Dierlijke mest; productie en mineralenuitscheiding; bedrijfstype, regio

Dierlijke mest; productie en mineralenuitscheiding; bedrijfstype, regio

Bedrijfstype Regio's Perioden Stikstofuitscheiding (N) Totaal stikstofuitscheiding (1 000 kg) Stikstofuitscheiding (N) Stikstofverliezen in stal en opslag Totaal stikstofverliezen (N) (1 000 kg) Stikstofuitscheiding (N) Stikstof in opgeslagen mest en weidemest (1 000 kg) Fosfaatuitscheiding (P205) Totaal fosfaatuitscheiding (1 000 kg) Productie en plaatsingruimte mest Plaatsingsruimte stikstof (N) (1 000 kg) Productie en plaatsingruimte mest Plaatsingsruimte fosfaat (P205) (1 000 kg) Productie en plaatsingruimte mest Bedrijven zonder overproductie mineralen Bedrijven zonder overproductie (%) Productie en plaatsingruimte mest Bedrijven met overproductie mineralen Bedrijven met overproductie (%)
Totaal alle bedrijfstypen Nederland 2021 471.000 65.100 405.900 148.000 375.300 138.600 65 35
Totaal alle bedrijfstypen Noord-Nederland (LD) 2021 112.400 12.560 99.840 32.170 116.480 43.100 62 38
Totaal alle bedrijfstypen Oost-Nederland (LD) 2021 155.590 22.210 133.390 49.050 107.850 41.070 58 42
Totaal alle bedrijfstypen West-Nederland (LD) 2021 68.490 7.540 60.960 19.840 88.650 33.000 76 24
Totaal alle bedrijfstypen Zuid-Nederland (LD) 2021 134.490 22.820 111.670 46.970 62.300 21.470 63 37
Totaal alle bedrijfstypen Groningen (PV) 2021 24.620 2.870 21.760 7.170 32.270 12.310 70 30
Totaal alle bedrijfstypen Fryslân (PV) 2021 61.530 6.470 55.060 17.160 53.500 19.860 50 50
Totaal alle bedrijfstypen Drenthe (PV) 2021 26.250 3.220 23.030 7.830 30.710 10.930 71 29
Totaal alle bedrijfstypen Overijssel (PV) 2021 67.340 9.340 58.000 20.710 43.160 15.940 51 49
Totaal alle bedrijfstypen Flevoland (PV) 2021 8.740 1.140 7.600 2.820 15.840 7.400 83 17
Totaal alle bedrijfstypen Gelderland (PV) 2021 79.510 11.730 67.780 25.520 48.840 17.730 59 41
Totaal alle bedrijfstypen Utrecht (PV) 2021 23.300 2.800 20.500 6.960 16.900 6.130 50 50
Totaal alle bedrijfstypen Noord-Holland (PV) 2021 19.070 1.900 17.160 5.330 26.580 9.540 80 20
Totaal alle bedrijfstypen Zuid-Holland (PV) 2021 19.650 2.040 17.610 5.550 24.140 8.930 78 22
Totaal alle bedrijfstypen Zeeland (PV) 2021 6.470 790 5.690 2.000 21.020 8.400 91 9
Totaal alle bedrijfstypen Noord-Brabant (PV) 2021 100.230 16.860 83.360 34.140 44.880 15.590 60 40
Totaal alle bedrijfstypen Limburg (PV) 2021 34.270 5.960 28.310 12.840 17.410 5.880 72 28
Totaal alle bedrijfstypen Concentratiegebied Oost 2021 114.410 16.690 97.720 36.350 63.860 22.900 50 50
Totaal alle bedrijfstypen Concentratiegebied Zuid 2021 120.430 20.970 99.460 42.640 44.630 14.350 59 41
Totaal alle bedrijfstypen Niet-concentratiegebied 2021 236.150 27.460 208.680 69.030 266.780 101.400 72 28
Totaal graasdierbedrijven Nederland 2021 312.100 34.100 278.100 85.900 241.700 87.600 45 55
Totaal graasdierbedrijven Noord-Nederland (LD) 2021 96.430 9.930 86.500 26.410 83.430 30.470 48 52
Totaal graasdierbedrijven Oost-Nederland (LD) 2021 104.850 12.190 92.670 28.850 76.830 28.300 46 54
Totaal graasdierbedrijven West-Nederland (LD) 2021 59.050 5.980 53.070 16.330 51.420 18.120 50 50
Totaal graasdierbedrijven Zuid-Nederland (LD) 2021 51.790 5.970 45.830 14.350 29.990 10.710 34 66
Totaal graasdierbedrijven Groningen (PV) 2021 19.800 2.010 17.790 5.420 16.700 6.050 46 54
