Inkomen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2019)

Inkomen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2019)

Populatie Kenmerken van huishoudens Regio Perioden Particuliere huishoudens (x 1 000) Particuliere huishoudens relatief (%) Inkomen Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (1 000 euro) Inkomen Mediaan gestandaardiseerd inkomen (1 000 euro) Inkomen Gemiddeld besteedbaar inkomen (1 000 euro) Inkomen Mediaan besteedbaar inkomen (1 000 euro)
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Nederland 2018* 7.755,1 100 29,5 26,5 42,1 34,9
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Noord-Nederland (LD) 2018* 789,3 100 27,0 24,8 38,0 32,5
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Oost-Nederland (LD) 2018* 1.568,9 100 28,8 26,4 41,8 35,9
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens West-Nederland (LD) 2018* 3.755,8 100 30,4 26,8 43,0 34,8
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zuid-Nederland (LD) 2018* 1.641,0 100 29,4 26,7 42,0 35,4
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Groningen (PV) 2018* 285,1 100 25,3 23,2 34,9 29,3
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Fryslân (PV) 2018* 288,6 100 27,4 25,1 38,9 33,4
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Drenthe (PV) 2018* 215,6 100 28,6 26,2 41,0 35,5
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Overijssel (PV) 2018* 494,7 100 28,1 25,8 41,0 35,2
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Flevoland (PV) 2018* 169,6 100 29,0 26,9 42,7 37,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Gelderland (PV) 2018* 904,6 100 29,2 26,6 42,1 35,9
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Utrecht (PV) 2018* 591,5 100 31,6 28,3 45,4 37,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Noord-Holland (PV) 2018* 1.331,7 100 31,1 26,9 43,5 34,5
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zuid-Holland (PV) 2018* 1.660,1 100 29,6 26,3 41,9 34,1
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zeeland (PV) 2018* 172,6 100 29,2 26,6 41,3 35,3
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Noord-Brabant (PV) 2018* 1.124,4 100 30,0 27,2 43,2 36,5
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Limburg (PV) 2018* 516,6 100 28,1 25,6 39,5 33,4
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Oost-Groningen (CR) 2018* 61,5 100 25,9 23,8 36,5 31,4
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Delfzijl en omgeving (CR) 2018* 21,4 100 26,5 24,2 37,0 31,8
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Overig Groningen (CR) 2018* 202,2 100 25,0 22,9 34,2 28,2
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Noord-Fryslân (CR) 2018* 145,4 100 26,5 24,5 37,3 32,1
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zuidwest-Fryslân (CR) 2018* 61,3 100 28,6 26,1 41,3 35,5
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zuidoost-Fryslân (CR) 2018* 82,0 100 28,0 25,5 40,1 34,3
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Noord-Drenthe (CR) 2018* 83,7 100 29,7 27,3 42,5 37,3
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zuidoost-Drenthe (CR) 2018* 74,5 100 27,2 25,0 39,0 33,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zuidwest-Drenthe (CR) 2018* 57,4 100 28,7 26,1 41,3 35,5
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Noord-Overijssel (CR) 2018* 155,3 100 28,8 26,5 42,2 36,8
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zuidwest-Overijssel (CR) 2018* 68,0 100 28,5 26,4 41,0 35,6
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Twente (CR) 2018* 271,4 100 27,7 25,4 40,3 34,3
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Veluwe (CR) 2018* 287,4 100 29,9 27,2 43,8 37,8
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Achterhoek (CR) 2018* 173,2 100 29,5 26,8 42,7 36,9
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Arnhem/Nijmegen (CR) 2018* 345,6 100 27,9 25,4 39,1 32,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zuidwest-Gelderland (CR) 2018* 98,4 100 31,1 28,1 46,3 40,3
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Utrecht (CR) 2018* 591,5 100 31,6 28,3 45,4 37,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Kop van Noord-Holland (CR) 2018* 163,8 100 29,6 27,1 42,7 36,6
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Alkmaar en omgeving (CR) 2018* 109,3 100 31,1 28,2 44,3 37,9
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens IJmond (CR) 2018* 87,5 100 31,2 28,4 44,8 38,2
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Agglomeratie Haarlem (CR) 2018* 106,0 100 34,0 28,7 48,1 36,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zaanstreek (CR) 2018* 76,1 100 28,7 26,5 41,1 35,1
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Groot-Amsterdam (CR) 2018* 674,6 100 30,5 25,8 41,6 31,9
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2018* 114,2 100 35,9 29,3 51,7 38,4
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2018* 193,4 100 31,2 28,0 44,5 36,9
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2018* 401,0 100 30,1 25,9 42,0 32,8
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Delft en Westland (CR) 2018* 106,8 100 28,2 25,9 40,3 33,0
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Oost-Zuid-Holland (CR) 2018* 140,2 100 31,5 28,6 45,8 39,6
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Groot-Rijnmond (CR) 2018* 660,0 100 28,6 25,4 40,2 32,8
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2018* 158,6 100 29,8 27,0 43,3 36,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2018* 48,9 100 28,9 26,4 40,5 34,4
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Overig Zeeland (CR) 2018* 123,8 100 29,3 26,7 41,5 35,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens West-Noord-Brabant (CR) 2018* 282,9 100 29,7 27,0 42,6 36,1
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Midden-Noord-Brabant (CR) 2018* 213,2 100 28,7 26,3 41,2 34,9
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2018* 282,6 100 31,1 28,0 45,4 38,5
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2018* 345,6 100 30,1 27,2 43,1 36,1
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Noord-Limburg (CR) 2018* 123,1 100 29,0 26,6 41,8 36,3
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Midden-Limburg (CR) 2018* 106,1 100 29,5 26,9 42,1 35,9
