Bedrijven; bedrijfstak

Bedrijven; bedrijfstak

Bedrijfstakken/branches SBI 2008 Perioden Totaal bedrijven (aantal) Bedrijfsgrootte 1 werkzaam persoon (aantal) Bedrijfsgrootte 2 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 3 tot 5 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 5 tot 10 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 10 tot 20 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 20 tot 50 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 50 tot 100 werkzame personen (aantal) Rechtsvorm Natuurlijke personen (aantal) Rechtsvorm Rechtspersonen (aantal)
C Industrie 2022 2e kwartaal* 76.770 51.665 7.490 4.540 4.490 3.425 2.680 1.150 53.965 22.810
10 Voedingsmiddelenindustrie 2022 2e kwartaal* 7.035 3.750 755 560 680 515 375 175 4.970 2.070
11 Drankenindustrie 2022 2e kwartaal* 1.155 660 280 120 50 20 10 10 805 355
12 Tabaksindustrie 2022 2e kwartaal* 15 5 0 0 0 0 0 5 5 15
13 Textielindustrie 2022 2e kwartaal* 2.810 2.075 330 125 110 65 55 25 2.360 450
14 Kledingindustrie 2022 2e kwartaal* 2.560 2.225 190 65 40 25 10 0 2.285 275
15 Leer- en schoenenindustrie 2022 2e kwartaal* 715 580 50 35 20 20 5 5 590 120
16 Houtindustrie 2022 2e kwartaal* 3.220 2.105 370 205 225 155 95 35 2.305 915
17 Papierindustrie 2022 2e kwartaal* 350 125 25 20 25 35 40 30 70 280
18 Grafische industrie 2022 2e kwartaal* 3.210 1.945 510 260 200 145 95 30 2.245 965
19 Aardolie-industrie 2022 2e kwartaal* 45 20 5 0 0 0 0 5 5 40
20 Chemische industrie 2022 2e kwartaal* 1.140 575 100 75 65 65 90 70 340 800
21 Farmaceutische industrie 2022 2e kwartaal* 235 110 20 10 20 20 10 15 15 220
22 Rubber- en kunststofproductindustrie 2022 2e kwartaal* 1.380 520 130 135 145 145 140 85 425 955
23 Bouwmaterialenindustrie 2022 2e kwartaal* 2.110 1.335 225 140 150 90 85 40 1.385 725
24 Basismetaalindustrie 2022 2e kwartaal* 405 220 25 25 30 30 30 15 170 235
25 Metaalproductenindustrie 2022 2e kwartaal* 13.975 9.435 1.080 795 910 785 615 210 9.825 4.150
26 Elektrotechnische industrie 2022 2e kwartaal* 1.575 940 155 100 120 90 85 45 585 990
27 Elektrische apparatenindustrie 2022 2e kwartaal* 1.180 680 120 80 80 75 75 35 480 700
28 Machine-industrie 2022 2e kwartaal* 3.290 1.435 305 235 295 325 350 145 890 2.405
29 Auto- en aanhangwagenindustrie 2022 2e kwartaal* 795 380 100 65 70 55 65 25 380 415
30 Overige transportmiddelenindustrie 2022 2e kwartaal* 1.385 910 135 80 100 50 50 20 775 610
31 Meubelindustrie 2022 2e kwartaal* 10.090 7.895 920 460 395 235 135 35 8.835 1.255
32 Overige industrie 2022 2e kwartaal* 6.780 4.995 755 385 265 160 75 35 5.300 1.480
33 Reparatie en installatie van machines 2022 2e kwartaal* 11.310 8.735 895 555 495 320 185 70 8.930 2.375
D Energievoorziening 2022 2e kwartaal* 2.305 1.895 175 90 60 20 25 15 890 1.420
35 Energiebedrijven 2022 2e kwartaal* 2.305 1.895 175 90 60 20 25 15 890 1.420
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het aantal bedrijven en instellingen naar economische hoofdactiviteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De SBI is in deze tabel uitgesplitst tot en met het laagste niveau. De bedrijven zijn verder ingedeeld naar bedrijfsgrootte op basis van het aantal werkzame personen en naar rechtsvorm. Dit is de bedrijvenpopulatie van Nederland. De bedrijvenpopulatie is een momentopname op de eerste dag van elk kwartaal.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1e kwartaal 2007.

Status van de cijfers:
De cijfers tot en met 2020 zijn definitief, de cijfers over 2021 zijn nader voorlopig en de cijfers over 2022 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 15 juli 2022:
De gegevens voor het 3e kwartaal van 2022 zijn toegevoegd. Gegevens over 2021 en 2022 kunnen zijn aangepast op basis van nagekomen informatie.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De cijfers van elk kwartaal worden in de eerste maand van elk kwartaal gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Totaal bedrijven
Bedrijf:
De feitelijke transactor in het productieproces gekenmerkt door zelfstandigheid ten aanzien van de beslissingen over dat proces en door het aanbieden van zijn producten aan derden.

