigerskilometers met bus, tram en metro op werkdagen door inwoners van Noordvleugel voor alle motieven (tabel 2.5a) en voor niet-beroepsmatige motieven (tabel 2.5b) is toegenomen.
Reguliere reizigerskilometers naar reismotief: alle dagen en werkdagen
In de tabellen 2.6 zijn de reguliere reizigerskilometers afgelegd door inwoners van Noordvleugel binnen Nederland, uitgesplitst naar reismotief. Tabel 2.6a bevat cijfers voor alle dagen van de week (zondag tot en met zaterdag) en tabel 2.6b bevat cijfers voor werkdagen (doordeweekse dagen uitgezonderd feestdagen).
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 28 169* | 19 397* | 22 148* | 24 979* | 25 024 | 26 759 | +7 |
| Van en naar het werk | 7 861* | 4 978* | 4 759 | 5 615* | 6 136 | 7 127 | +16 |
| Zakelijk en beroepsmatig | 2 183 | 1 089* | 1 179 | 1 707* | 1 470 | 1 412 | -4 |
| Diensten en verzorging | 666 | 427* | 652* | 485* | 532 | 587 | +10 |
| Winkelen en boodschappen doen | 2 215 | 2 002 | 1 922 | 2 122 | 2 499 | 2 360 | -6 |
| Onderwijs of cursus volgen | 1 683 | 883* | 896 | 1 509* | 1 277 | 1 288 | +1 |
| Recreatief totaal en overig | 13 561 | 10 018* | 12 740* | 13 543 | 13 110 | 13 985 | +7 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Alle dagen, dus maandag tot en met zondag inclusief feestdagen. | |||||||
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 19 503 | 13 449* | 14 994* | 16 963* | 17 186 | 17 952 | +4 |
| Van en naar het werk | 7 179* | 4 479* | 4 334 | 5 132* | 5 688 | 6 613 | +16 |
| Zakelijk en beroepsmatig | 1 990 | 1 032* | 1 082 | 1 611* | 1 360 | 1 355 | 0 |
| Diensten en verzorging | 601 | 370* | 562* | 418 | 486 | 515 | +6 |
| Winkelen en boodschappen doen | 1 229* | 1 143 | 1 241 | 1 227 | 1 322 | 1 251 | -5 |
| Onderwijs of cursus volgen | 1 635 | 843* | 872 | 1 362* | 1 220 | 1 188 | -3 |
| Recreatief totaal en overig | 6 868 | 5 583* | 6 903* | 7 213 | 7 111 | 7 030 | -1 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Werkdagen: maandag tot en met vrijdag exclusief feestdagen. | |||||||
In ODiN 2024 is 67 procent van alle reguliere reizigerskilometers gemaakt door inwoners van Noordvleugel van 6 jaar of ouder afgelegd op werkdagen, in ODiN 2023 was dat 69 procent. In ODiN 2022 was dit 68 procent.
Op basis van de oorspronkelijke, ongecorrigeerde resultaten van ODiN 2024 voor Noordvleugel hebben we vastgesteld dat de reizigerskilometers van reguliere verplaatsingen voor het motief ‘Van en naar het werk’ op zowel alle dagen als alleen op werkdagen significant zijn toegenomen. Dat terwijl het beeld is dat de methodebreuk hier juist voor een lichte daling zou zorgen. Dit maakt een stijging in het aantal reguliere reizigerskilometers met het motief ‘Van en naar het werk’ voor zowel alle dagen als alleen voor werkdagen plausibel.
3. Gemiddeld aantal verplaatsingen per persoon per dag
De totale reizigerskilometers zijn te ontleden in aantallen verplaatsingen en de verplaatsingsafstanden. Dit hoofdstuk richt zich op het gemiddeld aantal reguliere verplaatsingen per persoon per dag naar vervoerwijze en naar motief. Vanzelfsprekend is deze indicator gebaseerd op verplaatsingsinformatie, terwijl de tabellen in hoofdstuk 2 gebaseerd zijn op ritinformatie. Voor betere leesbaarheid zijn in alle tabellen van dit hoofdstuk de cijfers weergegeven per 1.000 personen van 6 jaar of ouder.
