Energiebalans; aanbod en verbruik, sector

Energiebalans; aanbod en verbruik, sector

Energiedragers Sectoren Perioden Opbouw vanuit aanbod Totaal aanbod (PJ) Opbouw vanuit aanbod Winning (PJ) Opbouw vanuit aanbod Energie-aanvoer (PJ) Opbouw vanuit aanbod Energie-aflevering (-) (PJ) Opbouw vanuit aanbod Voorraadmutatie (PJ) Opbouw vanuit aanbod Statistische verschillen (PJ) Opbouw vanuit verbruik Totaal verbruik (PJ) Opbouw vanuit verbruik Energieomzetting Saldo inzet-productie energie (PJ) Opbouw vanuit verbruik Eigen verbruik (PJ) Opbouw vanuit verbruik Verliezen bij distributie (PJ) Opbouw vanuit verbruik Finaal energieverbruik (PJ) Opbouw vanuit verbruik Niet-energetisch gebruik (PJ)
Totaal energiedragers Totaal energiesector en eindgebruikers 2020** 2.949,2 1.169,8 18.488,3 16.659,8 -52,1 3,0 2.946,2 441,0 191,9 25,6 1.749,7 538,0
Totaal energiedragers Totaal energiesector 2020** 549,7 882,4 8.150,1 8.501,4 18,6 549,7 336,9 187,2 25,6
Totaal energiedragers Winning van olie en gas 2020** 29,0 755,7 177,5 906,4 2,2 29,0 -0,1 29,1
Totaal energiedragers Cokesfabrieken 2020** 12,1 70,5 66,1 7,7 12,1 3,6 8,6
Totaal energiedragers Hoogovens 2020** 58,0 0,4 83,4 25,8 0,0 58,0 47,9 10,2
Totaal energiedragers Olieraffinaderijen 2020** 168,8 13,7 3.884,8 3.728,7 -1,0 168,8 41,0 127,7
Totaal energiedragers Energiebedrijven 2020** 281,7 112,5 3.934,0 3.774,4 9,7 281,7 244,5 11,7 25,6
Totaal energiedragers Totaal eindgebruikers van energie 2020** 2.396,5 287,4 10.338,3 8.158,5 -70,7 2.396,5 104,2 4,7 1.749,7 538,0
Totaal energiedragers Nijverheid (geen energiesector) 2020** 1.096,6 107,4 1.340,8 355,8 4,3 1.096,6 22,0 0,9 540,1 533,7
Totaal energiedragers Delfstoffenwinning, incl dienstverlening 2020** 4,2 . 4,2 . . 4,2 4,2
Totaal energiedragers 08 Delfstoffenwinning (geen olie en gas) 2020** 4,2 . 4,2 . . 4,2 4,2
Totaal energiedragers 099 Dienstverlening delfstoffenwinning 2020** . . .
Totaal energiedragers 10-12 Voedings-, genotmiddelenindustrie 2020** 83,6 . 84,0 . . 83,6 2,4 0,1 80,8 0,3
Totaal energiedragers 10 Voedingsmiddelenindustrie 2020** 78,0 . 78,6 . . 78,0 2,3 0,1 75,3 0,3
Totaal energiedragers 101 Slachterijen en vleeswarenindustrie 2020** 5,2 . 5,2 . . 5,2 5,2
Totaal energiedragers 102 Visverwerkende industrie 2020** . . . . . . . . . . .
Totaal energiedragers 103 Groente-, fruitverwerkende industrie 2020** 10,3 . 10,2 . . 10,3 0,1 0,0 10,3
Totaal energiedragers 104 Spijsoliën- en -vettenindustrie e.d. 2020** 7,4 . 7,8 . . 7,4 0,4 0,0 7,0
Totaal energiedragers 105 Zuivelindustrie 2020** 16,4 . 15,9 . . 16,4 0,2 0,0 16,2
Totaal energiedragers 106 Meelindustrie 2020** 11,8 . 13,3 . . 11,8 0,9 0,0 10,8
Totaal energiedragers 107 Brood- en deegwarenindustrie 2020** . . . . . . . . . . .
Totaal energiedragers 108 Overige voedingsmiddelenindustrie 2020** . . . . . . . . . . .
Totaal energiedragers 109 Diervoederindustrie 2020** 6,8 . 6,2 . . 6,8 0,2 0,0 6,5
Totaal energiedragers 11 Drankenindustrie 2020** 5,3 . 5,0 . . 5,3 0,2 0,0 5,1
Totaal energiedragers 12 Tabaksindustrie 2020** 0,4 . 0,4 . . 0,4 0,4
Totaal energiedragers 13-15 Textiel-, kleding-, lederindustrie 2020** 3,8 . 3,8 . . 3,8 3,8
Totaal energiedragers 13 Textielindustrie 2020** 3,2 . 3,2 . . 3,2 3,2
Totaal energiedragers 14 Kledingindustrie 2020** 0,1 . 0,1 . . 0,1 0,1
Totaal energiedragers 15 Leer- en schoenenindustrie 2020** 0,5 . 0,5 . . 0,5 0,5
