Kerncijfers wijken en buurten 2019

Kerncijfers wijken en buurten 2019

Wijken en buurten Regioaanduiding Soort regio (omschrijving) Opleidingsniveau Opleidingsniveau laag (aantal) Opleidingsniveau Opleidingsniveau middelbaar (aantal) Opleidingsniveau Opleidingsniveau hoog (aantal) Arbeid Netto arbeidsparticipatie (%) Arbeid Onderverdeling arbeidsparticipatie Percentage werknemers (%) Arbeid Onderverdeling arbeidsparticipatie Percentage zelfstandigen (%) Zorg Jongeren met jeugdzorg in natura (aantal) Zorg Percentage jongeren met jeugdzorg (%) Zorg Wmo-cliënten (aantal) Zorg Wmo-cliënten relatief (per 1 000 inwoners)
Nederland Land 3.746.290 5.475.310 3.988.760 69 84 16 437.345 . 1.166.485 68
Aa en Hunze Gemeente 4.810 8.650 5.790 67 80 20 605 10,5 1.605 63
Wijk 00 Annen Wijk 550 1.290 810 70 82 18 85 9,7 220 61
Annen Buurt 530 1.230 780 70 83 17 80 9,4 215 62
Verspreide huizen Annen Buurt 30 60 40 . . . . . . .
Wijk 01 Eext Wijk 190 590 330 70 79 21 40 12,1 55 39
Eext Buurt 170 510 280 71 81 19 40 13,1 50 40
Verspreide huizen Eext Buurt 20 80 50 66 . . . . . .
Wijk 02 Anloo Wijk 90 130 130 61 78 22 10 10,5 15 32
Anloo Buurt 60 90 110 62 78 22 . . 10 30
Verspreide huizen Anloo Buurt 30 40 20 . . . . . . .
Wijk 03 Gasteren Wijk 30 200 110 68 73 27 10 13,5 15 37
Gasteren Buurt . . . 68 74 26 10 14,5 15 38
Verspreide huizen Gasteren Buurt . . . . . . . . . .
Wijk 04 Anderen Wijk 30 90 90 68 . . . . 25 98
Anderen Buurt . . . 66 . . . . 25 111
Verspreide huizen Anderen Buurt . . . . . . . . . .
Wijk 05 Schipborg Wijk 60 140 250 56 72 28 10 9,7 25 42
Schipborg Buurt 50 130 230 57 72 28 10 11,0 20 37
Verspreide huizen Schipborg Buurt 10 10 20 . . . . . . .
Wijk 06 Eexterveen Wijk 90 180 100 77 81 19 20 15,0 10 22
Eexterveen Buurt . . . 77 82 18 20 15,3 10 22
Verspreide huizen Eexterveen Buurt . . . . . . . . . .
Wijk 07 Spijkerboor Wijk 40 60 30 . . . . . . .
Spijkerboor Buurt 40 60 30 . . . . . . .
Verspreide huizen Spijkerboor Buurt . . . . . . . . . .
Wijk 08 Nieuw-Annerveen Wijk 20 20 40 . . . . . . .
Nieuw-Annerveen Buurt . . . . . . . . . .
Verspreide huizen Nieuw-Annerveen Buurt . . . . . . . . . .
Wijk 09 Oud-Annerveen Wijk 20 30 60 . . . . . . .
Oud-Annerveen Buurt . . . . . . . . . .
Verspreide huizen Oud-Annerveen Buurt . . . . . . . . . .
Wijk 11 Annerveenschekanaal Wijk 100 150 80 73 81 19 10 11,0 15 38
Annerveenschekanaal Buurt . . . 72 82 18 10 11,0 15 38
Verspreide huizen Annerveenschekanaal Buurt . . . . . . . . . .
Wijk 12 Eexterveenschekanaal Wijk 70 90 40 61 . . 10 18,9 10 38
Eexterveenschekanaal Buurt . . . 61 . . 10 20,4 . .
Verspreide huizen Eexterveenschekanaal Buurt . . . . . . . . . .
Wijk 13 Eexterzandvoort Wijk 20 30 50 . . . . . . .
Eexterzandvoort Buurt . . . . . . . . . .
Verspreide huizen Eexterzandvoort Buurt . . . . . . . . . .
Wijk 14 Gasselte Wijk 400 580 460 63 78 22 40 10,7 115 61
Gasselte Buurt 320 430 360 63 80 20 35 11,6 105 70
Kostvlies Buurt 30 30 40 . . . . . . .
Verspreide huizen Gasselte Buurt 50 120 50 60 . . . . . .
Wijk 15 Gasselternijveen Wijk 500 620 320 62 85 15 65 13,5 115 63
Gasselternijveen Buurt 500 600 310 62 86 14 65 14,0 115 64
Gasselterboerveen Buurt 10 20 10 . . . . . . .
Verspreide huizen Gasselternijveen Buurt . . . . . . . . . .
Wijk 16 Gasselternijveenschemond Wijk 110 310 110 65 80 20 15 10,9 30 45