Gemiddeld aantal verplaatsingen naar vervoerwijze
In de tabellen 3.1 wordt het gemiddeld aantal verplaatsingen in Nederland per 1.000 personen per dag van inwoners van Noordvleugel in particuliere huishoudens vermeld naar hoofdvervoerwijze van de verplaatsing. De drie tabellen zijn als volgt opgedeeld: cijfers voor alle dagen van de week (zondag tot en met zaterdag; tabel 3.1a), werkdagen (doordeweekse dagen uitgezonderd feestdagen; tabel 3.1b) en weekend- plus feestdagen (tabel 3.1c). Het betreft reguliere verplaatsingen.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 2 600* | 2 173* | 2 391* | 2 515* | 2 550 | 2 570 | +1 |
| Personenauto als bestuurder | 734 | 617* | 636 | 667 | 692 | 674 | -3 |
| Personenauto als passagier | 268 | 199* | 233* | 240 | 255 | 249 | -2 |
| Trein | 119 | 50* | 54 | 68* | 89* | 100 | +13 |
| Bus/tram/metro | 141 | 79* | 78 | 107* | 111 | 122 | +10 |
| Brom-/snorfiets | 40 | 22* | 28 | 33 | 33 | 24 | -28 |
| Fiets2) | 770 | 612* | 627 | 722* | 737 | 751 | +2 |
| Lopen | 466 | 539* | 668* | 616* | 581 | 596 | +2 |
| Overig (incl. bestelauto) | 63 | 54 | 67 | 63 | 51 | 54 | +6 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Alle dagen, dus maandag tot en met zondag inclusief feestdagen. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 2 764 | 2 315* | 2 523* | 2 660* | 2 702 | 2 703 | 0 |
| Personenauto als bestuurder | 782 | 659* | 673 | 704 | 742 | 718 | -3 |
| Personenauto als passagier | 218 | 169* | 193 | 189 | 203 | 200 | -2 |
| Trein | 141 | 57* | 60 | 76* | 107* | 113 | +6 |
| Bus/tram/metro | 161 | 91* | 89 | 121* | 124 | 134 | +9 |
| Brom-/snorfiets | 52 | 27* | 29 | 36 | 38 | 25 | -35 |
| Fiets2) | 859 | 684* | 706 | 813* | 819 | 840 | +3 |
| Lopen | 483 | 568* | 697* | 647 | 609 | 615 | +1 |
| Overig (incl. bestelauto) | 67 | 60 | 75 | 74 | 60 | 58 | -2 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Werkdagen: maandag tot en met vrijdag exclusief feestdagen. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 2 228 | 1 856* | 2 088* | 2 193 | 2 208 | 2 264 | +3 |
| Personenauto als bestuurder | 622 | 522* | 551 | 585 | 581 | 574 | -1 |
| Personenauto als passagier | 381 | 266* | 323* | 352 | 370 | 362 | -2 |
| Trein | 71 | 34* | 39 | 51 | 49 | 70 | +44 |
| Bus/tram/metro | 94 | 52* | 52 | 76* | 83 | 94 | +14 |
| Brom-/snorfiets | . | . | . | . | . | . | . |
| Fiets2) | 568 | 453* | 446 | 521* | 554 | 545 | -2 |
| Lopen | 428 | 476 | 603* | 546 | 519 | 552 | +6 |
| Overig (incl. bestelauto) | 52 | 41 | 48 | 39 | 32 | 45 | +42 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Weekenddagen: zaterdag en zondag. Feestdagen: nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, beide paasdagen, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, beide pinksterdagen, beide kerstdagen en oudjaarsdag. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
Voor het gemiddeld aantal reguliere verplaatsingen met bus, tram en metro is het dashboard van De Staat van het OV (CROW, 2025) beschikbaar als externe bron. Door de cijfers van OV-autoriteiten Vervoerregio Amsterdam, Provincie Noord-Holland en Provincie-Flevoland met elkaar te combineren, kan berekend worden dat er 328 miljoen instappers waren in bus, tram en metro in 2024 ten opzichte van 316 miljoen in 2023. Dat is een stijging van bijna 4 procent. Deze berekening is uitgevoerd op de afgeronde getallen in het dashboard wat voor een kleine onnauwkeurigheid zorgt. Verder komt het aantal instappers niet één-op-één overeen met het aantal verplaatsingen en is het niet te zeggen of deze stijging significant is. De cijfers van deze externe bron gebaseerd op alle weekdagen en er is geen uitsplitsing mogelijk naar werkdagen of weekend- en feestdagen.
De GVB, het openbaarvervoerbedrijf van Amsterdam dat metro’s, trams, bussen en veren exploiteert, meldt dat in 2024 reizigers gemiddeld 4,9 miljoen ritten per week maakten met bus, tram, metro en veer. Dat is een stijging van 3 procent ten opzichte van 2023. Het totaal aantal ritten kwam uit op 283,5 miljoen, tegen 272,6 miljoen een jaar eerder (4 procent). Het aantal ritten met de metro nam met 7 procent toe van 108,7 miljoen naar 116,4 miljoen. Met de tram nam het aantal ritten toe van 94,6 miljoen naar 95,5 miljoen (1 procent). Het aantal ritten met de bus daarentegen daalde met twee procent van 44,4 miljoen naar 43,7 miljoen (GVB Holding NV, 2025).
