3. Resultaten
Eerst wordt er een vergelijking gedaan tussen het OSM en NWB netwerk. Vervolgens wordt per voertuigsoort de wegtypeverdeling vergeleken tussen verschillende voertuigtypen en afgelegde kilometers. De resultaten van de vrachtauto’s, trekkers voor oplegger en speciale voertuigen zijn gebaseerd op de wegvervoer-enquête, de resultaten van de personen- en bestelauto’s zijn gebaseerd op ODiN. In bijlage 2 is voor de wegvervoer-enquête opgenomen op hoeveel voertuigen de resultaten gebaseerd zijn en voor ODiN is het aantal verplaatsingen opgenomen.
3.1 Wegvervoer-enquête
Van de in totaal 502 268 deelritten uit de wegvervoer-enquête geldt het volgende:
- Voor 1 988 deelritten (0,4 procent) kon geen route worden bepaald. Dit wordt doorgaans veroorzaakt door problemen bij het geo-coderen, of doordat er binnen 400 meter van de opgegeven coördinaten geen voor vrachtwagens toegankelijke weg aanwezig is.
- Voor 23 103 deelritten (4,6 procent) ligt de volledige route in het buitenland. Omdat de emissieberekeningen uitsluitend betrekking hebben op het Nederlandse grondgebied, zijn deze ritten buiten beschouwing gelaten.
- Voor de resterende 477 177 deelritten (95 procent) kon wél een route worden afgeleid die zich geheel of gedeeltelijk binnen Nederland bevindt.
De totale doorlooptijd voor het geo-coderen, routes opvragen en berekening van de verdeling voor de wegvervoer-enquête kostte 36 uur, gemiddeld ongeveer 40 minuten per 10 000 ritten. De meeste tijd zit in het geo-coderen en het opvragen van de routes aan de routeplanner.
3.2 ODiN enquête
Van de in totaal 76 298 deelritten uit de ODiN enquête, waarbij een personenauto of bestelauto het hoofdvervoermiddel is, geldt het volgende:
- Voor 423 (0,6 procent) deelritten kon geen route worden bepaald. Dit komt meestal door ongeldige of nieuwe toegevoegde postcodes, of doordat er binnen 350 meter van de opgegeven coördinaten geen weg beschikbaar is voor personenauto’s. Deze deelritten zijn daarom niet meegenomen in de resultaten.
- Voor de overige 75 875 deelritten (99,4 procent) kon wél een route worden bepaald, die geheel of gedeeltelijk over het Nederlandse grondgebied loopt.
3.3 Vergelijking OSM en NWB
De verdeling van de voertuigkilometers over de verschillende snelheidsklassen is weergegeven in tabel 3.3.1 en tabel 3.3.2. In de eerste kolom staat de maximumsnelheid (klasse 1). De verschillen tussen OSM en het NWB zijn over het algemeen klein (meestal minder dan 1 procentpunt).
| Maximumsnelheid klasse 1 (km/uur) | Speciaal voertuig OSM | Trekker OSM | Vrachtauto OSM | Personenauto OSM | Bestelauto OSM |
|---|---|---|---|---|---|
| 30 | 3,0 | 1,2 | 2,4 | 4,7 | 3,6 |
| 50 | 10,9 | 5,0 | 8,9 | 13,4 | 10,8 |
| 60 | 2,8 | 1,7 | 2,7 | 5,7 | 6,2 |
| 70 | 2,8 | 1,7 | 2,5 | 2,8 | 2,5 |
| 80 | 12,1 | 9,3 | 12,6 | 13,0 | 14,0 |
| 90 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,4 |
| 100 | 67,9 | 80,5 | 70,4 | 60,0 | 62,4 |
| Maximumsnelheid klasse 1 (km/uur) | Speciaal voertuig NWB | Trekker NWB | Vrachtauto NWB | Personenauto NWB | Bestelauto NWB |
|---|---|---|---|---|---|
| 30 | 2,9 | 1,2 | 2,4 | 4,7 | 3,6 |
| 50 | 10,5 | 4,8 | 8,6 | 12,9 | 10,5 |
| 60 | 3,1 | 1,8 | 2,9 | 6,0 | 6,6 |
| 70 | 2,7 | 1,6 | 2,3 | 2,6 | 2,3 |
| 80 | 12,0 | 9,3 | 12,4 | 12,9 | 13,8 |
| 90 | 0,2 | 0,2 | 0,2 | 0,2 | 0,2 |
| 100 | 68,6 | 81,0 | 71,2 | 60,7 | 63,0 |
Bij trekkers voor oplegger is het aandeel van de kilometers op 100 km wegen het hoogst (81 procent) en voor personenauto’s het laagst, ongeveer 60 procent. Op 50 km wegen is dit andersom. In de volgende paragrafen zullen per voertuigsoort uitsplitsingen gemaakt worden naar voertuigkenmerken en jaarkilometrageklassen.