Totaal graasdierbedrijven Fryslân (PV) 2021 57.040 5.790 51.250 15.590 48.420 17.950 44 56
Totaal graasdierbedrijven Drenthe (PV) 2021 19.580 2.130 17.450 5.400 18.310 6.470 57 43
Totaal graasdierbedrijven Overijssel (PV) 2021 47.930 5.370 42.560 13.180 36.200 13.520 44 56
Totaal graasdierbedrijven Flevoland (PV) 2021 5.180 580 4.610 1.420 3.090 1.200 21 79
Totaal graasdierbedrijven Gelderland (PV) 2021 51.740 6.240 45.500 14.250 37.540 13.580 48 52
Totaal graasdierbedrijven Utrecht (PV) 2021 19.050 2.000 17.050 5.260 15.390 5.570 43 57
Totaal graasdierbedrijven Noord-Holland (PV) 2021 17.770 1.740 16.030 4.920 16.810 5.800 58 42
Totaal graasdierbedrijven Zuid-Holland (PV) 2021 18.120 1.810 16.310 5.020 15.840 5.540 48 52
Totaal graasdierbedrijven Zeeland (PV) 2021 4.120 420 3.690 1.140 3.380 1.220 51 49
Totaal graasdierbedrijven Noord-Brabant (PV) 2021 41.990 4.870 37.120 11.610 23.490 8.320 32 68
Totaal graasdierbedrijven Limburg (PV) 2021 9.800 1.090 8.710 2.740 6.500 2.390 41 59
Totaal graasdierbedrijven Concentratiegebied Oost 2021 74.670 8.800 65.860 20.550 52.220 18.840 44 56
Totaal graasdierbedrijven Concentratiegebied Zuid 2021 42.480 4.980 37.510 11.770 22.640 7.820 31 69
Totaal graasdierbedrijven Niet-concentratiegebied 2021 194.980 20.280 174.700 53.620 166.820 60.950 49 51
Melkveebedrijven Nederland 2021 258.900 27.300 231.600 70.600 196.700 72.600 27 73
Melkveebedrijven Noord-Nederland (LD) 2021 88.020 9.070 78.950 23.950 71.870 26.660 33 67
Melkveebedrijven Oost-Nederland (LD) 2021 80.380 8.710 71.670 21.930 61.120 22.850 27 73
Melkveebedrijven West-Nederland (LD) 2021 51.020 5.220 45.800 13.940 41.020 14.790 30 70
Melkveebedrijven Zuid-Nederland (LD) 2021 39.510 4.280 35.220 10.770 22.690 8.270 14 86
Melkveebedrijven Groningen (PV) 2021 18.170 1.850 16.320 4.940 14.260 5.260 29 71
Melkveebedrijven Fryslân (PV) 2021 52.970 5.390 47.580 14.410 43.020 16.110 29 71
Melkveebedrijven Drenthe (PV) 2021 16.870 1.820 15.050 4.600 14.580 5.290 45 55
Melkveebedrijven Overijssel (PV) 2021 39.970 4.330 35.640 10.900 30.010 11.340 24 76
Melkveebedrijven Flevoland (PV) 2021 4.700 510 4.190 1.280 2.900 1.140 18 82
Melkveebedrijven Gelderland (PV) 2021 35.700 3.870 31.830 9.750 28.220 10.370 32 68
Melkveebedrijven Utrecht (PV) 2021 16.210 1.670 14.540 4.430 12.770 4.670 24 76
Melkveebedrijven Noord-Holland (PV) 2021 15.550 1.570 13.980 4.240 13.330 4.720 41 59
Melkveebedrijven Zuid-Holland (PV) 2021 15.870 1.620 14.250 4.340 12.690 4.530 28 72
Melkveebedrijven Zeeland (PV) 2021 3.390 360 3.020 920 2.230 860 25 75
Melkveebedrijven Noord-Brabant (PV) 2021 32.260 3.500 28.760 8.800 18.110 6.540 12 88
Melkveebedrijven Limburg (PV) 2021 7.250 780 6.470 1.970 4.580 1.730 22 78
Melkveebedrijven Concentratiegebied Oost 2021 55.480 6.010 49.470 15.150 41.320 15.060 23 77
Melkveebedrijven Concentratiegebied Zuid 2021 31.880 3.460 28.430 8.690 17.120 6.040 10 90
Melkveebedrijven Niet-concentratiegebied 2021 171.560 17.810 153.740 46.750 138.250 51.460 32 68
Vleeskalverenbedrijven Nederland 2021 19.000 3.400 15.700 5.200 3.700 1.300 17 83
Vleeskalverenbedrijven Noord-Nederland (LD) 2021 1.930 340 1.590 520 740 270 25 75
Vleeskalverenbedrijven Oost-Nederland (LD) 2021 12.060 2.140 9.920 3.280 1.980 710 16 84
Vleeskalverenbedrijven West-Nederland (LD) 2021 800 140 660 220 130 50 17 83
Vleeskalverenbedrijven Zuid-Nederland (LD) 2021 4.240 750 3.490 1.160 840 270 15 85