Gemiddeld aantal verplaatsingen naar reismotief
In de tabellen 3.2 wordt het gemiddeld aantal verplaatsingen per 1.000 personen per dag vermeld naar reismotief. De tabellen hebben verder dezelfde indeling als de tabellen 3.1 voor wat betreft de dagen. Het betreft reguliere verplaatsingen.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 2 600* | 2 173* | 2 391* | 2 515* | 2 550 | 2 570 | +1 |
| Van en naar het werk | 499* | 345* | 327 | 378* | 401 | 428 | +7 |
| Zakelijk en beroepsmatig | 86* | 55* | 64 | 69 | 69 | 62 | -10 |
| Diensten en verzorging | 80 | 64* | 86* | 79 | 82 | 79 | -5 |
| Winkelen en boodschappen doen | 548 | 533 | 575* | 557 | 567 | 569 | 0 |
| Onderwijs of cursus volgen | 224 | 134* | 143 | 195* | 184 | 196 | +6 |
| Recreatief totaal en overig | 1 164 | 1 042* | 1 196* | 1 238 | 1 246 | 1 236 | -1 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Alle dagen, dus maandag tot en met zondag inclusief feestdagen. | |||||||
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 2 764 | 2 315* | 2 523* | 2 660* | 2 702 | 2 703 | 0 |
| Van en naar het werk | 648* | 442* | 414 | 480* | 530* | 556 | +5 |
| Zakelijk en beroepsmatig | 108* | 75* | 83 | 92 | 92 | 83 | -10 |
| Diensten en verzorging | 105 | 85* | 108* | 102 | 109 | 105 | -4 |
| Winkelen en boodschappen doen | 504 | 520 | 577* | 537 | 549 | 529 | -4 |
| Onderwijs of cursus volgen | 315 | 188* | 201 | 270* | 255 | 271 | +7 |
| Recreatief totaal en overig | 1 084 | 1 006* | 1 140* | 1 178 | 1 168 | 1 160 | -1 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Werkdagen: maandag tot en met vrijdag exclusief feestdagen. | |||||||
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 2 228 | 1 856* | 2 088* | 2 193 | 2 208 | 2 264 | +3 |
| Van en naar het werk | 161 | 128 | 126 | 149 | 113* | 136 | +20 |
| Zakelijk en beroepsmatig | . | . | . | . | . | . | . |
| Diensten en verzorging | . | . | 35 | . | . | . | . |
| Winkelen en boodschappen doen | 647 | 562 | 569 | 601 | 608 | 663 | +9 |
| Onderwijs of cursus volgen | . | . | . | . | . | . | . |
| Recreatief totaal en overig | 1 346 | 1 122* | 1 324* | 1 369 | 1 421 | 1 411 | -1 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Weekenddagen: zaterdag en zondag. Feestdagen: nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, beide paasdagen, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, beide pinksterdagen, beide kerstdagen en oudjaarsdag. | |||||||
Op weekend- en feestdagen bleken bij de motieven ‘Zakelijk en beroepsmatig, ‘Diensten en verzorging’ en ‘Onderwijs of cursus volgen’ het aantal waarnemingen te laag en is een punt geplaatst in plaats van een waarde in tabel 3.2c.
4. Gemiddelde afgelegde afstand per verplaatsing
De totale reizigerskilometers zijn te ontleden in aantallen verplaatsingen en verplaatsingsafstanden. Dit hoofdstuk richt zich op de gemiddelde afgelegde afstand per reguliere verplaatsing en die wordt uitgesplitst naar vervoerwijze en naar motief. Evenals bij het gemiddeld aantal verplaatsingen per persoon per dag in het voorgaande hoofdstuk, wordt bij de afgelegde afstand per verplaatsing alleen gerekend met reguliere verplaatsingen. Voor deze indicator wordt vooral informatie op verplaatsingsniveau gebruikt. Echter, bij de indeling naar vervoerwijze wordt voor alle reguliere verplaatsingen gekeken naar de som van de ritafstanden per ritvervoermiddel (bijvoorbeeld de fiets) en deze wordt vervolgens gedeeld door het totaal aantal verplaatsingen waarvan (in dit geval) de fiets het hoofdvervoermiddel is.
