1. Inleiding
In deze rapportage staan de belangrijkste resultaten van het onderzoek Onderweg in Nederland 2024 met betrekking tot het meerwerk Noordvleugel.
1.1 Landelijk ODiN onderzoek
Het onderzoek Onderweg in Nederland (ODiN) is het nationale mobiliteitsonderzoek onder inwoners van Nederland. Verplaatsingsonderzoek kent in Nederland een lange geschiedenis. Van 1978 tot en met 2003 is er het Onderzoek Verplaatsingsgedrag (OVG) dat werd uitgevoerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de periode 2004 tot en met 2009 werd het onderzoek in opdracht van Rijkswaterstaat uitgevoerd door het bureau SocialData onder de naam Mobiliteitsonderzoek Nederland (MON). Van 2010 tot en met 2017 voerde het CBS het Onderzoek Verplaatsingen in Nederland (OViN) uit. Sinds 1 januari 2018 is het verplaatsingsonderzoek sterk gewijzigd en wordt het uitgevoerd onder de naam Onderweg in Nederland (ODiN).
In deze eindrapportage worden de gecorrigeerde resultaten van ODiN 2024 in het gebied Noordvleugel gepresenteerd en vergeleken met die van voorgaande onderzoeksjaren. De resultaten zijn niet enkel gebaseerd op de responsen uit de steekproef van het meerwerk, maar op alle responsen van inwoners uit Noordvleugel, dus ook die vanuit de landelijke steekproef. Al deze responsen zijn onderdeel van één geïntegreerd bestand en alle responsen in dat bestand worden gezamenlijk gewogen. De significante verschillen in de uitkomsten tussen de opeenvolgende jaren zijn in de tabellen aangegeven. Echter kunnen de verschillen van 2024 ten opzichte van 2023 niet op significantie worden getoetst vanwege het ontbreken van juiste statistische marges. In deze eindrapportage wordt dan ook voornamelijk gekeken naar hoe de resultaten uit het ODiN zich verhouden tot informatie uit andere bronnen. Helaas zijn er op regionaal niveau weinig bruikbare bronnen beschikbaar. Enkel in het geval dat een ongecorrigeerd ODiN resultaat een significante ontwikkeling kent die tegengesteld is aan wat door de methodebreuk te verwachten was, kan er gesproken worden van een significante ontwikkeling.
Naast voorliggende rapportage met betrekking tot Noordvleugel is er ook een onderzoeksbeschrijving en een landelijke plausibiliteitsrapportage voor het gecorrigeerde ODiN 2024. Deze bieden meer achtergrondinformatie over de methode en de (gecorrigeerde) resultaten van het onderzoek.
Belangrijke informatie specifiek over het meerwerk Noordvleugel staat in de volgende paragraaf. Verschillen in de onderzoeksmethode tussen ODiN 2023 en ODiN 2024 staan in paragraaf 1.3. In paragraaf 1.4 wordt ingegaan op de betekenis van de gebruikte indicatoren. Paragraaf 1.5 bevat informatie over de ongewogen respons. De laatste paragraaf ten slotte bevat de leeswijzer voor de andere hoofdstukken in deze rapportage.
1.2 Meerwerk Noordvleugel
De Vervoerregio Amsterdam laat sinds 2011 meerwerk uitvoeren voor het noordelijke deel van de Randstad, genaamd Noordvleugel.
Het meerwerkgebied Noordvleugel bestaat in 2024 uit 50 gemeenten. Het betreft alle gemeenten in de provincies Noord-Holland en Flevoland. Het gebied is daarmee in 2024 samengesteld uit 30 gemeenten in de metropoolregio Amsterdam (28 in Noord-Holland en 2 in Flevoland), 16 gemeenten in Noord-Holland Noord en de 4 resterende gemeenten in Flevoland. In bijlage A is de gebiedsindeling in meer detail uitgewerkt.
De steekproef voor het meerwerk Noordvleugel bestaat in 2024 uit personen woonachtig in de 50 gemeenten van het meerwerkgebied. In de deelregio Regio Alkmaar van Noord-Holland Noord worden geen extra steekproefpersonen getrokken vanwege het feit dat daar, gezien de informatiebehoefte, vanuit de landelijke steekproef al voldoende responsen worden behaald. De Regio Alkmaar wordt wel beschouwd als onderdeel van het meerwerkgebied Noordvleugel, omdat er voor deze regio binnen de meerwerkopdracht wel een informatiebehoefte bestaat.