Totaal energiedragers 16 Houtindustrie 2020** 2,8 . 1,0 . . 2,8 0,3 0,1 2,4
Totaal energiedragers 17-18 Papier- en grafische industrie 2020** 24,4 . 23,3 . . 24,4 1,4 0,1 22,2 0,6
Totaal energiedragers 17 Papierindustrie 2020** 22,6 . 21,5 . . 22,6 1,4 0,1 20,5 0,6
Totaal energiedragers 18 Grafische industrie 2020** 1,8 . 1,8 . . 1,8 1,8
Totaal energiedragers 20-21 Chemie en farmaceutische industrie 2020** 828,8 . 1.070,1 . . 828,8 16,3 0,6 298,7 513,2
Totaal energiedragers 20 Chemische industrie 2020** 824,9 . 1.065,9 . . 824,9 16,3 0,6 294,8 513,2
Totaal energiedragers 201 Basischemie 2020** 808,9 . 1.044,8 . . 808,9 16,0 0,6 281,9 510,4
Totaal energiedragers 2011 Industriële gassenindustrie 2020** 43,3 . 49,8 . . 43,3 1,4 0,1 17,1 24,8
Totaal energiedragers 2012 Kleur- en verfstoffenindustrie 2020** 2,4 . 2,8 . . 2,4 1,7 0,7
Totaal energiedragers 2013 Overige anorganische basischemie 2020** 45,9 . 48,1 . . 45,9 3,5 0,1 27,1 15,2
Totaal energiedragers 2014 Organische basischemie 2020** 594,1 . 820,4 . . 594,1 9,2 0,3 176,5 408,0
Totaal energiedragers 2015 Kunstmestindustrie 2020** 93,1 . 93,1 . . 93,1 0,8 0,0 30,9 61,3
Totaal energiedragers Kunststof- en rubberindustrie 2020** 30,0 . 30,6 . . 30,0 1,0 0,0 28,7 0,3
Totaal energiedragers 202-206 Overige chemische industrie 2020** 16,0 . 21,1 . . 16,0 0,3 12,9 2,8
Totaal energiedragers 21 Farmaceutische industrie 2020** 4,0 . 4,2 . . 4,0 0,0 0,0 3,9
Totaal energiedragers 22 Rubber- en kunststofproductindustrie 2020** 9,6 . 9,6 . . 9,6 9,6
Totaal energiedragers 23 Bouwmaterialenindustrie 2020** 21,4 . 21,4 . . 21,4 0,0 0,0 21,4
Totaal energiedragers 231 Glas- en glaswerkindustrie 2020** 7,2 . 7,2 . . 7,2 7,2
Totaal energiedragers Vuurvaste, overige keramische industrie 2020** 0,1 . 0,1 . . 0,1 0,1
Totaal energiedragers 233 Keramische bouwproductenindustrie 2020** 6,9 . 6,9 . . 6,9 0,0 6,9
Totaal energiedragers 235 Cement-, kalk- en gipsindustrie 2020** . . . . . . . . . . .
Totaal energiedragers 236 Beton-, gips-, cementwarenindustrie 2020** 3,6 . 3,6 . . 3,6 0,0 0,0 3,6
Totaal energiedragers Natuursteen, overige minerale producten 2020** . . . . . . . . . . .
Totaal energiedragers 24 Basismetaalindustrie 2020** 42,7 . 49,1 . . 42,7 1,4 0,0 41,3
Totaal energiedragers IJzer en staalindustrie 2020** 30,9 . 37,3 . . 30,9 1,4 0,0 29,5
Totaal energiedragers Non-ferrometaalindustrie 2020** 11,7 . 11,8 . . 11,7 11,7
Totaal energiedragers 25-28 Metaalproducten + machineindustrie 2020** 33,2 . 33,1 . . 33,2 0,0 20,5 12,6
Totaal energiedragers 25 Metaalproductenindustrie 2020** 11,1 . 10,9 . . 11,1 0,0 11,1
Totaal energiedragers 26 Elektrotechnische industrie 2020** 1,7 . 1,7 . . 1,7 1,7
Totaal energiedragers 27 Elektrische apparatenindustrie 2020** 16,0 . 16,1 . . 16,0 3,4 12,6
Totaal energiedragers 28 Machine-industrie 2020** 4,4 . 4,4 . . 4,4 4,4
Totaal energiedragers 29-30 Transportmiddelenindustrie 2020** 4,2 . 4,4 . . 4,2 4,2
Totaal energiedragers 29 Auto- en aanhangwagenindustrie 2020** 2,7 . 2,9 . . 2,7 2,7
Totaal energiedragers 30 Overige transportmiddelenindustrie 2020** 1,5 . 1,5 . . 1,5 1,5
Totaal energiedragers 31 Meubelindustrie 2020** 1,6 . 1,5 . . 1,6 1,6
Totaal energiedragers 32 Overige industrie 2020** 1,0 . 0,9 . . 1,0 1,0
Totaal energiedragers Industrie onbekend 2020** 2,7 . 2,3 . . 2,7 0,6 2,1