Gemiddelde afstand per verplaatsing naar vervoerwijze
In de tabellen 4.1 wordt de gemiddelde afstand per verplaatsing in Nederland van inwoners van Noordvleugel in particuliere huishoudens weergegeven naar vervoerwijze.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 12,6 | 10,2* | 10,6 | 11,2 | 10,9 | 11,4 | +5 |
| Personenauto als bestuurder | 19,8 | 17,2* | 18,9* | 19,6 | 18,7 | 18,7 | 0 |
| Personenauto als passagier | 20,0 | 19,9 | 21,2 | 22,5 | 19,0* | 21,9 | +15 |
| Trein | 41,7 | 38,1 | 39,9 | 41,5 | 37,5 | 41,9 | +12 |
| Bus/tram/metro | 13,2* | 11,1* | 11,9 | 11,4 | 12,2 | 11,9 | -2 |
| Brom-/snorfiets | 6,5 | 5,5 | 6,2 | 5,7 | 6,6 | 6,7 | +2 |
| Fiets2) | 3,9 | 4,1 | 4,1 | 3,9 | 4,0 | 3,9 | -2 |
| Lopen | 2,1 | 2,1 | 2,2 | 2,1 | 2,0 | 2,2 | +7 |
| Overig (incl. bestelauto) | 27,2 | 20,2 | 17,4 | 21,0 | 19,7 | 23,7 | +20 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Alle dagen, dus maandag tot en met zondag inclusief feestdagen. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 11,8 | 9,6* | 9,8 | 10,4 | 10,2 | 10,5 | +2 |
| Personenauto als bestuurder | 19,4 | 17,0* | 18,1 | 19,0 | 18,0 | 17,6 | -2 |
| Personenauto als passagier | 15,9 | 16,7 | 18,6 | 19,7 | 15,0* | 17,4 | +16 |
| Trein | 38,9 | 37,6 | 37,5 | 41,5 | 36,9 | 40,4 | +10 |
| Bus/tram/metro | 13,6* | 11,4* | 11,8 | 11,5 | 12,1 | 12,1 | 0 |
| Brom-/snorfiets | 6,0 | 5,6 | 4,9 | 5,2 | 6,7* | 6,7 | -1 |
| Fiets2) | 3,7 | 3,8 | 3,9 | 3,8 | 3,9 | 3,7 | -5 |
| Lopen | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 1,9 | 1,9 | 2,0 | +5 |
| Overig (incl. bestelauto) | 26,3 | 20,5 | 17,3 | 21,1 | 19,5 | 24,7 | +26 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Werkdagen: maandag tot en met vrijdag exclusief feestdagen. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 14,8 | 11,9* | 12,9 | 13,3 | 12,7 | 14,1 | +11 |
| Personenauto als bestuurder | 20,9 | 17,8* | 21,1* | 21,1 | 20,6 | 21,8 | +6 |
| Personenauto als passagier | 25,5 | 24,5 | 24,8 | 25,9 | 23,9 | 27,6 | +16 |
| Trein | 54,4 | 39,7* | 48,4 | 41,3 | 40,3 | 47,3 | +17 |
| Bus/tram/metro | 11,8 | 10,1 | 12,3 | 11,3 | 12,5 | 11,2 | -11 |
| Brom-/snorfiets | . | . | . | . | . | . | . |
| Fiets2) | 4,5 | 5,1 | 5,0 | 4,5 | 4,2 | 4,6 | +9 |
| Lopen | 2,3 | 2,4 | 2,5 | 2,5 | 2,3 | 2,6 | +13 |
| Overig (incl. bestelauto) | 29,9 | 19,2 | 17,9 | 20,4 | 20,6 | 20,9 | +1 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Weekenddagen: zaterdag en zondag. Feestdagen: nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, beide paasdagen, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, beide pinksterdagen, beide kerstdagen en oudjaarsdag. 2) 'Fiets' omvat zowel de elektrische fiets, de niet-elektrische fiets als de speedpedelec. | |||||||
Net als in voorgaande jaren is in beide onderzoeksjaren de gemiddelde verplaatsingsafstand op weekend- en feestdagen het grootst, namelijk 14,1 kilometer.
Eén van de weinige externe bronnen die rapporteert over de gemiddelde afstand per verplaatsing (en ook nog op regionaal niveau) is de Staat van het OV (CROW, 2025). De gemiddelde reisafstand van een reiziger staat voor de OV-autoriteiten Vervoerregio Amsterdam, Provincie Noord-Holland en Provincie Flevoland apart in het dashboard. Om tot een gemiddelde reisafstand deze drie OV-autoriteiten gezamenlijk te komen is een kleine berekening benodigd. Door de reizigerskilometers per OV-autoriteit bij elkaar op te tellen en te delen door de som van het aantal instappers, kan worden berekend dat de gemiddelde afstand per reis in 2024, net zoals in 2023, 4,7 kilometer is. Deze berekening is uitgevoerd op de afgeronde getallen in het dashboard wat voor een kleine onnauwkeurigheid zorgt. Verder zijn de cijfers van deze externe bron gebaseerd op alle weekdagen en er is geen uitsplitsing mogelijk naar werkdagen of weekend- en feestdagen.
