Welvaart van particuliere huishoudens; kerncijfers

Welvaart van particuliere huishoudens; kerncijfers

Kenmerken van huishoudens Perioden Particuliere huishoudens (x 1 000) Gemiddeld besteedbaar inkomen (1 000 euro) Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (1 000 euro) Gemiddeld besteed bedrag (1 000 euro) Mediaan vermogen (1 000 euro) Huishoudens met laag inkomen (%) Ongelijkheid inkomen (Ginicoëfficiënt) Ongelijkheid vermogen (Ginicoëfficiënt)
Particuliere huishoudens 2021* 7.948,7 48,4 33,5 . 87,4 6,8 0,294 0,743
Type: Eenpersoonshuishouden 2021* 3.012,0 26,7 26,7 . 15,5 12,0 0,299 0,801
Type: Meerpersoonshuishouden 2021* 4.936,7 61,6 37,6 . 149,2 3,9 0,272 0,703
Type: Eenoudergezin 2021* 565,8 41,2 27,7 . 12,6 11,3 0,257 0,810
Type: Paar, totaal 2021* 4.219,3 64,0 39,0 . 171,4 2,9 0,267 0,684
Type: Paar, zonder kind 2021* 2.255,2 53,1 37,9 . 185,7 2,8 0,275 0,678
Type: Paar, met kind(eren) 2021* 1.964,1 76,6 40,2 . 159,9 3,0 0,255 0,690
Type: Meerpersoonshuishouden, overig 2021* 151,6 72,3 37,3 . 86,0 4,0 0,271 0,768
Hoofdkostwinner: tot 25 jaar 2021* 345,6 17,5 15,0 . 0,0 15,0 0,451 0,887
Hoofdkostwinner: 25 tot 45 jaar 2021* 2.423,2 49,5 33,4 . 34,8 7,5 0,264 0,766
Hoofdkostwinner: 45 tot 65 jaar 2021* 2.937,4 59,7 38,6 . 146,0 8,5 0,302 0,717
Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder 2021* 2.242,4 37,3 29,7 . 188,1 3,2 0,245 0,678
Hoofdkostwinner: Nederland 2021* . . . . . . . .
Hoofdkostwinner: westers 2021* . . . . . . . .
Hoofdkostwinner: niet-westers 2021* . . . . . . . .
Bron: Inkomen als werknemer 2021* 4.216,0 54,4 35,9 . 78,3 1,5 0,244 0,694
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) 2021* 754,3 76,9 48,7 . 239,0 6,9 0,370 0,746
Bron: Overdrachtsinkomen 2021* 2.978,4 32,7 26,2 . 67,2 14,1 0,276 0,739
Bron: Uitkering inkomensverzekering 2021* 2.515,5 35,4 28,3 . 154,0 5,8 0,258 0,696
Bron: Uitkering werkloosheid 2021* 46,4 26,5 20,9 . 14,9 18,1 0,245 0,762
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid 2021* 269,7 27,8 21,5 . 5,6 19,9 0,195 0,800
Bron: Uitkering pensioen 2021* 2.199,4 36,5 29,3 . 192,1 3,8 0,259 0,677
Bron: Uitkering sociale voorziening 2021* 421,3 19,2 15,4 . 0,8 65,3 0,114 0,925
Bron: Studiefinanciering 2021* 41,6 5,4 4,7 . -2,3 . 0,607 0,905
Woningbezit: eigen woning 2021* 4.502,1 62,8 41,3 . 244,2 1,0 0,247 0,592
Woningbezit: huurwoning 2021* 3.446,6 29,7 23,3 . 3,3 15,0 0,263 0,882
Woningbezit: huurwoning geen huurtoeslag 2021* 2.008,7 34,8 26,8 . 7,0 5,6 0,278 0,866
Woningbezit: huurwoning met huurtoeslag 2021* 1.437,9 22,5 18,4 . 1,6 27,9 0,154 0,812
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 10%-groep 2021* 794,9 12,4 10,0 . 1,0 78,3 0,288 0,937
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 10%-groep 2021* 794,9 21,8 17,7 . 2,7 15,6 0,037 0,886
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 10%-groep 2021* 794,9 26,7 21,2 . 12,8 0,0 0,025 0,808
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 10%-groep 2021* 794,9 32,5 24,5 . 39,7 0,0 0,024 0,710
Gestandaardiseerd inkomen: 5e 10%-groep 2021* 794,9 38,8 28,0 . 95,1 0,0 0,021 0,650
Gestandaardiseerd inkomen: 6e 10%-groep 2021* 794,9 45,5 31,7 . 124,1 0,0 0,020 0,616
Gestandaardiseerd inkomen: 7e 10%-groep 2021* 794,9 52,2 35,6 . 155,6 0,0 0,019 0,588
Gestandaardiseerd inkomen: 8e 10%-groep 2021* 794,9 60,3 40,2 . 184,3 0,0 0,022 0,580
Gestandaardiseerd inkomen: 9e 10%-groep 2021* 794,9 72,0 47,0 . 228,6 0,0 0,031 0,580
Gestandaardiseerd inkomen: 10e 10%-groep 2021* 794,9 121,8 79,1 . 390,6 0,0 0,359 0,674
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Het doel van deze tabel is om een beeld te geven van de verdeling van de welvaart van particuliere huishoudens in Nederland, gemeten door het inkomen, de bestedingen en het vermogen.
De cijfers in deze tabel zijn uitgesplitst naar diverse achtergrondkenmerken van het huishouden.

