Auteur: Project IIVS
Aanvullende Onderzoeksbeschrijving Inkomensstatistiek

3. Onderzoeksopzet

3.1 Gebruikte gegevens

Het gros van de inkomensgegevens is direct afkomstig uit de InkomstenBelasting (IB). 
Voor enkele inkomensbestanddelen worden aanvullende bronnen gebruikt:

  1. Bevolkingsstatistiek. De bevolkingsstatistiek, op basis van de basisregistratie personen (BRP) van gemeenten, wordt gebruikt voor populatie-afbakening en persoonskenmerken.
  2. Inkomstenbelasting (IB). Deze vormt het uitgangspunt voor alle inkomensbestanddelen.
  3. Polisadministratie. De Polis, via het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), bevat lonen en bijbehorende premies en uitkeringen.
  4. Satelliet Zelfstandig Ondernemers (SZO). De SZO bevat kenmerken en primair inkomen van zelfstandig ondernemers, en is samengesteld uit gegevens van:
    a. De Vennootschapsbelasting (VPB).
    b. De Omzetbelasting (BTW).
    c. De Kamer van Koophandel (KvK).
  5. Toeslagen, zoals geregistreerd door de Belastingdienst, dragen bij aan het besteedbaar inkomen.
  6. Renseigneringsbestanden van de Belastingdienst bevatten gegevens over leen-, spaar-, en beleggingsproducten; hieronder vallen onder meer de rente- en dividendenbase. Deze gegevens worden gebruikt voor inkomen uit vermogen.
  7. Studiefinanciering en tegemoetkomingen overige studiekosten (WTOS) via de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) worden gebruikt bij populatie-afbakening en besteedbaar inkomen.
  8. Sociale Verzekeringen (via SVB) bevatten gegevens over kinderbijslag, en worden benut voor uitkeringen. (AOW & ANW lopen via de Polisadministratie).
  9. Woningwaarde. De waarde van de woning op basis van de Waardering Onroerende Zaken (WOZ) door gemeenten wordt gebruikt bij huishoudenskenmerken en besteedbaar inkomen.

3.2 Imputatie bij gebrek aan aangifte

Per persoon en per jaar worden stelselmatig de meest definitieve beschikbare gegevens gebruikt. Hierbij is de actuele aangifte inkomstenbelasting leidend, en worden bij missende waarden gegevens van tot twee jaar terug benut, gecorrigeerd of aangevuld uit de Polisadministratie:

a) Vastgestelde aangifte van het verslagjaar (T), of indien niet beschikbaar …
b) Aangegeven aangifte van het verslagjaar (T), of indien niet beschikbaar …
c) Vastgestelde dan wel aangegeven aangifte van het voorgaande jaar (T-1),
gecorrigeerd met actuele registraties van loon en uitkeringen (T). Of …
d) Vastgestelde dan wel aangegeven aangifte van twee jaar terug (T-2) bij voorlopige cijfers,
gecorrigeerd met actuele registraties van loon en uitkeringen (T). Of …
e) Aangemaakte aangifte (fictief) door de belastingdienst van het verslagjaar (T). Of …
f) Geen gegevens beschikbaar.

3.3 Tijd, peilmoment, en populatie

Vrijwel alle inkomensstatistieken uit het IIV hebben betrekking op het gehele jaar. Tenzij expliciet anders wordt aangegeven, gaat het in dit document telkens om jaarcijfers. Voor elk jaar is 1 januari het peilmoment voor de samenstelling van de huishoudens en persoonskenmerken zoals leeftijd, conform conventie van de Bevolkingsstatistiek.

Standaard zijn alle geldbedragen in lopende prijzen, oftewel de statistieken worden niet gecorrigeerd voor inflatie via de consumentenprijsindex van het CBS. Drempelbedragen (zoals de lage-inkomensgrens) zijn doorgaans gedefinieerd voor een specifiek referentiejaar, en worden via de consumentenprijsindex (of andere relevante index) omgerekend naar prijspeil van het onderzoeksjaar.

De totale populatie voor de inkomensstatistiek bestaat uit alle personen die in Nederland woonachtig zijn in particuliere huishoudens met waargenomen inkomen. Institutionele huishoudens zijn zodoende uitgesloten van alle statistieken. Ook huishoudens met onbekend inkomen worden buiten de statistiek gelaten. Onbekend in deze context moet worden opgevat als niet volledig bekend oftewel incompleet waargenomen inkomen; deze groep is relatief gezien zeer beperkt van omvang, en omvat onder andere tijdelijke en zeer recente migranten. Specifiek voor statistieken over laag inkomen wordt een subpopulatie gebruikt waarbij studentenhuishoudens en huishoudens met onvolledig waargenomen inkomen zijn uitgesloten (zie ook paragraaf 4.4).

3.4 Voorlopige en definitieve cijfers

In het laatste kwartaal na afloop van elk onderzoeksjaar worden nieuwe microdata en statistieken vrijgegeven als voorlopige cijfers. Een jaar later worden deze vervangen door definitieve cijfers. ‘Definitief’ in de context van inkomen en vermogen houdt in dat de cijfers voor de voorzienbare toekomst zijn vastgepind, oftewel dat zij tot in ieder geval de volgende revisieronde niet meer zullen wijzigen (zie volgende paragraaf).

In de praktijk is bij definitieve jaargangen bij een meerderheid van de personen een vastgestelde aangifte beschikbaar, en blijkt voor een kleine minderheid van de personen enige vorm van imputatie noodzakelijk (zoals eerder beschreven in 3.2). Op het moment dat het definitieve inkomensbestand wordt samengesteld, ruim 1½ jaar na afloop van het onderzoeksjaar, zijn nog niet alle aangiftes ontvangen en verwerkt. Ook heeft de belastingdienst dan sommige bewerkingen, zoals het vaststellen van de zorgtoeslag, nog niet overal doorgevoerd. In die zin is het definitieve bestand inherent niet echt definitief.

Bij voorlopige jaargangen moet vaker worden teruggegrepen op nog niet definitief vastgestelde aangiften of oudere gegevens. Met name voor zelfstandigen wordt vaak geïmputeerd; ondernemers vragen relatief vaak uitstel van aangifte aan.

3.5 Revisiestrategie

De maatschappij blijft continu in beweging, en om haar adequaat te kunnen blijven beschrijven is het zaak dat de welvaartstatistiek mee beweegt. Eens in de zoveel tijd doen zich gelegenheden voor om via nieuwe of verbeterde bronnen - of via aangescherpte methodiek - de kwaliteit van de cijfers te verbeteren. Kleine subtiele aanpassingen worden doorgaans bij de eerstvolgende jaargang doorgevoerd. Grotere veranderingen die op macroniveau tot trendbreuken kunnen leiden worden opgespaard, en zodra de tijd rijp is met terugwerkende kracht gebundeld geïntroduceerd.

Een grote herziening van de inkomensstatistiek wordt typisch eens per decennium uitgerold. De laatste algehele inkomensrevisie voltrok zich in 2017, met de introductie van het IIV voor alle verslagjaren vanaf 2011. Op moment van schrijven is nog geen datum gekozen voor de volgende revisie.