Het absolute niveau van de gemiddelde afstand per reis voor bus, tram en metro ligt aanzienlijk lager dan in het ODiN. Dit verschil is te verklaren doordat bij de Staat van het OV elke instapper als nieuwe reis wordt gerekend terwijl dit bij ODiN niet het geval is. Hierdoor wordt het aantal reizen hoger ingeschat, wat op zijn beurt leidt tot een lagere gemiddelde afstand per reis.
In tabel 4.1c is de waarde voor brom- en snorfiets vervangen door een punt omdat er te weinig waarnemingen waren.
Gemiddelde afstand per verplaatsing naar reismotief
De tabellen 4.2 bevatten de gemiddelde afstand per verplaatsing naar reismotief.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 12,6 | 10,2* | 10,6 | 11,2 | 10,9 | 11,4 | +5 |
| Van en naar het werk | 18,2 | 16,6* | 16,7 | 16,7 | 17,0 | 18,3 | +8 |
| Zakelijk en beroepsmatig | 29,4 | 22,5 | 21,1 | 27,7 | 23,7 | 24,9 | +5 |
| Diensten en verzorging | 9,7 | 7,6 | 8,7 | 6,9 | 7,2 | 8,2 | +14 |
| Winkelen en boodschappen doen | 4,7 | 4,3 | 3,8 | 4,3* | 4,9 | 4,5 | -7 |
| Onderwijs of cursus volgen | 8,7 | 7,6 | 7,2 | 8,7* | 7,7 | 7,2 | -6 |
| Recreatief totaal en overig | 13,5 | 11,0* | 12,2* | 12,3 | 11,7 | 12,4 | +6 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Alle dagen, dus maandag tot en met zondag inclusief feestdagen. | |||||||
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 11,8 | 9,6* | 9,8 | 10,4 | 10,2 | 10,5 | +2 |
| Van en naar het werk | 18,5 | 16,8* | 17,2 | 17,4 | 17,2 | 18,7 | +9 |
| Zakelijk en beroepsmatig | 30,8 | 23,0* | 21,5 | 28,7 | 23,8 | 25,8 | +8 |
| Diensten en verzorging | 9,5 | 7,2 | 8,5 | 6,7 | 7,1 | 7,7 | +8 |
| Winkelen en boodschappen doen | 4,1* | 3,7 | 3,5 | 3,7 | 3,9 | 3,7 | -4 |
| Onderwijs of cursus volgen | 8,7 | 7,4 | 7,1 | 8,2 | 7,7 | 6,9 | -10 |
| Recreatief totaal en overig | 10,6 | 9,2* | 10,0 | 10,0 | 9,8 | 9,5 | -2 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Werkdagen: maandag tot en met vrijdag exclusief feestdagen. | |||||||
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 14,8 | 11,9* | 12,9 | 13,3 | 12,7 | 14,1 | +11 |
| Van en naar het werk | 16,1* | 14,4 | 12,7 | 11,8 | 14,2 | 13,8 | -3 |
| Zakelijk en beroepsmatig | . | . | . | . | . | . | . |
| Diensten en verzorging | . | . | 9,5 | . | . | . | . |
| Winkelen en boodschappen doen | 5,8 | 5,7 | 4,5 | 5,4 | 6,9 | 6,1 | -13 |
| Onderwijs of cursus volgen | . | . | . | . | . | . | . |
| Recreatief totaal en overig | 18,9 | 14,6* | 16,7* | 16,8 | 15,2 | 17,9 | +18 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Weekenddagen: zaterdag en zondag. Feestdagen: nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, beide paasdagen, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, beide pinksterdagen, beide kerstdagen en oudjaarsdag. | |||||||
De waarden voor de motieven ‘Zakelijk en beroepsmatig’, ‘Diensten en verzorging’ en ‘Onderwijs of cursus volgen’ in tabel 4.2c zijn vervangen door een punt wegens te weinig waarnemingen of te grote relatieve marges.
5. Deelname aan het verkeer
Andere belangrijke indicatoren zijn de verkeersdeelname in het algemeen en de deelname aan het openbaar vervoer in het bijzonder. Het eerste wordt berekend met verplaatsingsinformatie en voor het tweede wordt ritinformatie gebruikt.
5.1 Verkeersdeelname
Volgens de gehanteerde definitie bij ODiN neemt een persoon die in Nederland op een dag één of meer reguliere verplaatsingen of één of meer serieverplaatsingen maakt, deel aan het verkeer. Ook personen die enkel (binnenlandse) vakantieverplaatsingen hebben gemaakt, tellen dus mee bij het bepalen van de verkeersdeelnemers. Uitzondering daarop vormen personen met uitsluitend (beroepsmatig) wegvervoer met een zwaar vrachtvoertuig. Zij tellen niet mee voor de bepaling van verkeersdeelname. Ook personen die enkel verplaatsingen geheel in het buitenland maken tellen niet mee voor de verkeersdeelname. Bij nul verplaatsingen neemt een persoon niet deel aan het verkeer.