Vleeskalverenbedrijven Groningen (PV) 2021 330 60 270 90 140 50 32 68
Vleeskalverenbedrijven Fryslân (PV) 2021 830 140 680 210 350 130 23 77
Vleeskalverenbedrijven Drenthe (PV) 2021 780 140 640 220 260 90 23 77
Vleeskalverenbedrijven Overijssel (PV) 2021 3.050 530 2.530 860 760 280 24 76
Vleeskalverenbedrijven Flevoland (PV) 2021 200 40 170 60 20 10 14 86
Vleeskalverenbedrijven Gelderland (PV) 2021 8.800 1.580 7.230 2.360 1.190 430 13 87
Vleeskalverenbedrijven Utrecht (PV) 2021 690 120 570 190 90 30 11 89
Vleeskalverenbedrijven Noord-Holland (PV) 2021 20 0 10 0 10 10 33 67
Vleeskalverenbedrijven Zuid-Holland (PV) 2021 70 10 60 20 10 0 50 50
Vleeskalverenbedrijven Zeeland (PV) 2021 20 0 20 10 10 10 33 67
Vleeskalverenbedrijven Noord-Brabant (PV) 2021 3.790 670 3.120 1.030 690 220 15 85
Vleeskalverenbedrijven Limburg (PV) 2021 450 80 370 130 150 50 17 83
Vleeskalverenbedrijven Concentratiegebied Oost 2021 10.260 1.830 8.440 2.790 1.470 510 15 85
Vleeskalverenbedrijven Concentratiegebied Zuid 2021 4.130 730 3.400 1.130 810 250 15 85
Vleeskalverenbedrijven Niet-concentratiegebied 2021 4.640 810 3.830 1.270 1.410 540 23 77
Overige rundveebedrijven Nederland 2021 14.900 1.400 13.500 4.100 22.600 7.600 81 19
Overige rundveebedrijven Noord-Nederland (LD) 2021 2.920 260 2.650 800 5.610 1.850 85 15
Overige rundveebedrijven Oost-Nederland (LD) 2021 6.170 600 5.570 1.690 8.660 3.020 82 18
Overige rundveebedrijven West-Nederland (LD) 2021 2.890 260 2.630 800 4.540 1.480 83 17
Overige rundveebedrijven Zuid-Nederland (LD) 2021 2.940 280 2.660 820 3.750 1.270 70 30
Overige rundveebedrijven Groningen (PV) 2021 560 50 510 150 1.160 370 85 15
Overige rundveebedrijven Fryslân (PV) 2021 1.440 130 1.310 390 2.200 760 82 18
Overige rundveebedrijven Drenthe (PV) 2021 920 80 840 260 2.250 720 91 9
Overige rundveebedrijven Overijssel (PV) 2021 2.630 250 2.380 720 3.620 1.280 82 18
Overige rundveebedrijven Flevoland (PV) 2021 50 0 50 10 70 30 53 47
Overige rundveebedrijven Gelderland (PV) 2021 3.490 340 3.150 960 4.970 1.720 81 19
Overige rundveebedrijven Utrecht (PV) 2021 990 90 900 270 1.390 470 83 17
Overige rundveebedrijven Noord-Holland (PV) 2021 710 60 650 200 1.270 390 88 12
Overige rundveebedrijven Zuid-Holland (PV) 2021 840 70 760 230 1.280 420 82 18
Overige rundveebedrijven Zeeland (PV) 2021 350 30 320 100 590 190 80 20
Overige rundveebedrijven Noord-Brabant (PV) 2021 2.140 200 1.940 590 2.820 930 70 30
Overige rundveebedrijven Limburg (PV) 2021 800 70 720 230 930 330 68 32
Overige rundveebedrijven Concentratiegebied Oost 2021 4.590 450 4.140 1.250 6.020 2.110 82 18
Overige rundveebedrijven Concentratiegebied Zuid 2021 2.130 200 1.930 590 2.720 870 69 31
Overige rundveebedrijven Niet-concentratiegebied 2021 8.190 740 7.450 2.270 13.820 4.630 83 17
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de mestproductie en de daarmee uitgescheiden hoeveelheid stikstof en fosfaat. Daarnaast wordt de mestproductie vergeleken met de plaatsingsruimte volgens de geldende gebruiksnormen. De gegevens kunnen worden uitgesplitst naar type bedrijf volgens de standaard bedrijfstypering op basis van het brutostandaardsaldo (BSS) en standaardopbrengten (SO). Het totaal voor Nederland kan worden uitgesplitst naar landsdelen, provincies en concentratiegebieden.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1990.

