Koopkrachtontwikkeling personen; persoonskenmerken

Koopkrachtontwikkeling personen; persoonskenmerken

Geslacht Kenmerken van personen Perioden Mediane koopkrachtontwikkeling (%) Personen met koopkrachtdaling (%) Personen met koopkrachtstijging (%) Koopkrachtontwikkeling (percentielen) 20e percentiel (%) Koopkrachtontwikkeling (percentielen) 40e percentiel (%) Koopkrachtontwikkeling (percentielen) 60e percentiel (%) Koopkrachtontwikkeling (percentielen) 80e percentiel (%)
Totaal mannen en vrouwen Totaal personen 2020* 2,2 33,1 66,9 -5,9 1,0 4,6 12,8
Totaal mannen en vrouwen Leeftijd: 0 tot 15 jaar 2020* 3,9 32,0 68,0 -5,3 1,8 6,1 13,4
Totaal mannen en vrouwen Leeftijd: 15 tot 25 jaar 2020* 5,3 33,8 66,2 -7,7 2,2 8,7 19,6
Totaal mannen en vrouwen Leeftijd: 25 tot 45 jaar 2020* 3,9 33,8 66,2 -7,5 1,6 6,4 15,6
Totaal mannen en vrouwen Leeftijd: 45 tot 65 jaar 2020* 2,5 34,9 65,1 -6,5 1,1 4,6 12,6
Totaal mannen en vrouwen Leeftijd: 65 jaar of ouder 2020* 1,0 30,2 69,8 -2,9 0,7 1,4 3,8
Totaal mannen en vrouwen Herkomst: autochtoon 2020* 2,2 32,9 67,1 -5,5 1,0 4,4 12,0
Totaal mannen en vrouwen Herkomst: westerse allochtoon 2020* 2,0 34,7 65,3 -7,3 0,8 4,4 13,9
Totaal mannen en vrouwen Herkomst: niet-westerse allochtoon 2020* 3,1 33,4 66,6 -7,3 1,2 6,2 17,5
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: hoofdkostwinner 2020* 1,8 30,9 69,1 -4,3 1,0 3,4 10,9
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: hoofdkostw. zonder partner 2020* 1,6 27,7 72,3 -3,0 1,1 2,5 9,2
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: hoofdkostw. met partner 2020* 2,0 32,7 67,3 -4,5 0,8 4,0 11,0
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: partner van hoofdkostwinner 2020* 2,0 32,7 67,3 -4,5 0,8 4,0 11,0
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: kind < 18 jaar 2020* 4,2 31,3 68,7 -4,9 2,0 6,4 13,9
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: kind >=18 jaar 2020* 5,1 31,4 68,6 -5,2 2,3 8,3 17,9
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: overig lid 2020* 3,0 36,1 63,9 -7,3 1,0 5,7 15,0
Totaal mannen en vrouwen SEC: werknemer 2020* 4,0 31,0 69,0 -4,5 2,1 6,2 13,7
Totaal mannen en vrouwen SEC: zelfstandige 2020* 1,2 46,8 53,2 -16,8 -2,8 5,3 19,5
Totaal mannen en vrouwen SEC: uitkerings- en pensioenontvanger 2020* 1,1 30,0 70,0 -3,1 0,7 1,5 4,4
Totaal mannen en vrouwen SEC: uitkeringsontvanger 2020* 1,5 30,5 69,5 -4,7 1,1 2,2 9,0
Totaal mannen en vrouwen SEC: ontvanger werkloosheidsuitkering 2020* 0,0 49,9 50,1 -16,0 -3,9 3,2 12,2
Totaal mannen en vrouwen SEC: ontvanger van sociale voorziening 2020* 1,5 25,9 74,1 -2,3 1,2 1,9 7,6
Totaal mannen en vrouwen SEC: arbeidsongeschikte 2020* 1,6 32,9 67,1 -5,7 1,0 2,8 9,9
Totaal mannen en vrouwen SEC: pensioenontvanger 2020* 1,0 29,3 70,7 -2,4 0,7 1,3 3,1
Totaal mannen en vrouwen SEC:(school)kind of student 2020* 4,0 33,1 66,9 -6,0 1,7 6,4 14,5
Totaal mannen en vrouwen SEC: overige (zonder inkomen) 2020* 2,1 35,1 64,9 -6,4 0,8 4,1 11,8
Mannen Totaal personen 2020* 2,4 33,6 66,4 -6,1 1,0 4,8 13,1
Mannen Leeftijd: 0 tot 15 jaar 2020* 3,9 32,0 68,0 -5,3 1,8 6,1 13,4
Mannen Leeftijd: 15 tot 25 jaar 2020* 5,3 33,7 66,3 -7,5 2,2 8,7 19,3
Mannen Leeftijd: 25 tot 45 jaar 2020* 3,9 34,2 65,8 -7,9 1,5 6,4 15,8
Mannen Leeftijd: 45 tot 65 jaar 2020* 2,6 34,4 65,6 -6,3 1,2 4,7 12,6
Mannen Leeftijd: 65 jaar of ouder 2020* 0,9 32,8 67,2 -4,0 0,6 1,4 4,5
Mannen Herkomst: autochtoon 2020* 2,3 33,4 66,6 -5,7 0,9 4,6 12,3
Mannen Herkomst: westerse allochtoon 2020* 2,1 35,2 64,8 -7,7 0,8 4,6 14,2
Mannen Herkomst: niet-westerse allochtoon 2020* 3,2 33,8 66,2 -7,7 1,2 6,4 18,1
Mannen Positie hh: hoofdkostwinner 2020* 1,9 32,1 67,9 -4,7 0,9 3,7 11,2
Mannen Positie hh: hoofdkostw. zonder partner 2020* 1,7 29,4 70,6 -4,0 1,1 3,0 10,2
