Akkerbouwgewassen; voorlopige en definitieve oogstraming

Akkerbouwgewassen; voorlopige en definitieve oogstraming

Gewassen Perioden Beteelde oppervlakte Voorlopige oogstraming (ha) Beteelde oppervlakte Definitieve oogstraming (ha) Geoogste oppervlakte Definitieve oogstraming (ha) Bruto opbrengst per ha Voorlopige oogstraming (1 000 kg) Bruto opbrengst per ha Definitieve oogstraming (1 000 kg) Totale bruto opbrengst Voorlopige oogstraming (1 000 kg) Totale bruto opbrengst Definitieve oogstraming (1 000 kg)
Tarwe (totaal) 2021 119.416 119.402 118.158 8,6 8,2 1.024.454 970.734
Tarwe, winter 2021 106.819 106.802 105.987 8,7 8,4 934.416 889.638
Tarwe, zomer 2021 12.597 12.600 12.171 7,1 6,7 90.038 81.096
Gerst, winter 2021 9.775 9.771 9.632 8,5 8,0 82.657 76.629
Gerst, zomer 2021 20.303 20.307 20.041 6,4 6,2 129.374 124.603
Rogge 2021 2.203 2.204 2.128 3,5 3,8 7.710 8.184
Haver 2021 1.387 1.388 1.382 5,2 5,4 7.215 7.443
Triticale 2021 1.251 1.253 1.204 5,2 4,8 6.505 5.766
Maïs, korrelmaïs 2021 11.537 11.600 11.229 8,9 12,8 102.119 143.796
Maïs, snijmaïs 2021 186.428 186.171 183.302 42,0 45,5 7.837.753 8.341.740
Maïs, corn cob mix 2021 5.855 6.054 5.973 10,0 14,0 58.422 83.581
Bruine bonen 2021 2.061 2.061 2.061 3,2 3,2 6.595 6.595
Koolzaad (totaal) 2021 1.505 1.505 1.454 3,1 3,1 4.723 4.437
Vlas 2021 1.885 1.885 1.798 6,3 6,3 11.876 11.327
Lijnzaad 2021 1.885 1.885 1.798 0,8 0,8 1.414 1.348
Cichorei 2021 3.839 3.839 3.779 42,2 42,9 161.940 161.998
Hennep 2021 1.703 1.703 1.703 7,8 7,8 13.283 13.281
Aardappelen (totaal) 2021 160.365 160.328 159.068 43,3 42,0 6.938.092 6.676.724
Consumptieaardappelen (totaal) 2021 71.388 71.389 70.370 49,0 46,7 3.500.108 3.288.849
Pootaardappelen (totaal) 2021 43.808 43.790 43.548 35,1 1.527.712
Zetmeelaardappelen 2021 45.168 45.150 45.150 41,2 1.860.163
Suikerbieten 2021 80.722 80.714 80.514 81,0 82,2 6.538.482 6.620.609
Zaai-uien 2021 30.126 30.128 29.879 52,2 49,1 1.571.936 1.467.677
Zaai-uien na uitval 2021 .
Poot- en plantuien (2e jaars) 2021 6.223 6.223 6.118 56,2 52,4 349.533 320.757
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de beteelde en de geoogste oppervlakte, de opbrengst per hectare en de totale opbrengst in een oogstjaar, per akkerbouwgewas. Zowel de resultaten van de voorlopige oogstraming als de resultaten van de definitieve oogstraming worden in deze tabel weergegeven, evenals het percentage verschil.

Om tot het cijfer voor de opbrengst te komen wordt eerst een voorlopige oogstraming gemaakt. Dat gebeurt in de maanden augustus tot en met oktober.
Na deze raming worden de cijfers van de definitieve oogstraming in de maanden december tot en met maart van het jaar na het oogstjaar gemaakt.
Deze cijfers zijn nog voorlopig tot eind september in het jaar na het oogstjaar.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2010.

Status van de cijfers
De cijfers van de voorlopige oogstraming worden niet meer aangepast.

