Monitor Arbeid, zorg en kinderopvang 2025

4. Kortdurende zorgsituaties en verlof

In dit hoofdstuk worden de resultaten met betrekking tot kortdurende zorgsituaties en het gebruik en de behoefte aan verlof binnen dergelijke situaties beschreven. Deze cijfers hebben betrekking op een partner, kind, een familielid, vriend of bekende die door gezondheidsproblemen korter dan twee weken zorg of hulp nodig had. Bijvoorbeeld vanwege een plotselinge ziekte, een ongeval of een ziekenhuisopname.

In 2025 kregen in totaal 765 duizend werknemers van 15 tot 75 jaar te maken met een kortdurende zorgsituatie, daarvan verleenden er 616 duizend (81 procent) ook zelf de zorg. In 2023 waren deze aantallen en aandelen vergelijkbaar. De meeste kortdurende zorgsituaties hebben betrekking op een (stief- of pleeg-)kind. Bij 229 duizend werknemers is dat het geval. Daarna volgt zorg voor een ouder (166 duizend), partner (149 duizend) en zorg voor een familielid, vriend of een bekende (72 duizend).

Bijna twee op de tien hebben niet gezorgd (149 duizend), 54 procent daarvan wil wel zorgen. De belangrijkste reden om niet te zorgen is dat het niet nodig is vanwege voldoende hulp van anderen (132 duizend). Daarna geven 95 duizend werknemers aan dat het niet mogelijk is vanwege het werk, vooral vanwege drukte (37 duizend). Vervolgens wordt ongeveer even vaak genoemd dat het financieel niet mogelijk is (31 duizend) of dat men niet bekend is met regelingen (29 duizend). Ook wordt ongeveer even vaak genoemd dat het emotioneel of lichamelijk te zwaar is of dat het mogelijk slecht zou zijn voor de carrière (beide 23 duizend). Tot slot geven 44 duizend werknemers een andere reden dan bovengenoemde.

Aanpassingen in het werk

Ruim 47 procent (293 duizend) van de werknemers die gezorgd hebben voor een kortdurend zieke, deden daarvoor aanpassingen in hun werk. In 2023 was dit aandeel 44 procent. De meeste mensen die aanpassingen hebben gedaan (174 duizend) zijn (meer) gaan thuiswerken. Met 138 duizend werknemers zijn er ook relatief veel die op andere tijden en/of dagen zijn gaan werken. Daarnaast zijn er ook nog 43 duizend die een andere aanpassing hebben gedaan. Werknemers kunnen meerdere aanpassingen tegelijk hebben gedaan, waardoor het totaal aan aanpassingen hoger uitvalt dan het aantal werknemers dat een aanpassing heeft gedaan. 

Verlof opnemen

Bijna 38 procent van de werknemers die in 2025 zorg verleenden bij een kortdurende zorgsituatie, nam hiervoor enige vorm van verlof op. In 2023 was dit aandeel bijna 35 procent. De meest gebruikte verlofsoort binnen kortdurende zorgsituaties zijn vakantiedagen (103 duizend), daarna volgt het kortdurend zorgverlof (82 duizend). Calamiteiten- of kort verzuimverlof (41 duizend) wordt iets vaker gebruikt dan bijzonder of buitengewoon verlof (16 duizend) en overig verlof (17 duizend). Langdurig zorgverlof wordt door 2 duizend werknemers gebruikt. Werknemers kunnen meerdere verlofsoorten combineren, waardoor het totaal aan verlofsoorten hoger uitvalt dan het aantal werknemers dat verlof neemt. In 2025 maakten werknemers in vergelijking met 2023 vaker gebruik van kortdurend zorgverlof (35 tegenover 31 procent) en calamiteiten- of kortdurend zorgverlof (18 tegenover 15 procent), en minder vaak van vakantiedagen (44 tegenover 51 procent) en bijzonder- of buitengewoon verlof (7 tegenover 10 procent).

Ruim zes op de tien werknemers die zorgen bij een kortdurende zorgsituatie, nemen geen verlof op. Een groot deel doet dit niet omdat ze al voldoende hulp krijgen van familie, vrienden of kennissen (104 duizend), partner (52 duizend) of thuiszorg of andere professionele hulp (38 duizend). 48 duizend werknemers geven aan dat het niet mogelijk is met het werk, vooral vanwege drukte (27 duizend), 34 duizend werknemers zijn niet bekend met de regelingen, voor 17 duizend is het financieel niet mogelijk en 13 duizend geven aan dat het mogelijk slecht zou zijn voor de carrière. Een grote groep (170 duizend) heeft een andere reden om geen verlof op te nemen. Van de werknemers die enkel een andere reden noemen om geen verlof op te nemen, geeft 46 procent aan dat zij echter wel behoefte hadden aan verlof.

Het gebruik van verlof bij kortdurende zorgsituaties verschilt per zorgvrager en eigen arbeidssituatie. Bij mensen die kortdurende zorg verlenen aan een eigen kind gaat het om 46 procent, bij de partner 40 procent. Bij een ouder is het 33 procent. Bij een overig familielid, vriend of bekende is het met 17 procent wel wat minder. Voltijdswerkenden gebruiken vaker verlof bij een kortdurende zorgsituatie (41 procent) dan deeltijders (35 procent).

4.1 Werknemers (15 tot 75 jaar) die zorg verlenen in een kortdurende zorgsituatie, 2025
 Verlof opgenomen (x 1000)Geen verlof opgenomen (x 1000)Onbekend (x 1000)
Zorg voor
Kind (of stief- of pleegkind)1061212
Partner60881
Ouder of schoonouder561092
Familie, vriend of bekende13591
Arbeidsduur
Deeltijd1182113
Voltijd1161662