Welvaart van personen; kerncijfers

Welvaart van personen; kerncijfers

Geslacht Kenmerken van personen Perioden Gestandaardiseerd inkomen Personen (x 1 000) Gestandaardiseerd inkomen Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (1 000 euro) Persoonlijk inkomen Personen met inkomen (x 1 000) Persoonlijk inkomen Gemiddeld persoonlijk inkomen (1 000 euro) Mediane koopkrachtontwikkeling (%) Personen economisch zelfstandig (%) Personen met laag inkomen (%)
Totaal mannen en vrouwen Totaal personen 2019* 16.905,2 32,8 13.688,6 33,3 1,3 72,5 6,2
Totaal mannen en vrouwen Leeftijd: 0 tot 15 jaar 2019* 2.712,6 31,5 128,0 0,9 2,0 8,6
Totaal mannen en vrouwen Leeftijd: 15 tot 25 jaar 2019* 2.067,0 31,8 1.891,4 11,7 4,5 71,3 5,2
Totaal mannen en vrouwen Leeftijd: 25 tot 45 jaar 2019* 4.163,6 32,5 4.015,8 38,7 2,3 78,8 6,8
Totaal mannen en vrouwen Leeftijd: 45 tot 65 jaar 2019* 4.777,5 36,9 4.478,4 44,1 1,3 67,8 7,0
Totaal mannen en vrouwen Leeftijd: 65 jaar of ouder 2019* 3.184,5 29,1 3.175,1 25,4 0,5 33,7 2,7
Totaal mannen en vrouwen Migratieachtergrond: Nederland 2019* 12.982,2 34,3 10.684,0 34,4 1,2 76,1 3,7
Totaal mannen en vrouwen Migratieachtergrond: westers 2019* 1.689,6 32,2 1.377,6 34,7 1,2 69,6 7,3
Totaal mannen en vrouwen Migratieachtergrond: niet-westers 2019* 2.233,5 25,0 1.627,1 25,3 2,0 55,0 19,9
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: hoofdkostwinner 2019* 7.823,9 30,8 7.784,3 43,4 0,9 80,5 7,7
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: hoofdkostw. zonder partner 2019* 3.575,6 24,9 3.541,7 31,8 0,8 66,8 13,4
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: hoofdkostw. met partner 2019* 4.248,3 35,7 4.242,5 53,1 1,1 90,6 3,3
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: partner van hoofdkostwinner 2019* 4.248,3 35,7 3.841,6 23,5 1,1 59,8 3,3
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: kind < 18 jaar 2019* 3.264,0 32,2 621,0 2,5 2,4 40,6 7,8
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: kind >=18 jaar 2019* 1.318,7 37,4 1.253,5 17,9 4,3 71,5 3,1
Totaal mannen en vrouwen Positie hh: overig lid 2019* 250,3 34,1 188,2 20,3 2,0 53,6 4,8
Totaal mannen en vrouwen SEC: werknemer 2019* 6.617,5 36,2 6.617,5 43,1 2,4 91,0 1,5
Totaal mannen en vrouwen SEC: zelfstandige 2019* 1.291,5 43,0 1.291,5 46,1 0,7 78,5 6,7
Totaal mannen en vrouwen SEC: uitkerings- en pensioenontvanger 2019* 4.398,2 26,8 4.398,2 23,9 0,5 4,0 11,4
Totaal mannen en vrouwen SEC: uitkeringsontvanger 2019* 1.200,9 21,6 1.200,9 19,6 0,5 1,7 34,7
Totaal mannen en vrouwen SEC: ontvanger werkloosheidsuitkering 2019* 115,3 28,2 115,3 25,9 0,4 7,9 8,4
Totaal mannen en vrouwen SEC: ontvanger van sociale voorziening 2019* 582,4 16,8 582,4 14,2 0,3 0,0 60,3
Totaal mannen en vrouwen SEC: arbeidsongeschikte 2019* 503,2 25,7 503,2 24,2 0,8 2,4 11,4
Totaal mannen en vrouwen SEC: pensioenontvanger 2019* 3.197,3 28,8 3.197,3 25,5 0,5 15,8 2,8
Totaal mannen en vrouwen SEC:(school)kind of student 2019* 4.129,6 31,0 1.381,4 4,6 2,4 7,4
Totaal mannen en vrouwen SEC: overige (zonder inkomen) 2019* 468,4 29,3 1,2 0,0 12,2
Mannen Totaal personen 2019* 8.399,4 33,6 6.903,2 41,2 1,4 81,1 6,0
Mannen Leeftijd: 0 tot 15 jaar 2019* 1.389,0 31,5 65,8 0,9 2,0 8,6
Mannen Leeftijd: 15 tot 25 jaar 2019* 1.054,0 32,8 957,9 12,7 4,5 73,0 5,1
Mannen Leeftijd: 25 tot 45 jaar 2019* 2.083,9 32,9 2.047,6 45,7 2,3 85,7 6,4
Mannen Leeftijd: 45 tot 65 jaar 2019* 2.382,0 37,7 2.342,8 55,7 1,4 78,9 6,6
Mannen Leeftijd: 65 jaar of ouder 2019* 1.490,5 30,4 1.489,1 32,1 0,5 45,9 2,7
Mannen Migratieachtergrond: Nederland 2019* 6.473,1 35,1 5.396,8 42,9 1,3 84,5 3,6
Mannen Migratieachtergrond: westers 2019* 812,1 32,6 670,4 42,3 1,3 78,3 7,0
