Beschrijving van het onderzoek naar de inkoop groente en fruit

Doelpopulatie

Het CBS volgt voor de Monitor Duurzame Agro-grondstoffen de inkoop door de Nederlandse supermarkten van duurzaam geproduceerde verse groenten en fruit uit zogenaamde BCSI-risicolanden (Business Social Compliance Initiative; landen uit voornamelijk Afrika, Azië en Midden- en Zuid-Amerika). De productie van groenten en fruit wordt als duurzaam beschouwd als die aan bepaalde sociale en milieucriteria voldoet. De standaarden die momenteel zijn opgenomen in het monitoring protocol van Sustainability Initiative Fruit and Vegetables (SIFAV) zijn de volgende: voor de milieucriteria gaat het om Global GAP, US Organic, EU Organic en LEAF Marque en voor de sociale criteria gaat het om SA8000, ETI/Smeta, SIZA, SAN Rainforest Alliance, BSCI, IMO/Fair for Life en Fairtrade. Voor elke productcategorie moet aan beide criteria worden voldaan.

Dataverzameling

Voor de monitoring zijn door IDH (met instemming van de betrokken partijen) inkoopcijfers geleverd van individuele supermarktketens en van inkooporganisaties die leveren aan meerdere supermarktketens. Met deze waarnemingen is bijna 93 procent van de supermarktsector gedekt. Alle gegevens betreffen het totale en het duurzame volume van de ingekochte groenten en fruit uit ontwikkelingslanden. Op de ontvangen opgaven waren al controles uitgevoerd door IDH. Bij de controles werd onder andere gekeken naar de herkomstlanden, naar de opgegeven keurmerken voor de sociale en milieucriteria van de afzonderlijke productcategorieën en naar leveringen en ontvangsten van SIFAV-leden onderling.

Bijschattingen en marges op de uitkomsten

Niet alle Nederlandse supermarktketens hebben deelgenomen aan het onderzoek. De ingekochte volumes verse groenten en fruit van de overige supermarkten zijn geschat op basis van het marktaandeel voor de totale verkoop van food van deze supermarkten (Nielsen). Hierbij is aangenomen dat het prijsniveau en het aandeel verse groenten en fruit in het foodassortiment bij deze supermarkten vergelijkbaar zijn met de supermarkten die wel hebben deelgenomen aan het onderzoek. Voor het geheel van de supermarkten bedroeg in 2015 het geschatte aandeel ingekochte groenten en fruit dat aantoonbaar duurzaam is geproduceerd 60 procent, waarbij een bandbreedte geldt voor de nauwkeurigheid (werkelijke uitkomst kan schommelen tussen 57 en 62 procent). Voor 2014 bedroeg het geschatte aandeel ingekochte aantoonbaar duurzame groenten en fruit 79 procent, waarbij eveneens een bandbreedte geldt voor de nauwkeurigheid (werkelijke uitkomst kan schommelen tussen 77 en 81 procent). In 2015 is er door de supermarkten meer verse groenten en fruit ingekocht bij niet-SIFAV-handelaren. SIFAV-handelaren kunnen in de meeste gevallen wel aantonen dat de geleverde verse groenten en fruit uit risicolanden duurzaam geproduceerd zijn. Voor niet-SIFAV-handelaren is het aantonen dat geleverde verse groenten en fruit duurzaam geproduceerd zijn vaak moeilijk of zelfs onmogelijk.