SDG 1 Geen armoede

Het streven van SDG 1 is dat er in 2030 niemand meer in extreme armoede leeft. Hierbij gaat het ook om sociale bescherming, gelijke economische rechten en hogere weerbaarheid tegen financiële schokken van met name arme en kwetsbare mensen.

Samenvatting van de resultaten
Het dashboard en de indicatoren
Dashboard SDG 1 Geen armoede
Meer informatie

Samenvatting van de resultaten

  • De cijfers in dit dashboard hebben veelal betrekking op de periode tot en met 2021 omdat inkomens- en vermogensstatistieken grotendeels gebaseerd zijn op belastingaangiftes. Voor 2022 zijn deze nog niet beschikbaar.
  • In SDG 1 wijst één trend op een afname van de brede welvaart: het deel van de bevolking dat leeft onder de Europese armoedegrens, groeit trendmatig.
  • Bij het gemiddelde en mediane besteedbaar inkomen en het mediaan vermogen van huishoudens, wijzen de stijgende middellangetermijntrends (berekend op grond van beschikbare datapunten in de jaren 2015-2022) op toenemende brede welvaart.
  • Ook de - dalende - trends bij het percentage minderjarigen dat opgroeit in een gezin met een laag inkomen, en het aantal huishoudens met problematische schulden wijzen op toenemende brede welvaart.
  • Bij het deel van de bevolking dat zich zorgen maakt over de financiële toekomst was er een trendomslag: de voorheen dalende trend is nu stabiel.

Het dashboard en de indicatoren

SDG 1 richt zich op de afname van alle vormen van armoede, zowel de financiële aspecten als de impact van armoede op het leven. De SDG-agenda vraagt speciale aandacht voor sociale bescherming, gelijke economische rechten en weerbaarheid van arme en kwetsbare groepen. Omdat armoede in Nederland van een andere orde is dan in de armste landen van de wereld, zijn voor de Nederlandse context indicatoren toegevoegd. Het beleid in Nederland richt zich op het voorkomen en tegengaan van armoede en problematische schulden, met speciale aandacht voor kinderen die in armoede leven. De armoedeproblematiek is door de coronacrisis, de daaropvolgende energiecrisis en de hoge inflatie extra actueel.

Het dashboard laat zien hoe de inkomens in Nederland zich ontwikkelen, hoe groot het risico op inkomensarmoede of sociale uitsluiting is en in hoeverre mensen financiële zorgen hebben. Voor de materiële welvaart van personen wordt het (gestandaardiseerd) besteedbaar inkomen van het bijbehorende huishouden gebruikt. Dit inkomen is de basis voor de bestedingen, besparingen, ontsparingen en beleggingen. Bij huishoudens met een laag besteedbaar inkomen in combinatie met weinig vermogen, is er een verhoogde kans op armoede. Als mensen in zo’n huishouden ernstige financiële beperkingen hebben of niet (of weinig) werken, lopen ze ook het risico van sociale uitsluiting. Naast besteedbaar inkomen, kijkt het dashboard ook naar de bestaanszekerheid die mensen ervaren.

Bij enkele indicatoren wordt de eenheid jaarlijks aangepast: de bedragen worden in deze editie uitgedrukt in constante prijzen met basisjaar 2021. De ontwikkeling van de brede welvaart is op basis van de trends in dit dashboard positief. Op één na wijzen alle indicatoren in de trendperiode 2015-2022 vooralsnog op stijgende dan wel stabiele brede welvaart. Er zijn echter nog weinig cijfers over 2022 beschikbaar, omdat inkomensgegevens grotendeels gebaseerd zijn op belastingaangiftes. De effecten van de coronacrisis en de geopolitieke spanningen rond Rusland en Oekraïne op inkomen, vermogen en schulden, zijn bovendien moeilijk te meten. Bij het deel van de bevolking dat zich zorgen maakt over de financiële toekomst is het cijfer voor 2022 er al wel. Hier was er een trendomslag: de voorheen dalende trend is nu stabiel.

Waar de situatie in Nederland vergeleken kan worden met die in andere landen, heeft Nederland een plaats in de Europese voorhoede of in de middengroep. 

SDG 1 Geen armoede  

Middelen en mogelijkheden

€ 33 500
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
4e
€ 29 800
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
3e
0,3%
€ 87 300
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart

Uitkomsten

16,1%
6e
30
14,5%
De langjarige trend wijst op een daling van de brede welvaart
10e
19,2%
8e
6,6%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
3,1%
7,4%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart

Beleving

28,6%

Middelen en mogelijkheden hebben betrekking op de financiële middelen die mensen tot hun beschikking hebben en de eventuele ondersteuning daarbij. (Voor dit laatste is geen indicator beschikbaar.) Hier is het beeld positief, met stijgende middellangetermijntrends en hoge posities vergeleken met andere EU-landen.

