Bedrijven; bedrijfstak

Bedrijven; bedrijfstak

Bedrijfstakken/branches SBI 2008 Perioden Totaal bedrijven (aantal) Bedrijfsgrootte 1 werkzaam persoon (aantal) Bedrijfsgrootte 2 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 3 tot 5 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 5 tot 10 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 10 tot 20 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 20 tot 50 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 50 tot 100 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 100 werkzame personen of meer (aantal) Bedrijfsgrootte 0 tot 50 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 0 tot 250 werkzame personen (aantal) Rechtsvorm Natuurlijke personen (aantal) Rechtsvorm Rechtspersonen (aantal)
G Handel 2020 2e kwartaal* 240.990 148.140 40.800 21.840 15.735 7.260 4.585 1.480 1.145 238.365 240.605 180.370 60.620
45 Autohandel en -reparatie 2020 2e kwartaal* 34.200 20.890 5.390 3.580 2.675 975 425 125 140 33.930 34.155 26.935 7.265
46 Groothandel en handelsbemiddeling 2020 2e kwartaal* 78.210 46.760 11.205 6.440 5.790 3.710 2.760 870 675 76.665 78.030 41.115 37.095
47 Detailhandel (niet in auto's) 2020 2e kwartaal* 128.580 80.490 24.205 11.820 7.270 2.575 1.405 485 330 127.770 128.420 112.320 16.260
I Horeca 2020 2e kwartaal* 62.800 28.530 13.120 8.180 7.445 3.735 1.325 270 195 62.335 62.745 52.255 10.545
55 Logiesverstrekking 2020 2e kwartaal* 9.555 4.965 2.285 770 610 455 280 100 95 9.360 9.525 7.405 2.155
56 Eet- en drinkgelegenheden 2020 2e kwartaal* 53.245 23.565 10.835 7.410 6.840 3.280 1.045 175 100 52.975 53.215 44.850 8.395
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het aantal bedrijven en instellingen naar economische hoofdactiviteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De SBI is in deze tabel uitgesplitst tot en met het laagste niveau. De bedrijven zijn verder ingedeeld naar bedrijfsgrootte op basis van het aantal werkzame personen en naar rechtsvorm. Dit is de bedrijvenpopulatie van Nederland. De bedrijvenpopulatie is een momentopname op de eerste dag van elk kwartaal.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1e kwartaal 2007.

Status van de cijfers:
De cijfers tot en met 2018 zijn definitief, de cijfers over 2019 zijn nader voorlopig en de cijfers over 2020 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 15 oktober 2020:
De gegevens voor het 4e kwartaal van 2020 zijn toegevoegd. Gegevens over 2019 en 2020 kunnen zijn aangepast op basis van nagekomen informatie.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De cijfers van elk kwartaal worden in de eerste maand van elk kwartaal gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Totaal bedrijven
Bedrijf:
De feitelijke transactor in het productieproces gekenmerkt door zelfstandigheid ten aanzien van de beslissingen over dat proces en door het aanbieden van zijn producten aan derden.

Uit deze definitie en met name uit het element zelfstandigheid volgt dat een bedrijf meer dan één vestiging kan omvatten, maar ook meer dan één juridische eenheid. (Onder juridische eenheden worden zowel natuurlijke als rechtspersonen verstaan). Dit is het geval wanneer de afzonderlijke vestigingen of juridische eenheden niet zelfstandig opereren. Andersom komt het voor dat binnen een juridische eenheid verschillende onderdelen te onderscheiden zijn die wat betreft de productie zelfstandig opereren. Deze vormen dan op grond van de definitie evenzovele bedrijven. Dit laatste doet zich vooral voor bij grotere concerns met uiteenlopende
activiteiten. Wanneer een aldus gedefinieerde eenheid zich uitstrekt over verschillende landen wordt ter wille van de nationale statistiek het Nederlandse deel als een geheel bedrijf beschouwd.

In de officiële CBS-terminologie wordt het bedrijf zoals hier gedefinieerd bedrijfseenheid (BE) genoemd, zodat geen verwarring kan ontstaan met de term bedrijf uit het - in dit opzicht weinig precieze - spraakgebruik.