3.4 Trekkers voor oplegger
Van 14,6 duizend trekkers voor oplegger uit de respons zijn de 353,5 duizend deelritten over het OSM en NWB wegennet gelegd en de kilometers uit de wegvervoer-enquête verdeeld naar wegtype. In tabel 3.4.1 is de verdeling naar wegtype (klasse 2) opgenomen, uitgesplitst naar de leeftijd van het voertuig en het maximale gewicht van de oplegger die getrokken mag worden.
| Trekkers voor oplegger | NWB, stad | NWB, buitenweg | NWB, snelweg | OSM, stad | OSM, buitenweg | OSM, snelweg |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Leeftijd totaal | 6 | 13 | 81 | 6 | 13 | 81 |
| Leeftijd totaal en gewicht oplegger 40 ton of minder | 7 | 14 | 79 | 8 | 14 | 78 |
| Leeftijd totaal en gewicht oplegger meer dan 40 ton | 6 | 13 | 81 | 6 | 13 | 81 |
| Jonger dan 4 jaar totaal | 6 | 13 | 82 | 6 | 13 | 81 |
| Jonger dan 4 jaar en gewicht oplegger 40 ton of minder | 8 | 14 | 78 | 8 | 14 | 78 |
| Jonger dan 4 jaar en gewicht oplegger meer dan 40 ton | 6 | 13 | 82 | 6 | 13 | 81 |
| 4 tot 10 jaar totaal | 6 | 13 | 81 | 6 | 13 | 81 |
| 4 tot 10 jaar en gewicht oplegger 40 ton of minder | 7 | 14 | 79 | 7 | 14 | 79 |
| 4 tot 10 jaar en gewicht oplegger meer dan 40 ton | 6 | 13 | 81 | 6 | 13 | 81 |
| 10 jaar of ouder totaal | 8 | 16 | 76 | 8 | 17 | 76 |
| 10 jaar of ouder en gewicht oplegger 40 ton of minder | 9 | 17 | 74 | 9 | 18 | 73 |
| 10 jaar of ouder en gewicht oplegger meer dan 40 ton | 7 | 16 | 77 | 7 | 16 | 76 |
Uit de resultaten blijkt dat trekkers voor oplegger jonger dan tien jaar, een groter deel van hun kilometers op de snelweg afleggen dan oudere voertuigen. Bij trekkers jonger dan tien jaar vindt ongeveer 81 procent (OSM) van de afgelegde kilometers plaats op snelwegen, terwijl dit bij trekkers ouder dan tien jaar 76 procent (OSM) is.
Daarnaast blijkt dat trekkers met een gewicht van meer dan 40 ton een iets groter aandeel van hun kilometers op snelwegen rijden dan trekkers van 40 ton of lichter. Dit verschil is ook zichtbaar binnen de categorie voertuigen jonger dan tien jaar.
Naast een uitsplitsing naar technische voertuigkenmerken is op basis van jaarkilometrages uit de statistiek verkeersprestaties ook een indeling gemaakt naar jaarkilometrageklasse. In tabel 3.4.2 is de verdeling naar wegtype weergegeven voor 6 jaarkilometrageklassen.