In tabel 5.1.1 is te zien dat in 2024 79,0 procent van de inwoners van Noordvleugel deelnam aan het verkeer.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 81,5* | 70,9* | 76,9* | 77,5 | 78,9 | 79,0 | 0 |
| Mannen | 82,0 | 71,4* | 76,6* | 77,4 | 78,5 | 79,2 | +1 |
| Vrouwen | 81,0* | 70,5* | 77,2* | 77,6 | 79,3 | 78,9 | -1 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Verkeersdeelname behelst minimaal één reguliere verplaatsing of serieverplaatsing per dag. Daarbij tellen personen met uitsluitend (beroepsmatig) wegvervoer met een zwaar vrachtvoertuig niet mee. | |||||||
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 81,5* | 70,9* | 76,9* | 77,5 | 78,9 | 79,0 | 0 |
| Totaal doordeweekse dagen exclusief feestdagen | 84,0 | 73,1* | 78,4* | 79,8 | 81,5 | 80,9 | -1 |
| Totaal weekenddagen plus doordeweekse feestdagen | 75,8 | 66,1* | 73,5* | 72,3 | 73,2 | 74,8 | +2 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Verkeersdeelname behelst minimaal één reguliere verplaatsing of serieverplaatsing per dag. Daarbij tellen personen met uitsluitend (beroepsmatig) wegvervoer met een zwaar vrachtvoertuig niet mee. | |||||||
5.2 Deelname aan het openbaar vervoer
In tabel 5.2.1 is de deelname aan het openbaar vervoer weergegeven. De deelname aan het openbaar vervoer in ODiN houdt in dat er minstens één reguliere rit of minstens één serieverplaatsing in Nederland gemaakt is met het openbaar vervoer op de invuldag.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 14,4 | 7,2* | 7,5 | 9,8* | 11,1* | 12,5 | +13 |
| Mannen | 12,7 | 6,6* | 6,8 | 9,2* | 10,3 | 11,5 | +11 |
| Vrouwen | 16,0 | 7,8* | 8,2 | 10,3* | 11,8* | 13,6 | +15 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Deelname aan het openbaar vervoer behelst minimaal één reguliere verplaatsing of serieverplaatsing per dag met trein, bus, tram of metro. | |||||||
In 2024 maakten 12,5 procent van de inwoners van Noordvleugel van 6 jaar of ouder minstens één reguliere rit of minstens één serieverplaatsing met het openbaar vervoer op de invuldag.
Op basis van de oorspronkelijke, ongecorrigeerde resultaten van ODiN 2024 voor Noordvleugel hebben we vastgesteld dat de deelname aan het openbaar vervoer van zowel alle van inwoners van Noordvleugel van 6 jaar of ouder als voor de vrouwelijke inwoners van Noordvleugel van 6 jaar of ouder significant is toegenomen. Dat terwijl het beeld is dat de methodebreuk hier juist voor een daling zou zorgen. Dit maakt een stijging in de deelname van het openbaar vervoer door zowel alle inwoners van de Noordvleugel van 6 jaar of ouder, als door de vrouwelijke inwoners van Noordvleugel van 6 jaar of ouder, plausibel.
6. Samenvatting
Bij het analyseren van de eerste resultaten van het onderzoek Onderweg in Nederland 2024 is een breuk geconstateerd ten opzichte van voorgaande jaren. Onderzoek heeft aangetoond dat deze breuk veroorzaakt is door het gebruik van ingekorte aanschrijf- en rappelbrieven. Deze waren ingekort om het responspercentage te verhogen. Door het weglaten van voorbeelden uit de brieven, hebben respondenten mogelijk een ander beeld gekregen van wat hun wordt gevraagd aan verplaatsingen in te vullen in vergelijking met voorgaande jaren. Daarmee zijn in ODiN 2024 deels andere resultaten verzameld dan in ODiN 2023. Met behulp van de trendreeksmodellering van het mobiliteitsonderzoek is de methodebreuk zo goed mogelijk gecorrigeerd. De methode voor de correctie is vastgesteld door inhoudelijk betrokkenen en methodologen van Rijkswaterstaat, het KiM en het CBS.
Voor de totstandkoming van het gecorrigeerde ODiN 2024 is gebruik gemaakt van een aangepaste weging. Deze weging bevat ten opzichte van voorgaande jaren extra harde randen in de vorm van schattingen van de trendreeks tot en met 2024. De onzekerheid van deze in de weging gebruikte trendschattingen wordt niet meegenomen in berekeningen met het gecorrigeerde ODiN 2024. Daardoor is het niet mogelijk hiervoor juiste betrouwbaarheidsmarges te berekenen. Dit betekent dat er geen uitspraken gedaan kunnen worden over significante verschillen van het gecorrigeerde ODiN 2024 ten opzichte van voorgaande ODiN-jaren.