Totaal energiedragers F Bouwnijverheid 2020** 32,6 0,8 32,1 0,3 32,6 27,8 4,9
Totaal energiedragers Totaal binnenlands vervoer 2020** 392,2 392,2 0,0 392,2 389,5 2,7
Totaal energiedragers Binnenlandse luchtvaart 2020** 0,3 0,3 0,3 0,3 0,0
Totaal energiedragers Wegverkeer 2020** 376,7 376,7 376,7 374,1 2,6
Totaal energiedragers Railverkeer 2020** 6,3 6,3 0,0 6,3 6,3 0,0
Totaal energiedragers Pijpleidingen 2020**
Totaal energiedragers Binnenlandse scheepvaart 2020** 8,8 8,8 8,8 8,8 0,1
Totaal energiedragers Vervoer onbekend 2020**
Totaal energiedragers Overige afnemers, totaal 2020** 907,7 180,0 8.605,3 7.802,6 -74,9 907,7 82,2 3,8 820,1 1,6
Totaal energiedragers Diensten, afval, water en reparatie 2020** 341,4 114,4 8.065,8 7.763,8 -74,9 341,4 71,0 3,0 265,8 1,6
Totaal energiedragers 33 Reparatie en installatie van machines 2020** 1,5 . 1,5 . . 1,5 1,5
Totaal energiedragers E Waterbedrijven en afvalbeheer 2020** 69,3 96,0 24,2 51,0 0,2 69,3 50,0 3,0 16,3
Totaal energiedragers 36 Waterleidingbedrijven 2020** 2,8 . 2,8 . . 2,8 2,8
Totaal energiedragers 37 Afvalwaterinzameling en -behandeling 2020** 5,4 . 3,1 . . 5,4 0,7 0,0 4,6
Totaal energiedragers 38 Afvalbehandeling en recycling 2020** 60,7 . 18,2 . . 60,7 49,2 3,0 8,6
Totaal energiedragers 39 Sanering en overig afvalbeheer 2020** 0,3 . 0,1 . . 0,3 0,1 0,0 0,2
Totaal energiedragers Waterbedrijven en afvalbeheer onbekend 2020** 0,0 . 0,1 . 0,0 0,0
Totaal energiedragers G-S, U Dienstverlening 2020** 270,7 18,4 8.040,2 7.712,8 -75,1 270,7 21,0 0,1 248,1 1,6
Totaal energiedragers G Handel 2020** 46,6 2,2 2.386,1 2.345,9 4,3 46,6 -4,5 0,0 .
Totaal energiedragers H Vervoer en opslag 2020** 45,9 1,0 5.485,9 5.361,6 -79,4 45,9 24,6 .
Totaal energiedragers I Horeca 2020** . 0,2 24,9 . . . . .
Totaal energiedragers J Informatie en communicatie 2020** . 0,0 17,1 . . . . .
Totaal energiedragers K Financiële dienstverlening 2020** . 0,6 7,6 . . . . .
Totaal energiedragers L Verhuur en handel van onroerend goed 2020** . 0,4 6,5 . . . . .
Totaal energiedragers M Specialistische zakelijke diensten 2020** . 0,4 9,9 . . . . .
Totaal energiedragers N Verhuur en overige zakelijke diensten 2020** . 0,2 4,7 . . . . .
Totaal energiedragers O Openbaar bestuur en overheidsdiensten 2020** . 0,7 16,7 . . . . .
Totaal energiedragers P Onderwijs 2020** . 0,4 13,4 . . . . .
Totaal energiedragers Q Gezondheids- en welzijnszorg 2020** . 0,4 32,1 . . . . .
Totaal energiedragers R Cultuur, sport en recreatie 2020** . 0,5 10,1 . . . . .
Totaal energiedragers S Overige dienstverlening 2020** . 0,1 6,4 . . . . .
Totaal energiedragers U Extraterritoriale organisaties 2020** . 0,4 . . . . .
Totaal energiedragers Dienstverlening onbekend 2020** . 11,3 18,3 . . . . . 1,6
Totaal energiedragers Woningen 2020** 389,9 36,2 353,6 389,9 389,9
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over het aanbod en verbruik van energie per sector en per energiedrager. Het aanbod van energie is gelijk aan de winning van energie plus de aanvoer minus de aflevering plus de voorraadmutatie. Het verbruik van energie is gelijk aan som van het eigen verbruik, de verliezen bij distributie, het finaal energieverbruik, het niet-energetisch gebruik en het saldo van inzet en productie van energie. Voor iedere sector is het aanbod van energie gelijk aan het verbruik van energie.