| Kilometerklasse, trekkers voor oplegger | NWB, stad | NWB, buitenweg | NWB, snelweg | OSM, stad | OSM, buitenweg | OSM, snelweg |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Minder dan 20 000 km | 10 | 19 | 71 | 10 | 20 | 70 |
| 20 000 tot 40 000 km | 10 | 18 | 73 | 10 | 18 | 72 |
| 40 000 tot 60 000 km | 8 | 16 | 76 | 8 | 16 | 75 |
| 60 000 tot 80 000 km | 7 | 14 | 79 | 7 | 15 | 78 |
| 80 000 tot 100 000 km | 6 | 13 | 81 | 6 | 13 | 81 |
| 100 000 km of meer | 5 | 11 | 84 | 5 | 12 | 83 |
Uit tabel 3.4.2 blijkt dat het aandeel snelweg toeneemt naarmate voertuigen in een hogere jaarkilometrageklasse vallen. In de klasse tot 20 000 kilometer is het aandeel snelweg 70 procent (OSM). In de hoogste jaarkilometrageklasse van 100 000 kilometer loopt dit aandeel op tot 83 procent (OSM).
3.5 Vrachtauto’s
In de respons zitten 5 598 vrachtauto’s die 148,4 duizend deelritten hebben gemaakt in 2023. In tabel 3.5.1 is de wegtypeverdeling opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd van het voertuig en het laadvermogen van de vrachtauto.
| Vrachtauto's | NWB, stad | NWB, buitenweg | NWB, snelweg | OSM, stad | OSM, buitenweg | OSM, snelweg |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Leeftijd totaal | 11 | 18 | 71 | 11 | 18 | 70 |
| Leeftijd totaal en laadvermogen 7 ton of minder | 13 | 19 | 68 | 13 | 19 | 68 |
| Leeftijd totaal en laadvermogen meer dan 7 ton, maximaal 12 ton | 12 | 18 | 70 | 12 | 19 | 69 |
| Leeftijd totaal en laadvermogen meer dan 12 ton, maximaal 18 ton | 8 | 15 | 77 | 8 | 15 | 77 |
| Leeftijd totaal en laadvermogen meer dan 18 ton | 12 | 22 | 66 | 13 | 22 | 65 |
| Jonger dan 4 jaar totaal | 11 | 18 | 71 | 12 | 18 | 70 |
| Jonger dan 4 jaar en laadvermogen 7 ton of minder | 13 | 19 | 68 | 13 | 19 | 67 |
| Jonger dan 4 jaar en laadvermogen meer dan 7 ton, maximaal 12 ton | 12 | 19 | 69 | 13 | 19 | 68 |
| Jonger dan 4 jaar en laadvermogen meer dan 12 ton, maximaal 18 ton | 7 | 13 | 79 | 8 | 14 | 78 |
| Jonger dan 4 jaar en laadvermogen meer dan 18 ton | 13 | 23 | 63 | 14 | 24 | 62 |
| 4 tot 10 jaar totaal | 11 | 17 | 72 | 11 | 17 | 72 |
| 4 tot 10 jaar en laadvermogen 7 ton of minder | 13 | 18 | 69 | 13 | 19 | 68 |
| 4 tot 10 jaar en laadvermogen meer dan 7 ton, maximaal 12 ton | 12 | 18 | 70 | 12 | 18 | 69 |
| 4 tot 10 jaar en laadvermogen meer dan 12 ton, maximaal 18 ton | 7 | 14 | 79 | 7 | 14 | 78 |
| 4 tot 10 jaar en laadvermogen meer dan 18 ton | 12 | 20 | 69 | 12 | 20 | 68 |
| 10 jaar of ouder totaal | 11 | 21 | 67 | 12 | 22 | 67 |
| 10 jaar of ouder en laadvermogen 7 ton of minder | 13 | 20 | 67 | 13 | 20 | 66 |
| 10 jaar of ouder en laadvermogen meer dan 7 ton, maximaal 12 ton | 11 | 20 | 69 | 12 | 20 | 68 |
| 10 jaar of ouder en laadvermogen meer dan 12 ton, maximaal 18 ton | 10 | 21 | 70 | 10 | 21 | 69 |
| 10 jaar of ouder jaar en laadvermogen meer dan 18 ton | 14 | 28 | 58 | 15 | 28 | 57 |
Net als bij de trekkers voor oplegger is ook hier te zien dat het aandeel dat op de snelweg gereden is bij vrachtauto’s van tien jaar of ouder minder is dan voor vrachtauto’s van jonger dan tien jaar. Over het algemeen is ook hier te zien dat hoe hoger de laadvermogensklasse hoe groter het aandeel op de snelweg is. Behalve in de zwaarste gewichtsklasse, daar is het aandeel snelweg relatief laag. Bij de vrachtauto’s jonger dan 10 jaar is er ook nog verschil te zien tussen de gewichtsklassen.