Uit deze definitie en met name uit het element zelfstandigheid volgt dat een bedrijf meer dan één vestiging kan omvatten, maar ook meer dan één juridische eenheid. (Onder juridische eenheden worden zowel natuurlijke als rechtspersonen verstaan). Dit is het geval wanneer de afzonderlijke vestigingen of juridische eenheden niet zelfstandig opereren. Andersom komt het voor dat binnen een juridische eenheid verschillende onderdelen te onderscheiden zijn die wat betreft de productie zelfstandig opereren. Deze vormen dan op grond van de definitie evenzovele bedrijven. Dit laatste doet zich vooral voor bij grotere concerns met uiteenlopende
activiteiten. Wanneer een aldus gedefinieerde eenheid zich uitstrekt over verschillende landen wordt ter wille van de nationale statistiek het Nederlandse deel als een geheel bedrijf beschouwd.

In de officiële CBS-terminologie wordt het bedrijf zoals hier gedefinieerd bedrijfseenheid (BE) genoemd, zodat geen verwarring kan ontstaan met de term bedrijf uit het - in dit opzicht weinig precieze - spraakgebruik.

De statistische eenheid bedrijf is een operationalisering van de kind-of-activity unit, zoals gedefinieerd door Eurostat. Deze definitie combineert twee eisen die strijdig kunnen zijn: bijdragen aan één activiteit versus het overeenkomen met één of meer operationele eenheden. Nederland geeft bij het operationaliseren naar de statistische eenheid bedrijf prioriteit aan de tweede eis.
Het aantal bedrijven is afgerond op een veelvoud van vijf.
Bedrijfsgrootte
De indeling van bedrijven naar het aantal werkzame personen. Het aantal werkzame personen wordt vastgesteld op basis van de werknemers op de loonlijst inclusief meewerkende firmanten, eigenaren en familieleden.

Het aantal werknemers per bedrijf wordt berekend uit loonbelastinggegevens van de Belastingdienst. Voor bedrijven met een bepaalde rechtsvorm, bijvoorbeeld eenmanszaak en vennootschap onder firma, worden afhankelijk van de rechtsvorm één of twee werkzame personen opgeteld bij het loonlijst personeel om het aantal werkzame personen te bepalen.

1 werkzaam persoon
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
2 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
3 tot 5 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
5 tot 10 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
10 tot 20 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
20 tot 50 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
50 tot 100 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
Rechtsvorm
Vorm van juridische eenheden die in het recht bekend is.

De navolgende rechtsvormen kunnen onder meer worden onderscheiden:
- Nederlandse rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid: eenmanszaak, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, maatschap;
- Nederlandse rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid: besloten vennootschap, naamloze vennootschap, vereniging, stichting, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij;
- Europese rechtsvormen: Europees economisch samenwerkingsverband, Europese vennootschap, Europese coöperatieve vennootschap;
- Buitenlandse rechtspersonen.

Formeel is de rechtsvorm een kenmerk van een juridische eenheid en niet van een bedrijf. De statistische eenheid 'bedrijf' kan bestaan uit een of meer juridische eenheden (natuurlijke personen en/of niet-natuurlijke personen). Als een bedrijf uit meer dan één juridische eenheid bestaat, dan heeft het in principe geen eigen rechtsvorm. In de CBS-tabellen worden dergelijke bedrijven opgenomen onder de rechtsvorm van die juridische eenheid die als kern van de combinatie kan worden beschouwd.
Natuurlijke personen
Een mens (individu) die in het recht als rechtssubject is erkend en daarmee drager is van wettelijke rechten en plichten.

Deze rechtsvorm omvat:
- Eenmanszaken
- Maatschappen
- Vennootschappen onder firma
- Commanditaire vennootschappen
- Rederijen
- Samenwerkingsovereenkomst


Rechtspersonen
Een juridische constructie waardoor een organisatie, net als een natuurlijke persoon, in het recht als rechtssubject is erkend als drager van wettelijke rechten en plichten.

Een rechtspersoon kan optreden als een persoon in het rechtsverkeer, d.w.z. bezittingen en schulden hebben, contracten sluiten, rechtszaken aanspannen of aangeklaagd worden.
De rechtspersonen zijn in drie categorieën te verdelen:
- privaatrechtelijke rechtspersonen (bijv. besloten vennootschap, naamloze vennootschap, vereniging en stichting);
- publiekrechtelijke rechtspersonen (bijv. ministerie, provincie, gemeente, waterschap, Sociaal-Economische Raad, Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, Zelfstandig bestuursorgaan);
- kerkgenootschappen.
Een rechtspersoon kan bestuurder zijn van een andere rechtspersoon, maar niet een commissaris.

Deze rechtsvorm omvat:
- Besloten vennootschappen
- Naamloze vennootschappen
- Verenigingen
- Stichtingen
- Coöperatieve verenigingen
- Onderlinge waarborgmaatschappijen
- Overheidsorganen (o.a. rijk, provincie, gemeente)
- Rechtsvormen van buitenlandse ondernemingen
- Europees economisch samenwerkingsverband (E.E.S.V.)
- Doelvermogen
- Fonds voor gemene rekening
- Kerkgenootschap
- Buitenlandse rechtsvormen