Gasselternijveenschemond Buurt 110 280 100 66 81 19 15 11,7 30 48
Gasselterboerveenschemond Buurt . . . . . . . . . .
Verspr.h. Gasselternijveenschemond Buurt . . . . . . . . . .
Wijk 17 Gieten Wijk 900 1.690 1.050 66 84 16 120 10,3 350 70
Gieten Buurt 890 1.680 950 66 84 16 115 10,2 340 70
Verspreide huizen Gieten Buurt 20 20 90 . . . . . 10 62
Wijk 18 Gieterveen Wijk 380 390 200 69 78 22 45 14,0 40 32
Gieterveen Buurt 220 210 90 70 84 16 30 14,8 25 36
Bonnerveen Buurt 40 20 20 . . . . . . .
Nieuwediep Buurt 90 90 20 67 . . 10 16,4 . .
Verspreide huizen Gieterveen Buurt 20 70 70 66 . . . . . .
Wijk 19 Rolde Wijk 880 1.480 1.140 66 82 18 80 8,4 405 86
Rolde Buurt 670 1.120 850 65 84 16 60 8,2 305 82
Ballo Buurt 20 60 50 . . . . . . .
Nijlande Buurt 20 10 20 . . . . . . .
Deurze Buurt 10 40 20 . . . . . . .
Verspreide huizen Nooitgedacht Buurt 130 190 160 70 80 20 15 15,3 90 165
Verspreide huizen Rolde Buurt 20 60 30 . . . . . . .
Wijk 20 Grolloo Wijk 220 400 280 73 70 30 10 3,9 45 39
Grolloo Buurt 120 200 160 75 80 20 . . 25 40
Schoonloo Buurt 30 70 50 . . . . . 10 53
Verspreide huizen Papenvoort Buurt 20 20 10 . . . . . . .
Verspreide huizen Grolloo Buurt 50 120 50 71 . . . . 10 37
Wijk 21 Ekehaar Wijk 60 180 160 73 70 30 . . 15 29
Ekehaar Buurt 30 90 80 71 . . . . 10 37
Amen Buurt 20 40 30 . . . . . . .
Verspreide huizen Ekehaar Buurt 10 60 40 . . . . . . .
Aalsmeer Gemeente 7.900 9.620 5.990 76 83 17 595 6,8 . .
Wijk 00 Aalsmeer Wijk 2.950 3.910 2.360 74 82 18 190 6,3 . .
Centrum Buurt 600 680 620 76 81 19 30 5,4 . .
Stommeer Buurt 1.650 2.000 1.220 74 84 16 105 6,4 . .
Hornmeer Buurt 540 900 340 70 86 14 55 9,0 . .
Uiterweg Buurt 150 340 180 78 64 36 . . . .
Wijk 01 Kudelstraat en Kalslagen Wijk 2.020 3.130 1.840 77 87 13 140 5,4 . .
Kudelstaart Buurt 2.020 3.130 1.840 77 87 13 140 5,4 . .
Wijk 02 Oosteinde Wijk 2.850 2.640 1.800 78 80 20 205 6,5 . .
Bovenlanden Buurt 220 410 140 77 70 30 15 7,1 . .
Greenpark Buurt 180 250 170 73 75 25 10 5,1 . .
Oosteinde Buurt 2.340 1.880 1.390 79 83 17 180 6,8 . .
Schinkelpolder Buurt 60 140 120 76 63 37 . . . .
Aalten Gemeente 6.250 9.740 4.240 73 85 15 605 8,9 1.745 65
Wijk 01 Buitengebied Aalten Wijk 910 1.550 660 79 70 30 80 6,9 135 33
Barlo-Kern Buurt 30 50 20 . . . . . . .
Verspreide huizen Barlo Buurt 150 130 90 78 66 34 10 6,9 15 31
Verspreide huizen Heurne Buurt 90 140 50 79 72 28 . . 15 41
Verspreide huizen IJzerlo Buurt 110 180 60 82 69 31 10 7,0 15 32
IJzerlo-kern Buurt 40 60 30 . . . . . . .
Lintelo-kern Buurt 40 50 30 . . . . . . .
Verspreide huizen ten westen van Aalten Buurt 40 110 50 78 59 41 10 14,1 10 39
Verspreide huizen Lintelo Buurt 110 290 80 80 65 35 . . 20 31
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2019.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per maart 2021
Er zijn nieuwe variabelen aan de tabel toegevoegd. Het betreft de variabelen binnen de nieuwe thema’s opleidingsniveau, arbeid en zorg. Verder zijn er aan het thema inkomen variabelen toegevoegd die later gevuld zullen worden en is de variabele ‘actieven 15-75 jaar’ verwijderd. Het thema criminaliteit is uit de tabel verdwenen.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Elk kwartaal worden er nieuwe cijfers toegevoegd indien deze beschikbaar zijn.