De doelpopulatie bestaat uit alle particuliere huishoudens met inkomen, per 1 januari van het verslagjaar.
In de doelpopulatie voor het onderwerp huishoudens met een laag inkomen zijn studentenhuishoudens en huishoudens die slechts een deel van het jaar inkomen hadden, buiten beschouwing gebleven.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2011.

Status van de cijfers:
De inkomens- en vermogenscijfers voor 2011 t/m 2020 zijn definitief. De bestedingen van 2020 zijn voorlopig. De cijfers voor 2021 zijn ook voorlopig.

Wijzigingen per 2 december 2022:
Definitieve inkomens- en vermogenscijfers 2020 en voorlopige cijfers 2021 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 9 februari 2022:
De voorlopige cijfers 2020 betreffende ‘Gemiddeld besteed bedrag’ zijn toegevoegd.
Het onderwerp 'Gemiddeld besteed bedrag' bevat alleen om de vijf jaar cijfers, namelijk in 2015 en in 2020. De cijfers van 2015 voor dit onderwerp waren abusievelijk nog voorlopig en zijn nu definitief gemaakt.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden in het najaar van 2023 gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens
Aantal particuliere huishoudens per 1 januari van het verslagjaar, met inkomen.

Een particulier huishouden bestaat uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften.
Gemiddeld besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen per particulier huishouden.

Het besteedbaar inkomen bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen.

Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar inkomen per particulier huishouden.

Het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze is het welvaartsniveau van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden.
Gemiddeld besteed bedrag
Het gemiddeld besteed bedrag per particulier huishouden.

Bestedingen zijn uitgaven voor goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften van leden van de gemeenschap. De uitgaven kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan.
Mediaan vermogen
Mediaan vermogen van particuliere huishoudens.

Het mediane vermogen is gelijk aan het middelste vermogen indien de vermogens van alle huishoudens van laag naar hoog worden gerangschikt. Dat wil zeggen dat de helft van de huishoudens meer, en de andere helft minder vermogen bezit.

Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen bestaan uit financiële bezittingen (banktegoeden en effecten), onroerend goed en ondernemingsvermogen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Huishoudens met laag inkomen
Particuliere huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens in procenten van het totaal aantal particuliere huishoudens per categorie.

De lage-inkomensgrens betreft een vast bedrag dat voor alle typen huishoudens een gelijke koopkracht vertegenwoordigt. De hoogte ervan is geënt op de bijstandsuitkering van een alleenstaande in 1979, toen deze op een hoog niveau lag. Sindsdien is de lage-inkomensgrens jaarlijks geïndexeerd met de consumentenprijsindex (CPI).

Ongelijkheid inkomen
De Ginicoëfficiënt is een maatstaf voor ongelijkheid. De Ginicoëfficiënt voor inkomen wordt berekend door de helft van het gemiddelde absolute verschil in inkomen tussen huishoudens te normaliseren. In een verdeling zonder negatieve waarden wordt daarbij gedeeld door het gemiddelde. In een verdeling met negatieve waarden is dat het gemiddelde van alle absolute waarden.
De waarde van de Ginicoëfficiënt G ligt zodoende altijd tussen 0 en 1. Bij een volkomen gelijke inkomensverdeling is G gelijk aan nul. Als het totale inkomen geconcentreerd is bij één huishouden (totale inkomensongelijkheid) dan is G gelijk aan 1.
De Ginicoëfficiënt is gebaseerd op het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen.
Ongelijkheid vermogen
De Ginicoëfficiënt is een maatstaf voor ongelijkheid. De Ginicoëfficiënt voor vermogen wordt berekend door de helft van het gemiddelde absolute verschil in vermogen tussen huishoudens te normaliseren. In een verdeling zonder negatieve waarden wordt daarbij gedeeld door het gemiddelde. In een verdeling met negatieve waarden is dat het gemiddelde van alle absolute waarden.
De waarde van de Ginicoëfficiënt G ligt zodoende altijd tussen 0 en 1. Bij een volkomen gelijke vermogensverdeling is G gelijk aan nul. Als het totale vermogen geconcentreerd is bij één huishouden (totale vermogensongelijkheid) dan is G gelijk aan 1.