Wijziging per 28 januari 2022:
De cijfers van de definitieve oogstraming 2021 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De voorlopige ramingen voor de granen worden eind september van het oogstjaar gepubliceerd. De voorlopige ramingen voor de overige gewassen worden eind oktober van het oogstjaar gepubliceerd. De voorlopige ramingen worden in deze tabel na publicatie niet meer aangepast. De cijfers van de definitieve oogstraming worden gepubliceerd eind januari en geactualiseerd eind maart van het jaar na het oogstjaar. Deze cijfers zijn nog voorlopig tot eind september in het jaar na het oogstjaar

Toelichting onderwerpen

Beteelde oppervlakte
Aantal hectares landbouwgrond waarop het gewas verbouwd wordt.
Voorlopige oogstraming
De voorlopige oogstraming is gebaseerd op gegevens over de oppervlaktes beteelde grond (in hectares) zoals waargenomen in de Landbouwtelling en schattingen van de opbrengst per hectare afkomstig van een inventarisatie van Delphy.
Definitieve oogstraming
De bruto opbrengst van de definitieve oogstraming is gebaseerd op een steekproefenquête onder bedrijven met akkerbouwgewassen. Deze bedrijven geven anders dan in de voorlopige raming, niet de beteelde oppervlakte op, maar de oppervlakte die al geoogst is of naar verwachting nog geoogst zal worden. Door omstandigheden kan de oppervlakte grond waarvan geoogst is kleiner zijn dan de oorspronkelijk beteelde oppervlakte. Ook wordt gevraagd naar de niet-geoogste oppervlakte. De beteelde oppervlakte bij de definitieve oogstraming is gebaseerd op gegevens over de oppervlaktes beteelde grond (in hectares) zoals waargenomen in de Landbouwtelling.
Geoogste oppervlakte
Bij de voorlopige raming is dit in principe gelijk aan de beteelde oppervlakte. Bij de definitieve oogstraming is dit de oppervlakte waarvan al geoogst is of naar verwachting nog geoogst zal worden. Dat is dus de oppervlakte waarop daadwerkelijk productie heeft plaatsgevonden. Dit kan door omstandigheden (bijvoorbeeld wateroverlast) minder zijn dan de oorspronkelijk beteelde oppervlakte.
Definitieve oogstraming
De bruto opbrengst van de definitieve oogstraming is gebaseerd op een steekproefenquête onder bedrijven met akkerbouwgewassen. Deze bedrijven geven anders dan in de voorlopige raming, niet de beteelde oppervlakte op, maar de oppervlakte die al geoogst is of naar verwachting nog geoogst zal worden. Door omstandigheden kan de oppervlakte grond waarvan geoogst is kleiner zijn dan de oorspronkelijk beteelde oppervlakte. Ook wordt gevraagd naar de niet-geoogste oppervlakte. De beteelde oppervlakte bij de definitieve oogstraming is gebaseerd op gegevens over de oppervlaktes beteelde grond (in hectares) zoals waargenomen in de Landbouwtelling.
Bruto opbrengst per ha
Bij de bepaling van de opbrengst per hectare (de gemiddelde opbrengst) wordt alleen gerekend met de hectares die daadwerkelijk geoogst zijn of nog geoogst zullen worden. Hectares die beteeld waren maar waarvan de opbrengst verloren is gegaan (bijvoorbeeld door wateroverlast) tellen dus niet mee.
De opbrengsten van korrelmaïs en corn cob mix zijn berekend in de situatie waarin deze geoogste gewassen 35 procent vocht zouden bevatten. Bij snijmaïs is dit gewicht berekend bij een vochtgehalte van 65 procent. De opbrengst van graan (tarwe, gerst, haver, rogge en triticale) wordt in de voorlopige raming bepaald als het bruto gewicht van de geoogste korrels. In de definitieve raming is dit het gewicht in de situatie waarin elke korrel 16 procent vocht zou bevatten.
Toelichting:
Graan met 16 procent vocht (of minder) is zodanig droog dat het zonder problemen bewaard kan worden. Meer vocht zou betekenen dat het graan eerst gedroogd moet worden voordat het opgeslagen kan worden. Dat drogen kost geld en de bedrijven zullen dus bij voorkeur oogsten bij 16 procent vochtgehalte. Maar dat lukt niet altijd; in werkelijkheid kan het graan meer vocht bevatten. Om toch tot een goede schatting te komen van de daadwerkelijke 'droge' opbrengst worden alle individuele opgaven van de opbrengsten per hectare (waarvan ook het werkelijke vochtgehalte bekend is) omgerekend naar de situatie met 16 procent vocht in de korrels.
Voorlopige oogstraming
De voorlopige oogstraming is gebaseerd op gegevens over de oppervlaktes beteelde grond (in hectares) zoals waargenomen in de Landbouwtelling en schattingen van de opbrengst per hectare afkomstig van een inventarisatie van Delphy.
Definitieve oogstraming
De bruto opbrengst van de definitieve oogstraming is gebaseerd op een steekproefenquête onder bedrijven met akkerbouwgewassen. Deze bedrijven geven anders dan in de voorlopige raming, niet de beteelde oppervlakte op, maar de oppervlakte die al geoogst is of naar verwachting nog geoogst zal worden. Door omstandigheden kan de oppervlakte grond waarvan geoogst is kleiner zijn dan de oorspronkelijk beteelde oppervlakte. Ook wordt gevraagd naar de niet-geoogste oppervlakte. De beteelde oppervlakte bij de definitieve oogstraming is gebaseerd op gegevens over de oppervlaktes beteelde grond (in hectares) zoals waargenomen in de Landbouwtelling.
  