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Zuid-Limburg (CR) 2018* 287,5 100 27,2 24,7 37,6 31,5
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Flevoland (CR) 2018* 169,6 100 29,0 26,9 42,7 37,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Aa en Hunze 2018* 11,0 100 31,1 28,2 44,7 39,5
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Aalsmeer 2018* 12,9 100 35,3 30,4 52,6 43,6
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Aalten 2018* 11,3 100 28,6 26,5 41,8 37,2
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Achtkarspelen 2018* 11,6 100 26,1 24,2 38,3 34,0
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Alblasserdam 2018* 8,1 100 29,4 26,7 44,1 37,8
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Albrandswaard 2018* 10,1 100 35,2 32,1 52,8 47,0
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Alkmaar 2018* 50,9 100 29,1 26,9 40,6 34,8
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Almelo 2018* 32,1 100 26,3 23,8 37,5 31,9
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Almere 2018* 84,8 100 29,4 27,4 43,2 38,3
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Alphen aan den Rijn 2018* 47,1 100 31,4 28,9 45,6 40,2
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Alphen-Chaam 2018* 4,1 100 33,0 30,3 49,5 43,6
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Altena 2018* 21,6 100 31,1 28,2 47,2 41,6
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Ameland 2018* 1,7 100 . 25,6 . 34,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Amersfoort 2018* 67,4 100 31,5 28,6 45,5 38,6
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Amstelveen 2018* 41,7 100 33,5 28,3 47,9 36,2
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Amsterdam 2018* 453,7 100 29,4 23,7 38,6 28,4
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Apeldoorn 2018* 71,7 100 29,7 26,9 42,3 36,2
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Appingedam 2018* 5,5 100 25,5 22,9 35,4 29,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Arnhem 2018* 77,6 100 26,1 23,2 35,5 28,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Assen 2018* 30,5 100 27,7 25,8 38,8 33,9
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Asten 2018* 7,0 100 30,3 27,8 44,8 38,6
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Baarle-Nassau 2018* 3,0 100 31,2 27,1 45,8 36,1
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Baarn 2018* 11,0 100 37,4 29,4 53,9 38,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Barendrecht 2018* 19,0 100 34,3 31,4 51,9 46,4
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Barneveld 2018* 21,5 100 31,1 28,0 47,9 41,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Beek (L.) 2018* 7,3 100 30,4 28,0 43,2 37,5
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Beekdaelen 2018* 16,0 100 30,3 27,7 43,7 37,8
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Beemster 2018* 3,8 100 34,9 31,5 52,5 45,1
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Beesel 2018* 5,8 100 28,5 26,3 41,5 36,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Berg en Dal 2018* 15,5 100 29,6 26,5 42,4 35,6
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Bergeijk 2018* 7,7 100 32,7 29,3 48,7 41,8
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Bergen (L.) 2018* 5,6 100 28,9 26,9 42,7 38,2
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Bergen (NH.) 2018* 13,6 100 37,3 30,2 52,4 40,2
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Bergen op Zoom 2018* 29,4 100 29,0 26,4 41,3 35,4
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Berkelland 2018* 18,6 100 29,3 27,2 43,0 38,2
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Bernheze 2018* 12,1 100 31,9 29,2 48,6 42,8
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Best 2018* 12,4 100 32,9 29,9 48,7 42,4
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Beuningen 2018* 11,0 100 31,3 28,8 46,1 40,7
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Beverwijk 2018* 18,8 100 28,7 26,5 40,5 34,6
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens De Bilt 2018* 19,1 100 36,2 30,6 52,3 40,2
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Bladel 2018* 8,5 100 31,4 28,8 46,3 40,9
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Blaricum 2018* 4,7 100 50,7 33,8 75,9 46,6
Particuliere huishoudens incl. studenten Particuliere huishoudens Bloemendaal 2018* 9,6 100 51,7 36,4 77,7 51,1
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het inkomen van huishoudens, uitgesplitst naar regio en diverse achtergrondkenmerken van het huishouden en van de hoofdkostwinner. De populatie bestaat uit alle particuliere huishoudens met bekend inkomen, waarbij studentenhuishoudens naar keuze kunnen worden uitgesloten. Peildatum voor de populatie is 1 januari van het verslagjaar, en peildatum voor de gemeentelijke indeling is 1 januari 2019.

Gegevens beschikbaar van 2011 tot en met 2018.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel voor 2011 t/m 2017 zijn definitief. De cijfers voor 2018 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 7 december 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing. Deze tabel wordt opgevolgd door de tabel Inkomen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2020). Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Particuliere huishoudens relatief
Het percentage van de huishoudens met het geselecteerde kenmerk. De percentages tellen op tot 100% per regio.
Inkomen
Het inkomen van particuliere huishoudens.
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze is het welvaartsniveau van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden.
Mediaan gestandaardiseerd inkomen
Het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze is het welvaartsniveau van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden. Het mediane inkomen is gelijk aan het middelste bedrag wanneer de inkomens van alle huishoudens van laag naar hoog worden gerangschikt.
Gemiddeld besteedbaar inkomen
Het besteedbaar inkomen bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen.
Mediaan besteedbaar inkomen
Het besteedbaar inkomen bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen. Het mediane inkomen is gelijk aan het middelste bedrag wanneer de inkomens van alle huishoudens van laag naar hoog worden gerangschikt.