In dit document is de eerder gepubliceerde eindrapportage geüpdatet met de gecorrigeerde resultaten. Daarnaast zijn waar mogelijk de aangehaalde bronnen bijgewerkt en nieuwe bronnen toegevoegd. De onderzoeken verschillen onderling, bijvoorbeeld qua opzet, populatie, indeling en meetmethode. Daarom dient bij het vergelijken van de resultaten met name gelet te worden op de tendens van de met elkaar vergeleken onderzoeken en niet de ‘exacte’ overeenkomst van de resultaten.
Het algemene beeld is dat de gecorrigeerde schattingen, in tegenstelling tot de oorspronkelijke, ongecorrigeerde schattingen, een realistisch beeld geven van de mobiliteit in 2024 in relatie tot voorgaande jaren. Naast het niet kunnen berekenen van juiste betrouwbaarheidsmarges is een mogelijke beperking van het gecorrigeerde bestand dat het bij meer gedetailleerde analyses mogelijk onlogische uitkomsten kan opleveren. De kans daarop is groter bij bijvoorbeeld laagregionale uitsplitsingen en bij restcategorieën (zoals de categorie ‘Overige vervoerwijzen’).
Het ontbreken van betrouwbaarheidsmarges bij de gecorrigeerde schattingen maakt het beoordelen van de significantie van ontwikkelingen in 2024 ten opzichte van 2023 vrijwel onmogelijk. De enige situatie waarin we bij het gecorrigeerde ODiN 2024 van een naar alle waarschijnlijkheid significante ontwikkeling kunnen spreken, is wanneer de ontwikkeling op basis van het oorspronkelijke, ongecorrigeerde ODiN 2024 significant was én tegengesteld aan de ontwikkeling die op basis van de methodebreuk te verwachten was. In dat geval is dit expliciet in de tekst aangeduid als een plausibele ontwikkeling.
Op basis van deze gekozen werkwijze kunnen de onderstaande ontwikkelingen uit deze rapportage als plausibel worden bestempeld.
- Een toename van de totale vervoersprestatie (reguliere verplaatsingen en serieverplaatsingen) met de trein.
- Toenames van het aantal reguliere reizigerskilometers:
- met de trein voor het totaal van alle motieven op alle dagen.
- met de trein voor het totaal van niet-beroepsmatige motieven op alle dagen.
- met de trein voor het totaal van alle motieven op doordeweekse dagen.
- met bus, tram en metro voor het totaal van alle niet-beroepsmatige motieven op doordeweekse dagen.
- met bus, tram en metro voor het totaal van alle motieven op werkdagen.
- met bus, tram en metro voor het totaal van alle niet-beroepsmatige motieven op werkdagen.
- met alle vervoerwijzen voor het motief ‘Van en naar het werk’ op alle dagen.
- met alle vervoerwijzen voor het motief ‘Van en naar het werk’ op werkdagen.
- Toenames bij de deelname aan het openbaar vervoer:
- voor het totaal van mannen en vrouwen.
- voor vrouwen.
Referenties
CROW (2025): CROW | Staat van het openbaar vervoer 2024
GVB Holding NV (2025): Jaarverslag GVB Holding NV 2024
NS (2025): NS Jaarverslag 2024
Bijlage A Gebiedsindeling Noordvleugel
In deze rapportage over Noordvleugel zijn de cijfers gebaseerd op respondenten uit 32 gemeenten, bestaande uit de 30 gemeenten van de metropoolregio Amsterdam plus de gemeenten Zeewolde en Dronten. Dit rapportagegebied verschilt van het totale meerwerkgebied Noordvleugel, omdat de gemeenten in Noord-Holland Noord en de gemeenten Urk en Noordoostpolder ook onderdeel zijn van het meerwerkgebied, maar niet tot het rapportagegebied behoren. Het betreft in totaal 18 gemeenten die wel tot het meerwerkgebied behoren, maar waarvan de resultaten geen deel uit maken van de rapportage (zie paragraaf 1.2 voor meer informatie hierover). In tabel A.1 staat de in de steekproef toegepaste indeling van het meerwerkgebied in regio's en gemeenten met vermelding van gemeentecodes en wijkcodes.
