Energiebalans; aanbod, omzetting en verbruik

Energiebalans; aanbod, omzetting en verbruik

Energiedragers Perioden Eigen verbruik Elektriciteits- en warmteproductie (PJ)
Zonnewarmte 2021**
Aardwarmte 2021**
Warmte 2021**
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over het aanbod, de omzetting en het verbruik van energie. Energie komt onder andere vrij bij de verbranding van bijvoorbeeld aardgas, aardolie, steenkool en biobrandstoffen. Energie kan ook worden verkregen uit elektriciteit of warmte of worden onttrokken aan de natuur, bijvoorbeeld windkracht of zonne-energie. In de energiestatistiek heten al deze bronnen waaruit energie kan worden gebruikt 'energiedragers'.

Het aanbod van energie wordt gevormd door de winning van energie, het saldo van in- en uitvoer en het saldo van de voorraadmutatie. Dit wordt ook wel het primair energieaanbod genoemd, omdat dit de hoeveelheid energie is die in het land beschikbaar is voor omzetting of verbruik.

Van de energieomzetting geeft de tabel zowel cijfers over de inzet van energiedragers voor omzetting (de hoeveelheid energie die is gebruikt om andere energiedragers van te maken), als over de productie van energie nà de omzetting (de hoeveelheid energie die is gemaakt uit andere energiedragers), als over het saldo van inzet en productie. Dit saldo van energieomzetting is te interpreteren als het verlies van energie bij de omzetting.

Vervolgens toont de energiebalans het finaal verbruik van energie, dit is het eindverbruik van energie. Eerst betreft dit het eigen verbruik en de distributieverliezen. Na aftrek van deze hoeveelheden blijft het finaal verbruik van energie-afnemers over. Dit bestaat uit het finaal energieverbruik en het niet-energetisch gebruik. Het finaal energieverbruik is de energie die energie-afnemers benutten voor energetische doeleinden. Het wordt gespecificeerd voor achtereenvolgens de nijverheid, het vervoer en de overige afnemers, uitgesplitst naar diverse subsectoren. De laatste vorm van energieverbruik is het niet-energetisch gebruik. Dit is het gebruiken van een energiedrager voor het maken van een product dat geen energiedrager is.

Gegevens beschikbaar:
Vanaf 1946.

Status van de cijfers:
Alle cijfers tot en met verslagjaar 2019 zijn definitief. De cijfers over 2020 en 2021 zijn nader voorlopig.

Wijzigingen per 16 juni 2022:
Nader voorlopige cijfers over 2021 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 7 april 2022:
Voorlopige cijfers over 2021 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 1 maart 2022:
Cijfers voor de jaren 1990 tot en met 2020 zijn gereviseerd. De belangrijkste wijziging is een andere wijze van weergeven van het eigen elektriciteitsverbruik van elektriciteitsproductie-installaties. Voorheen werd dit beschouwd als inzet elektriciteits-/wkk-omzetting. Vanaf heden wordt dit gezien als eigen verbruik, zoals ook gebruikelijk is in internationale energiestatistieken. Als gevolg daarvan neemt de inzet en het omzettingssaldo af en eigen verbruik toe, gemiddeld zo’n 15 PJ per jaar.
Het eigen verbruik van elektriciteitsproductie installaties is nu zichtbaar bij het nieuwe onderwerp ‘Eigen verbruik elektriciteits- en warmteproductie’.
Bij de vorige revisie van 2021 was voor de jaren 2015 t/m 2020 de nieuwe sector hoogovens geïntroduceerd welke de omzetting van cokesovencokes en cokeskolen in hoogovengas beschrijft die plaats vindt bij de productie van ruw ijzer uit ijzererts. Deze activiteit was voorheen onderdeel van de staalindustrie. Met deze revisie is de wijziging teruggelegd tot 1990.

Wijzigingen per 16 december 2021:
Cijfers van 2015 tot en met 2018 zijn gereviseerd en de structuur van de tabel is aangepast. De belangrijkste punten van de revisie zijn de volgende :
Hoogovens zijn vanaf 2015 als aparte sector zichtbaar en niet meer onderdeel van ijzer- en staalindustrie, maar onderdeel van de energiesector. Als gevolg daarvan is het eigen verbruik van de energiesector voor die jaren ruim 10 PJ toegenomen en het finaal energieverbruik met ruim 10 PJ afgenomen. Het gaat dan om de energiedragers cokesovengas, hoogovengas, aardgas en elektriciteit. Een ander revisiepunt betreft het verschuiven de productie van overige olieproducten in de chemische industrie buiten de petrochemie naar winning (0,4 tot 4 PJ per jaar). Beide revisiepunten zijn bedoeld om nog vollediger de internationale afspraken over energiestatistieken te volgen. Daarnaast zijn voor 2015 t/m 2018 nog een aantal andere verbeterde inzichten over de energiebalans van individuele bedrijven meegenomen.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Voorlopige cijfers: april volgend op het verslagjaar.
Nader voorlopige cijfers: juni/juli volgend op het verslagjaar.
Definitieve cijfers: december van het tweede jaar volgend op het verslagjaar.

Toelichting onderwerpen

Eigen verbruik
Het verbruik van energie in installaties voor de winning of omzetting van energie en het verbruik van energie door bedrijven uit de energiesector. Dit betreft alleen de benodigde hulpenergie, niet de inzet voor de energieomzetting zelf. De energiesector omvat de winning van olie en gas, de cokesfabrieken, de hoogovens, olieraffinageinstallaties en overige installaties / energiebedrijven (sector D uit de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI)). Voorbeelden van dit eigen verbruik zijn het verbranden van brandstoffen in stoomketels van olieraffinaderijen om stoom te maken die het raffinageproces op de gewenste temperatuur brengt, het verbruik van elektriciteit voor het oppompen van aardgas uit de bodem, het verbruik van elektriciteit voor het transporteren van steenkool in een kolencentrale en het verbruik van elektriciteit door een afvalverbrandingsinstallatie voor rookgasreiniging.
Elektriciteits- en warmteproductie
Installaties voor elektriciteits- en warmteproductie. Het eigen verbruik is het verschil tussen de netto en bruto productie van elektriciteit. Het gaat om het eigen verbruik van installaties in eigendom van bedrijven uit de energiesector en ook van bedrijven uit de eindverbruiksectoren zoals industrieën, afvalverwerkers of glastuinbouwbedrijven met een eigen warmtekrachtinstallatie. In de andere StatLine tabel over de Energiebalans (Energiebalans naar sector) is het eigen verbruik van Elektriciteits- en warmteproductie niet apart zichtbaar, maar is het onderdeel van het eigen verbruik per deelsector van zowel bedrijven uit de energiesector als bedrijven uit de eindverbruiksectoren.