Hoe ontwikkelt de arbeidsdeelname zich per provincie?

Het aantal werkenden als percentage van de bevolking van 15 tot 75 jaar nam in het eerste kwartaal van 2020 het meest af in Overijssel en Limburg vergeleken met een jaar eerder; respectievelijk 0,8 en 0,6 procentpunt. De arbeidsparticipatie steeg het meest in Drenthe (+1,3 procentpunt), gevolgd door Gelderland, Zeeland en Noord-Brabant.

De nettoarbeidsparticipatie in Nederland was 68,9 procent in het eerste kwartaal van 2020; 0,6 procentpunt hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. In de eerste maanden van 2020 ging de stijging nog door, maar in april daalde de arbeidsparticipatie tot 67,7 procent. In mei bleef de arbeidsdeelname op hetzelfde niveau.

De provincie Utrecht had de hoogste arbeidsparticipatie in het eerste kwartaal van 2020: 72,1 procent. De arbeidsparticipatie was in deze periode het laagst in Groningen en Limburg: rond de 65 procent. In de meeste provincies was de arbeidsdeelname in het eerste kwartaal van 2020 hoger dan begin 2019, met uitzondering van Limburg en Overijssel.

Nettoarbeidsparticipatie
provincie2020 1e kwartaal (%)2019 1e kwartaal (%)
Utrecht 72,171,2
Noord-Brabant 70,569,4
Flevoland 70,369,5
Noord-Holland 69,669,3
Gelderland 69,568,3
Overijssel 68,869,6
Zeeland 68,166,9
Zuid-Holland 68,167,4
Fryslân 68,067,4
Drenthe 66,665,3
Limburg 65,165,7
Groningen 65,064,5