8. Gebruik van verschillende vormen van kinderopvang
In dit hoofdstuk worden de resultaten met betrekking tot het gebruik van kinderopvang beschreven. Het gaat daarbij om opvang op de momenten waarop de persoon aan het werk is en de kinderen niet op school zitten. In tegenstelling tot voorgaande hoofstukken gaat het bij gebruik van opvang niet alleen om werknemers, maar om alle werkenden (incl. zelfstandigen). Binnen kinderopvang wordt een onderscheid gemaakt tussen formele kinderopvang en informele kinderopvang. Bij formele kinderopvang gaat het vaak om commerciële bedrijven, zoals het kinderdagverblijf, de buitenschoolse opvang en de gastouderopvang. Op deze vormen van kinderopvang (en hiermee vergelijkbare vormen, zoals een betaalde oppas) is de Wet Kinderopvang van toepassing en bij het gebruik van deze vormen komt men (mogelijk) in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. Bij informele opvang gaat het bijvoorbeeld om de peuterspeelzaal of kinderopvang door familie of vrienden. Dit hoeft niet per se betaalde opvang te zijn. Informele vormen van kinderopvang vallen niet onder de Wet Kinderopvang, hiervoor kan men dus geen kinderopvangtoeslag ontvangen.
Vormen van opvang
Bij zowel mannen als vrouwen is een combinatie van opvang door de partner, een onbetaalde oppas en formele opvang de meest voorkomende combinatie van de verschillende vormen van kinderopvang (zie figuur 7.1 en 7.2). Het gebruik van deze afzonderlijke vormen van opvang lag in 2025 ook wat hoger dan in 2023 De situatie waarbij de zorg enkel gedragen wordt door de partner, komt relatief vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.
| (x 1000) | |
|---|---|
| Partner, onbetaalde oppas en formele opvang | 278 |
| Enkel partner | 269 |
| Partner en formele opvang | 248 |
| Partner en onbetaalde oppas | 165 |
| Enkel formele opvang | 33 |
| Enkel onbetaalde oppas | 21 |
| Onbetaalde oppas en formele opvang | 19 |
| Partner, betaalde oppas en formele opvang | 10 |
| Partner en betaalde oppas | 7 |
| Partner, betaalde oppas, onbetaalde oppas en formele opvang | 5 |
| Overige combinaties | 8 |
| Geen van deze opvangvormen | 94 |
| (x 1000) | |
|---|---|
| Partner, onbetaalde oppas en formele opvang | 184 |
| Partner en formele opvang | 179 |
| Enkel partner | 142 |
| Onbetaalde oppas en formele opvang | 129 |
| Partner en onbetaalde oppas | 114 |
| Enkel formele opvang | 110 |
| Enkel onbetaalde oppas | 87 |
| Partner, betaalde oppas en formele opvang | 8 |
| Betaalde oppas en onbetaalde oppas | 6 |
| Partner, betaalde oppas, onbetaalde oppas en formele opvang | 5 |
| Overige combinaties | 13 |
| Geen van deze opvangvormen | 148 |
Dagen en uren informele opvang
Bij de werkenden waarvan de partner of andere ouder een of meerdere dagen voor de kinderen zorgt als de persoon zelf aan het werk is, gaat het bij 39 procent om één dag en bij 27 procent om twee dagen in de week. Wordt er gebruikgemaakt van een onbetaalde oppas, dan is dat ook in de meeste gevallen voor één dag per week (57 procent). Maar ook twee dagen komt hier relatief vaak voor (31 procent).
Redenen voor het afnemen van meer uren aan kinderopvang
Aan werknemers die gebruikmaken van formele opvang, is gevraagd of ze in de afgelopen twaalf maanden meer uren zijn gaan afnemen bij het kinderdagverblijf, de buitenschoolse opvang of de gastouder. Bij 226 duizend werkenden is dat inderdaad het geval, tegenover 978 duizend die dat niet doen. In 2025 was de meest genoemde reden om meer uren aan kinderopvang op te nemen dat er meer van de eigen kinderen naar de opvang gingen. Wel werd deze reden in 2025 minder vaak vaker genoemd dan in 2023. In 2025 werd juist vaker genoemd dat een andere opvangvorm wegviel.
| (%) | |
|---|---|
| Meer kinderen naar opvang | 21,9 |
| Meer uren gaan werken | 17,1 |
| Andere opvang viel weg | 16,1 |
| Kind was er aan toe | 14,8 |
| Partner meer uren gaan werken | 12,5 |
| Er kwam plek vrij op de opvang | 10 |
| Andere veranderingen bij de opvang | 2,7 |
| Veranderingen op school | 1,9 |
| Andere reden | 22,1 |
Ervaringen met het aanvragen van kinderopvangtoeslag
Werkenden die gebruikmaken van formele vormen van kinderopvang (zoals een kinderdagverblijf, de buitenschoolse opvang of de gastouderopvang), komen veelal in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. In 2025 ontving in totaal 91 procent van de werkenden met kinderen van twaalf jaar en jonger die gebruik maken van formele opvang kinderopvangtoeslag.
Van de werkenden die kinderopvangtoeslag ontvangen, geeft 60 procent aan dat zij goed op de hoogte zijn van de hoogte van deze toeslag, en nog eens 31 procent geeft aan dit ongeveer te weten terwijl 8 procent de hoogte van de kinderopvangtoeslag niet weet. Van de werkenden met kinderen van twaalf jaar en jonger die formele opvang gebruiken maar die geen kinderopvangtoeslag ontvangen, geeft 22 procent aan dat zij een andere subsidie of bijdrage ontvangen voor kinderopvang, tegenover 73 procent die een dergelijke subsidie of bijdrage niet ontvangen.
Bijna zes op de tien van de werkenden met kinderen van twaalf jaar en jonger met formele opvang gaven in 2025 aan dat zij het (heel) makkelijk vonden om kinderopvangtoeslag aan te vragen. 9 procent vindt dit (heel) moeilijk. Een verandering in de werk- of leefsituatie doorgeven aan de Belastingdienst wordt ook door zes op de tien van de werkenden die een dergelijke verandering hebben doorgegeven als (heel) makkelijk beschouwd, 14 procent vind dit (heel) moeilijk. De rest vind het niet moeilijk maar ook niet makkelijk of gaf geen antwoord. Ten slotte krijgt 86 procent van de werkenden die moeite ondervinden bij het aanvragen van kinderopvangtoeslag of het doorgeven van een verandering hierbij geen hulp.
De meerderheid van de werkende mannen en vrouwen geeft aan dat de hoogte van de kinderopvangtoeslag geen invloed heeft op het aantal uren dat zij werken. Mannen antwoorden dit nog iets vaker dan vrouwen (76 procent tegenover 66 procent).