Status van de cijfers:
Cijfers zijn bij eerste publicatie definitief maar nieuwe inzichten in berekeningsmethoden kunnen aanleiding geven tot herberekening van de tijdreeks.

Wijzigingen per 30 juni 2022:
De voorlopige cijfers over de productie van dierlijke mest in 2021 zijn vervangen door definitieve cijfers.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het eerste kwartaal van 2023 verschijnen voorlopige cijfers over de mestproductie in 2022.

Toelichting onderwerpen

Stikstofuitscheiding (N)
Totaal stikstofuitscheiding
De totale hoeveelheid uitgescheiden stikstof (N) zonder aftrek van stikstof die vervluchtigt in de vorm van ammoniak (NH3) inclusief de afvoer via spuiwater van luchtwassers, lachgas (N2O), stikstofoxide (NO) en stikstofgas (N2).
Stikstofverliezen in stal en opslag
Een deel van de uitgescheiden stikstof in de stal zal bij mestopslag in de stal en bij opslag buiten de stal emitteren in de vorm van ammoniak (NH3), lachgas N2O, stikstofoxide (NO) en stikstofgas (N2). Daarnaast wordt in stallen met een luchtwasser een deel van de ammoniak afgevoerd via het spuiwater van luchtwassers.
Totaal stikstofverliezen (N)
Stikstof in opgeslagen mest en weidemest
De totale stikstofuitscheiding met aftrek van de stikstof die tijdens mestopslag in de stal en bij opslag buiten de stal is vervluchtigd in de vorm van ammoniak (NH3) inclusief de afvoer via spuiwater van luchtwassers, lachgas (N2O), stikstofoxide (NO) en stikstofgas (N2).
Fosfaatuitscheiding (P205)
Totaal fosfaatuitscheiding
De uitgescheiden hoeveelheid fosfaat uitgedrukt in P2O5. In tegenstelling tot stikstof treden bij fosfaat geen gasvormige verliezen op.
Productie en plaatsingruimte mest
Plaatsingsruimte stikstof (N)
De plaatsingsruimte voor stikstof geldt vanaf 2006 en wordt berekend door vermenigvuldiging van de gebruiksnorm voor dierlijke mest (170 kg N/ha) met het beschikbare areaal in hectare.