Totale bruto opbrengst
Tot de totale opbrengst (totale bruto productie) behoort alles wat geoogst is of (vermoedelijk) geoogst gaat worden. Tot de totale opbrengst behoort ook dat deel van de productie dat om bijzondere redenen niet geschikt is voor zijn oorspronkelijke bestemming. Dit geldt echter alleen als het nog wel voor andere normale bedrijfsdoeleinden kan worden aangewend (bijv. aardappelen, die alleen nog voor veevoeder te gebruiken zijn). Hierdoor is de totale bruto opbrengst niet gelijk aan de handelsproductie.
De opbrengsten van korrelmaïs en corn cob mix zijn berekend in de situatie waarin deze geoogste gewassen 35 procent vocht zouden bevatten. Bij snijmaïs is dit gewicht berekend bij een vochtgehalte van 65 procent.De opbrengst van graan (tarwe, gerst, haver, rogge en triticale) wordt in de voorlopige raming bepaald als het bruto gewicht van de geoogste korrels. In de definitieve raming is dit het gewicht in de situatie waarin elke korrel 16 procent vocht zou bevatten.
Toelichting:
Graan met 16 procent vocht (of minder) is zodanig droog dat het zonder problemen bewaard kan worden. Meer vocht zou betekenen dat het graan eerst gedroogd moet worden voordat het opgeslagen kan worden. Dat drogen kost geld en de bedrijven zullen dus bij voorkeur oogsten bij 16 procent vochtgehalte. Maar dat lukt niet altijd; in werkelijkheid kan het graanmeer vocht bevatten. Om toch tot een goede schatting te komen van de daadwerkelijke 'droge' opbrengst worden alle individuele opgaven van de opbrengsten per hectare (waarvan ook het werkelijke vochtgehalte bekend is) omgerekend naar de situatie met 16 procent vocht in de korrels.
Voorlopige oogstraming
De voorlopige oogstraming is gebaseerd op gegevens over de oppervlaktes beteelde grond (in hectares) zoals waargenomen in de Landbouwtelling en schattingen van de opbrengst per hectare afkomstig van een inventarisatie van Delphy.
  
Definitieve oogstraming
De bruto opbrengst van de definitieve oogstraming is gebaseerd op een steekproefenquête onder bedrijven met akkerbouwgewassen. Deze bedrijven geven anders dan in de voorlopige raming, niet de beteelde oppervlakte op, maar de oppervlakte die al geoogst is of naar verwachting nog geoogst zal worden. Door omstandigheden kan de oppervlakte grond waarvan geoogst is kleiner zijn dan de oorspronkelijk beteelde oppervlakte. Ook wordt gevraagd naar de niet-geoogste oppervlakte. De beteelde oppervlakte bij de definitieve oogstraming is gebaseerd op gegevens over de oppervlaktes beteelde grond (in hectares) zoals waargenomen in de Landbouwtelling.