Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Regio's Perioden Uitkeringsontvangers, totaal Uitkeringsontvangers, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Tot de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Vanaf de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Werkloosheid (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand tot de AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid Arbeidsongeschiktheid, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WAO-uitkering (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering: WGA-regeling (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid Wajong-uitkering (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering AOW (aantal personen)
Utrecht (PV) 2021 januari* 325.480 108.250 217.230 17.670 40.330 3.750 26.390 52.010 14.300 15.170 14.560 217.020
Utrecht (PV) 2021 februari* 325.830 108.200 217.630 17.500 40.180 3.760 26.410 52.280 14.250 15.430 14.600 217.420
Utrecht (PV) 2021 maart* 324.170 106.190 217.980 16.650 38.880 3.770 26.460 52.360 14.160 15.550 14.600 217.770
Utrecht (PV) 2021 april* 320.900 102.490 218.410 16.260 35.390 3.740 26.400 52.390 14.060 15.640 14.620 218.190
Utrecht (PV) 2021 mei* 319.680 100.750 218.920 14.130 35.780 3.760 26.280 52.370 13.950 15.760 14.610 218.700
Utrecht (PV) 2021 juni* 318.790 99.450 219.350 13.700 35.370 3.760 26.180 51.870 13.750 15.640 14.390 219.130
Utrecht (PV) 2021 juli* 317.100 97.280 219.820 14.020 32.800 3.740 26.020 51.840 13.650 15.670 14.400 219.600
Utrecht (PV) 2021 augustus* 317.540 97.280 220.260 13.790 33.100 3.750 25.810 51.810 13.530 15.760 14.380 220.040
Utrecht (PV) 2021 september* 316.850 96.090 220.760 13.130 32.610 3.740 25.600 51.780 13.400 15.850 14.370 220.540
Utrecht (PV) 2021 oktober* . . . 12.980 28.660 3.730 25.500 . . . . 220.930
Utrecht (PV) 2021 november* . . . 12.490 28.980 3.770 25.390 . . . . 221.210
Utrecht (PV) 2021 december* . . . 12.070 29.510 3.770 25.440 . . . . 221.350
Utrecht (CR) 2021 januari* 325.480 108.250 217.230 17.670 40.330 3.750 26.390 52.010 14.300 15.170 14.560 217.020
Utrecht (CR) 2021 februari* 325.830 108.200 217.630 17.500 40.180 3.760 26.410 52.280 14.250 15.430 14.600 217.420
Utrecht (CR) 2021 maart* 324.170 106.190 217.980 16.650 38.880 3.770 26.460 52.360 14.160 15.550 14.600 217.770
Utrecht (CR) 2021 april* 320.900 102.490 218.410 16.260 35.390 3.740 26.400 52.390 14.060 15.640 14.620 218.190
Utrecht (CR) 2021 mei* 319.680 100.750 218.920 14.130 35.780 3.760 26.280 52.370 13.950 15.760 14.610 218.700
Utrecht (CR) 2021 juni* 318.790 99.450 219.350 13.700 35.370 3.760 26.180 51.870 13.750 15.640 14.390 219.130
Utrecht (CR) 2021 juli* 317.100 97.280 219.820 14.020 32.800 3.740 26.020 51.840 13.650 15.670 14.400 219.600
Utrecht (CR) 2021 augustus* 317.540 97.280 220.260 13.790 33.100 3.750 25.810 51.810 13.530 15.760 14.380 220.040
Utrecht (CR) 2021 september* 316.850 96.090 220.760 13.130 32.610 3.740 25.600 51.780 13.400 15.850 14.370 220.540
Utrecht (CR) 2021 oktober* . . . 12.980 28.660 3.730 25.500 . . . . 220.930
Utrecht (CR) 2021 november* . . . 12.490 28.980 3.770 25.390 . . . . 221.210
Utrecht (CR) 2021 december* . . . 12.070 29.510 3.770 25.440 . . . . 221.350
Utrecht (gemeente) 2021 januari* 68.410 33.860 34.560 4.990 16.180 1.510 10.710 13.290 3.730 4.380 3.350 34.500
Utrecht (gemeente) 2021 februari* 68.390 33.800 34.590 4.900 16.140 1.510 10.700 13.370 3.710 4.470 3.360 34.530
Utrecht (gemeente) 2021 maart* 67.810 33.200 34.600 4.580 15.800 1.510 10.720 13.400 3.690 4.510 3.350 34.540
Utrecht (gemeente) 2021 april* 66.800 32.150 34.650 4.460 14.830 1.500 10.690 13.410 3.670 4.530 3.350 34.590
Utrecht (gemeente) 2021 mei* 66.250 31.500 34.750 3.800 14.860 1.510 10.620 13.390 3.640 4.560 3.350 34.680
Utrecht (gemeente) 2021 juni* 65.910 31.110 34.800 3.680 14.710 1.520 10.580 13.250 3.600 4.520 3.290 34.730