Meerwerkgebied versus rapportagegebied
In de jaren 2018 tot en met 2020 had het meerwerkgebied Noordvleugel telkens dezelfde geografische afbakening, namelijk de metropoolregio Amsterdam plus de gemeenten Zeewolde en Dronten. Nadat in 2021 het meerwerkgebied is uitgebreid met het deelgebied Noord-Holland Noord en in 2022 met Urk en Noordoostpolder is er voor gekozen om het gebied waarover in deze rapportage jaarlijks de resultaten zijn gepresenteerd niet te wijzigen. Hierdoor blijven de gepresenteerde resultaten van 2021 en daarna vergelijkbaar met die van de jaren ervoor. Dit betekent tevens dat de resultaten in deze rapportage dus zijn berekend zonder respondenten uit de deelgebieden Noord-Holland Noord en Urk & Noordoostpolder mee te nemen. Er is dus een verschil tussen het meerwerkgebied Noordvleugel (50 gemeenten) in het databestand en het rapportagegebied Noordvleugel (32 gemeenten) waarvan in deze rapportage de resultaten gepresenteerd worden.
Responseisen en responswensen Noordvleugel
Voor het rapportagegebied Noordvleugel exclusief de gemeente Amsterdam is de responseis 2.000 respondenten uit enkel de meerwerksteekproef. Voor elk van de tien basisregio’s van Noordvleugel geldt tevens een responswens van minimaal 700 responsen afkomstig uit zowel de landelijke als de meerwerksteekproef. Daarnaast is er binnen de gemeente Amsterdam voor alle stadsdelen een responswens van 250 respondenten uit zowel de landelijke als de meerwerksteekproef. Voor het meerwerkgebied Noord-Holland Noord geldt geen responseis, maar wel een responswens van minimaal 700 responsen (uit zowel de landelijke als de meerwerksteekproef) voor elk van de drie deelregio’s van Noord-Holland Noord. Ook voor het gezamenlijke gebied van de gemeenten Urk en Noordoostpolder geldt een responswens van 700 respondenten.
1.3 Belangrijke verschillen tussen ODiN 2023 en ODiN 2024
Een groot verschil met de uitvoering van het onderzoek in 2024 ten opzichte van 2023 is dat bij ODiN 2024 een methodebreukcorrectie is toegepast. Deze correctie staat beschreven in hoofdstuk 3 van de Onderzoeksbeschrijving van het gecorrigeerde ODiN 2024. Ook andere wijzigingen worden daar beschreven. Hieronder worden slechts kort de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van ODiN 2023 vermeld.
Wijzigingen brieven
Met ingang van ODiN 2024 zijn de aanschrijfbrief en rappelbrieven van ODiN enigszins verkort, zodat deze beter gelezen en begrepen worden en zodoende het responspercentage verhogen (zie bijlage F van de Onderzoekbeschrijving voor de wijzigingen in de aanschrijfbrief). Zoals in de inleidende paragraaf wordt toegelicht, heeft deze aanpassing geleid tot het ontstaan van een methodebreuk. Een methodebreukcorrectie is vervolgens uitgevoerd om deze breuk te corrigeren.
Wijziging meerwerk
Voor het meerwerk Noordvleugel is in 2024 voor alle stadsdelen van de gemeente Amsterdam een responswens gehanteerd van 250 respondenten. Vorig jaar was die wens alleen voor het stadsdeel Zuidoost en voor het stadsgebied Weesp van toepassing.
Wijzigingen herkomst
In het voorgaande onderzoeksjaar is een nieuwe herkomstindeling doorgevoerd in de verwerking, de weging en het databestand. Het is een driedeling naar herkomstland: Nederland, Europa (excl. Nederland) en Buiten Europa. In ODiN 2024 is deze indeling ook doorgevoerd in de steekproeftrekking en de respondentbenadering.
Folderexperiment
In 2024 is tot en met weekportie 18 van het veldwerk een experiment uitgevoerd. Het doel van het experiment was de effecten van het wel of niet meesturen van een folder op het responspercentage te onderzoeken voor de drie verschillende groepen van Herkomstland (Nederland; Europa (excl. NL); Buiten-Europa). De resultaten van het experiment hebben geleid tot het besluit om met ingang van ODiN 2025 voor alle groepen geen folder meer mee te sturen.
Wijzigingen incentive
Tot en met ODiN 2023 kon de respondent kiezen uit een set VVV-cadeaukaarten of een iPad als kansincentive. Gedurende de looptijd van het folderexperiment bestond de incentive enkel uit verloting van de VVV-cadeaukaarten (er was dus geen keuzemogelijkheid). Met ingang van weekportie 19 heeft de respondent voor de kansincentive de keuze uit een set VVV-cadeaukaarten of een smartwatch.
