Inkomensbeoordeling en financiële problemen; huishoudens

Inkomensbeoordeling en financiële problemen; huishoudens

Huishoudenskenmerken Perioden (Zeer) moeilijk rondkomen (%) Ervaring van lasten Maandelijkse woonkosten zijn zware last (%) Ervaring van lasten Leningen zijn zware last (%) Onvoldoende geld voor Een warme maaltijd om de andere dag (%) Onvoldoende geld voor Het regelmatig kopen van nieuwe kleding (%) Onvoldoende geld voor Het verwarmen van het huis (%) Onvoldoende geld voor Het vervangen van versleten meubels (%) Onvoldoende geld voor Het te eten vragen van familie/kennissen (%) Onvoldoende geld voor Jaarlijks een week vakantie (%) Onvoldoende geld voor Onverwachte noodzakelijke uitgaven (%)
Particuliere huishoudens 2019* 12 10 2 3 16 4 23 12 18 25
Type: Eenpersoonshuishouden 2019* 17 15 4 5 25 6 35 17 26 37
Type: Paar, totaal 2019* 7 6 2 1 9 2 13 8 10 15
Type: Paar, zonder kind 2019* 6 5 1 1 8 1 12 8 10 14
Type: Paar, alle kinderen < 18 jr 2019* 7 7 2 1 9 1 15 7 8 17
Type: Paar, minstens één kind >= 18 jr 2019* 9 7 2 2 9 3 14 10 13 16
Type: Eenoudergezin 2019* 22 22 5 5 28 9 44 23 39 50
Type: Eenouder, alle kinderen < 18 jr 2019* 25 23 5 8 31 8 50 26 38 58
Type: Eenouder, minst. één kind >= 18 jr 2019* 18 20 4 2 26 10 36 20 40 41
Type: Meerpersoonshuishouden, overig 2019* 7 9 0 0 11 2 22 13 19 37
Hoofdkostwinner: tot 25 jaar 2019* 9 10 3 5 19 1 28 8 15 49
Hoofdkostwinner: 25 tot 45 jaar 2019* 10 9 3 3 14 3 21 8 14 25
Hoofdkostwinner: 45 tot 65 jaar 2019* 14 12 3 3 17 4 25 14 20 27
Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder 2019* 11 9 1 3 15 3 22 14 18 20
Onderwijsniveau hoofkostwinner: laag 2019* 19 17 3 4 24 6 34 22 31 37
Onderwijsniv. hoofkostwinner: middelbaar 2019* 14 11 3 3 18 3 27 14 20 31
Onderwijsniveau hoofkostwinner: hoog 2019* 5 6 1 2 8 2 13 5 7 14
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep 2019* 32 26 6 9 41 11 53 30 45 60
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep 2019* 16 14 3 3 23 4 34 18 26 36
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep 2019* 6 7 2 2 9 2 18 8 10 19
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep 2019* 3 3 1 1 5 1 8 4 5 10
Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep 2019* 1 2 1 0 1 0 3 1 2 3
Bron: Inkomen als werknemer 2019* 7 7 2 2 11 2 17 8 11 22
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) 2019* 7 6 1 1 9 2 16 5 10 12
Bron: Uitkering inkomensverzekering 2019* 15 12 2 4 19 5 27 17 23 26
Bron: Uitkering sociale voorziening 2019* 51 40 9 17 66 23 79 49 67 84
Inkomensgrens: niet ingedeeld 2019* 12 10 5 6 23 3 33 11 21 51
Inkomensgrens: laag inkomen 2019* 45 37 7 14 57 19 69 42 61 72
Inkomensgrens: geen laag inkomen 2019* 9 8 2 2 12 2 19 10 14 20
Sociaal minimum: niet ingedeeld 2019* 12 10 5 6 23 3 33 11 21 51
Sociaal minimum: onder of rond minimum 2019* 43 35 7 15 58 18 68 43 61 71
Sociaal minimum: boven minimum 2019* 9 8 2 2 12 3 19 10 14 21
Woningbezit: eigen woning 2019* 5 5 1 1 7 1 11 6 7 11
Woningbezit: huurwoning met huurtoeslag 2019* 36 28 6 11 49 13 63 36 53 66
Woningbezit: huurwoning geen huurtoeslag 2019* 10 10 3 2 14 3 25 11 18 30
Stedelijkheid: zeer sterk stedelijk 2019* 15 13 3 4 22 5 30 14 22 33
Stedelijkheid: sterk stedelijk 2019* 12 10 3 3 16 3 23 13 17 27
Stedelijkheid: matig stedelijk 2019* 9 9 2 2 12 3 21 12 17 23
Stedelijkheid: Weinig stedelijk 2019* 9 7 2 2 12 3 17 11 15 18
Stedelijkheid: niet stedelijk 2019* 9 10 1 2 13 2 19 10 13 18
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft het oordeel van huishoudens weer over hun inkomenspositie en de mate waarin zij financiële beperkingen ondervinden. Aan bod komen de mate waarin huishoudens kunnen rondkomen van het beschikbare inkomen, de moeite die ze hebben met het betalen van de maandelijkse woonlasten en met het aflossen van leningen en terugbetalen van op afbetaling gekochte artikelen. Ook bevat de tabel informatie over het kunnen betalen van bepaalde gangbare goederen en diensten, zoals kleren of een jaarlijkse vakantie, en het hebben van betalingsachterstanden.
Een herziening van de Inkomensstatistiek heeft geleid tot een neerwaartse bijstelling van het aantal huishoudens met een laag inkomen. Een belangrijke aanpassing is de herziening van de economische huurwaarde. In het onderzoek European Union-Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), de bron voor gegevens over de subjectieve beoordeling van het inkomen, wordt de nieuwe methodiek vanaf 2016 toegepast. Dit heeft in 2016 geleid tot een neerwaartse bijstelling van het aantal huishoudens met een laag inkomen. Daarnaast is de samenstelling van deze groep veranderd: de bijstelling resulteerde in een kleiner aandeel eigenwoningbezitters onder huishoudens met een laag inkomen. Vergeleken met huurders zeggen woningeigenaren beter rond te kunnen komen van het inkomen en ze ervaren minder vaak financiële beperkingen. Huishoudens die op basis van de herziene inkomensgegevens een laag inkomen hebben, maken hierdoor vaker gewag van betalingsachterstanden en ervaren vaker financiële krapte dan huishoudens met een risico op armoede volgens de oude methodiek. De afleidingsmethode van voornaamste inkomensbron van het huishouden is vanaf 2018 aangepast. Voor 2018 werd inkomen uit eigen onderneming op basis van een prioriteitsregel altijd als voornaamste bron aangemerkt. Als een andere inkomensbron, bijvoorbeeld loon, een substantieel bedrag omvat en als dit bedrag hoger is dan het inkomen uit eigen onderneming, dan vormt loon en niet langer inkomen uit eigen onderneming de voornaamste inkomensbron van het huishouden volgens de nieuwe methodiek. De nieuwe afleidingsregel betekent dat het aantal huishoudens met inkomen uit eigen onderneming als voornaamste inkomensbron bijna gehalveerd wordt.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2005.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn tot en met 2018 definitief. De cijfers van 2019 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 9 december 2019:
Cijfers over 2018 en 2019 toegevoegd
De categorieën "Bron: uitkering sociale voorzieningen: overige" en "Bron: inkomen uit eigen onderneming" zijn verwijderd omdat hierover voor de gehele periode geen gegevens beschikbaar zijn.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
December 2020.