Utrecht (gemeente) 2021 juli* 65.250 30.390 34.860 3.820 13.840 1.510 10.510 13.250 3.570 4.520 3.290 34.800
Utrecht (gemeente) 2021 augustus* 65.390 30.410 34.970 3.770 13.910 1.520 10.390 13.240 3.540 4.560 3.280 34.900
Utrecht (gemeente) 2021 september* 65.050 30.000 35.060 3.610 13.690 1.510 10.320 13.210 3.490 4.580 3.250 34.990
Utrecht (gemeente) 2021 oktober* . . . 3.580 11.720 1.500 10.260 . . . . 35.030
Utrecht (gemeente) 2021 november* . . . 3.430 11.850 1.520 10.210 . . . . 35.080
Utrecht (gemeente) 2021 december* . . . 3.290 12.050 1.530 10.220 . . . . 35.070
Utrechtse Heuvelrug 2021 januari* 15.040 3.650 11.390 580 1.080 90 690 2.050 460 480 850 11.390
Utrechtse Heuvelrug 2021 februari* 15.050 3.640 11.410 570 1.070 80 700 2.050 450 480 860 11.410
Utrechtse Heuvelrug 2021 maart* 15.030 3.590 11.450 560 1.040 90 700 2.040 450 480 850 11.440
Utrechtse Heuvelrug 2021 april* 14.820 3.370 11.460 530 840 80 700 2.050 440 490 850 11.450
Utrechtse Heuvelrug 2021 mei* 14.840 3.370 11.470 460 900 80 690 2.060 450 490 860 11.470
Utrechtse Heuvelrug 2021 juni* 14.810 3.310 11.500 440 890 80 680 2.040 440 480 850 11.490
Utrechtse Heuvelrug 2021 juli* 14.740 3.220 11.520 450 790 80 680 2.030 440 480 850 11.510
Utrechtse Heuvelrug 2021 augustus* 14.810 3.270 11.540 450 850 80 680 2.030 440 480 850 11.530
Utrechtse Heuvelrug 2021 september* 14.760 3.240 11.530 420 850 80 690 2.020 430 480 840 11.520
Utrechtse Heuvelrug 2021 oktober* . . . 420 750 80 680 . . . . 11.550
Utrechtse Heuvelrug 2021 november* . . . 400 770 80 680 . . . . 11.540
Utrechtse Heuvelrug 2021 december* . . . 370 780 80 670 . . . . 11.530
Midden-Utrecht (AM) 2021 januari* 199.730 69.810 129.920 11.260 27.570 2.450 18.120 32.150 8.790 9.770 8.710 129.800
Midden-Utrecht (AM) 2021 februari* 199.830 69.680 130.150 11.080 27.440 2.460 18.110 32.330 8.750 9.950 8.740 130.030
Midden-Utrecht (AM) 2021 maart* 198.730 68.370 130.350 10.500 26.630 2.470 18.160 32.370 8.690 10.020 8.730 130.230
Midden-Utrecht (AM) 2021 april* 196.530 65.930 130.600 10.270 24.300 2.440 18.140 32.400 8.640 10.090 8.730 130.480
Midden-Utrecht (AM) 2021 mei* 195.910 64.970 130.950 8.930 24.690 2.460 18.040 32.370 8.570 10.160 8.720 130.820
Midden-Utrecht (AM) 2021 juni* 195.360 64.170 131.190 8.710 24.420 2.470 17.980 32.030 8.450 10.080 8.580 131.060
Midden-Utrecht (AM) 2021 juli* 194.180 62.690 131.500 8.950 22.680 2.460 17.880 32.000 8.380 10.080 8.590 131.370
Midden-Utrecht (AM) 2021 augustus* 194.630 62.820 131.800 8.810 23.000 2.470 17.720 31.970 8.290 10.140 8.570 131.670
Midden-Utrecht (AM) 2021 september* 194.160 62.020 132.140 8.390 22.650 2.470 17.580 31.930 8.210 10.210 8.550 132.010
Midden-Utrecht (AM) 2021 oktober* . . . 8.320 19.690 2.460 17.490 . . . . 132.270
Midden-Utrecht (AM) 2021 november* . . . 8.000 19.960 2.480 17.410 . . . . 132.430
Midden-Utrecht (AM) 2021 december* . . . 7.650 20.350 2.480 17.440 . . . . 132.530
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De tabel geeft inzicht in het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering. Deze personen kunnen zowel in Nederland als in het buitenland woonachtig zijn. Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen.
De personen met een uitkering in het kader van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen zijn vanaf 2007 beschikbaar. Het aantal personen dat een uitkering voor ouderdom ontvangt is vanaf 2013 in de tabel opgenomen.
Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meerdere uitkeringen. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee uitkeringen in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)) of uitkeringen van verschillend type (zoals een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW) en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
De aantallen zijn uitgesplitst naar verschillende regio's in Nederland en hebben betrekking op de laatste dag van de verslagperiode.