Wijziging weegproces
De methodebreukcorrectie van ODiN 2024 is gerealiseerd middels een aangepaste weging. Deze weging bevat ten opzichte van voorgaande jaren extra harde randen in de vorm van schattingen van de trendreeks. Het volledige weegmodel wordt in bijlage C van de Onderzoeksbeschrijving van het gecorrigeerde ODiN 2024 gepresenteerd.
1.4 Indicatoren in deze eindrapportage
In de tabellen worden evenals in voorgaande jaren de waarden van verschillende indicatoren per jaar weergegeven. In deze rapportage betreft het de ODiN-jaren 2019 tot en met 2024. Daarbij dient opgemerkt te worden dat in 2020 en 2021 en in het begin van 2022 afwisselend diverse mobiliteits-beïnvloedende maatregelen van toepassing waren in verband met covid-19.
Het onderzoek wordt uitgevoerd onder personen van 6 jaar of ouder in particuliere huishoudens in Nederland. Dat wil zeggen dat personen in instellingen, inrichtingen en tehuizen niet tot de doelpopulatie behoren. Voor deze rapportage is de doelpopulatie verder afgebakend tot enkel de inwoners van het rapportagegebied Noordvleugel (zie paragraaf 1.2). Alle in deze rapportage opgenomen indicatoren hebben dus betrekking op deze afbakening van de doelpopulatie en daarbij wordt gerekend met de populatie per 1 juli van het betreffende onderzoeksjaar.
Veel van de indicatoren zijn gebaseerd op reguliere verplaatsingen. Daarbij gaat het om:
Dagelijkse mobiliteit van de Nederlandse bevolking van 6 jaar of ouder in particuliere huishoudens
- op Nederlands grondgebied
- inclusief vakantieverplaatsingen
- exclusief (werkgerelateerde) serieverplaatsingen
- exclusief beroepsmatige verplaatsingen met een zwaar vrachtvoertuig
- exclusief ritten met een vliegtuig.
Serieverplaatsingen bestaan uit twee of meer opeenvolgende verplaatsingen met een werkgerelateerd doel (werken, zakelijk of beroepsmatig). Een serieverplaatsing wordt vrijwel altijd voorafgegaan door 1 afzonderlijk uitgevraagde werkgerelateerde verplaatsing. Dit betekent dat wanneer er bij een respondent sprake is van een serieverplaatsing, deze respondent minimaal 3 werklocaties achter elkaar bezocht heeft. Wanneer er slechts 2 opeenvolgende werkgerelateerde verplaatsingen hebben plaatsgevonden, dan zijn beide verplaatsingen wel afzonderlijk uitgevraagd. Deze afzonderlijk uitgevraagde werkgerelateerde verplaatsingen worden in ODiN beschouwd als reguliere verplaatsingen. Ook bij de resultaten van serieverplaatsingen worden de afgelegde kilometers met een vliegtuig en met een zwaar vrachtvoertuig niet meegeteld.
De voornaamste indicator in deze rapportage is de totale vervoersprestatie (reizigerskilometers) van inwoners van Noordvleugel van 6 jaar of ouder in Nederland per jaar per vervoerwijze. Deze bestaat uit de totale afgelegde afstand van reguliere verplaatsingen en de serieverplaatsingen. De totale vervoersprestatie wordt uitgesplitst naar type vervoerwijze.
De eindrapportage richt zich vooral op het belangrijkste bestandsdeel van de totale vervoersprestatie: de reguliere verplaatsingen. Deze omvatten landelijk gezien circa 96 procent van het totale aantal reizigerskilometers van personen van 6 jaar of ouder. Het totaal aantal reguliere reizigerskilometers is de gemiddelde afstand per reguliere verplaatsing maal het gemiddelde aantal reguliere verplaatsingen per persoon per dag maal het aantal personen van 6 jaar of ouder maal het aantal dagen in het jaar. De gemiddelde afstand per reguliere verplaatsing en het gemiddelde aantal reguliere verplaatsingen per persoon van 6 jaar of ouder per dag zijn dus de bepalende variabelen uit ODiN voor het totale aantal reizigerskilometers. De totale reizigerskilometers, de reguliere reizigerskilometers, de gemiddelde afstand per reguliere verplaatsing en het gemiddeld aantal reguliere verplaatsingen per persoon per dag worden in de rapportage afzonderlijk gepresenteerd. Zij worden uitgesplitst naar vervoerwijze en/of verplaatsingsmotief.