Het gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar inkomen per huishouden stijgt trendmatig, naar 33,5 duizend euro in 2021. Ook de trend van de mediaan van het besteedbaar inkomen is stijgend. De mediaan (29,8 duizend euro) ligt onder het gemiddelde omdat de zeer hoge inkomens het gemiddelde omhoog trekken. Nederland heeft bij beide indicatoren een positie bovenin de Europese ranglijst. Naast de inkomens heeft ook het vermogen een stijgende langjarige trend. De tot en met 2021 flink gestegen huizenprijzen zijn hier een belangrijke aanjager. Het mediane vermogen van Nederlandse huishoudens was op 1 januari 2021 87,3 duizend euro. Mediaan houdt in dat de helft van de huishoudens minder dan dit bedrag aan vermogen heeft opgebouwd, maar de andere helft juist meer.

In 2021 verbeterde de koopkracht ten opzichte van 2020 met in doorsnee 0,3 procent, wat de kleinste mediane jaar-op-jaar toename was in de afgelopen acht jaar. Koopkrachtcijfers over 2022 zijn er nog niet. Voor veel huishoudens is loon uit werk de belangrijkste bron van inkomsten. Duidelijk is al wel dat de gemiddelde toename van de cao-lonen (3,2 procent) in 2022 ver achterbleef bij de historisch hoge stijging van de consumentenprijzen (10,0 procent). Cao’s hebben een lange looptijd en houden de inflatie vaker niet bij, maar in 2022 was het verschil uitzonderlijk groot.

Gebruik betreft het gebruik van verschillende vormen van financiële ondersteuning. Er zijn voor deze categorie geen indicatoren bekend die voldoen aan de kwaliteitseisen van deze publicatie.

Uitkomsten hebben hier betrekking op het aandeel mensen met risico op armoede of sociale uitsluiting. Veilige en betaalbare zelfstandige woonruimte wordt gezien als een basisbehoefte. In januari 2021 sliepen van elke 10 duizend inwoners van 18 tot 65 jaar er dertig op straat, in laagdrempelige opvang of tijdelijk bij familie of vrienden. Mannen lopen verhoudingsgewijs het grootste risico dakloos te worden. Het CBS heeft geen zicht op oudere daklozen: de groep van 65 jaar of ouder komt niet voor in de administratieve bronnen die het CBS voor deze statistiek ter beschikking heeft.

Vergeleken met andere EU-landen is het deel van de Nederlandse bevolking dat ernstig materieel is achtergesteld, risico loopt op armoede, of leeft in een huishouden met weinig of geen werk, relatief klein. Toch was dit volgens Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie, in Nederland in 2021 nog altijd 16,1 procent. Het deel van de bevolking in huishoudens dat moet leven van een inkomen dat minder is dan 60 procent van het mediane besteedbaar inkomen (het relatieve armoederisico volgens de Europese armoedegrens) heeft een stijgende trend (afname van brede welvaart). Het aandeel bedroeg in 2022 14,5 procent van de bevolking, een procentpunt meer dan in 2020. Hier heeft Nederland een middenpositie binnen de EU. De indicator meet (weinig) inkomen in vergelijking met anderen in een land. Dit impliceert niet noodzakelijk een lage levensstandaard in absolute zin.

Van de minderjarige kinderen groeit 6,6 procent op in een huishouden dat ten minste een jaar een inkomen onder de lage-inkomensgrens heeft; het aandeel is dalend. In 2015, het begin van de trendperiode in deze monitor, was dit nog 9,2 procent.

Iets meer dan drie procent van de huishoudens moet al meer dan vier jaar rondkomen van een laag inkomen. Dit aandeel was de afgelopen jaren vrij constant. Het deel van de huishoudens dat financieel zo in de knel zit dat het kampt met geregistreerde problematische schulden, heeft een dalende trend. Op 1 januari 2015 en 1 januari 2021 ging het respectievelijk om 8,6 en 7,4 procent. De belastingdienst stopte in verband met de coronacrisis eind 2020 tijdelijk met het invorderen van toeslagen en overige aanslagen. In 2021 gebeurde dit wel weer. Cijfers over geregistreerde problematische schulden op 1 januari 2022 zijn er nog niet, maar het aantal huishoudens met een openstaande schuld bij de Belastingdienst lijkt weer toe te nemen.

Beleving gaat over de ervaren bestaanszekerheid. Het percentage mensen dat zegt zich veel zorgen te maken over zijn financiële toekomst, steeg in 2022 naar 28,6. Dit weerspiegelt de sterk gestegen kosten van levensonderhoud. In 2021 was het aandeel substantieel lager (22,5 procent). De trend is omgeslagen van dalend naar stabiel. Tegenover de hoge inflatie staat nog wel een nog altijd gunstige arbeidsmarkt, met een relatief lage werkloosheid en relatief veel vacatures.

Meer informatie

Armoede en sociale uitsluiting 2021
1 op de 4 mensen met armoederisico is een kind (cbs.nl)
Samenvatting - Materiële welvaart in Nederland 2022 | CBS