| Regio en gemeente | Gemeentecode | Wijken |
|---|---|---|
| Basisregio Amsterdam | ||
| Amsterdam - Stadsdeel Centrum | 363 | A |
| Amsterdam - Stadsdeel Noord | 363 | N |
| Amsterdam - Stadsdeel West (incl. Westpoort) | 363 | E, B |
| Amsterdam - Stadsdeel Nieuw-West | 363 | F |
| Amsterdam - Stadsdeel Zuid | 363 | K |
| Amsterdam - Stadsdeel Oost | 363 | M |
| Amsterdam - Stadsdeel Zuidoost | 363 | T |
| Amsterdam - Stadsgebied Weesp | 363 | S |
| Basisregio Waterland | ||
| Edam-Volendam | 385 | |
| Landsmeer | 415 | |
| Purmerend | 439 | |
| Waterland | 852 | |
| Basisregio Zaanstreek | ||
| Oostzaan | 431 | |
| Zaanstad | 479 | |
| Wormerland | 880 | |
| Basisregio IJmond | ||
| Beverwijk | 375 | |
| Heemskerk | 396 | |
| Uitgeest | 450 | |
| Velsen | 453 | |
| Basisregio Zuid-Kennemerland | ||
| Bloemendaal | 377 | |
| Haarlem | 392 | |
| Heemstede | 397 | |
| Zandvoort | 473 | |
| Basisregio Meerlanden | ||
| Aalsmeer | 358 | |
| Haarlemmermeer | 394 | |
| Uithoorn | 451 | |
| Basisregio Amstelland | ||
| Amstelveen | 362 | |
| Diemen | 384 | |
| Ouder-Amstel | 437 | |
| Basisregio Gooi en Vechtstreek | ||
| Blaricum | 376 | |
| Hilversum | 402 | |
| Huizen | 406 | |
| Laren | 417 | |
| Wijdemeren | 1 696 | |
| Gooise Meren | 1 942 | |
| Basisregio Almere + Zeewolde | ||
| Almere | 34 | |
| Zeewolde | 50 | |
| Basisregio Lelystad + Dronten | ||
| Dronten | 303 | |
| Lelystad | 995 | |
| Noord-Holland Noord – Regio Alkmaar1) | ||
| Alkmaar | 361 | |
| Bergen (NH.) | 373 | |
| Castricum | 383 | |
| Heiloo | 399 | |
| Dijk en Waard | 1980 | |
| Noord-Holland Noord – West-Friesland | ||
| Enkhuizen | 388 | |
| Hoorn | 405 | |
| Medemblik | 420 | |
| Opmeer | 432 | |
| Drechterland | 498 | |
| Stede Broec | 532 | |
| Koggenland | 1598 | |
| Noord-Holland Noord – Kop van Noord-Holland | ||
| Den Helder | 400 | |
| Schagen | 441 | |
| Texel | 448 | |
| Hollands Kroon | 1911 | |
| Urk & Noordoostpolder | ||
| Noordoostpolder | 171 | |
| Urk | 184 | |
| 1) In de Regio Alkmaar vindt geen oversampling plaats, maar het wordt wel als deel van het meerwerkgebied gezien. | ||
Bijlage B Marges
Indien betrouwbaarheidsmarges op de gebruikelijke wijze worden berekend met het gecorrigeerde ODiN, dan wordt verondersteld dat voor de correctie geen schattingen, maar exacte metingen zijn gebruikt. Dat is feitelijk onjuist. Het is dus niet mogelijk om met het gecorrigeerde bestand van ODiN 2024 de juiste marges te berekenen. Voor het berekenen van de juiste marges, waarbij dus wel met de onzekerheid van de trendreeksschatting rekening wordt gehouden zijn alternatieve, complexe werkzaamheden noodzakelijk die afhankelijk zijn van de gewenste analyse. Omdat deze arbeidsintensief zijn en voor iedere analyse maatwerk betekenen is er voor gekozen om dit niet te doen. Dit is dan ook de reden voor het niet presenteren van de tabellen met marges in deze bijlage voor de schattingen gepresenteerd in hoofdstuk 3 tot en met 5.
Bijlage C Aantal typen dagen per jaar
Het aantal reizigerskilometers per jaar zoals gepresenteerd in hoofdstuk 2 is onder andere ook afhankelijk van het aantal dagen van het jaar en bijvoorbeeld het aantal werkdagen in een jaar. Onderstaand overzicht geeft daarin enig inzicht.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Alle dagen | 365 | 366 | 365 | 365 | 365 | 366 |
| Doordeweekse dagen | 261 | 262 | 261 | 260 | 260 | 262 |
| Weekenddagen | 104 | 104 | 104 | 105 | 105 | 104 |
| Weekenddagen plus feestdagen1) | 111 | 113 | 112 | 112 | 113 | 112 |
| Werkdagen2) | 254 | 253 | 253 | 253 | 252 | 254 |
| 1) Feestdagen: nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, beide paasdagen, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, beide pinksterdagen, beide kerstdagen en oudjaarsdag. 2) Werkdagen: doordeweekse dagen exclusief feestdagen | ||||||