De verkeersdeelname en de deelname aan het openbaar vervoer zijn eveneens belangrijke indicatoren. Zij worden uitgesplitst naar de persoonskenmerken geslacht en maatschappelijke participatie. Een persoon neemt aan het verkeer deel als deze minimaal één reguliere verplaatsing of minimaal één serieverplaatsing op een dag maakt in Nederland. Ook personen die enkel (binnenlandse) vakantieverplaatsingen hebben gemaakt tellen dus mee bij het bepalen van de verkeersdeelnemers. Personen met uitsluitend (beroepsmatig) wegvervoer met een zwaar vrachtvoertuig tellen niet mee en uiteraard tellen personen met enkel verplaatsingen geheel in het buitenland ook niet mee. Deze laatsten worden meegeteld bij de ‘thuisblijvers’.
Betrouwbaarheid en significantie
In deze rapportage worden enkel cijfers gepresenteerd die statistisch betrouwbaar geacht worden. Mocht dat niet het geval zijn, dan wordt geen waarde gepresenteerd, maar in plaats daarvan een punt. Daarbij hanteren we de vuistregel dat de waarde betrouwbaar wordt geacht indien het aantal unieke respondenten dat bijdraagt aan de schatting minimaal 50 is en de relatieve marge niet groter is dan 50%. De significantie van jaar-op-jaar-verschillen is bepaald met behulp van betrouwbaarheidsintervallen, waarvan met 95% zekerheid verwacht wordt dat de werkelijke waarde er binnen ligt. In de tabellen worden significante verschillen ten opzichte van het voorgaande jaar met een asterisk weergegeven.
1.5 Ongewogen responsinformatie
In tabel 1.5.1 staan de responseisen en behaalde responsaantallen voor het rapportagegebied Noordvleugel per onderzoeksjaar uit de meerwerksteekproef vermeld. Het aantal te behalen responsen voor het rapportagegebied ligt bij ODiN 2024 echter nog iets hoger dan de responseis vanwege de uitbreiding van de responswens naar alle stadsdelen van Amsterdam.
| ODiN 2018 | ODiN 2019 | ODiN 2020 | ODiN 2021 | ODiN 2022 | ODiN 2023 | ODiN 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Responseis | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 |
| Behaalde respons | 2 671 | 2 166 | 2 300 | 2 568 | 2 422 | 2 361 | 2 462 |
In tabel 1.5.2 staat het aantal respondenten woonachtig in het meerwerkgebied Noordvleugel, dus van het rapportagegebied plus Noord-Holland Noord en Urk & Noordoostpolder, uit de diverse steekproeven per onderzoeksjaar vermeld.
| ODiN 2018 | ODiN 2019 | ODiN 2020 | ODiN 2021 | ODiN 2022 | ODiN 2023 | ODiN 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 9 986 | 8 131 | 9 151 | 12 331 | 12 038 | 11 944 | 12 988 |
| Landelijke steekproef | 7 318 | 5 971 | 6 845 | 9 295 | 8 571 | 8 678 | 9 547 |
| Steekproef Noordvleugel | 2 668 | 2 160 | 2 301 | 3 035 | 3 463 | 3 263 | 3 437 |
| Steekproef MRDH | - | 0 | 1 | 1 | 4 | 2 | 2 |
| Steekproef Utrecht | - | - | 4 | 0 | 0 | 1 | 2 |
Merk op dat personen uit de meerwerksteekproef woonachtig in Noordvleugel gedurende het dataverzamelingstraject kunnen verhuizen naar een locatie buiten het meerwerkgebied en vice versa. Uit tabel 1.5.2 valt op te maken dat in 2024 zowel uit de steekproef van de metropoolregio Rotterdam Den Haag als uit de steekproef van Utrecht twee personen hebben gerespondeerd. Dit komt omdat deze personen na de steekproeftrekking en voor het responsmoment verhuisd zijn vanuit die regio’s naar het meerwerkgebied Noordvleugel.
Uit nadere analyse blijkt dat van de 12.988 respondenten woonachtig in het meerwerkgebied Noordvleugel er 9.567 woonachtig zijn in het rapportagegebied. Verder zijn 2.498 respondenten woonachtig in Noord-Holland Noord en 923 in Urk & Noordoostpolder. Van de respondenten woonachtig in Noord-Holland Noord zijn 592 afkomstig uit de meerwerksteekproef en voor Urk & Noordoostpolder zijn dat er 383.
1.6 Indeling van de rapportage
De indeling van de rapportage is als volgt. In hoofdstuk 2 worden de reizigerskilometers van de inwoners van het rapportagegebied Noordvleugel gepresenteerd. De resultaten worden weergegeven naar vervoerwijze en reismotief. In hoofdstuk 3 volgt het gemiddeld aantal reguliere verplaatsingen per persoon per dag en in hoofdstuk 4 de gemiddelde afstand per reguliere verplaatsing. In hoofdstuk 5 komt de verkeersdeelname en deelname aan het openbaar vervoer aan bod. Tot slot volgt hoofdstuk 6 met een samenvatting.