Mannen Positie hh: hoofdkostw. met partner 2020* 1,9 32,7 67,3 -4,4 0,8 3,9 10,7
Mannen Positie hh: partner van hoofdkostwinner 2020* 2,7 33,0 67,0 -5,2 1,1 4,9 12,3
Mannen Positie hh: kind < 18 jaar 2020* 4,2 31,3 68,7 -4,9 2,0 6,4 14,0
Mannen Positie hh: kind >=18 jaar 2020* 4,8 32,0 68,0 -5,4 2,1 7,9 17,5
Mannen Positie hh: overig lid 2020* 3,0 36,2 63,8 -7,5 1,0 5,7 15,5
Mannen SEC: werknemer 2020* 4,0 30,4 69,6 -4,1 2,2 6,1 13,5
Mannen SEC: zelfstandige 2020* 1,0 47,3 52,7 -17,4 -3,1 5,2 19,7
Mannen SEC: uitkerings- en pensioenontvanger 2020* 1,1 31,3 68,7 -3,5 0,7 1,5 4,7
Mannen SEC: uitkeringsontvanger 2020* 1,5 29,2 70,8 -4,1 1,2 2,1 8,8
Mannen SEC: ontvanger werkloosheidsuitkering 2020* 0,1 49,8 50,2 -16,7 -4,0 3,5 13,2
Mannen SEC: ontvanger van sociale voorziening 2020* 1,5 24,1 75,9 -1,5 1,3 1,9 7,0
Mannen SEC: arbeidsongeschikte 2020* 1,7 31,3 68,7 -5,1 1,1 2,7 9,9
Mannen SEC: pensioenontvanger 2020* 0,9 31,4 68,6 -3,0 0,6 1,3 3,5
Mannen SEC:(school)kind of student 2020* 4,0 33,1 66,9 -6,0 1,7 6,4 14,4
Mannen SEC: overige (zonder inkomen) 2020* 2,0 34,7 65,3 -6,9 0,8 4,0 12,6
Vrouwen Totaal personen 2020* 2,1 32,7 67,3 -5,6 1,0 4,4 12,6
Vrouwen Leeftijd: 0 tot 15 jaar 2020* 3,9 32,0 68,0 -5,3 1,8 6,1 13,4
Vrouwen Leeftijd: 15 tot 25 jaar 2020* 5,4 34,0 66,0 -8,0 2,1 8,8 19,8
Vrouwen Leeftijd: 25 tot 45 jaar 2020* 4,0 33,5 66,5 -7,1 1,6 6,4 15,3
Vrouwen Leeftijd: 45 tot 65 jaar 2020* 2,4 35,3 64,7 -6,7 1,0 4,5 12,6
Vrouwen Leeftijd: 65 jaar of ouder 2020* 1,1 27,8 72,2 -2,1 0,7 1,4 3,3
Vrouwen Herkomst: autochtoon 2020* 2,0 32,4 67,6 -5,2 1,0 4,2 11,8
Vrouwen Herkomst: westerse allochtoon 2020* 2,0 34,2 65,8 -7,0 0,9 4,3 13,6
Vrouwen Herkomst: niet-westerse allochtoon 2020* 3,0 33,1 66,9 -6,9 1,2 6,0 17,0
Vrouwen Positie hh: hoofdkostwinner 2020* 1,7 28,5 71,5 -3,5 1,1 2,8 10,3
Vrouwen Positie hh: hoofdkostw. zonder partner 2020* 1,6 26,4 73,6 -2,3 1,1 2,2 8,5
Vrouwen Positie hh: hoofdkostw. met partner 2020* 2,7 32,9 67,1 -5,2 1,1 4,9 12,3
Vrouwen Positie hh: partner van hoofdkostwinner 2020* 1,9 32,7 67,3 -4,4 0,8 3,9 10,7
Vrouwen Positie hh: kind < 18 jaar 2020* 4,2 31,3 68,7 -4,9 2,0 6,4 13,9
Vrouwen Positie hh: kind >=18 jaar 2020* 5,6 30,5 69,5 -4,8 2,8 8,8 18,3
Vrouwen Positie hh: overig lid 2020* 3,0 36,0 64,0 -7,1 1,0 5,6 14,8
Vrouwen SEC: werknemer 2020* 4,0 31,6 68,4 -4,9 2,0 6,2 13,9
Vrouwen SEC: zelfstandige 2020* 1,5 45,8 54,2 -15,7 -2,4 5,6 19,0
Vrouwen SEC: uitkerings- en pensioenontvanger 2020* 1,1 28,9 71,1 -2,7 0,8 1,5 4,1
Vrouwen SEC: uitkeringsontvanger 2020* 1,5 31,6 68,4 -5,1 1,1 2,3 9,1
Vrouwen SEC: ontvanger werkloosheidsuitkering 2020* 0,0 50,0 50,0 -15,2 -3,8 3,0 11,4
Vrouwen SEC: ontvanger van sociale voorziening 2020* 1,5 27,2 72,8 -2,8 1,2 2,0 8,0
Vrouwen SEC: arbeidsongeschikte 2020* 1,6 34,1 65,9 -6,2 0,9 2,9 9,9
Vrouwen SEC: pensioenontvanger 2020* 1,0 27,5 72,5 -1,8 0,7 1,4 2,8
Vrouwen SEC:(school)kind of student 2020* 4,1 33,1 66,9 -6,1 1,7 6,5 14,6
Vrouwen SEC: overige (zonder inkomen) 2020* 2,2 35,2 64,8 -6,4 0,8 4,1 11,7
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de dynamische koopkrachtontwikkeling van personen bij gelijke overgangen. Dit betekent dat de koopkrachtontwikkeling alleen getoond wordt voor een bepaalde categorie personen, waarbij een kenmerk in beide jaren hetzelfde is. Bijvoorbeeld in beide jaren hoofdkostwinner met partner. Personen worden onderscheiden naar kenmerken als geslacht, leeftijd, herkomstgroepering, positie in het huishouden en sociaaleconomische categorie.
De gegevens hebben betrekking op alle personen in particuliere huishoudens met inkomen, per 1 januari van het verslagjaar.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2012.