Voor sommige energiedragers is het totaal van de waargenomen binnenlandse afleveringen niet precies gelijk aan de som van de waargenomen binnenlands aanvoer. Voor deze energiedragers ontstaat dan een statistisch verschil wat niet aan een sector kan worden toegerekend.

De indeling in sectoren volgt op hoofdlijnen de indeling zoals gebruikelijk is in internationale energiestatistieken. Deze indeling is gebaseerd op functies van diverse sectoren in de energiehuishouding en op elementen uit de internationale standaard bedrijfsindeling. Er zijn twee hoofdsectoren: de energiesector (bedrijven met hoofdactiviteit het winnen of omzetten van energie) en energieafnemers (overige bedrijven en huishoudens).

Naast een uitsplitsing naar sectoren is er ook een uitsplitsing naar energiedrager, zoals kolen, diverse olieproducten, aardgas, hernieuwbare energie, elektriciteit en warmte.

De gebruikte definities in deze tabel sluiten precies aan op de definities in de tabel Energiebalans; aanbod, omzetting en verbruik. Die tabel bevat geen uitsplitsing naar sector (uitgezonderd finaal energieverbruik), maar geeft wel informatie over invoer, uitvoer en bunkers en geeft ook wat meer detail over de energiedragers.

Gegevens beschikbaar:
Vanaf 1990.

Status van de cijfers:
Alle cijfers tot en met verslagjaar 2019 zijn definitief. Cijfers over 2020 zijn nader voorlopig.

Wijzigingen per 4 maart 2022:
Over de periode 2012 tot en met 2020 zijn verbeterde data over de aflevering van elektriciteit en totaal energiedragers in de sector Waterbeheer en afvalbeheer onbekend toegevoegd.