Toelichting onderwerpen

Regioaanduiding
De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling.

Wijk:
Onderdeel van een gemeente, bestaande uit één of meerdere buurten. Vaak komt een wijk overeen met een woonplaats of een deel van een grotere woonplaats.

Buurt:
Onderdeel van een gemeente, dat vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.

Soort regio
De gekozen regioaanduiding betreft: Gemeente, Wijk of Buurt.
Opleidingsniveau
Deze variabelen geven het aantal laag, middelbaar en hoog opgeleiden per gemeente, wijk en buurt in Nederland. De gegevens hebben betrekking op alle personen die op 1 oktober in een Nederlandse gemeente waren ingeschreven en op dat moment behoorden tot de leeftijdscategorie 15 tot 75 jaar.

Cijfers worden afgerond op tientallen.
De gepresenteerde cijfers kunnen licht afwijken van de som van de gegevens op onderliggende regionale niveaus. Dit heeft te maken met afronding evenals met de toegepaste schattingsmethode.
Buurten / wijken met minder dan 30 inwoners worden onderdrukt. Het kan voorkomen dat extra buurten / wijken worden onderdrukt i.v.m. risico op indirecte onthulling of groepsonthulling.
Opleidingsniveau laag
Het aantal personen die op 1 oktober (jaar T) tussen de 15 en 75 jaar oud waren en waren ingeschreven in een Nederlandse gemeente, waarvan het hoogst behaalde onderwijsniveau laag onderwijs betreft. Laag onderwijs omvat onderwijs op het niveau van basisonderwijs, het vmbo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo en de entreeopleiding, de voormalige assistentenopleiding (mbo1), praktijkonderwijs.

Het betreft voorlopige cijfers.
Opleidingsniveau middelbaar
Het aantal personen die op 1 oktober (jaar T) tussen de 15 en 75 jaar oud waren en waren ingeschreven in een Nederlandse gemeente, waarvan het hoogstbehaalde onderwijsniveau middelbaar onderwijs betreft. Middelbaar onderwijs omvat
de bovenbouw van havo/vwo, de basisberoepsopleiding (mbo2), de vakopleiding (mbo3) en de middenkader- en specialistenopleidingen (mbo4).

Het betreft voorlopige cijfers.
Opleidingsniveau hoog
Het aantal personen die op 1 oktober (jaar T) tussen de 15 en 75 jaar oud waren en waren ingeschreven in een Nederlandse gemeente, waarvan het hoogstbehaalde onderwijsniveau hoog onderwijs betreft. Hoog onderwijs omvat onderwijs op het niveau van hbo of wo.

Het betreft voorlopige cijfers.
Arbeid
Deze variabelen geven per gemeente, wijk en buurt inzicht in de netto arbeidsparticipatie en het percentage werknemers en zelfstandigen.

De netto arbeidsparticipatie is vermeld als percentage van het totaal aantal personen van 15 tot 75 jaar en vermeld bij minimaal 150 inwoners in een buurt. Het percentage werknemers en het percentage zelfstandigen zijn vermeld bij minimaal 150 werkenden (van 15 tot 75 jaar) in een buurt.
Netto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.

Het betreft voorlopige cijfers.
Onderverdeling arbeidsparticipatie
Percentage werknemers
Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.

Het betreft voorlopige cijfers.
Percentage zelfstandigen
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht
- in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer),
- als directeur-grootaandeelhouder (dga),
- in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid (meewerkend gezinslid), of
- als overige zelfstandige.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.

Het betreft voorlopige cijfers.
Zorg
Deze variabelen geven per gemeente, wijk en buurt inzicht in het aantal personen dat gebruik maakte van jeugdzorg in natura en/of een maatwerkarrangement in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning.