De cijfers over aantallen personen met een uitkering per buurt, wijk of gemeente kunnen in geringe mate afwijken van elders op StatLine gepubliceerde cijfers, doordat gebruik wordt gemaakt van de meest recente gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). Omdat verschillende StatLine-tabellen op verschillende momenten geactualiseerd worden, kan het voorkomen dat voor de ene tabel een andere versie van de BRP wordt gebruikt dan voor een andere tabel. De laatst gepubliceerde cijfers zijn in dat geval het meest accuraat. De cijfers hebben betrekking op de laatste dag van de verslagmaand.

Status van de cijfers
De cijfers van 2007 t/m maart 2020 zijn definitief. De cijfers vanaf april 2020 zijn voorlopig.

Wijzigingen per: 29 juli 2022
Toegevoegd zijn de voorlopige cijfers van oktober t/m december 2021.

Als gevolg van automatiseringsproblemen bij de berichtgever van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen kunnen er voorlopig geen cijfers met betrekking tot deze uitkeringen gepubliceerd worden.
Zodra de ontbrekende informatie is ontvangen, worden die zo snel als mogelijk alsnog gepubliceerd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers komen in: september 2022.

Toelichting onderwerpen

Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Tot de AOW- leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, WWIK, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of Algemene ouderdomswet (AOW).

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd) is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat.
Tot 2013 was de AOW-leeftijd 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Tot en met 2024 geldt dat voor elk jaar dat we langer leven de AOW-leeftijd met 1 jaar omhoog gaat. Na 2024 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate. De AOW-leeftijd is tot en met 2027 als volgt:
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar.

Vanaf de AOW- leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of de Algemene ouderdomswet (AOW).

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd) is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat.
Tot 2013 was de AOW-leeftijd 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Tot en met 2024 geldt dat voor elk jaar dat we langer leven de AOW-leeftijd met 1 jaar omhoog gaat. Na 2024 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate. De AOW-leeftijd is tot en met 2027 als volgt:
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar.

Uitkeringsontvangers per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en AOW-uitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering. In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheid
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet (WW).
Bijstand en bijstandsgerelateerd
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.

Vanaf 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Personen met een uitkering in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) zijn uitsluitend opgenomen in het totaal aantal personen dat een bijstandsuitkering of bijstandsgerelateerde uitkering ontvangt.