Wijzigingen per 1 maart 2022:
Cijfers voor de jaren 1990 tot en met 2020 zijn gereviseerd. De belangrijkste wijziging is een andere wijze van weergeven van het eigen elektriciteitsverbruik van elektriciteitsproductie-installaties. Voorheen werd dit beschouwd als inzet elektriciteits-/wkk-omzetting. Vanaf heden wordt dit gezien als eigen verbruik, zoals ook gebruikelijk is in internationale energiestatistieken. Als gevolg daarvan neemt de inzet en het omzettingssaldo af en eigen verbruik toe, gemiddeld zo’n 15 PJ per jaar.
Eindverbruikers hebben ook elektriciteitsproductie-installaties. Daarom kennen de eindverbruiksectoren vanaf heden ook eigen verbruik, terwijl dat voorheen niet voor kwam.
Bij de vorige revisie van 2021 was voor de jaren 2015 t/m 2020 de nieuwe sector hoogovens geïntroduceerd welke de omzetting van cokesovencokes en cokeskolen in hoogovengas beschrijft die plaats vindt bij de productie van ruw ijzer uit ijzererts. Deze activiteit was voorheen onderdeel van de staalindustrie. Met deze revisie is de wijziging teruggelegd tot 1990.

Wijzigingen per 16 december 2021:
Cijfers van 2015 tot en met 2018 zijn gereviseerd en de structuur van de tabel is aangepast. De belangrijkste punten van de revisie zijn de volgende :
Hoogovens zijn vanaf 2015 als aparte sector zichtbaar en niet meer onderdeel van ijzer- en staalindustrie, maar onderdeel van de energiesector. Als gevolg daarvan is het eigen verbruik van de energiesector voor die jaren ruim 10 PJ toegenomen en het finaal energieverbruik met ruim 10 PJ afgenomen. Het gaat dan om de energiedragers cokesovengas, hoogovengas, aardgas en elektriciteit. De omzetting van cokeskolen en cokes in hoogovengas nu in de sector hoogovens geplaatst en niet meer in de sector ijzer en staalindustrie. Een ander revisiepunt betreft het verschuiven de productie van overige olieproducten in de chemische industrie buiten de petrochemie naar winning (0,4 tot 4 PJ per jaar). Beide revisiepunten zijn bedoeld om nog vollediger de internationale afspraken over energiestatistieken te volgen. Daarnaast zijn voor 2015 t/m 2018 nog een aantal andere verbeterde inzichten over de energiebalans van individuele bedrijven meegenomen.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nader voorlopige cijfers: juni/juli van het jaar volgend op het verslagjaar.
Definitieve cijfers: december van het tweede jaar volgend op het verslagjaar.

Toelichting onderwerpen

Opbouw vanuit aanbod
Opgebouwd vanuit aanbod is het energieverbruik de winning van energie plus de aanvoer van energie minus de aflevering van energie plus de voorraadmutatie plus het statistisch verschil.
Totaal aanbod
De hoeveelheid energie die primair beschikbaar komt voor verbruik in Nederland.
Winning
Het onttrekken van energie aan de natuur.

Fossiele energiedragers steenkool, aardolie en aardgas worden gewonnen uit de aarde. Hernieuwbare energiedragers zijn onder andere windenergie en biomassa. Andere energiedragers zijn bijvoorbeeld kernenergie en afval.
Energie-aanvoer
Energie die geïmporteerd of in Nederland gekocht of ontvangen wordt.
Energie-aflevering (-)
Energie die geëxporteerd of in Nederland verkocht of afgeleverd wordt.
Voorraadmutatie
De verandering van de omvang van de voorraad. Bij energiestatistieken is dit de beginvoorraad minus de eindvoorraad, conform de internationale richtlijnen voor energiestatistieken. Een positief getal betekent dus dat de voorraad is afgenomen en dat het aanbod in Nederland is toegenomen. Voor een negatief getal geldt het omgekeerde (toename van de voorraad en afname van het aanbod).
Statistische verschillen
Het verschil tussen het energieaanbod en het energieverbruik van een energiedrager.

Dit verschil ontstaat doordat de gegevens over aanbod en verbruik uit verschillende bronnen komen. Voor veel energiedragers wordt het verschil toegedeeld aan aanbod of verbruik. Daarmee wordt het statistisch verschil nihil.
Opbouw vanuit verbruik
Opgebouwd vanuit verbruik is het energieverbruik de som van het saldo van inzet en productie van energie, het eigen verbruik, de verliezen bij distributie, het finaal energieverbruik en het niet-energetisch gebruik.
Totaal verbruik
De hoeveelheid energie die is verbruikt door bedrijven, huishoudens en vervoer in Nederland. Energie kan zijn verbruikt:
- bij omzetting in andere energiedragers, dit is de inzet minus de productie van energie.
- als finaal verbruik.
Energieomzetting
Het veranderen van de ene energiedrager in de andere. Dit kan de omzetting zijn van een brandstof in elektriciteit of warmte. Het kan ook de omzetting zijn van een brandstof in een andere soort brandstof, zoals de omzetting van ruwe aardolie in benzine.
Saldo inzet-productie energie
Het verschil tussen de inzet voor en productie uit omzettingen.

Het totale saldo energieomzetting is de som van het saldo:
- bij elektriciteit/WKK-omzetting
- bij andere omzettingen

Voor de ingezette energiedragers, zoals aardgas en steenkool, is het saldo energieomzetting altijd positief. Voor de geproduceerde energiedragers, zoals elektriciteit of benzine, is het saldo altijd negatief. Bij de omzetting naar deze energiedragers wordt er immers meer van geproduceerd dan ingezet. Voor het totaal van alle energiedragers is het saldo de hoeveelheid energie die verloren is gegaan bij de omzetting van energiedragers.
Eigen verbruik
Het verbruik van energie in installaties voor de winning of omzetting van energie en het verbruik van energie door bedrijven uit de energiesector. Dit betreft alleen de benodigde hulpenergie, niet de inzet voor de energieomzetting zelf. De energiesector omvat de winning van olie en gas, de cokesfabrieken, de hoogovens, olieraffinaderijen en energiebedrijven (sector D uit de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI)). Voorbeelden van dit eigen verbruik zijn het verbranden van brandstoffen in stoomketels van olieraffinaderijen om stoom te maken die het raffinageproces op de gewenste temperatuur brengt, het verbruik van elektriciteit voor het oppompen van aardgas uit de bodem, het verbruik van elektriciteit voor het transporteren van steenkool in een kolencentrale en het verbruik van elektriciteit door een afvalverbrandingsinstallatie voor rookgasreiniging.
Verliezen bij distributie
Elektriciteit en warmte die verloren gaat bij het transport.

Bij elektriciteit betreft dit de totale netverliezen, dus het fysieke verlies door het transport van elektriciteit en het administratieve verlies door fraude, meetfouten en onvolkomenheden in de administratie.
Finaal energieverbruik
Het door gebruik opmaken van energie. Hierna resteert geen nuttig bruikbare energiedrager.

Voorbeelden zijn het verbranden van aardgas in een warmteketel, het verbruik van elektriciteit door huishoudens en het verbruik van motorbrandstoffen voor vervoer.
Niet-energetisch gebruik
Het gebruiken van een energiedrager voor het maken van een product dat geen energiedrager is. Hierbij blijft de voor het productieproces gebruikte energie in het product aanwezig. Voorbeelden zijn het gebruik van olie als grondstof voor plastic of aardgas voor kunstmest.

Aardgas; niet-energetisch gebruik

Om de schommelingen in de vraag naar aardgas tussen zomer en winter op te vangen is er behoefte aan opslag van aardgas.

Een leeg gasveld kan geschikt gemaakt worden als ondergrondse opslag voor aardgas.
Hiervoor is het nodig dat er een bepaalde druk aanwezig is zodat het opgeslagen gas er ook weer snel uitgehaald kan worden.

Het aardgas dat in het lege veld gepompt wordt om de druk op peil te brengen wordt kussengas genoemd. Dit maakt geen deel uit van de aardgasvoorraad omdat het in principe tijdens de gehele levensduur van de ondergrondse opslag in het veld blijft.

De gebruikte hoeveelheid kussengas wordt in de energiebalans geboekt als 'Niet-energetisch gebruik'.