Voor de vrachtauto’s is ook een uitsplitsing gemaakt naar jaarkilometrageklassen, zie tabel 3.5.2.
| Kilometerklasse, vrachtauto's | NWB, stad | NWB, buitenweg | NWB, snelweg | OSM, stad | OSM, buitenweg | OSM, snelweg |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Minder dan 20 000 km | 16 | 24 | 60 | 16 | 24 | 59 |
| 20 000 tot 40 000 km | 15 | 22 | 63 | 16 | 22 | 62 |
| 40 000 tot 60 000 km | 13 | 21 | 66 | 13 | 21 | 66 |
| 60 000 tot 80 000 km | 10 | 17 | 74 | 10 | 17 | 73 |
| 80 000 tot 100 000 km | 7 | 14 | 79 | 8 | 14 | 78 |
| 100 000 km of meer | 5 | 12 | 83 | 6 | 12 | 82 |
Net als bij de trekkers voor oplegger is ook bij de vrachtauto’s te zien dat hoe hoger de jaarkilometrageklasse, hoe groter het aandeel is dat op de snelweg wordt gereden. Vrachtauto’s met een jaarkilometrage minder dan 20 000 kilometer leggen 59 procent (OSM) af op de snelweg. Bij vrachtauto’s die meer dan 100 000 kilometer rijden is dit aandeel 82 procent (OSM). Het verschil tussen de hoogste en laagste kilometerklasse is groter dan bij de trekkers voor oplegger.
3.6 Speciale voertuigen
In de wegvervoer-enquête van 2023 is er respons voor 698 speciale voertuigen. Zij hebben gezamenlijk 10 356 deelritten gemaakt. De wegtypeverdeling van de speciale voertuigen uitgesplitst naar leeftijd is opgenomen in tabel 3.6.1. Het betreft alleen de zware speciale voertuigen met een maximaal toegestaan gewicht (leeg gewicht plus laadvermogen) van meer dan 3,5 ton.
| Speciale voertuigen | NWB, stad | NWB, buitenweg | NWB, snelweg | OSM, stad | OSM, buitenweg | OSM, snelweg |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 13 | 18 | 69 | 14 | 18 | 68 |
| Jonger dan 4 jaar | 14 | 17 | 69 | 15 | 17 | 68 |
| 4 tot 10 jaar | 14 | 17 | 69 | 14 | 18 | 68 |
| 10 jaar of ouder | 12 | 21 | 67 | 13 | 21 | 67 |
Bij de speciale voertuigen is er een klein verschil te zien in de wegtypeverdeling tussen de leeftijdsklasse tot tien jaar en tien jaar of ouder. De verschillen zijn echter wel minder groot dan bij de vrachtauto’s en trekkers. In tabel 3.6.2 is de verdeling van de speciale voertuigen naar kilometerklasse opgenomen.
| Kilometerklasse, speciale voertuigen | NWB, stad | NWB, buitenweg | NWB, snelweg | OSM, stad | OSM, buitenweg | OSM, snelweg |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Minder dan 20 000 km | 18 | 24 | 58 | 19 | 24 | 57 |
| 20 000 tot 40 000 km | 19 | 22 | 60 | 19 | 22 | 59 |
| 40 000 tot 60 000 km | 14 | 21 | 65 | 15 | 21 | 65 |
| 60 000 tot 80 000 km | 8 | 12 | 80 | 8 | 13 | 79 |
| 80 000 tot 100 000 km | 8 | 10 | 82 | 8 | 11 | 81 |
| 100 000 km of meer | 4 | 8 | 88 | 4 | 9 | 87 |
Het aandeel van de kilometers dat op de snelweg wordt afgelegd door speciale voertuigen loopt op van 58 procent (OSM) in de eerste kilometerklasse (minder dan 20 000 kilometer) tot 84 procent (OSM) in de hoogste kilometerklasse (100 000 km of meer).
3.7 Personenauto’s
In het ODiN-bestand van 2023 zijn 74,4 duizend verplaatsingen van personenauto’s met 1 rit geselecteerd. Het aantal unieke personenauto’s is niet bekend. Het betreft 27 048 personen die deze ritten afgelegd hebben. Bij 47 procent van alle ritten is het type eigenaar bekend. Voor een vergelijkbaar aandeel zijn ook gegevens over het type personenauto bekend, zoals de leeftijd van de auto en de brandstof. Voor meer dan de helft van de ritten is de informatie over het type personenauto dus onbekend. In tabel 3.7.1 is de wegtypeverdeling opgenomen voor deelritten waarover informatie over het type eigenaar van de auto beschikbaar is en voor deelritten waarvan deze informatie niet beschikbaar is. Er is wel een verschil tussen de wegtypeverdeling van deze twee categorieën, maar het verschil is redelijk klein.
| Wegtype (klasse 2) | Type personenauto onbekend | Type personenauto bekend |
|---|---|---|
| Stad | 19,1 | 17,2 |
| Buitenweg | 21,2 | 22,5 |
| Snelweg | 59,7 | 60,2 |
In het vervolg van deze paragraaf zal verder ingegaan worden op de wegtypeverdeling uitgesplitst naar technische kenmerken van de auto. Hierbij zullen alleen de ritten met personenauto’s meegenomen worden waarbij het type auto bekend is.
In tabel 3.7.2 wordt onderscheid gemaakt in personenauto’s onderverdeeld naar type eigenaar (particulier en bedrijf) en naar leeftijd van de auto. Auto’s van particulieren staan op naam van iemand in het huishouden of zijn privé geleased. Auto’s van bedrijven zijn auto’s die geleased zijn via de werkgever of auto’s die op naam staan van een bedrijf. Met personenauto’s van bedrijven wordt 71 procent van de kilometers op de autosnelweg afgelegd, met personenauto’s van particulieren is dit 58 procent. Het aandeel afgelegd in de stad en op de buitenweg is bij auto’s van particulieren hoger dan bij auto’s van bedrijven. Het is dus van belang om voor de wegtypeverdeling onderscheid te maken naar bedrijf en particulier.
| Personenauto's | NWB, stad | NWB, buitenweg | NWB, snelweg | OSM, stad | OSM, buitenweg | OSM, snelweg |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal, particulier en bedrijf | 19 | 21 | 60 | 19 | 21 | 60 |
| Totaal, jonger dan 5 jaar | 16 | 18 | 66 | 16 | 19 | 65 |
| Totaal, 5 tot en met 10 jaar | 18 | 21 | 61 | 18 | 22 | 60 |
| Totaal, 11 jaar of ouder | 21 | 22 | 57 | 21 | 22 | 56 |
| Particulier, totaal | 20 | 22 | 59 | 20 | 22 | 58 |
| Particulier, jonger dan 5 jaar | 18 | 20 | 61 | 19 | 21 | 61 |
| Particulier, 5 tot en met 10 jaar | 18 | 21 | 60 | 19 | 22 | 59 |
| Particulier, 11 jaar of ouder | 21 | 22 | 57 | 21 | 23 | 56 |
| Bedrijf, totaal | 13 | 16 | 71 | 13 | 17 | 70 |
| Bedrijf, jonger dan 5 jaar | 12 | 15 | 73 | 13 | 15 | 72 |
| Bedrijf, 5 tot en met 10 jaar | 13 | 19 | 69 | 13 | 19 | 68 |
| Bedrijf, 11 jaar of ouder | 14 | 19 | 67 | 15 | 19 | 66 |
Met personenauto’s jonger dan 5 jaar wordt een groter aandeel van de kilometers op de snelweg afgelegd dan met auto’s van 11 jaar of ouder. Dit geldt zowel voor auto’s van particulieren als van bedrijven. Bedrijven reden met auto’s tot vijf jaar oud 72 procent (OSM) op de snelweg en met auto’s van 11 jaar of ouder 66 procent (OSM). Bij particulieren is het verschil kleiner en gaat het om respectievelijk 61 procent o.b.v. OSM (jonger dan 5 jaar) en 56 procent o.b.v. OSM (11 jaar of ouder).
Voor personenauto’s is ook nog gekeken naar de verdeling naar brandstof. Bij 79 procent van de kilometers is er een benzine auto in het huishouden, bij 4 procent een dieselauto en bij 6 procent een (deels) elektrische auto. De rest betreft brandstof LPG en andere brandstoffen. Vanwege de beperkte vulling zijn diesels en volledig elektrische auto’s samengevoegd en zijn ritten met LPG-auto’s en overige brandstoffen met benzine samengevoegd.
| Personenauto's | NWB, stad | NWB, buitenweg | NWB, snelweg | OSM, stad | OSM, buitenweg | OSM, snelweg |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal, particulier en bedrijf | 19 | 21 | 60 | 19 | 21 | 60 |
| Totaal, diesel of volledig elektrisch | 15 | 20 | 64 | 20 | 21 | 59 |
| Totaal, benzine of overig | 19 | 21 | 60 | 16 | 21 | 63 |
| Particulier, totaal | 20 | 22 | 59 | 20 | 22 | 58 |
| Particulier, diesel of volledig elektrisch | 16 | 23 | 61 | 20 | 22 | 58 |
| Particulier, benzine of overig | 20 | 22 | 58 | 17 | 23 | 60 |
| Bedrijf, totaal | 13 | 16 | 71 | 13 | 16 | 70 |
| Bedrijf, diesel of volledig elektrisch | 13 | 15 | 72 | 13 | 17 | 70 |
| Bedrijf, benzine of overig | 13 | 16 | 71 | 13 | 16 | 71 |
Op basis van tabel 3.7.3 is te zien dat er een verschil is in de wegtypeverdeling tussen de twee brandstofcategorieën. Bij ritten met diesels of volledig elektrische auto’s wordt relatief meer op de snelweg gereden (63 procent bij OSM) en minder in de stad (16 procent bij OSM) vergeleken met de auto’s op benzine en overige brandstoffen (59 procent snelweg en 20 procent stad). Als de ritten gesplitst worden in ritten van bedrijven en particulieren dan is er alleen bij particulieren een klein verschil te zien in de wegtypeverdeling. Bij de bedrijven is er geen verschil meer te zien.
Tot slot is er nog gekeken naar de wegtypeverdeling naar massa rijklaar van het voertuig. In ODiN worden vijf gewichtsklassen onderscheiden: minder dan 951 kg, 951 t/m 1 150 kg, 1 151 t/m 1 350 kg, 1 351 t/m 1 550 kg en meer dan 1 550 kg. Op basis van de verschillen tussen de wegtypeverdeling is er een indikking gemaakt naar drie gewichtsklassen (zie tabel 3.7.4).
| Personenauto's | NWB, stad | NWB, buitenweg | NWB, snelweg | OSM, stad | OSM, buitenweg | OSM, snelweg |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal, particulier en bedrijf | 19 | 21 | 60 | 19 | 21 | 60 |
| Totaal, massa rijklaar minder dan 1 151 kg | 21 | 22 | 58 | 21 | 22 | 57 |
| Totaal, massa rijklaar 1 151 tot en met 1 550 kg | 18 | 21 | 61 | 19 | 21 | 60 |
| Totaal, massa rijklaar meer dan 1 550 kg | 17 | 20 | 63 | 17 | 21 | 62 |
| Particulier, totaal | 20 | 22 | 59 | 20 | 22 | 58 |
| Particulier, massa rijklaar minder dan 1 151 kg | 21 | 22 | 57 | 21 | 22 | 56 |
| Particulier, massa rijklaar 1 151 tot en met 1 550 kg | 19 | 22 | 59 | 20 | 22 | 58 |
| Particulier, massa rijklaar meer dan 1 550 kg | 18 | 21 | 61 | 18 | 22 | 60 |
| Bedrijf, totaal | 13 | 16 | 71 | 13 | 17 | 70 |
| Bedrijf, massa rijklaar minder dan 1 151 kg | 14 | 17 | 68 | 15 | 18 | 68 |
| Bedrijf, massa rijklaar 1 151 tot en met 1 550 kg | 12 | 16 | 72 | 12 | 16 | 71 |
| Bedrijf, massa rijklaar meer dan 1 550 kg | 13 | 16 | 71 | 13 | 17 | 70 |
In tabel 3.7.4 is te zien dat hoe zwaarder de personenauto, hoe groter het aandeel snelweg is. Voor auto’s van meer dan 1 550 kg is dit 62 procent (OSM) en voor auto’s lichter dan 1 151 kg is dit 57 procent (OSM). Als de resultaten gesplitst worden voor particulieren en bedrijven dan is bij beide categorieën te zien dat de verschillen tussen de drie gewichtsklassen kleiner zijn.
3.8 Bestelauto’s
Er zijn 1 890 deelritten in ODiN 2023 geselecteerd die met een bestelauto zijn gedaan, het betreft 806 personen. Voor bestelauto’s zijn geen voertuigkenmerken beschikbaar. Bovendien zitten er relatief weinig bestelautoritten in ODiN. Dat betekent dat er alleen een totale verdeling naar wegtype kan worden gemaakt (zie tabel 3.8.1).
| Wegtype (klasse 2) | Bestelauto, NWB | Bestelauto, OSM |
|---|---|---|
| Stad | 14,1 | 14,5 |
| Buitenweg | 22,9 | 23,1 |
| Snelweg | 63,0 | 62,4 |
3.9 Vergelijking met huidige wegtypeverdeling en eerdere onderzoeken
In deze paragraaf worden de resultaten uit dit nieuwe onderzoek gelegd naast de wegtypeverdeling die nu in de emissieberekeningen voor de emissieregistratie (ER) wordt gebruikt. De wegtypeverdeling die in de huidige emissiemethode gebruikt wordt, is gebaseerd op onderzoek dat TNO heeft uitgevoerd in 2016 (TNO, 2017). Gedurende twee weken zijn destijds door 11 camera’s op verschillende type wegen kentekens gescand. Dit waren 3 stadswegen (binnen middelgrote steden), 4 buitenwegen (N-wegen) en 4 snelwegen (2-baans A-wegen). Door koppeling van deze kentekens aan het RDW register is voor stadswegen, buitenwegen en snelwegen een verdeling over de voertuigsoorten gemaakt. Vervolgens is er op basis van deze tellingen per wegtype een verdeling geschat over de drie wegtypen.
Voor de personenauto’s is er een wegtypen-verdelingsformule afgeleid als functie van het jaarkilometrage. Voor bestelauto’s en de zware vrachtvoertuigen (vrachtauto’s en trekkers voor oplegger) is de verdeling naar stad, buitenweg en snelweg gebaseerd op twee leeftijdsklassen en drie gewichtsklassen. Voor de speciale voertuigen is een vaste verdeling aangehouden waarbij het aandeel buitenweg en snelweg gelijk zijn aan elkaar. In tabel 3.9.1 is het resultaat opgenomen waarbij de formules en verdelingen van TNO toegepast zijn op de kilometergegevens van het CBS die de basis vormen voor de emissieberekeningen voor de emissieregistratie.
| Voertuigsoort | Stad | Buitenweg | Snelweg | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Bestelauto | 19,5 | 39,0 | 41,5 | 100 |
| Personenauto | 25,7 | 33,1 | 41,2 | 100 |
| Speciaal voertuig | 26,4 | 36,8 | 36,8 | 100 |
| Trekker voor oplegger | 0,5 | 43,3 | 56,2 | 100 |
| Vrachtauto | 15,3 | 42,6 | 42,1 | 100 |
Uit het onderzoek van 2016 bleek dat het complex was om op basis van de verdeling van de voertuigtellingen op de wegen een wegtypeverdeling per voertuigsoort goed te bepalen. Daarnaast waren er grote verschillen met de tot dan toe gebruikte wegtypeverdeling gebaseerd op het onderzoek van Goudappel Coffeng van 2010. De verdeling van voertuigen naar wegtype op detailniveau, die wordt gebruikt voor de emissieberekeningen, is toen gebaseerd op het onderzoek van TNO. Vervolgens zijn deze verdelingen per voertuigsoort en brandstof gekalibreerd zodat ze aansloten bij de oorspronkelijke wegtypeverdeling uit het onderzoek van Goudappel Coffeng. In tabel 3.9.2 staan de resultaten van deze oorspronkelijke wegtypeverdeling.
| Voertuigsoort | Stad | Buitenweg | Snelweg | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Bestelauto | 16,2 | 32,0 | 51,8 | 100 |
| Personenauto | 22,1 | 36,8 | 41,2 | 100 |
| Speciaal voertuig | 16,7 | 25,0 | 58,3 | 100 |
| Trekker voor oplegger | 6,1 | 19,1 | 74,8 | 100 |
| Vrachtauto | 17,0 | 22,7 | 60,4 | 100 |
De wegtypeverdeling uit de in dit rapport beschreven nieuwe onderzoek, kan vergeleken worden met de oorspronkelijke wegtypeverdeling en de wegtypeverdeling uit het onderzoek van TNO. Aangezien de verschillen tussen de wegtypeverdeling op basis van OSM en het NWB minimaal zijn, zal de wegtypeverdeling van OSM gebruikt worden in de vergelijking. OSM is namelijk het meest geschikt om als routenetwerk te gebruiken en heeft actuelere informatie. In de vergelijking wordt geen rekening gehouden met uitsplitsing naar voertuigkenmerken (zie tabel 3.9.3).
| Voertuigsoort | Stad | Buitenweg | Snelweg | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Bestelauto | 14,5 | 23,1 | 62,4 | 100 |
| Personenauto | 18,0 | 22,0 | 60,0 | 100 |
| Speciaal voertuig | 13,9 | 18,2 | 67,9 | 100 |
| Trekker voor oplegger | 6,2 | 13,2 | 80,5 | 100 |
| Vrachtauto | 11,3 | 18,3 | 70,4 | 100 |
In grafiek 3.9.4 zijn per voertuigsoort de drie verschillende wegtypeverdelingen naast elkaar gezet. Over het algemeen valt op dat op basis van dit onderzoek het aandeel snelweg bij de vrachtauto’s, trekkers voor oplegger en speciale voertuigen hoger uitvalt dan op basis van de gegevens die tot nu toe gebruikt worden.
Bij de personen- en bestelauto’s valt op dat het aandeel snelweg uit dit onderzoek ook hoger is dan bij het TNO-onderzoek en de oorspronkelijke wegtypeverdeling. Bij de personenauto’s is het verschil tussen dit nieuwe onderzoek en de oorspronkelijke wegtypeverdeling het grootste.
| Categorie | Stad (%) | Buitenweg (%) | Snelweg (%) |
|---|---|---|---|
| Bestelauto | |||
| ER*, 2010 | 16,2 | 32 | 51,8 |
| TNO, 2016 | 19,5 | 39 | 41,5 |
| CBS, 2023 (o.b.v. OSM) | 14,4 | 23,1 | 62,4 |
| Personenauto | |||
| ER*, 2010 | 22,1 | 36,8 | 41,2 |
| TNO, 2016 | 25,7 | 33,1 | 41,2 |
| CBS, 2023 (o.b.v. OSM) | 18,1 | 22 | 60 |
| Speciale voertuigen | |||
| ER*, 2010 | 16,7 | 25 | 58,3 |
| TNO, 2016 | 26,4 | 36,8 | 36,8 |
| CBS, 2023 (o.b.v. OSM) | 13,9 | 18,2 | 67,9 |
| Trekker | |||
| ER*, 2010 | 6,1 | 19,1 | 74,8 |
| TNO, 2016 | 0,5 | 43,3 | 56,2 |
| CBS, 2023 (o.b.v. OSM) | 6,3 | 13,2 | 80,5 |
| Vrachtauto | |||
| ER*, 2010 | 17 | 22,7 | 60,4 |
| TNO, 2016 | 15,3 | 42,6 | 42,1 |
| CBS, 2023 (o.b.v. OSM) | 11,3 | 18,2 | 70,4 |
| *Emissieregistratie, gebaseerd op onderzoek Goudappel Coffeng, 2010 | |||
Opgemerkt dient te worden dat hier niet alleen de resultaten uit verschillende typen onderzoeken met elkaar vergeleken worden maar ook dat de jaren waarin de verschillende onderzoeken uitgevoerd zijn ver uit elkaar liggen. Het onderzoek van Goudappel Coffeng is van 2010, het onderzoek van TNO van 2016 en dit nieuwe onderzoek is op basis van data van 2023. Naast methodeverschillen tussen deze drie onderzoeken kan er dus ook sprake zijn van daadwerkelijk opgetreden veranderingen in de wegtypeverdeling.