Monitor Arbeid, zorg en kinderopvang 2025

3. Langdurige zorgsituaties en verlof

In dit hoofdstuk worden de resultaten met betrekking tot langdurige zorgsituaties en het gebruik en de behoefte aan verlof binnen dergelijke situaties beschreven. Deze cijfers hebben betrekking op een partner, kind, een familielid, vriend of bekende die door gezondheidsproblemen langer dan twee weken zorg of hulp nodig had.

In 2025 kregen in totaal 857 duizend werknemers van 15 tot 75 jaar te maken met een langdurige zorgsituatie, daarvan verleenden er 661 duizend (77 procent) ook zelf de zorg. In 2023 lag het aantal mensen dat te maken had met een langdurige zorgsituatie met 807 duizend nog iets lager, ook het aandeel dat daarvan zelf de zorg verleende lag iets lager (74 procent). De meeste zorgsituaties hebben betrekking op een ouder of schoonouder. Bij 344 duizend werknemers is dat het geval. Daarna volgt zorg voor een partner (167 duizend), zorg voor een familielid, vriend of een bekende (112 duizend) en een (stief- of pleeg-)kind (93 duizend).

Iets minder dan een kwart van de mensen die te maken hadden met een langdurige zorgsituatie heeft niet gezorgd. Bijna de helft daarvan wil wel zorgen en de andere helft wil niet of geeft geen antwoord op de vraag of men wel had willen zorgen. De belangrijkste reden om niet te zorgen is dat het niet nodig is vanwege voldoende hulp van anderen (174 duizend). Daarna geven 120 duizend werknemers aan dat het niet mogelijk is vanwege het werk, vaak vanwege drukte (46 duizend). Vervolgens wordt in vergelijkbare mate genoemd dat het financieel niet mogelijk is (63 duizend) of emotioneel of lichamelijk te zwaar is (57 duizend). Er zijn 41 duizend mensen niet bekend met regelingen en 28 duizend zeggen dat het mogelijk slecht zou zijn voor de carrière. Nog eens 54 duizend hebben een andere dan bovengenoemde redenen om niet te zorgen.

Aanpassingen in het werk

Bijna 42 procent van de werknemers (275 duizend) die in 2025 gezorgd hebben voor een langdurig zieke, deden daarvoor aanpassingen in hun werk. In 2023 was dit aandeel 40 procent. De meeste mensen die aanpassingen hebben gedaan (112 duizend) zijn (meer) gaan thuiswerken. Met 107 duizend werknemers zijn er ook relatief veel die op andere tijden of dagen zijn gaan werken. Minder uren gaan werken (62 duizend) is de eerstvolgende vaakst gemaakte aanpassing in het werk. Tijdelijk stoppen met werken (18 duizend) of van functie wisselen (14 duizend) komt minder vaak voor. Daarnaast zijn er ook nog 38 duizend werknemers die een andere aanpassing hebben gedaan. Werknemers kunnen overigens meerdere aanpassingen tegelijk hebben gedaan, waardoor het totaal aan aanpassingen hoger uitvalt dan het aantal werknemers dat een aanpassing heeft gedaan. 

Verlof opnemen

Ruim vier op de tien werknemers (292 duizend) die zorg verleenden bij een langdurige zorgsituatie, neemt hiervoor enige vorm van verlof op. Het aandeel mensen dat in 2025 verlof opnam om te zorgen bij een langdurige zorgsituatie is hiermee vrijwel vergelijkbaar met 2023. De meest gebruikte verlofsoort binnen langdurige zorgsituaties zijn vakantiedagen (161 duizend), daarna volgt het kortdurend zorgverlof (89 duizend). Langdurig zorgverlof wordt door 11 duizend werknemers gebruikt, calamiteiten- of kort verzuimverlof door 41 duizend. Bijzonder of buitengewoon verlof (27 duizend) en overig verlof (28 duizend) worden ongeveer evenveel gebruikt. Werknemers kunnen meerdere verlofsoorten combineren, waardoor het totaal aan verlofsoorten hoger uitvalt dan het aantal werknemers dat verlof nam. 

Ruim de helft van de werknemers die zorgen bij een langdurige zorgsituatie, nemen geen verlof op. Een groot deel krijgt al voldoende hulp van familie, vrienden of kennissen (130 duizend), thuiszorg of andere professionele hulp (90 duizend) of hulp van de partner (46 duizend). Er geven 37 duizend werknemers aan dat het niet mogelijk is vanwege het werk, vooral vanwege drukte (18 duizend), 33 duizend werknemers zijn niet bekend met de regelingen, voor 16 duizend is het financieel niet mogelijk en 9 duizend geven aan dat het mogelijk slecht zou zijn voor de carrière. Een grote groep (139 duizend) heeft een andere reden om geen verlof op te nemen. Van de werknemers die enkel een andere reden noemen om geen verlof op te nemen geeft 41 procent aan dat zij wel behoefte hebben aan verlof.

Het gebruik van verlof verschilt per zorgvrager, zorgsituatie of eigen arbeidssituatie. Bij mensen die langdurige zorg verlenen aan een kind wordt door iets meer dan de helft (51 procent) verlof opgenomen, bij zorg voor een partner neemt 53 procent verlof op. Bij een ouder is het 43 procent. Bij een overig familielid, vriend of bekende was het 31 procent. Ook wordt er vaker gebruikgemaakt van verlof bij palliatieve zorg of stervensbegeleiding (53 procent) dan bij een chronische aandoening of beperking (44 procent), tijdelijke ziekte of beperking (45 procent) en andere gezondheidsproblemen of ouderdom (40 procent). Voltijdswerkenden gebruiken vaker verlof bij een langdurige zorgsituatie (50 procent) dan deeltijders (38 procent).

3.1 Werknemers (15 tot 75 jaar) die zorg verlenen in een langdurige zorgsituatie, 2025
 Verlof opgenomen (x 1000)Geen verlof opgenomen (x 1000)Onbekend (x 1000)
Zorg voor
Kind (of stief- of pleegkind47451
Partner89752
Ouder of schoonouder1481932
Familie, vriend of bekende35761
Type aandoening
Tijdelijke ziekte of beperking851051
Chronische aandoening of beperking831022
Palliatieve zorg of stervensbegeleiding47402
Ander gezondheidsprobleem of ouderdom671011
Arbeidsduur
Deeltijd1332094
Voltijd1591542