De personen met een WWIK-uitkering (Wet werk en inkomen kunstenaars) zijn per 12 mei 2016 uitsluitend opgenomen in de totalen. Meer informatie over de personen met WWIK-uitkering is te lezen in de tabeltoelichting bij ‘Personen met een bijstandsgerelateerde uitkering’.

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz):
Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien.
Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen.
Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering.



Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd) is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat.
Tot 2013 was de AOW-leeftijd 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Tot en met 2024 geldt dat voor elk jaar dat we langer leven de AOW-leeftijd met 1 jaar omhoog gaat. Na 2024 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate. De AOW-leeftijd is tot en met 2027 als volgt:
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering. De regeling gold met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 en liep eind mei 2020 af. Deze regeling is opgevolgd door 'Tozo 2.0'. Vanaf 1 oktober is Tozo 2.0 opgevolgd door Tozo 3.0 die tot en met maart 2021 van kracht is.
Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd) is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat.
Tot 2013 was de AOW-leeftijd 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Tot en met 2024 geldt dat voor elk jaar dat we langer leven de AOW-leeftijd met 1 jaar omhoog gaat. Na 2024 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate. De AOW-leeftijd is tot en met 2027 als volgt:
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar.


Bijstand tot de AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet. Ingaande 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd) is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat.
Tot 2013 was de AOW-leeftijd 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Tot en met 2024 geldt dat voor elk jaar dat we langer leven de AOW-leeftijd met 1 jaar omhoog gaat. Na 2024 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate. De AOW-leeftijd is tot en met 2027 als volgt:
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar.

Arbeidsongeschiktheid
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ),
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).
Het recht op een uitkering in het kader van een van bovengenoemde wetten vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Arbeidsongeschiktheid, totaal
Het totaal aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) ontvangt.
WAO-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
De wet geeft werknemers die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden recht op een loonvervangende uitkering, zolang zij minimaal 15% arbeidsongeschiktheid zijn.
De WAO is met ingang van 2005 vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), maar blijft bestaan voor mensen die al een WAO-uitkering hadden of binnen 5 jaar na het beëindigen van de uitkering opnieuw arbeidsongeschikt worden door dezelfde oorzaak.
Het recht op een WAO-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
WIA-uitkering: WGA-regeling
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De WIA geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zó opgezet dat men gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De wet kent twee regelingen: de regeling Inkomensverzekering volledig arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een uitkering voor werknemers die langdurig en volledig arbeidsongeschikt zijn. De WGA geeft recht op een loonaanvullende uitkering als een werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt is.
De WIA vervangt per 29 december 2005 de WAO.
Het recht op een WIA-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
Wajong-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) of de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
De Wajong is een wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd.
Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden én een opleiding/studie volgen.
Vanaf 1 januari 2010 is de Wajong vervangen door de Wet Wajong. De Wajong blijft gelden voor jongeren die voor 1 januari 2010 een uitkering hebben aangevraagd.
Het recht op een Wajong-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong)
Met ingang van 1 januari 2010 is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) in werking getreden.
In tegenstelling tot de Wajong hebben jongeren met een ziekte of handicap in de eerste plaats recht op hulp bij het vinden en houden van werk. Daaraan gekoppeld kunnen ze een inkomensondersteuning krijgen.
Vanaf 2015 staat de Wet Wajong alleen nog open voor jonggehandicapten die duurzaam geen mogelijkheden hebben om deel te nemen aan het arbeidsproces.
Jonggehandicapten die nog kunnen werken, maar ondersteuning nodig hebben vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en kunnen voor ondersteuning terecht bij de gemeente.
Het recht op een uitkering in het kader van de Wet Wajong vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
AOW
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

De AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd) is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat.
Tot 2013 was de AOW-leeftijd 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Tot en met 2024 geldt dat voor elk jaar dat we langer leven de AOW-leeftijd met 1 jaar omhoog gaat. Na 2024 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate. De AOW-leeftijd is tot en met 2027 als volgt:
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar.