Introductie
Voor berekening van de emissie van het wegverkeer is de verdeling van de kilometers over de verschillende type wegen op Nederlands grondgebied noodzakelijk. De uitstoot is namelijk onder andere afhankelijk van hoe hard er gereden wordt en hoeveel er bijvoorbeeld geremd en opgetrokken wordt. TNO bepaalt voor een drietal wegtypes de uitstoot in gram per kilometer, namelijk stad, buitenweg en snelweg.
De eerdere aannames met betrekking tot de wegtypeverdeling van verschillende voertuigcategorieën zijn gebaseerd op onderzoek van TNO (TNO, 2017) en van Goudappel Coffeng (Goudappel Coffeng, 2010). Deze onderzoeken zijn inmiddels verouderd en er is behoefte aan actuele informatie over de verdeling van kilometers over de wegtypes. Daarnaast waren deze onderzoeken er vooral op gericht om per weg een verdeling van de type voertuigen te bepalen. Het nadeel hiervan is dat het lastig is om op basis van deze informatie kilometers van een bepaald type voertuig te verdelen over de wegtypes.
Dit nieuwe onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) ten behoeve van de Emissieregistratie (ER). Het doel van dit onderzoek is om, op basis van route-informatie uit enquêtes, de verdeling van gereden kilometers over verschillende wegtypes te bepalen en zo de kilometerverdeling te verbeteren en te actualiseren.
Het CBS heeft twee belangrijke enquêtes die informatie verzamelen over de herkomst en bestemming van deelritten: de enquête "Goederenvervoer over de weg" voor vrachtvoertuigen (wegvervoer-enquête) en het onderzoek "Onderweg in Nederland" (ODiN) voor personen- en bestelauto’s. Op basis van de herkomst en bestemming van de deelritten wordt via een routeplanner de meest waarschijnlijk genomen route berekend. Vervolgens worden de kilometers van deze routes verdeeld over verschillende maximumsnelheidscategorieën, die uiteindelijk worden ingedeeld naar drie wegtypes: autosnelwegen (snelweg), provinciale wegen (buitenweg) en lokale wegen (stad). Deze verdeling is gebaseerd op gegevens van voertuigen die binnen Nederland rijden.
In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit onderzoek gebruikte databronnen. Daarna volgt een beschrijving van de toegepaste methode. Vervolgens worden de resultaten besproken en vergeleken met de onderzoeken van 2010 en 2016. Tot slot volgen een overzicht van de beperkingen van het onderzoek en de conclusies en aanbevelingen.