Mannen Migratieachtergrond: niet-westers 2019* 1.114,1 25,1 836,1 29,1 2,0 64,0 20,0
Mannen Positie hh: hoofdkostwinner 2019* 5.045,8 33,0 5.023,8 48,8 1,0 84,9 6,0
Mannen Positie hh: hoofdkostw. zonder partner 2019* 1.574,4 26,9 1.556,7 36,2 0,9 71,2 13,7
Mannen Positie hh: hoofdkostw. met partner 2019* 3.471,4 35,8 3.467,1 54,5 1,1 91,3 2,8
Mannen Positie hh: partner van hoofdkostwinner 2019* 785,9 35,7 740,9 29,0 1,3 67,0 5,3
Mannen Positie hh: kind < 18 jaar 2019* 1.671,3 32,2 314,7 2,7 2,4 46,5 7,8
Mannen Positie hh: kind >=18 jaar 2019* 781,1 37,8 738,3 20,0 4,0 72,6 3,2
Mannen Positie hh: overig lid 2019* 115,3 34,3 85,6 23,1 2,0 60,0 5,1
Mannen SEC: werknemer 2019* 3.417,0 36,4 3.417,0 52,2 2,4 95,5 1,3
Mannen SEC: zelfstandige 2019* 814,8 43,6 814,8 54,0 0,4 86,7 6,5
Mannen SEC: uitkerings- en pensioenontvanger 2019* 1.996,6 27,5 1.996,6 29,5 0,5 5,5 11,8
Mannen SEC: uitkeringsontvanger 2019* 541,0 20,9 541,0 22,1 0,5 2,6 36,9
Mannen SEC: ontvanger werkloosheidsuitkering 2019* 55,6 26,6 55,6 30,4 0,7 10,7 8,7
Mannen SEC: ontvanger van sociale voorziening 2019* 260,3 16,5 260,3 14,4 0,3 0,0 65,3
Mannen SEC: arbeidsongeschikte 2019* 225,1 24,6 225,1 28,8 0,9 3,5 11,6
Mannen SEC: pensioenontvanger 2019* 1.455,6 29,9 1.455,6 32,3 0,5 22,6 2,7
Mannen SEC:(school)kind of student 2019* 2.087,7 31,2 674,9 4,5 2,4 7,4
Mannen SEC: overige (zonder inkomen) 2019* 83,3 22,6 0,8 0,0 26,9
Vrouwen Totaal personen 2019* 8.505,8 32,1 6.785,4 25,3 1,1 63,8 6,3
Vrouwen Leeftijd: 0 tot 15 jaar 2019* 1.323,7 31,6 62,2 0,8 2,1 8,6
Vrouwen Leeftijd: 15 tot 25 jaar 2019* 1.013,0 30,9 933,4 10,7 4,4 69,3 5,3
Vrouwen Leeftijd: 25 tot 45 jaar 2019* 2.079,7 32,0 1.968,2 31,5 2,2 71,8 7,1
Vrouwen Leeftijd: 45 tot 65 jaar 2019* 2.395,4 36,1 2.135,6 31,4 1,2 56,7 7,4
Vrouwen Leeftijd: 65 jaar of ouder 2019* 1.694,1 27,9 1.686,0 19,6 0,5 21,6 2,7
Vrouwen Migratieachtergrond: Nederland 2019* 6.509,1 33,4 5.287,2 25,6 1,1 67,5 3,9
Vrouwen Migratieachtergrond: westers 2019* 877,5 31,9 707,2 27,4 1,1 61,6 7,7
Vrouwen Migratieachtergrond: niet-westers 2019* 1.119,3 25,0 791,0 21,4 1,9 46,0 19,7
Vrouwen Positie hh: hoofdkostwinner 2019* 2.778,1 26,7 2.760,5 33,7 0,8 71,6 10,9
Vrouwen Positie hh: hoofdkostw. zonder partner 2019* 2.001,2 23,3 1.985,1 28,4 0,7 62,3 13,2
Vrouwen Positie hh: hoofdkostw. met partner 2019* 776,9 35,4 775,4 47,2 1,3 88,1 5,4
Vrouwen Positie hh: partner van hoofdkostwinner 2019* 3.462,4 35,7 3.100,7 22,2 1,1 58,2 2,8
Vrouwen Positie hh: kind < 18 jaar 2019* 1.592,7 32,2 306,4 2,3 2,4 23,6 7,8
Vrouwen Positie hh: kind >=18 jaar 2019* 537,6 36,9 515,2 14,9 4,8 69,4 3,0
Vrouwen Positie hh: overig lid 2019* 135,0 34,0 102,6 18,0 1,9 48,1 4,6
Vrouwen SEC: werknemer 2019* 3.200,4 36,0 3.200,4 33,4 2,3 86,3 1,8
Vrouwen SEC: zelfstandige 2019* 476,8 41,9 476,8 32,5 1,2 64,5 6,9
Vrouwen SEC: uitkerings- en pensioenontvanger 2019* 2.401,7 26,3 2.401,7 19,2 0,5 2,8 11,1
Vrouwen SEC: uitkeringsontvanger 2019* 659,9 22,2 659,9 17,5 0,5 1,1 32,9
Vrouwen SEC: ontvanger werkloosheidsuitkering 2019* 59,7 29,7 59,7 21,8 0,1 5,3 8,2
Vrouwen SEC: ontvanger van sociale voorziening 2019* 322,0 17,0 322,0 14,1 0,4 0,0 56,4
Vrouwen SEC: arbeidsongeschikte 2019* 278,2 26,6 278,2 20,6 0,7 1,4 11,3
Vrouwen SEC: pensioenontvanger 2019* 1.741,8 27,9 1.741,8 19,9 0,5 11,2 2,9
Vrouwen SEC:(school)kind of student 2019* 2.041,9 30,9 706,5 4,7 2,4 7,3
Vrouwen SEC: overige (zonder inkomen) 2019* 385,1 30,8 1,3 0,0 9,4
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Het doel van deze tabel is om een beeld te geven van de verdeling van welvaart van personen in Nederland, gemeten door het inkomen.
De cijfers in deze tabel zijn uitgesplitst naar diverse achtergrondkenmerken van personen.

