6. Samenvatting
Bij het analyseren van de eerste resultaten van het onderzoek Onderweg in Nederland 2024 is een breuk geconstateerd ten opzichte van voorgaande jaren. Onderzoek heeft aangetoond dat deze breuk veroorzaakt is door het gebruik van ingekorte aanschrijf- en rappelbrieven. Deze waren ingekort om het responspercentage te verhogen. Door het weglaten van voorbeelden uit de brieven, hebben respondenten mogelijk een ander beeld gekregen van wat hun wordt gevraagd aan verplaatsingen in te vullen in vergelijking met voorgaande jaren. Daarmee zijn in ODiN 2024 deels andere resultaten verzameld dan in ODiN 2023. Met behulp van de trendreeksmodellering van het mobiliteitsonderzoek is de methodebreuk zo goed mogelijk gecorrigeerd. De methode voor de correctie is vastgesteld door inhoudelijk betrokkenen en methodologen van Rijkswaterstaat, het KiM en het CBS.
Voor de totstandkoming van het gecorrigeerde ODiN 2024 is gebruik gemaakt van een aangepaste weging. Deze weging bevat ten opzichte van voorgaande jaren extra harde randen in de vorm van schattingen van de trendreeks tot en met 2024. De onzekerheid van deze in de weging gebruikte trendschattingen wordt niet meegenomen in berekeningen met het gecorrigeerde ODiN 2024. Daardoor is het niet mogelijk hiervoor juiste betrouwbaarheidsmarges te berekenen. Dit betekent dat er geen uitspraken gedaan kunnen worden over significante verschillen van het gecorrigeerde ODiN 2024 ten opzichte van voorgaande ODiN-jaren.
In dit document is de eerder gepubliceerde eindrapportage geüpdatet met de gecorrigeerde resultaten. Daarnaast zijn waar mogelijk de aangehaalde bronnen bijgewerkt en nieuwe bronnen toegevoegd. De onderzoeken verschillen onderling, bijvoorbeeld qua opzet, populatie, indeling en meetmethode. Daarom dient bij het vergelijken van de resultaten met name gelet te worden op de tendens van de met elkaar vergeleken onderzoeken en niet de ‘exacte’ overeenkomst van de resultaten.
Het algemene beeld is dat de gecorrigeerde schattingen, in tegenstelling tot de oorspronkelijke, ongecorrigeerde schattingen, een realistisch beeld geven van de mobiliteit in 2024 in relatie tot voorgaande jaren. Naast het niet kunnen berekenen van juiste betrouwbaarheidsmarges is een mogelijke beperking van het gecorrigeerde bestand dat het bij meer gedetailleerde analyses mogelijk onlogische uitkomsten kan opleveren. De kans daarop is groter bij bijvoorbeeld laagregionale uitsplitsingen en bij restcategorieën (zoals de categorie ‘Overige vervoerwijzen’).
Het ontbreken van betrouwbaarheidsmarges bij de gecorrigeerde schattingen maakt het beoordelen van de significantie van ontwikkelingen in 2024 ten opzichte van 2023 vrijwel onmogelijk. De enige situatie waarin we bij het gecorrigeerde ODiN 2024 van een naar alle waarschijnlijkheid significante ontwikkeling kunnen spreken, is wanneer de ontwikkeling op basis van het oorspronkelijke, ongecorrigeerde ODiN 2024 significant was én tegengesteld aan de ontwikkeling die op basis van de methodebreuk te verwachten was. In dat geval is dit expliciet in de tekst aangeduid als een plausibele ontwikkeling.
Op basis van deze gekozen werkwijze kunnen twee ontwikkelingen uit deze rapportage als plausibel worden bestempeld. Ten eerste de toename in het gemiddeld aantal verplaatsingen met de trein op weekend- en feestdagen. Ten tweede de toename in de deelname aan het openbaar vervoer voor de vrouwelijke inwoners van metropoolregio Rotterdam Den Haag van 6 jaar of ouder.