5. Deelname aan het verkeer
Andere belangrijke indicatoren zijn de verkeersdeelname in het algemeen en de deelname aan het openbaar vervoer in het bijzonder. De eerste wordt berekend met verplaatsingsinformatie en voor de tweede wordt ritinformatie gebruikt.
5.1 Verkeersdeelname
Volgens de gehanteerde definitie bij ODiN neemt een persoon die één of meerdere reguliere verplaatsingen per dag maakt, deel aan het verkeer. Ook personen die enkel serieverplaatsingen of enkel vakantieverplaatsingen hebben gemaakt, tellen mee bij het bepalen van de verkeersdeelnemers. Uitzondering daarop vormen personen met uitsluitend (beroepsmatig) wegvervoer met een zwaar vrachtvoertuig; deze tellen niet mee voor de bepaling van verkeersdeelname. Ook geheel in het buitenland gemaakte verplaatsingen tellen niet mee voor het vaststellen van verkeersdeelname.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 80,9 | 69,1* | 75,1* | 77,1* | 77,7 | 78,0 | 0 |
| Mannen | 81,3* | 70,5* | 75,8* | 77,7* | 78,6 | 77,8 | -1 |
| Vrouwen | 80,5 | 67,8* | 74,5* | 76,6* | 76,8 | 78,1 | +2 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Verkeersdeelname behelst minimaal één reguliere verplaatsing of serieverplaatsing per dag. Daarbij tellen personen met uitsluitend (beroepsmatig) wegvervoer met een zwaar vrachtvoertuig niet mee. | |||||||
In tabel 5.1.2 is de verkeersdeelname weergegeven naar werkdagen en weekend- en feestdagen.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 80,9 | 69,1* | 75,1* | 77,1* | 77,7 | 78,0 | 0 |
| Totaal doordeweekse dagen exclusief feestdagen | 83,6 | 71,4* | 77,0* | 79,2* | 80,0 | 79,9 | 0 |
| Totaal weekenddagen plus doordeweekse feestdagen | 74,3 | 64,0* | 70,9* | 72,3 | 72,5 | 73,7 | +2 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Verkeersdeelname behelst minimaal één reguliere verplaatsing of serieverplaatsing per dag. Daarbij tellen personen met uitsluitend (beroepsmatig) wegvervoer met een zwaar vrachtvoertuig niet mee. | |||||||
5.2 Deelname openbaar vervoer
In tabel 5.2.1 is de deelname aan het openbaar vervoer weergegeven. Deelname aan het openbaar vervoer in ODiN betekent dat er met het openbaar vervoer minstens één reguliere rit of minstens één serieverplaatsing is gemaakt in Nederland op de invuldag.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | t.o.v. 2023 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 14,5 | 6,2* | 7,1* | 10,5* | 12,4* | 12,7 | +3 |
| Mannen | 13,1 | 5,4* | 6,5* | 9,4* | 11,8* | 11,0 | -7 |
| Vrouwen | 15,8 | 7,0* | 7,7 | 11,6* | 12,9* | 14,4 | +11 |
| * Cijfer wijkt significant af van het cijfer van het voorgaande jaar. 1) Deelname aan het openbaar vervoer behelst minimaal één reguliere verplaatsing of serieverplaatsing per dag met trein, bus, tram of metro. | |||||||
In 2024 maakte 12,7 procent van de inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag van 6 jaar of ouder minstens één reguliere rit of minstens één serieverplaatsing in het openbaar vervoer op de invuldag.
Op basis van de ongecorrigeerde resultaten van ODiN 2024 voor de MRDH hebben we vastgesteld dat de deelname aan het openbaar vervoer van de vrouwelijke inwoners van metropoolregio Rotterdam Den Haag van 6 jaar of ouder significant is toegenomen. Dat terwijl het beeld is dat de methodebreuk hier juist voor een daling zou zorgen. Dit maakt dat de stijging in de deelname aan het openbaar vervoer voor de vrouwelijke inwoners van metropoolregio Rotterdam Den Haag van 6 jaar of ouder plausibel is.