De cijfers zijn afgerond op vijftallen. Om het risico op onthulling van individuen te voorkomen zijn de waarden 0 tot en met 7 weergegeven als geheim. Hierdoor kan het voorkomen, dat de som van de detailgegevens afwijkt van het totaal.
Jongeren met jeugdzorg in natura
Personen tot 23 jaar die op enig moment in de verslagperiode gebruik gemaakt hebben van jeugdhulp in natura, jeugdbescherming of jeugdreclassering.

Jeugdhulp in natura wordt direct vergoed aan de zorgverlener zonder tussenkomst van de zorggebruiker. In het kader van de jeugdzorg betekent dit dat de hulp rechtstreeks door de gemeente wordt vergoed. Jeugdhulp bekostigd via PGB is hier dus van uitgesloten.

Persoonsgebonden budget (PGB) is een geldbedrag waarmee de zorggebruiker zelf zorg, begeleiding, hulp, hulpmiddelen of voorzieningen in kan kopen. Deze wordt verstrekt via de Sociale verzekeringsbank (SVB) maar is ook afkomstig van de gemeente.

Jeugdhulp is hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014). Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders.
Jeugdhulp omvat zowel lichte jeugd- en opvoedhulp, jeugd geestelijke gezondheidszorg en zorg voor licht verstandelijk beperkte jongeren. Er zijn ambulante vormen van jeugdhulp (die door het wijkteam of door een jeugdhulpaanbieder kunnen worden geleverd) en vormen van jeugdhulp met verblijf (zoals pleegzorg, gesloten plaatsing en residentiële jeugdhulp). Jeugdhulp kan zowel gericht zijn op behandelen als op begeleiden.

Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Het doel van de kinderbeschermingsmaatregelen is het opheffen van de bedreiging voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of ‘onder voogdij geplaatst’.

Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Indien de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder de overtreding of het misdrijf is begaan daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij jongvolwassenen met een verstandelijke beperking, kan het jeugdstrafrecht eveneens worden toegepast op jongvolwassenen in de leeftijd 18 tot en met 22 jaar. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of de officier van Justitie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart.

Indeling naar gemeente, wijk en buurt
De indeling naar gemeente en wijk is gebaseerd op het adres van de gezagsdrager van de jongere. Er is uitgegaan van het woonplaatsbeginsel zoals dat is toegepast in de Jeugdwet die vanaf 2015 in werking is getreden. Wanneer het adres gedurende de verslagperiode is gewijzigd krijgt de jongere in deze tabel het meest recente adres toegewezen.
Voor sommige jongeren is alleen de gemeente volgens woonplaatsbeginsel bekend, maar niet het specifieke adres. In deze gevallen wordt de jongere wel meegeteld in het totaal voor de gemeente, maar niet in één van de onderliggende wijken. Hierdoor kan het voorkomen dat de cijfers van de wijken binnen een gemeente niet optellen tot het totaal van de gemeente.
Percentage jongeren met jeugdzorg
Percentage van personen tot 23 jaar die op enig moment in de verslagperiode gebruik gemaakt hebben van jeugdhulp, jeugdbescherming of jeugdreclassering.
Wmo-cliënten
Aantal personen dat ten minste één maatwerkarrangement in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft gehad. Deze cijfers zijn samengesteld op basis van gegevens die gemeenten aan CBS hebben geleverd in het kader van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein.

Maatwerkarrangement
Ondersteuning binnen het kader van de Wmo2015 geleverd in de vorm van een product of dienst die is afgestemd op de wensen, persoonskenmerken mogelijkheden en behoeften van een individu.

Wmo2015
Wet maatschappelijke ondersteuning zoals ingegaan op 1 januari 2015. Deze wet stelt gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen.

Regio
Alleen de gegevens van gemeenten die aangeleverd hebben en die toestemming hebben gegeven voor publicatie worden gepubliceerd. Gemeenten kunnen daarbij apart toestemming geven voor de basisvariabelen Wmo en de facultatieve variabelen Wmo. Als gemeenten herlevering doen over eerdere verslagperioden, is de toestemming voor publicatie zoals die bij de herlevering is gegeven, leidend.

De cijfers over het totaal aantal cliënten in Nederland zijn geschat met een regressiemodel op de data van de deelnemende gemeenten. Voor meer informatie over deze methode wordt verwezen naar de onderzoeksbeschrijving Gemeentelijke monitor sociaal domein, Wmo.
Wmo-cliënten relatief
Het aantal Wmo-cliënten per 1000 inwoners dat ten minste één maatwerkarrangement in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft gehad. De relatieve cijfers zijn berekend na het afronden van de absolute cijfers.