De statistische eenheid bedrijf is een operationalisering van de kind-of-activity unit, zoals gedefinieerd door Eurostat. Deze definitie combineert twee eisen die strijdig kunnen zijn: bijdragen aan één activiteit versus het overeenkomen met één of meer operationele eenheden. Nederland geeft bij het operationaliseren naar de statistische eenheid bedrijf prioriteit aan de tweede eis.
Het aantal bedrijven is afgerond op een veelvoud van vijf.
Bedrijfsgrootte
De indeling van bedrijven naar het aantal werkzame personen. Het aantal werkzame personen wordt vastgesteld op basis van de werknemers op de loonlijst inclusief meewerkende firmanten, eigenaren en familieleden.

Het aantal werknemers per bedrijf wordt berekend uit loonbelastinggegevens van de Belastingdienst. Voor bedrijven met een bepaalde rechtsvorm, bijvoorbeeld eenmanszaak en vennootschap onder firma, worden afhankelijk van de rechtsvorm één of twee werkzame personen opgeteld bij het loonlijst personeel om het aantal werkzame personen te bepalen.

1 werkzaam persoon
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
2 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
3 tot 5 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
5 tot 10 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
10 tot 20 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
20 tot 50 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
50 tot 100 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
100 werkzame personen of meer
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
0 tot 50 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
0 tot 250 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
Rechtsvorm
Vorm van juridische eenheden die in het recht bekend is.

De navolgende rechtsvormen kunnen onder meer worden onderscheiden:
- Nederlandse rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid: eenmanszaak, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, maatschap;
- Nederlandse rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid: besloten vennootschap, naamloze vennootschap, vereniging, stichting, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij;
- Europese rechtsvormen: Europees economisch samenwerkingsverband, Europese vennootschap, Europese coöperatieve vennootschap;
- Buitenlandse rechtspersonen.

Formeel is de rechtsvorm een kenmerk van een juridische eenheid en niet van een bedrijf. De statistische eenheid 'bedrijf' kan bestaan uit een of meer juridische eenheden (natuurlijke personen en/of niet-natuurlijke personen). Als een bedrijf uit meer dan één juridische eenheid bestaat, dan heeft het in principe geen eigen rechtsvorm. In de CBS-tabellen worden dergelijke bedrijven opgenomen onder de rechtsvorm van die juridische eenheid die als kern van de combinatie kan worden beschouwd.
Natuurlijke personen
Een mens (individu) die in het recht als rechtssubject is erkend en daarmee drager is van wettelijke rechten en plichten.

Deze rechtsvorm omvat:
- Eenmanszaken
- Maatschappen
- Vennootschappen onder firma
- Commanditaire vennootschappen
- Rederijen
- Samenwerkingsovereenkomst


Rechtspersonen
Een juridische constructie waardoor een organisatie, net als een natuurlijke persoon, in het recht als rechtssubject is erkend als drager van wettelijke rechten en plichten.

Een rechtspersoon kan optreden als een persoon in het rechtsverkeer, d.w.z. bezittingen en schulden hebben, contracten sluiten, rechtszaken aanspannen of aangeklaagd worden.
De rechtspersonen zijn in drie categorieën te verdelen:
- privaatrechtelijke rechtspersonen (bijv. besloten vennootschap, naamloze vennootschap, vereniging en stichting);
- publiekrechtelijke rechtspersonen (bijv. ministerie, provincie, gemeente, waterschap, Sociaal-Economische Raad, Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, Zelfstandig bestuursorgaan);
- kerkgenootschappen.
Een rechtspersoon kan bestuurder zijn van een andere rechtspersoon, maar niet een commissaris.

Deze rechtsvorm omvat:
- Besloten vennootschappen
- Naamloze vennootschappen
- Verenigingen
- Stichtingen
- Coöperatieve verenigingen
- Onderlinge waarborgmaatschappijen
- Overheidsorganen (o.a. rijk, provincie, gemeente)
- Rechtsvormen van buitenlandse ondernemingen
- Europees economisch samenwerkingsverband (E.E.S.V.)
- Doelvermogen
- Fonds voor gemene rekening
- Kerkgenootschap
- Buitenlandse rechtsvormen