Status van de cijfers:
De cijfers over de jaren 2012 - 2019 zijn definitief.
De cijfers over 2020 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 15 september 2021:
De cijfers over 2019 zijn definitief gemaakt. De voorlopige cijfers over 2020 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers komen in september 2022 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Mediane koopkrachtontwikkeling
Het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen gedefleerd met behulp van de consumentenprijsindex, waardoor inkomens in de tijd vergelijkbaar worden. Indien het gestandaardiseerde inkomen sterker stijgt dan de prijzen, neemt de koopkracht toe. De koopkracht wordt gebruikt om de (reële) ontwikkeling van het inkomen vast te stellen, maar kan ook worden gebruikt voor het vaststellen van (ontwikkelingen in) welvaartsverschillen tussen huishoudens.

De koopkrachtontwikkeling is de verandering in koopkracht in twee opeenvolgende jaren.
De mediane koopkrachtontwikkeling is de middelste van de naar grootte gerangschikte veranderingen in koopkracht van personen. Dit betekent dat precies de helft van de populatie een lagere of even grote verandering in koopkracht ondervindt.

Personen met koopkrachtdaling
Percentage van de geselecteerde (sub)populatie dat er in koopkracht op achteruit gaat.
Personen met koopkrachtstijging
Percentage van de geselecteerde (sub)populatie dat er in koopkracht op vooruit gaat.
Koopkrachtontwikkeling (percentielen)
De koopkrachtontwikkelingen zijn gerangschikt van laag naar hoog. Percentielen geven de koopkrachtontwikkeling aan waar beneden een bepaald percentage van de bevolking zich bevindt.
20e percentiel
De koopkrachtontwikkeling waarvoor geldt dat 20 procent van de populatie een lagere of even grote koopkrachtontwikkeling ondervindt.
40e percentiel
De koopkrachtontwikkeling waarvoor geldt dat 40 procent van de populatie een lagere of even grote koopkrachtontwikkeling ondervindt.
60e percentiel
De koopkrachtontwikkeling waarvoor geldt dat 60 procent van de populatie een lagere of even grote koopkrachtontwikkeling ondervindt.
80e percentiel
De koopkrachtontwikkeling waarvoor geldt dat 80 procent van de populatie een lagere of even grote koopkrachtontwikkeling ondervindt.