De Europese Commissie staat Nederland verruiming van deze norm toe (derogatie) tot een bemestingsniveau van 250 kg stikstof per hectare. De hogere bemestingsnorm geldt alleen bij het gebruik van graasdiermest. Daarnaast moet het bedrijfsareaal tot en met 2013 voor minstens 70 procent en vanaf 2014 voor minstens 80 procent bestaan uit grasland. De derogatie voor zand- en lösspercelen in de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg is vanaf 2014 beperkt tot 230 kg N per hectare.
Plaatsingsruimte fosfaat (P205)
De plaatsingsruimte voor fosfaat wordt berekend door vermenigvuldiging van de vigerende gebruiksnorm in kg P2O5/ha met het beschikbare areaal in hectare.

Voor grasland en bouwland gelden verschillende gebruiksnormen die geleidelijk worden aangescherpt. Met ingang van 2010 zijn de gebruiksnormen voor fosfaat gedifferentieerd naar fosfaattoestand van de bodem. Indien geen informatie beschikbaar is over de fosfaattoestand is gerekend met de laagste fosfaatgebruiksnorm (fosfaattoestand hoog). Van 1998 tot en met 2005 (Mineralenaangiftesysteem Minas) is de gebruiksnorm dierlijke mest afgeleid uit de som van het toegestane fosfaatverlies en de fosfaatafvoer met het gewas.
Bedrijven zonder overproductie mineralen
Bedrijven waar de stikstof- en fosfaatproductie niet groter is dan de plaatsingsruimte voor dierlijke mest.

De stikstofproductie is berekend door de stikstofuitscheiding te verminderen met berekende stikstofverliezen uit stallen en mestopslagen volgens de rekenmethodiek van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM). Deze verliezen zijn over het algemeen kleiner dan de forfaitaire verliezen op basis van de mestwetgeving. Bij het gebruik van berekende stikstofverliezen blijft er dus meer stikstof in de mest achter en zal er dus eerder sprake zijn van overproductie ten opzichte van de plaatsingsruimte. Wettelijk gezien is er pas sprake van overproductie als de mineralenuitscheiding gecorrigeerd voor forfaitaire verliezen hoger is dan de plaatsingsruimte.
Bedrijven zonder overproductie
Bedrijven zonder overproductie van stikstof en fosfaat, als percentage van het totale aantal landbouwbedrijven.
Bedrijven met overproductie mineralen
Bedrijven waar de stikstof- of fosfaatproductie groter is dan de plaatsingsruimte op basis van de gebruiksnorm.

De stikstofproductie is berekend door de stikstofuitscheiding te verminderen met berekende stikstofverliezen uit stallen en mestopslagen volgens de rekenmethodiek van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM), inclusief de afvoer via het spuiwater van luchtwassers. De gasvormige verliezen zijn over het algemeen kleiner dan de forfaitaire verliezen op basis van de mestwetgeving. Bij het gebruik van berekende stikstofverliezen blijft er dus meer stikstof in de mest achter en zal er dus eerder sprake zijn van overproductie ten opzichte van de plaatsingsruimte. Wettelijk gezien is er pas sprake van overproductie als de mineralenuitscheiding gecorrigeerd voor forfaitaire verliezen hoger is dan de plaatsingsruimte.
Bedrijven met overproductie
Bedrijven met overproductie van stikstof of fosfaat, als percentage van het totale aantal landbouwbedrijven.