De doelpopulatie bestaat uit alle personen in particuliere huishoudens met inkomen, per 1 januari van het verslagjaar.
In de doelpopulatie voor het onderwerp personen met laag inkomen zijn personen uit studentenhuishoudens en uit huishoudens die slechts een deel van het jaar inkomen hadden, buiten beschouwing gebleven.
De doelpopulatie voor het onderwerp economische zelfstandigheid bestaat uit alle personen van 15 jaar tot de AOW-leeftijd in particuliere huishoudens met inkomen, exclusief studenten en scholieren, per 1 januari van het verslagjaar.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2011.
Cijfers over koopkrachtontwikkeling zijn beschikbaar vanaf 2012.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel voor 2011 t/m 2018 zijn definitief. De cijfers voor 2019 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 22 december 2020:
De cijfers voor 2018 zijn definitief gemaakt. De voorlopige cijfers voor 2019 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers, dat wil zeggen de definitieve cijfers voor 2019 en voorlopige cijfers voor 2020, worden in het najaar van 2021 gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Gestandaardiseerd inkomen
Het gestandaardiseerd huishoudensinkomen is toegekend aan alle personen in het huishouden als een maat voor de welvaart.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze is het welvaartsniveau van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Personen
Het aantal personen in particuliere huishoudens met inkomen per 1 januari van het verslagjaar.
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per persoon.

Het gestandaardiseerd huishoudensinkomen is toegekend aan alle personen in het huishouden als een maat voor de welvaart.
Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze is het welvaartsniveau van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Persoonlijk inkomen
Het persoonlijk inkomen omvat het totaal van inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (m.u.v. kinderbijslag en kindgebonden budget). Premies inkomensverzekeringen (m.u.v. premies voor volksverzekeringen) zijn hierop in mindering gebracht.
Personen met inkomen
Het aantal personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per 1 januari van het verslagjaar.
Gemiddeld persoonlijk inkomen
Gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon.

Het persoonlijk inkomen omvat het totaal van inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (m.u.v. kinderbijslag en kindgebonden budget). Premies inkomensverzekeringen (m.u.v. premies voor volksverzekeringen) zijn hierop in mindering gebracht.
Mediane koopkrachtontwikkeling
Koopkracht is het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor de prijsontwikkeling op basis van de consumentenprijsindex (CPI).

De koopkrachtmutatie is de verandering in koopkracht in twee opeenvolgende jaren.
De mediane koopkrachtmutatie is de middelste van de naar grootte gerangschikte veranderingen in koopkracht van personen. Dit betekent dat precies de helft van de populatie een lagere of even grote verandering in koopkracht ondervindt.
Personen economisch zelfstandig
Het aantal economisch zelfstandige personen in procenten van het totaal aantal personen per categorie.

Economische zelfstandigheid is een begrip dat beleidsmatig verbonden is met het bestaansminimum: iemand wordt als economisch zelfstandig beschouwd als het individuele netto inkomen uit arbeid en eigen onderneming op of boven de drempelwaarde ligt van de beleidsnorm voor het individuele inkomensminimum. Die drempelwaarde is gelijkgesteld aan 70% van het wettelijke netto minimumloon, oftewel de netto bijstand van een alleenstaande. De drempelwaarde stijgt of daalt van jaar tot jaar overeenkomstig de ontwikkeling van het sociale minimum.
Personen met laag inkomen
Het aantal personen waarvan het huishoudensinkomen onder de lage-inkomensgrens ligt, in procenten van het totaal aantal personen per categorie.

De lage-inkomensgrens betreft een vast bedrag dat voor alle typen huishoudens een gelijke koopkracht vertegenwoordigt. De hoogte ervan is geënt op de bijstandsuitkering van een alleenstaande in 1979, toen deze op een hoog niveau lag. Sindsdien is de lage-inkomensgrens jaarlijks geïndexeerd met de consumentenprijsindex (CPI).