Toelichting onderwerpen

(Zeer) moeilijk rondkomen
Het aandeel huishoudens dat aangeeft moeilijk tot zeer moeilijk rond te kunnen komen van hun totale netto huishoudinkomen, dat wil zeggen, de gebruikelijke noodzakelijke uitgaven betalen.
Ervaring van lasten
Aan respondenten is gevraagd hoe zwaar het voor hun huishouden is om de maandelijkse woonlasten op te brengen. Ook is hen gevraagd hoe zwaar het voor hun huishouden is om op krediet gekochte artikelen af te betalen en/of consumptieve leningen af te lossen. De laatste vraag is alleen gesteld aan respondenten die eerder hadden aangegeven te beschikken over nog niet afbetaalde op krediet gekochte artikelen en/of consumptieve leningen.
Maandelijkse woonkosten zijn zware last
Het aandeel huishoudens dat aangeeft dat de maandelijkse woonlasten een zware last zijn.
Leningen zijn zware last
Het aandeel huishoudens dat aangeeft dat het een zware last is om op krediet gekochte artikelen af te betalen en/of consumptieve leningen af te lossen.
Onvoldoende geld voor
Aan respondenten is gevraagd of hun huishouden voldoende geld heeft om bepaalde gangbare goederen en diensten te betalen. Er is gevraagd of het huishouden voldoende geld heeft om ten minste om de andere dag een warme maaltijd met vlees, kip of vis te betalen, om regelmatig nieuwe kleren te kopen, om het huis goed te verwarmen, om versleten meubels te vervangen door nieuwe, om ten minste één keer per maand kennissen of familie te eten te vragen, om iedereen jaarlijks een week op vakantie te laten gaan. Ook is gevraagd of hun huishouden onverwachte noodzakelijke uitgaven ter waarde van een bepaald bedrag kan doen zonder daarvoor geld te lenen. In de periode 2005-2009 ging het om een bedrag van 850 euro, in de periode 2010-2013 om 950 euro, in de periode 2014-2017 om 1000 euro, in 2018 om 1100 euro en vanaf 2019 gaat het om een uitgave van 1200 euro.
Een warme maaltijd om de andere dag
Het aandeel huishoudens dat aangeeft niet voldoende geld te hebben om ten minste om de andere dag een warme maaltijd met vlees, kip of vis te betalen.
Het regelmatig kopen van nieuwe kleding
Het aandeel huishoudens dat aangeeft niet voldoende geld te hebben om regelmatig nieuwe kleren te kopen.
Het verwarmen van het huis
Het aandeel huishoudens dat aangeeft niet voldoende geld te hebben om het huis goed te verwarmen.
Het vervangen van versleten meubels
Het aandeel huishoudens dat aangeeft niet voldoende geld te hebben om versleten meubels te vervangen door nieuwe.
Het te eten vragen van familie/kennissen
Het aandeel huishoudens dat aangeeft niet voldoende geld te hebben om tenminste één keer per maand kennissen of familie te eten te vragen.
Jaarlijks een week vakantie
Het aandeel huishoudens dat aangeeft niet voldoende geld te hebben om iedereen jaarlijks een week op vakantie te laten gaan.
Onverwachte noodzakelijke uitgaven
Het aandeel huishoudens dat aangeeft niet voldoende geld te hebben om onverwachte noodzakelijke uitgaven ter waarde van een bepaald bedrag te doen, zonder daarvoor geld te lenen. In de periode 2005-2009 ging het om een bedrag van 850 euro, in de periode 2010-2013 om 950 euro, in de periode 2014-2017 om 1000 euro, in 2018 om 1100 euro en vanaf 2019 gaat het om een uitgave van 1200 euro.