Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd/geconsolideerd Perioden Middelen Inkomen uit vermogen Overig inkomen uit beleggingen Inkomen toegerekend aan aandeelhouders (mln euro) Bestedingen Inkomen uit vermogen Overig inkomen uit beleggingen Inkomen toegerekend aan aandeelhouders (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 5.210 4.445
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 1.141 376
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 6
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 6
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 4.772 4.445
Financiële instellingen Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 994 667
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 5 15
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 5 15
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 1
Centrale bank Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 1
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 4 15
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 4 15
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 983 4.430
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 581 4.028
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 919 4.430
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 532 4.043
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 64
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 64
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 31
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 31
Fin. instellingen binnen concernverband Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 33
Fin. instellingen binnen concernverband Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 33
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 3.784
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 3.784
Verzekeringsinstellingen Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 463
Verzekeringsinstellingen Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 463
Pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 3.321
Pensioenfondsen Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 3.321
Overheid Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 1
Overheid Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 1
Centrale overheid Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 0
Centrale overheid Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 0
Lokale overheid Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 1
Lokale overheid Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 1
Socialezekerheidsfondsen Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 0
Socialezekerheidsfondsen Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 0
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 431
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 431
Huishoudens Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 428
Huishoudens Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 428
IZW's t.b.v. huishoudens Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 3
IZW's t.b.v. huishoudens Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 3
Buitenland Niet-geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 376 1.141
Buitenland Geconsolideerd 2022 1e kwartaal* 376 1.141
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële (lopende) transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens van af het eerste kwartaal 1999.

Status van de cijfers:
De gegevens van 1995 tot en met 2019 zijn definitief. Gegevens van 2020, 2021 en 2022 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 24 juni 2022:
Cijfers over het eerste kwartaal van 2022 zijn toegevoegd.
Conform revisiebeleid zijn gegevens van 2020 en 2021 geactualiseerd, en zijn de tijdreeksen van de financiële rekeningen en balansen gereviseerd (jaarlijkse revisie).
Wijzigingen in de lopende en kapitaalrekening van de overheidsfinanciën zorgen voor aanpassingen in de periode vanaf 1995. Door een herclassificatie wijzigen ook de bruto winsten van niet-financiële vennootschappen.
Dividenden in 2019 zijn gereviseerd: niet-financiële vennootschappen betalen onderling minder dividend. Dividendbetalingen aan huishoudens en buitenland nemen toe.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Jaarcijfers:
Na afloop van het verslagjaar worden na 6 en 18 maanden respectievelijk de voorlopige en definitieve jaarramingen gepubliceerd. De cijfers komen jaarlijks in juni beschikbaar op StatLine, de elektronische database van het CBS. Daarnaast worden de cijfers jaarlijks in augustus in 'De Nationale rekeningen' gepubliceerd.
Kwartaalcijfers:
85 dagen na afloop van een verslagkwartaal komt de eerste kwartaalraming beschikbaar. Mocht daarna nog nieuwe kwartaalinformatie beschikbaar komen, dan kan in september het eerste, en in december het tweede kwartaal nog worden herzien. In maart kunnen de eerste drie kwartalen nog worden bijgesteld. Als in juni (nieuwe) jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Inkomen uit vermogen
Inkomen uit vermogen ontstaat wanneer de eigenaren van financiële activa of van natuurlijke hulpbronnen deze ter beschikking stellen aan andere institutionele eenheden. Het inkomen dat voor het gebruik van financiële activa verschuldigd is, wordt inkomen uit beleggingen genoemd, terwijl het inkomen dat voor het gebruik van natuurlijke hulpbronnen verschuldigd is, inkomen uit natuurlijke hulpbronnen wordt genoemd. Inkomen uit vermogen is de som van inkomen uit beleggingen en inkomen uit natuurlijke hulpbronnen.
Overig inkomen uit beleggingen
Het overig inkomen uit beleggingen bestaat uit:
- inkomen uit beleggingen toe te rekenen aan polishouders
- inkomen uit beleggingen te betalen i.v.m. pensioenrechten
- inkomen uit beleggingen toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve beleggingsfondsen
Inkomen toegerekend aan aandeelhouders
Inkomen uit beleggingen toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve beleggingsfondsen. Deze bestaat uit de volgende afzonderlijke componenten:
- dividenden toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve-beleggingsfondsen;
- ingehouden winsten toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve-beleggingsfondsen.

Dividend is een uitkering van een beleggingsfonds aan diegenen die vermogen beschikbaar hebben gesteld in de vorm van aandelenkapitaal. Ingehouden winsten omvatten het deel van de winst van een beleggingsfonds dat niet in de vorm van dividend is afgedragen aan de aandeelhouders. Op de financiële rekening wordt dit rendement op beleggingsfondsen teruggesluisd in de vorm van de aankoop van aandelen.
Bestedingen
Bestedingen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verminderen (oftewel de uitgaven door sectoren).
Inkomen uit vermogen
Inkomen uit vermogen ontstaat wanneer de eigenaren van financiële activa of van natuurlijke hulpbronnen deze ter beschikking stellen aan andere institutionele eenheden. Het inkomen dat voor het gebruik van financiële activa verschuldigd is, wordt inkomen uit beleggingen genoemd, terwijl het inkomen dat voor het gebruik van natuurlijke hulpbronnen verschuldigd is, inkomen uit natuurlijke hulpbronnen wordt genoemd. Inkomen uit vermogen is de som van inkomen uit beleggingen en inkomen uit natuurlijke hulpbronnen.
Overig inkomen uit beleggingen
Het overig inkomen uit beleggingen bestaat uit:
- inkomen uit beleggingen toe te rekenen aan polishouders
- inkomen uit beleggingen te betalen i.v.m. pensioenrechten
- inkomen uit beleggingen toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve beleggingsfondsen
Inkomen toegerekend aan aandeelhouders
Inkomen uit beleggingen toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve beleggingsfondsen. Deze bestaat uit de volgende afzonderlijke componenten:
- dividenden toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve-beleggingsfondsen;
- ingehouden winsten toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve-beleggingsfondsen.

Dividend is een uitkering van een beleggingsfonds aan diegenen die vermogen beschikbaar hebben gesteld in de vorm van aandelenkapitaal. Ingehouden winsten omvatten het deel van de winst van een beleggingsfonds dat niet in de vorm van dividend is afgedragen aan de aandeelhouders. Op de financiële rekening wordt dit rendement op beleggingsfondsen teruggesluisd in de vorm van de aankoop van aandelen.